Leer je Frans op school? Dan ken je waarschijnlijk al woorden zoals bonjour, merci en au revoir. Maar zodra je naar Franse films kijkt, Franse muziek luistert of met een Franstalige probeert te praten, merk je dat mensen vaak heel andere woorden en uitdrukkingen gebruiken. Fransen spreken namelijk niet altijd zoals je in je Franse lesboek leert!
Ze gebruiken veel korte, informele uitdrukkingen om hun gevoelens te laten zien, ergens op te reageren of een gesprek wat natuurlijker te laten klinken. Denk bijvoorbeeld aan ça marche, j'en ai marre of laisse tomber. Als je deze Franse uitdrukkingen kent, wordt het een stuk makkelijker om gesprekken te begrijpen en zelf Frans te spreken.
In deze blog ontdek je 25 veelgebruikte Franse uitdrukkingen, met de Nederlandse betekenis en voorbeelden uit alledaagse situaties. Bij iedere uitdrukking vind je een Frans voorbeeldgesprek met de Nederlandse vertaling. Probeer de Franse tekst eerst zelf te lezen voordat je de vertaling bekijkt. Zo oefen je meteen je Franse leesvaardigheid!
1. Ça marche ! – Dat is goed! / Dat werkt!
De uitdrukking ça marche hoor je heel vaak in informele Franse gesprekken. Letterlijk betekent het zoiets als ‘het werkt’, maar Fransen gebruiken het ook om aan te geven dat ze een voorstel goed vinden of dat ze een afspraak hebben begrepen. Het is een handige uitdrukking wanneer je met iemand afspreekt om iets te doen.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
A : Tu veux aller au cinéma samedi soir ?
B : Oui, pourquoi pas ! On se retrouve devant le cinéma à dix-neuf heures ?
A : Ça marche ! Je vais acheter les billets en ligne.
Nederlandse vertaling:
A: Wil je zaterdagavond naar de bioscoop?
B: Ja, waarom niet! Zullen we elkaar om zeven uur voor de bioscoop ontmoeten?
A: Is goed! Ik ga de kaartjes online kopen.
Onthouden: Ça marche ! is een informele manier om te zeggen dat je akkoord gaat. Je kunt het vergelijken met ‘is goed’, ‘prima’ of ‘afgesproken’.
2. Bof ! – Mwah! / Niet echt.
Soms vraagt iemand je wat je van iets vindt, maar ben je niet enthousiast. In het Frans kun je dan bof zeggen. Het is een korte reactie waarmee je laat merken dat je iets niet zo bijzonder vindt of dat je twijfelt. De betekenis hangt sterk af van de toon waarop je het zegt.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
A : Alors, tu as aimé le nouveau film de science-fiction ?
B : Bof, pas vraiment. L'histoire était intéressante, mais je trouvais les personnages un peu ennuyeux.
A : Ah bon ? Moi, j'ai adoré la fin !
Nederlandse vertaling:
A: En, vond je de nieuwe sciencefictionfilm leuk?
B: Mwah, niet echt. Het verhaal was interessant, maar ik vond de personages een beetje saai.
A: Echt? Ik vond het einde juist geweldig!
Onthouden: Bof is een informele reactie. Je gebruikt het vooral in gesprekken met vrienden of familie, niet zo snel in een formele situatie.
3. J'en ai marre ! – Ik ben het zat!
Heb je al uren huiswerk gemaakt, regent het voor de derde dag achter elkaar of blijft iemand je maar lastigvallen? Dan past j'en ai marre ! goed bij de situatie. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je ergens genoeg van hebt en je frustratie wilt laten merken.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Léa : Pourquoi est-ce que tu es de mauvaise humeur aujourd'hui ?
Thomas : J'en ai marre de tous ces devoirs ! J'ai passé toute l'après-midi à faire des exercices de français et je dois encore réviser les mathématiques.
Léa : Je comprends. Tu devrais faire une petite pause avant de continuer.
Nederlandse vertaling:
Léa: Waarom ben je vandaag zo chagrijnig?
Thomas: Ik ben al dat huiswerk zat! Ik heb de hele middag Franse oefeningen gemaakt en ik moet ook nog wiskunde leren.
Léa: Dat begrijp ik. Je zou even een korte pauze moeten nemen voordat je verdergaat.
Onthouden: Je kunt de uitdrukking combineren met de, bijvoorbeeld J'en ai marre de la pluie — Ik ben de regen zat.
