Adjectif Démonstratif en Pronoms Démonstratifs

In het Frans zijn er verschillende manieren om naar iets of iemand te wijzen. Je gebruikt hiervoor aanwijzende woorden. In het Frans noemen we deze les adjectifs démonstratifs en les pronoms démonstratifs.

Staat het zelfstandig naamwoord erachter? → ce, cet, cette, ces
Vervang je het zelfstandig naamwoord? → celui, celle, ceux, celles

Hoe maak ik een adjectif démonstratif?

Een adjectif démonstratif staat voor een zelfstandig naamwoord. Je kunt het vertalen met deze, dit, die of dat. Welke vorm je gebruikt, hangt af van het geslacht en het aantal van het zelfstandig naamwoord.

Ce: mannelijk enkelvoud (ce livre)
Cette: vrouwelijk enkelvoud (cette femme)
Ces: meervoud (ces enfents) 

Wanneer gebruik je cet?

Bij een mannelijk woord dat begint met een klinker of een stomme h, gebruik je cet in plaats van ce.

ce garçon → deze jongen
cet ami → deze vriend
cet hôtel → dit hotel

Dit doe je omdat cet makkelijker uit te spreken is.

Au travail!

1. Ce, cet, cette ou ces?

Score: 0
🐎

Choisis la bonne réponse :

Hoe maak ik een pronom démonstratif?

Een pronom démonstratif gebruik je wanneer je een zelfstandig naamwoord niet opnieuw wilt noemen. Het aanwijzend voornaamwoord neemt de plaats van het zelfstandig naamwoord in.

Celui: mannelijk enkelvoud
Celle: vrouwelijk enkelvoud
Ceux: mannelijk meervoud
Celles: vrouwelijk meervoud 

Voorbeelden

J'aime ce livre. Je préfère celui-là.
Ik vind dit boek leuk. Ik heb liever dat boek.

Ma voiture est rouge. Celle de Paul est bleue.
Mijn auto is rood. Die van Paul is blauw.

Mes chaussures sont neuves. Celles-ci sont confortables.
Mijn schoenen zijn nieuw. Deze zijn comfortabel.

J'aime ces garçons. Ceux-là sont très sympas.
Ik vind deze jongens leuk. Die zijn erg aardig.

Je kunt celui, celle, ceux en celles dus zien als een soort vervanging van een zelfstandig naamwoord.

Au travail!

2. Celui, celle, ceux ou celles?

Score: 0
🐎

Choisis la bonne réponse :