Frans woordenboek

Zoek snel de betekenis van Franse woorden met het online Frans woordenboek. Zoek op woord, ontdek woorden per categorie of filter op taalniveau van A1 tot C1. Of je nu Frans leert voor school, werk, vakantie of gewoon je woordenschat wilt uitbreiden: vind eenvoudig de Franse woorden die bij jou passen. Ontdek, zoek en leer Franse woorden op jouw niveau.

Woorden worden geladen...

apprendre

leren
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'apprends le français tous les jours.

Ik leer elke dag Frans.

Geen woorden gevonden die aan je zoekopdracht voldoen.

aimer

houden van; leuk vinden
A1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

J'aime beaucoup la musique.

Ik houd erg van muziek.

arriver

aankomen
A1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous arrivons à Paris à midi.

We komen om twaalf uur in Parijs aan.

beau

mooi; knap
A1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est un beau jour.

Het is een mooie dag.

boire

drinken
A1 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je bois de l'eau.

Ik drink water.

bonjour

hallo; goedendag
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Bonjour, comment allez-vous ?

Hallo, hoe gaat het met u?

chercher

zoeken
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je cherche mes clés.

Ik zoek mijn sleutels.

chez

bij; bij iemand thuis
A1 voorzetsel
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je suis chez Paul.

Ik ben bij Paul thuis.

commencer

beginnen
A1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cours commence à neuf heures.

De les begint om negen uur.

famille

familie
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma famille habite en France.

Mijn familie woont in Frankrijk.

habiter

wonen
A1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'habite à Breda.

Ik woon in Breda.

heure

uur
A1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est trois heures.

Het is drie uur.

manger

eten
A1 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous mangeons au restaurant.

We eten in het restaurant.

matin

ochtend
A1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille le matin.

Ik werk 's ochtends.

petit

klein
A1 bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'habite dans un petit appartement.

Ik woon in een klein appartement.

prendre

nemen; pakken
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je prends le bus.

Ik neem de bus.

regarder

kijken
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je regarde la télévision.

Ik kijk televisie.

rue

straat
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'habite dans cette rue.

Ik woon in deze straat.

salut

hoi; hallo
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Salut, ça va ?

Hoi, alles goed?

soir

avond
A1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je rentre ce soir.

Ik kom vanavond thuis.

travailler

werken
A1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille dans un bureau.

Ik werk op een kantoor.

voyager

reizen
A1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

J'aime voyager en France.

Ik reis graag in Frankrijk.

améliorer

verbeteren
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux améliorer mon français.

Ik wil mijn Frans verbeteren.

anniversaire

verjaardag
A2 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est mon anniversaire aujourd'hui.

Vandaag ben ik jarig.

apporter

brengen; meenemen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

N'oublie pas d'apporter ton livre.

Vergeet niet je boek mee te nemen.

besoin

behoefte; nodig hebben
A2 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai besoin de ton aide.

Ik heb je hulp nodig.

bientôt

binnenkort
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je reviendrai bientôt.

Ik kom binnenkort terug.

comprendre

begrijpen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je comprends la question.

Ik begrijp de vraag.

difficile

moeilijk
A2 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cet exercice est difficile.

Deze oefening is moeilijk.

environnement

omgeving; milieu
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons protéger l'environnement.

We moeten het milieu beschermen.

fatigué

moe; vermoeid
A2 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je suis très fatigué aujourd'hui.

Ik ben vandaag erg moe.

froid

koud
A2 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il fait froid aujourd'hui.

Het is vandaag koud.

inviter

uitnodigen
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

J'invite mes amis à dîner.

Ik nodig mijn vrienden uit voor het diner.

malade

ziek
A2 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Mon frère est malade.

Mijn broer is ziek.

oublier

vergeten
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai oublié mon téléphone.

Ik ben mijn telefoon vergeten.

pluie

regen
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La pluie commence à tomber.

De regen begint te vallen.

possible

mogelijk
A2 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Est-il possible de venir demain ?

Is het mogelijk om morgen te komen?

préparer

voorbereiden; klaarmaken
A2 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je prépare le dîner.

Ik maak het avondeten klaar.

répondre

antwoorden
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il répond à la question.

Hij antwoordt op de vraag.

souvent

vaak
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais souvent au cinéma.

Ik ga vaak naar de bioscoop.

accepter

accepteren; aanvaarden
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il a accepté ma proposition.

Hij heeft mijn voorstel geaccepteerd.

actuellement

momenteel; tegenwoordig
B1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille actuellement à Paris.