4. N'importe quoi ! – Wat een onzin!
Met n'importe quoi ! reageer je wanneer je iets onzinnig, overdreven of ongeloofwaardig vindt. Je hoort de uitdrukking vaak tussen vrienden, bijvoorbeeld wanneer iemand een vreemd verhaal vertelt of een belachelijk voorstel doet.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Lucas : Mon frère dit qu'il peut courir dix kilomètres en moins de vingt minutes sans s'entraîner.
Emma : N'importe quoi ! C'est presque impossible pour quelqu'un qui ne fait jamais de sport.
Lucas : C'est exactement ce que je lui ai dit, mais il ne me croit pas.
Nederlandse vertaling:
Lucas: Mijn broer zegt dat hij tien kilometer kan hardlopen in minder dan twintig minuten zonder te trainen.
Emma: Wat een onzin! Dat is bijna onmogelijk voor iemand die nooit sport.
Lucas: Dat heb ik hem precies gezegd, maar hij gelooft me niet.
Onthouden: De uitdrukking kan ook betekenen dat iets willekeurig of onzinnig is. De precieze betekenis hangt af van de context.
5. C'est génial ! – Dat is geweldig!
Wil je enthousiast reageren op goed nieuws? Dan kun je c'est génial ! gebruiken. Het betekent ‘dat is geweldig’ of ‘fantastisch’. Je kunt het zeggen wanneer iemand een goed cijfer heeft gehaald, een leuke reis heeft geboekt of je uitnodigt voor iets waar je veel zin in hebt.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Camille : J'ai reçu mes résultats ce matin et j'ai réussi tous mes examens !
Julie : C'est génial ! Tu dois être vraiment contente.
Camille : Oui, je suis tellement soulagée. Maintenant, je peux profiter des vacances sans penser aux cours.
Nederlandse vertaling:
Camille: Ik heb vanochtend mijn resultaten gekregen en ik ben voor al mijn examens geslaagd!
Julie: Dat is geweldig! Je moet echt blij zijn.
Camille: Ja, ik ben zo opgelucht. Nu kan ik van de vakantie genieten zonder aan de lessen te denken.
Onthouden: Génial is een veelgebruikt woord om enthousiasme uit te drukken. Je kunt ook zeggen C'est super ! of C'est fantastique !
6. Laisse tomber ! – Laat maar zitten!
Wanneer iets niet lukt of wanneer je geen zin meer hebt om ergens over te praten, kun je laisse tomber ! gebruiken. Letterlijk betekent het ‘laat vallen’, maar in een gesprek betekent het meestal ‘laat maar’, ‘vergeet het’ of ‘laat het zitten’.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Maxime : Tu veux que je t'explique encore une fois comment fonctionne cet exercice ?
Hugo : Non, laisse tomber. J'ai essayé plusieurs fois, mais je ne comprends toujours pas.
Maxime : Ne t'inquiète pas, on peut demander de l'aide au professeur demain.
Nederlandse vertaling:
Maxime: Wil je dat ik nog een keer uitleg hoe deze oefening werkt?
Hugo: Nee, laat maar zitten. Ik heb het meerdere keren geprobeerd, maar ik begrijp het nog steeds niet.
Maxime: Maak je geen zorgen, we kunnen morgen de docent om hulp vragen.
Onthouden: Je hoort deze uitdrukking vooral in informele gesprekken. Ze kan vriendelijk bedoeld zijn, maar afhankelijk van de toon ook geïrriteerd klinken.
7. T'inquiète ! – Maak je geen zorgen!
T'inquiète ! is de informele, verkorte vorm van ne t'inquiète pas. Je gebruikt de uitdrukking om iemand gerust te stellen. Een vriend maakt zich bijvoorbeeld zorgen over een toets, een afspraak of iets wat hij vergeten is. Met t'inquiète laat je weten dat het waarschijnlijk wel goed komt.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Sarah : Je suis stressée pour la présentation orale de demain. J'ai peur d'oublier tous mes mots devant la classe.
Inès : T'inquiète ! Tu as beaucoup travaillé et tu connais bien ton sujet.
Sarah : J'espère que tu as raison. Je vais encore m'entraîner ce soir.
Nederlandse vertaling:
Sarah: Ik ben gestrest over de mondelinge presentatie van morgen. Ik ben bang dat ik alle woorden vergeet voor de klas.
