Algemene schrijftips
Wil je graag je schrijfvaardigheid in het Frans verbeteren? Dan ben je hier op de juiste plek! Je kunt oefenen met het schrijven van een tekstje en leert meer over Franse zinstructuren.
1. Opbouw Franse zinnen
Voordat je begint met het schrijven van een tekst, is het belangrijk om te weten hoe een Franse zin ingedeeld is. Dat is namelijk anders dan in het Nederlands. Probeer in de basis altijd de volgende volgorde aan te houden:
Persoon/ding + werkwoord(en) + rest
Bijvoorbeeld:
Je parle en Français.
Tu es très gentil.
Nous avons une voiture rouge.
De tijd/plaats staan altijd aan het begin of aan het einde van een Franse zin.
Bijvoorbeeld: Aujourd'hui, je vais à l'école.
of: Je vais à l'école aujourd'hui.
Als je begint met schrijven in het Frans, probeer dan korte, kloppende zinnetjes te maken in plaats van lange zinnen. Wil je oefenen met het maken van kloppende zinnen? Klik dan hier.
2. Schrijfplan
Begin niet meteen met schrijven. Denk eerst na over wat je wilt vertellen. Noteer enkele kernwoorden:
- Wat is het onderwerp?
- Welke informatie wil ik geven?
- Welke voorbeelden kan ik gebruiken?
- In welke volgorde zet ik mijn ideeën?
Een eenvoudige structuur helpt:
Inleiding
- Introduceer het onderwerp.
- Vertel waarover je tekst gaat.
Middenstuk
- Werk je ideeën uit.
- Geef uitleg en voorbeelden.
Slot
- Vat je belangrijkste punten samen.
- Geef eventueel je mening.
3. Aantal woorden
Vaak moet je een tekst of zin van een bepaald aantal woorden schrijven. Vind je het lastig om aan het aantal woorden te komen? Kijk of je je Franse tekst kunt uitbreiden met adjectifs (bijvoeglijk naamwoorden) zoals bijvoorbeeld kleuren of eigenschappen. Denk aan: belle/jaune/noir/grand/petit/etc.
Als je het onderwerp van je schrijftoets van tevoren weet, kun je ook een (correct!) stukje uit je hoofd leren, zoals de opening van je tekst of het einde.
4. Vaste uitdrukkingen
Vaak weet je van tevoren al wel een klein beetje waarover je moet gaan schrijven. Probeer wat (kloppende!) zinnetjes uit je hoofd te leren. Met vaste zinnen schrijf je sneller en natuurlijker.
Voorbeelden:
- À mon avis… – Naar mijn mening…
- Je pense que… – Ik denk dat…
- J'aime / Je n'aime pas… – Ik hou van / Ik hou niet van…
- Il est important de… – Het is belangrijk om…
5. Controleer jezelf
Vaak kun je zelf ook al wat foutjes corrigeren als je de tekst even naleest. Controleer vooral:
- Werkwoorden: klopt de vervoeging?
- Je suis
- Tu es
- Ils sont
- Geslacht van woorden:
- un problème
- une idée
- Bijvoeglijke naamwoorden:
- un garçon sportif
- une fille sportive
6. Oefenen, oefenen, oefenen...
Beter schrijven in het Frans leer je door vaak te oefenen. Schrijf korte teksten, leer nieuwe woorden en vraag feedback aan je docent.
Met een goede structuur, eenvoudige zinnen en aandacht voor grammatica wordt elke Franse tekst beter.