Ik werk momenteel in Parijs.

comportement

gedrag
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Son comportement a changé.

Zijn gedrag is veranderd.

confiance

vertrouwen
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai confiance en lui.

Ik vertrouw hem.

conséquence

gevolg; consequentie
B1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette décision aura des conséquences importantes.

Deze beslissing zal belangrijke gevolgen hebben.

découvrir

ontdekken
B1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons découvert un petit village.

We hebben een klein dorpje ontdekt.

effort

inspanning; moeite
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut faire un effort.

Je moet moeite doen.

expliquer

uitleggen; verklaren
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous expliquer le problème ?

Kunt u het probleem uitleggen?

habitude

gewoonte
B1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est une bonne habitude.

Het is een goede gewoonte.

inquiétude

bezorgdheid; zorgen
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette situation me cause beaucoup d'inquiétude.

Deze situatie baart me veel zorgen.

mériter

verdienen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle mérite de réussir.

Ze verdient het om te slagen.

nécessaire

noodzakelijk; nodig
B1 bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il est nécessaire de réserver à l'avance.

Het is nodig om vooraf te reserveren.

objectif

doel; doelstelling
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Notre objectif est de réussir.

Ons doel is om te slagen.

participer

deelnemen; meedoen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tout le monde peut participer.

Iedereen kan meedoen.

pourtant

toch; echter
B1 bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est fatigué, pourtant il continue.

Hij is moe, maar toch gaat hij door.

protéger

beschermen
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons protéger la nature.

We moeten de natuur beschermen.

réussir

slagen; lukken
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle a réussi son examen.

Ze is geslaagd voor haar examen.

se souvenir

zich herinneren
B1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je me souviens de cette journée.

Ik herinner me die dag.

cependant

echter; toch
B2 bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le problème semble simple, cependant il est complexe.

Het probleem lijkt eenvoudig, maar het is complex.

conscience

bewustzijn; geweten
B2 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a pris conscience du problème.

Hij werd zich bewust van het probleem.

démarche

stap; procedure; aanpak
B2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette démarche demande beaucoup de temps.

Deze procedure kost veel tijd.

enjeu

belang; inzet; uitdaging
B2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enjeux de cette décision sont importants.

De belangen van deze beslissing zijn groot.

essentiel

essentieel
B2 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est essentiel de bien communiquer.

Het is essentieel om goed te communiceren.

évolution

ontwikkeling; evolutie
B2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'évolution de la société est rapide.

De ontwikkeling van de samenleving gaat snel.

fiable

betrouwbaar
B2 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons besoin d'une source fiable.

We hebben een betrouwbare bron nodig.

influence

invloed
B2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les médias ont une grande influence.

De media hebben veel invloed.

maintenir

behouden; handhaven
B2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut maintenir cet équilibre.

We moeten dit evenwicht behouden.

néanmoins

niettemin; toch
B2 bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La situation est difficile, néanmoins nous continuons.

De situatie is moeilijk, toch gaan we door.

pertinent

relevant; passend
B2 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est une remarque pertinente.

Dat is een relevante opmerking.

préoccupation

zorg; bezorgdheid
B2 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La sécurité est une préoccupation majeure.

Veiligheid is een grote zorg.

réduire

verminderen; verlagen
B2 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons réduire notre consommation.

We moeten ons verbruik verminderen.

remarquable

opmerkelijk; bijzonder
B2 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a fait un travail remarquable.

Ze heeft opmerkelijk werk geleverd.

soutenir

steunen; ondersteunen
B2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma famille m'a toujours soutenu.

Mijn familie heeft me altijd gesteund.

tendance

trend; neiging
B2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette tendance est visible partout.

Deze trend is overal zichtbaar.

aboutir

leiden tot; resulteren
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les négociations ont abouti à un accord.

De onderhandelingen hebben tot een akkoord geleid.

ambitieux

ambitieus
C1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est un projet ambitieux.

Het is een ambitieus project.

approfondir

verdiepen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons approfondir cette question.

We moeten deze kwestie verder uitdiepen.

cohérent

samenhangend; consistent
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Son argumentation est claire et cohérente.

Zijn argumentatie is duidelijk en samenhangend.

considérable

aanzienlijk; groot
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cela représente un coût considérable.

Dat vertegenwoordigt een aanzienlijke kostenpost.

décisif

doorslaggevend; beslissend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Son intervention a été décisive.

Zijn interventie was doorslaggevend.

désormais

voortaan; vanaf nu
C1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Désormais, nous travaillerons ensemble.