Inès: Maak je geen zorgen! Je hebt veel geoefend en je kent je onderwerp goed.
Sarah: Ik hoop dat je gelijk hebt. Ik ga vanavond nog even oefenen.
Onthouden: De volledige vorm is Ne t'inquiète pas ! In informele gesprekken laten Fransen vaak een deel van de woorden weg.
8. J'ai la flemme ! – Ik heb geen zin!
Heb je geen zin om je kamer op te ruimen, te sporten of aan je huiswerk te beginnen? Dan is j'ai la flemme ! een passende uitdrukking. Het betekent dat je te lui bent of gewoon geen energie of motivatie hebt om iets te doen.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Nathan : Tu viens jouer au football avec nous cet après-midi ?
Alex : Je ne sais pas… J'ai la flemme de sortir. Il fait froid et je préfère rester à la maison.
Nathan : Allez, viens ! Après le match, on pourra prendre un chocolat chaud.
Nederlandse vertaling:
Nathan: Kom je vanmiddag met ons voetballen?
Alex: Ik weet het niet… Ik heb geen zin om naar buiten te gaan. Het is koud en ik blijf liever thuis.
Nathan: Kom op, ga mee! Na de wedstrijd kunnen we warme chocolademelk drinken.
Onthouden: La flemme is een informele uitdrukking. Je gebruikt haar vooral bij vrienden, niet in een formele brief of bij een sollicitatiegesprek.
9. C'est nul ! – Dat is waardeloos!
Wanneer je iets heel slecht vindt, kun je zeggen: c'est nul ! Bijvoorbeeld wanneer een film tegenvalt, een wedstrijd verloren gaat of een spelletje niet leuk blijkt te zijn. Het is een directe, informele reactie.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Emma : Tu as regardé le dernier épisode de cette série ?
Lina : Oui, et franchement, c'est nul ! On attend toute la saison pour découvrir la fin, et finalement, il ne se passe presque rien.
Emma : Ah, dommage. J'avais pourtant entendu de bonnes critiques.
Nederlandse vertaling:
Emma: Heb je de laatste aflevering van die serie gezien?
Lina: Ja, en eerlijk gezegd is het waardeloos! We wachten het hele seizoen om het einde te ontdekken en uiteindelijk gebeurt er bijna niets.
Emma: Ah, jammer. Ik had juist goede recensies gehoord.
Onthouden: Nul betekent hier niet het getal nul, maar ‘waardeloos’ of ‘heel slecht’. Het is een informele manier om kritiek te geven.
10. Trop cool ! – Superleuk!
Trop cool ! is een populaire informele uitdrukking die je kunt gebruiken wanneer je iets heel leuk, indrukwekkend of bijzonder vindt. Het woord trop betekent letterlijk ‘te veel’, maar in informele spreektaal wordt het vaak gebruikt om iets extra sterk uit te drukken.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Noah : Mes parents m'ont annoncé qu'on partait à Paris pendant les vacances de printemps.
Léo : Trop cool ! Tu vas pouvoir visiter la tour Eiffel et manger dans une vraie boulangerie française.
Noah : Oui, j'ai déjà commencé à chercher les endroits que je veux découvrir.
Nederlandse vertaling:
Noah: Mijn ouders hebben verteld dat we in de meivakantie naar Parijs gaan.
Léo: Superleuk! Je kunt de Eiffeltoren bezoeken en in een echte Franse bakkerij eten.
Noah: Ja, ik ben al begonnen met het zoeken naar plekken die ik wil ontdekken.
Onthouden: Je gebruikt trop cool vooral in informele gesprekken. Het lijkt op ‘supertof’ of ‘mega-leuk’.
11. Ça me saoule ! – Dat irriteert me!
Wanneer iets je behoorlijk irriteert, kun je zeggen: ça me saoule ! Je gebruikt het bijvoorbeeld als iemand steeds dezelfde vraag stelt of wanneer je ergens lang op moet wachten. De uitdrukking is informeel en kan wat grof of geïrriteerd overkomen.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Mélanie : Tu attends encore le bus ?
Chloé : Oui, ça fait trente minutes que je suis ici. Ça me saoule ! Le bus est toujours en retard.
Mélanie : C'est vrai que les transports ne sont pas très fiables aujourd'hui.
Nederlandse vertaling:
Mélanie: Wacht je nog steeds op de bus?
Chloé: Ja, ik sta hier al dertig minuten. Dat irriteert me! De bus is altijd te laat.
Mélanie: Het klopt dat het openbaar vervoer vandaag niet erg betrouwbaar is.
Onthouden: Dit is een informele uitdrukking. In een nettere situatie kun je zeggen: Ça m'énerve ! — Dat irriteert me!
12. Ça dépend ! – Dat hangt ervan af!
Niet iedere vraag heeft een eenvoudig antwoord. Als iemand je vraagt of je meegaat, iets lekker vindt of tijd hebt, kun je met ça dépend ! reageren. Daarmee geef je aan dat je antwoord afhangt van de omstandigheden.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Paul : Tu fais du sport tous les jours ?
Antoine : Ça dépend. Quand j'ai beaucoup de devoirs, je reste à la maison. Mais le week-end, je joue souvent au basket avec mes amis.
Paul : Je comprends. Moi aussi, je préfère faire du sport quand j'ai plus de temps libre.
Nederlandse vertaling:
Paul: Sport je iedere dag?
Antoine: Dat hangt ervan af. Als ik veel huiswerk heb, blijf ik thuis. Maar in het weekend basketbal ik vaak met mijn vrienden.
Paul: Ik begrijp het. Ik sport ook liever wanneer ik meer vrije tijd heb.
Onthouden: Ça dépend is een handige uitdrukking om genuanceerd te antwoorden. Je hoeft niet altijd meteen ja of nee te zeggen.
13. Ça suffit ! – Dat is genoeg!
Als iemand te ver gaat of iets blijft doen wat je vervelend vindt, kun je zeggen: ça suffit ! De uitdrukking betekent ‘dat is genoeg’ of ‘nu is het genoeg geweest’. De toon is vaak stevig en duidelijk.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Lucas : Arrête de te moquer de mon accent !
Mathis : Mais je plaisante, ce n'est pas méchant.
Lucas : Peut-être, mais ça suffit maintenant. Je n'aime pas quand tu fais ça devant les autres.
Nederlandse vertaling:
Lucas: Stop met het bespotten van mijn accent!
Mathis: Maar ik maak maar een grapje, ik bedoel het niet kwaad.
Lucas: Misschien, maar nu is het genoeg geweest. Ik vind het niet leuk wanneer je dat voor anderen doet.
Onthouden: Ça suffit ! kan behoorlijk streng klinken. Gebruik het wanneer je echt wilt aangeven dat iets moet stoppen.
14. Pas de souci ! – Geen probleem!
Wanneer iemand je bedankt of zich verontschuldigt, kun je antwoorden met pas de souci ! Het is een vriendelijke, informele manier om te zeggen dat iets geen probleem is.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Julie : Désolée, je n'ai pas pu t'envoyer les notes hier soir. J'avais beaucoup de choses à faire.
Camille : Pas de souci ! Tu peux me les envoyer quand tu as le temps.
Julie : Merci de comprendre. Je vais te les envoyer après le dîner.
Nederlandse vertaling:
Julie: Sorry, ik kon je de aantekeningen gisteravond niet sturen. Ik had veel te doen.
Camille: Geen probleem! Je kunt ze sturen wanneer je tijd hebt.
Julie: Bedankt voor je begrip. Ik stuur ze na het avondeten.
Onthouden: Je kunt ook ce n'est pas grave zeggen. Dat betekent ‘het geeft niet’ of ‘het is niet erg’.
15. J'en sais rien ! – Ik heb geen idee!
De volledige vorm is je n'en sais rien, maar in informele gesprekken hoor je vaak j'en sais rien. Je gebruikt het wanneer je iets niet weet en geen antwoord kunt geven.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Emma : Tu sais pourquoi le professeur de français est absent aujourd'hui ?
Lucas : Franchement, j'en sais rien. Peut-être qu'il est malade.
Emma : J'espère qu'on aura quand même le contrôle la semaine prochaine et pas demain !
Nederlandse vertaling:
Emma: Weet jij waarom de docent Frans vandaag afwezig is?
Lucas: Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Misschien is hij ziek.
Emma: Ik hoop dat we de toets volgende week krijgen en niet morgen!
Onthouden: J'en sais rien is informeel. In een formelere situatie kun je beter zeggen: Je ne sais pas.
16. Ça m'est égal ! – Het maakt me niet uit!