Vanaf nu zullen we samenwerken.

exiger

eisen; vereisen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette fonction exige beaucoup d'expérience.

Deze functie vereist veel ervaring.

favorable

gunstig
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les conditions sont favorables.

De omstandigheden zijn gunstig.

incontournable

onmisbaar; niet te missen
C1 bijvoeglijk naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ce musée est incontournable à Paris.

Dit museum mag je in Parijs niet missen.

maîtriser

beheersen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle maîtrise parfaitement le français.

Ze beheerst het Frans perfect.

préconiser

aanbevelen; adviseren
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin préconise davantage de repos.

De arts adviseert meer rust.

prépondérant

doorslaggevend; overheersend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Son rôle a été prépondérant dans cette décision.

Zijn rol was doorslaggevend bij deze beslissing.

subséquent

daaropvolgend; volgend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les événements subséquents ont confirmé cette décision.

De daaropvolgende gebeurtenissen bevestigden deze beslissing.

voire

zelfs
C1 bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette solution est difficile, voire impossible.

Deze oplossing is moeilijk, misschien zelfs onmogelijk.

appartement

appartement; flat
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'habite dans un petit appartement.

Ik woon in een klein appartement.

beaucoup

veel; erg
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Merci beaucoup !

Heel erg bedankt!

demander

vragen; verzoeken
A1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais demander quelque chose.

Ik wil graag iets vragen.

dimanche

zondag
A1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes dimanche aujourd'hui.

Vandaag is het zondag.

dormir

slapen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dormir.

Ik wil slapen.

école

school
A1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants vont à l'école.

De kinderen gaan naar school.

enfant

kind
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

J'ai deux enfants.

Ik heb twee kinderen.

fenêtre

raam; venster
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ouvre la fenêtre, s'il te plaît.

Doe het raam open, alsjeblieft.

femme

vrouw
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Cette femme habite ici.

Deze vrouw woont hier.

finir

eindigen; afmaken
A1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dois finir mon travail.

Ik moet mijn werk afmaken.

frère

broer
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon frère est plus jeune que moi.

Mijn broer is jonger dan ik.

grand

groot; lang
A1 bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons une grande maison.

We hebben een groot huis.

livre

boek
A1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je lis un livre.

Ik lees een boek.

mère

moeder
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma mère habite à Paris.

Mijn moeder woont in Parijs.

père

vader
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon père travaille ici.

Mijn vader werkt hier.

porte

deur
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ferme la porte.

Doe de deur dicht.

sœur

zus
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma sœur étudie le français.

Mijn zus studeert Frans.

voiture

auto; wagen
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ma voiture est devant la maison.

Mijn auto staat voor het huis.

ancien

oud; voormalig
A2 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est un ancien professeur.

Het is een voormalige leraar.

choisir

kiezen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tu peux choisir le dessert.

Je kunt het dessert kiezen.

conduire

rijden; besturen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je sais conduire une voiture.

Ik kan autorijden.

conseil

advies; raad
A2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci pour ton conseil.

Bedankt voor je advies.

décider

beslissen; besluiten
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons décider rapidement.

We moeten snel beslissen.

déjeuner

lunch; lunchen
A2 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous prenons le déjeuner à midi.

We lunchen om twaalf uur.

emploi

baan; werk; betrekking
A2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle cherche un nouvel emploi.

Ze zoekt een nieuwe baan.

endroit

plaats; plek
A2 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est un endroit très calme.

Het is een heel rustige plek.

essayer

proberen
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais essayer encore une fois.

Ik ga het nog een keer proberen.

facile

gemakkelijk; makkelijk; eenvoudig
A2 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cet exercice est facile.

Deze oefening is gemakkelijk.

gagner

winnen; verdienen
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il gagne beaucoup d'argent.

Hij verdient veel geld.

jardin

tuin
A2 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dans le jardin.

De kinderen spelen in de tuin.

lendemain

volgende dag; de dag erna
A2 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le lendemain, nous sommes partis tôt.

De volgende dag vertrokken we vroeg.

marcher

lopen; wandelen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous aimons marcher le soir.

We wandelen graag 's avonds.

naître

geboren worden; ontstaan
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il est né en France.

Hij is in Frankrijk geboren.

prochain

volgende; komend
A2 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

À la semaine prochaine !

Tot volgende week!

recevoir

ontvangen; krijgen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai reçu ton message.

Ik heb je bericht ontvangen.

rentrer

teruggaan; thuiskomen; terugkeren
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je rentre chez moi à six heures.