Wanneer je geen sterke voorkeur hebt, kun je zeggen: ça m'est égal ! Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer iemand vraagt wat je wilt eten of welke film je wilt kijken. Let wel op je toon: de uitdrukking kan soms ook onverschillig overkomen.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Thomas : Tu préfères manger une pizza ou des pâtes ce soir ?
Hugo : Ça m'est égal, les deux me vont très bien.
Thomas : D'accord, alors on va commander des pizzas. Tu veux choisir les garnitures ?
Nederlandse vertaling:
Thomas: Eet je vanavond liever pizza of pasta?
Hugo: Het maakt me niet uit, allebei vind ik prima.
Thomas: Oké, dan bestellen we pizza's. Wil je de toppings kiezen?
Onthouden: Als je vriendelijk wilt aangeven dat beide opties goed zijn, kun je ook zeggen: Comme tu veux ! — Zoals jij wilt!
17. C'est pas grave ! – Het geeft niet!
In informele spreektaal laten Fransen soms het woord ne weg uit een ontkenning. Daardoor hoor je vaak c'est pas grave in plaats van ce n'est pas grave. Je gebruikt de uitdrukking om iemand gerust te stellen wanneer er iets misgaat.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Léa : Pardon, j'ai oublié de te rendre ton livre. Je l'ai encore dans mon sac.
Sarah : C'est pas grave ! Tu peux me le donner demain.
Léa : Merci ! Je vais le mettre dans mon sac de cours pour ne pas l'oublier cette fois.
Nederlandse vertaling:
Léa: Sorry, ik ben vergeten je boek terug te geven. Ik heb het nog in mijn tas.
Sarah: Het geeft niet! Je kunt het morgen aan me geven.
Léa: Bedankt! Ik doe het in mijn schooltas zodat ik het deze keer niet vergeet.
Onthouden: In geschreven, formeel Frans is ce n'est pas grave de veiligste keuze. De verkorte vorm hoor je vooral in gesprekken.
18. J'ai hâte ! – Ik kan niet wachten!
Als je ergens naar uitkijkt, bijvoorbeeld een vakantie, een feestje of een concert, kun je zeggen: j'ai hâte ! Vaak wordt de uitdrukking gevolgd door de met een werkwoord, of door que met een bijzin.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Inès : Tu pars quand en vacances ?
Maya : Vendredi matin ! J'ai hâte de retrouver mes cousins et de passer quelques jours à la mer.
Inès : Quelle chance ! Moi, je dois encore attendre trois semaines avant de partir.
Nederlandse vertaling:
Inès: Wanneer vertrek je op vakantie?
Maya: Vrijdagochtend! Ik kan niet wachten om mijn neven en nichten weer te zien en een paar dagen aan zee door te brengen.
Inès: Wat een geluk! Ik moet nog drie weken wachten voordat ik vertrek.
Onthouden: J'ai hâte de partir betekent ‘ik kan niet wachten om te vertrekken’. Dit is een handige constructie om te leren.
19. Ça me fait plaisir ! – Dat doet me plezier!
Je kunt ça me fait plaisir gebruiken wanneer iemand iets aardigs doet, wanneer je blij bent iemand te zien of wanneer je ergens graag mee helpt. De uitdrukking benadrukt dat iets je een goed gevoel geeft.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Paul : Merci de m'avoir aidé à préparer mon exposé. Sans toi, j'aurais eu beaucoup plus de difficultés.
Alex : Ça me fait plaisir ! Tu m'as aussi aidé la semaine dernière avec les mathématiques.
Paul : C'est vrai. On forme une bonne équipe !
Nederlandse vertaling:
Paul: Bedankt dat je me hebt geholpen mijn presentatie voor te bereiden. Zonder jou had ik veel meer moeite gehad.
Alex: Dat doe ik graag! Jij hebt mij vorige week ook geholpen met wiskunde.
Paul: Dat klopt. We vormen een goed team!
Onthouden: Wanneer je iets met plezier doet voor een ander, kun je ook zeggen: Avec plaisir ! — Met plezier!
20. Ça vaut le coup ! – Het is de moeite waard!
Deze uitdrukking gebruik je wanneer iets inspanning, tijd of geld kost, maar het resultaat goed genoeg is om het toch te doen. Denk bijvoorbeeld aan een moeilijke wandeling, een lange reis of extra oefenen voor een toets.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Nicolas : Tu as vraiment étudié le français tous les soirs cette semaine ?
Arthur : Oui, c'était parfois difficile, mais ça vaut le coup. J'ai fait beaucoup moins d'erreurs pendant le dernier exercice.
Nicolas : Alors, je devrais peut-être faire la même chose avant le prochain contrôle.
Nederlandse vertaling:
Nicolas: Heb je deze week echt iedere avond Frans geleerd?
Arthur: Ja, soms was het moeilijk, maar het is de moeite waard. Ik maakte veel minder fouten tijdens de laatste oefening.
Nicolas: Dan zou ik misschien hetzelfde moeten doen voor de volgende toets.
Onthouden: Ça vaut le coup is handig wanneer je wilt zeggen dat iets de moeite waard is, zelfs als het niet gemakkelijk is.
21. À mon avis… – Naar mijn mening…
Als je in het Frans je mening wilt geven, is à mon avis een handige uitdrukking. Je kunt ermee beginnen wanneer je over een film, een schoolvak, een nieuwsbericht of een ander onderwerp praat. Je laat ermee zien dat je jouw eigen standpunt geeft.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Camille : Tu penses que les élèves devraient avoir moins de devoirs ?
Julie : À mon avis, oui. Les devoirs sont utiles, mais les élèves ont aussi besoin de temps pour se reposer et faire du sport.
Camille : Je suis d'accord. Il est important de trouver un bon équilibre.
Nederlandse vertaling:
Camille: Vind je dat leerlingen minder huiswerk zouden moeten krijgen?
Julie: Naar mijn mening wel. Huiswerk is nuttig, maar leerlingen hebben ook tijd nodig om uit te rusten en te sporten.
Camille: Ik ben het ermee eens. Het is belangrijk om een goede balans te vinden.
Onthouden: Je kunt ook je pense que… gebruiken, wat ‘ik denk dat…’ betekent. Beide uitdrukkingen zijn handig bij schrijfopdrachten en mondelinge toetsen.
22. Ça me dit bien ! – Dat lijkt me leuk!
Wanneer iemand een activiteit voorstelt die je wel ziet zitten, kun je antwoorden met ça me dit bien ! Het is een informele manier om te zeggen dat iets je leuk lijkt. Je hoort het bijvoorbeeld bij plannen met vrienden.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Thomas : Ça te dit d'aller au marché dimanche matin ? Il y a souvent de la musique et des stands de nourriture.
Lucas : Oui, ça me dit bien ! On pourrait aussi prendre un café en ville après.
Thomas : Bonne idée. Je vais regarder à quelle heure le marché ouvre.
Nederlandse vertaling:
Thomas: Lijkt het je leuk om zondagochtend naar de markt te gaan? Er is vaak muziek en er zijn eetkraampjes.
Lucas: Ja, dat lijkt me leuk! We kunnen daarna ook koffie drinken in de stad.
Thomas: Goed idee. Ik ga kijken hoe laat de markt opengaat.
Onthouden: Ça te dit ? betekent ongeveer ‘heb je daar zin in?’ of ‘lijkt je dat leuk?’ Het is een veelgebruikte manier om iemand iets voor te stellen.
23. Tant mieux ! – Des te beter!
Met tant mieux ! reageer je positief op nieuws. Je laat ermee zien dat je blij bent dat iets goed is afgelopen of dat een situatie gunstiger is dan verwacht.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Emma : Finalement, le professeur a décidé de reporter le contrôle à vendredi prochain.
Chloé : Tant mieux ! Comme ça, nous avons plus de temps pour réviser les verbes irréguliers.
Emma : Exactement. Je vais préparer quelques fiches pour apprendre les conjugaisons.
Nederlandse vertaling:
Emma: Uiteindelijk heeft de docent besloten de toets uit te stellen tot volgende vrijdag.
Chloé: Des te beter! Zo hebben we meer tijd om de onregelmatige werkwoorden te herhalen.
Emma: Precies. Ik ga een paar kaartjes maken om de vervoegingen te leren.
Onthouden: Het tegenovergestelde is tant pis !, wat ‘jammer dan’ of ‘helaas’ betekent. Beide uitdrukkingen zijn nuttig om op nieuws te reageren.
24. Tant pis ! – Jammer dan!
Niet alles loopt zoals je wilt. Wanneer iets niet doorgaat of een plan mislukt, kun je tant pis ! zeggen. Het betekent dat je de situatie jammer vindt, maar er niet veel meer aan kunt veranderen.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Maxime : Je suis désolé, mais je ne peux pas venir au match demain. Mes parents ont besoin de la voiture.
Antoine : Tant pis ! On essaiera de se retrouver une autre fois.
Maxime : Merci de comprendre. Je regarderai les résultats en ligne après le match.
Nederlandse vertaling:
Maxime: Het spijt me, maar ik kan morgen niet naar de wedstrijd komen. Mijn ouders hebben de auto nodig.
Antoine: Jammer dan! We proberen een andere keer af te spreken.
Maxime: Bedankt voor je begrip. Ik bekijk de uitslagen na de wedstrijd online.
Onthouden: Tant pis is een handige reactie wanneer je iets jammer vindt, maar besluit om verder te gaan.
25. Ça roule ! – Prima! / Alles loopt goed!
Ça roule ! is een informele uitdrukking die je kunt gebruiken om te zeggen dat iets goed gaat of dat een voorstel prima is. Het lijkt op ça marche, maar kan ook betekenen dat alles lekker loopt.
Voorbeeldgesprek in het Frans:
Léo : On se retrouve devant la gare à huit heures demain matin ?
Nathan : Ça roule ! Je prendrai le train de sept heures trente pour arriver à l'heure.
Léo : Parfait. N'oublie pas ton billet et ton sac de sport !
Nederlandse vertaling:
Léo: Zullen we elkaar morgen om acht uur voor het station ontmoeten?
Nathan: Prima! Ik neem de trein van halfacht zodat ik op tijd aankom.
Léo: Perfect. Vergeet je kaartje en je sporttas niet!
Onthouden: Ça roule ! is informeel en past goed bij gesprekken met vrienden. Je kunt het gebruiken om een afspraak te bevestigen of aan te geven dat alles goed gaat.
Hoe leer je Franse uitdrukkingen sneller?
Je kent nu 25 Franse uitdrukkingen die je kunt tegenkomen in gesprekken, films, series en muziek. Maar hoe zorg je ervoor dat je ze ook echt onthoudt?
1. Leer uitdrukkingen in een hele zin. Het is makkelijker om J'en ai marre de mes devoirs te onthouden dan alleen de losse woorden marre en de. Je ziet meteen hoe de uitdrukking wordt gebruikt.
2. Lees de Franse voorbeeldgesprekken hardop. Zo oefen je niet alleen je leesvaardigheid, maar ook je uitspraak. Probeer de zinnen na te zeggen zonder steeds naar de tekst te kijken.
3. Maak je eigen voorbeeldzinnen. Schrijf bijvoorbeeld drie zinnen over je eigen leven met ça marche, j'ai la flemme of j'ai hâte. Hoe persoonlijker de zin, hoe makkelijker je hem vaak onthoudt.
4. Let op informele spreektaal. In gesproken Frans worden woorden soms ingekort of weggelaten. Dit hoor je bijvoorbeeld in deze films en series. Zo hoor je t'inquiète in plaats van ne t'inquiète pas. In formele schrijftaal gebruik je meestal de volledige vorm.
5. Herhaal de uitdrukkingen verspreid over meerdere dagen. Oefen vandaag vijf uitdrukkingen, herhaal ze morgen en test jezelf later opnieuw. Dat werkt meestal beter dan alle 25 in één keer proberen te leren.
Test jezelf: hoeveel Franse uitdrukkingen ken jij?
Probeer de volgende uitdrukkingen te vertalen voordat je de antwoorden bekijkt.
Conclusie: zo klinkt Frans een stuk natuurlijker
Franse uitdrukkingen leren is een goede manier om je woordenschat uit te breiden en gesprekken beter te begrijpen. Je ontdekt hoe Fransen hun enthousiasme, frustratie, twijfel en mening uitdrukken. Bovendien herken je steeds meer woorden wanneer je naar Franse films en series kijkt of naar Franse muziek luistert.
Je hoeft niet alle 25 uitdrukkingen tegelijk uit je hoofd te leren. Kies er eerst vijf uit die je handig vindt, gebruik ze in je eigen zinnen en breid je lijst daarna langzaam uit.
Zo leer je niet alleen Frans voor een toets, maar ook Frans dat je in echte gesprekken kunt gebruiken!