Ik kom om zes uur thuis.

saison

seizoen
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est ta saison préférée ?

Wat is je favoriete seizoen?

santé

gezondheid
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La santé est très importante.

Gezondheid is heel belangrijk.

sentir

voelen; ruiken
A2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je me sens bien aujourd'hui.

Ik voel me vandaag goed.

terminer

beëindigen; afmaken
A2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dois terminer ce travail.

Ik moet dit werk afmaken.

contenir

bevatten
B1 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ce produit contient beaucoup de sucre.

Dit product bevat veel suiker.

convaincre

overtuigen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il a réussi à me convaincre.

Hij is erin geslaagd mij te overtuigen.

développer

ontwikkelen; uitwerken
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise développe un nouveau produit.

Het bedrijf ontwikkelt een nieuw product.

disponible

beschikbaar
B1 bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Êtes-vous disponible demain ?

Bent u morgen beschikbaar?

échec

mislukking; falen
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

L'échec peut être une expérience utile.

Falen kan een nuttige ervaring zijn.

économie

economie
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'économie du pays est en croissance.

De economie van het land groeit.

expérience

ervaring; experiment
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il a beaucoup d'expérience.

Hij heeft veel ervaring.

gérer

beheren; omgaan met; managen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle sait bien gérer son temps.

Ze kan haar tijd goed beheren.

inconvénient

nadeel; bezwaar
B1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le principal inconvénient est le prix.

Het grootste nadeel is de prijs.

liberté

vrijheid
B1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La liberté est importante pour chacun.

Vrijheid is belangrijk voor iedereen.

mesure

maatregel; maat; meting
B1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le gouvernement a pris une nouvelle mesure.

De regering heeft een nieuwe maatregel genomen.

nécessité

noodzaak
B1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il comprend la nécessité de changer.

Hij begrijpt de noodzaak om te veranderen.

occasion

gelegenheid; kans
B1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est une bonne occasion de voyager.

Het is een goede gelegenheid om te reizen.

prévenir

waarschuwen; voorkomen
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut prévenir les accidents.

Je moet ongelukken voorkomen.

proposer

voorstellen; aanbieden
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je peux vous proposer une solution.

Ik kan u een oplossing voorstellen.

relation

relatie; verhouding; verband
B1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils ont une bonne relation.

Ze hebben een goede relatie.

risque

risico; gevaar
B1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un risque de pluie.

Er is kans op regen.

solution

oplossing
B1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons trouver une solution.

We moeten een oplossing vinden.

souhaiter

wensen; hopen
B1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vous souhaite bonne chance.

Ik wens u veel succes.

succès

succes
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le projet a été un grand succès.

Het project was een groot succes.

utile

nuttig; bruikbaar
B1 bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette information est très utile.

Deze informatie is erg nuttig.

cependant

echter; toch
B2 overig
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est cependant nécessaire d'agir.

Het is echter noodzakelijk om te handelen.

contribuer

bijdragen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tout le monde peut contribuer au projet.

Iedereen kan bijdragen aan het project.

déterminer

bepalen; vaststellen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons déterminer les causes.

We moeten de oorzaken vaststellen.

évident

duidelijk; vanzelfsprekend
B2 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La réponse semble évidente.

Het antwoord lijkt vanzelfsprekend.

fréquemment

vaak; regelmatig
B2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il voyage fréquemment pour son travail.

Hij reist regelmatig voor zijn werk.

généralement

meestal; over het algemeen
B2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille généralement le lundi.

Ik werk meestal op maandag.

indiquer

aangeven; vermelden
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Veuillez indiquer votre adresse.

Vermeld alstublieft uw adres.

interdire

verbieden
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est interdit de fumer ici.

Het is hier verboden om te roken.

manière

manier; wijze
B2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il travaille d'une manière efficace.

Hij werkt op een efficiënte manier.

occasionnellement

soms; af en toe
B2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous mangeons occasionnellement au restaurant.

We eten af en toe in een restaurant.

prévoir

voorzien; plannen; verwachten
B2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous prévoyons de partir demain.

We zijn van plan morgen te vertrekken.

réclamer

eisen; opeisen; klagen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les clients réclament une réponse.

De klanten eisen een antwoord.

reconnaître

herkennen; erkennen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je reconnais cette personne.

Ik herken deze persoon.

réfléchir

nadenken; overwegen
B2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dois réfléchir avant de répondre.

Ik moet nadenken voordat ik antwoord.

remplacer

vervangen
B2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons remplacer cette pièce.

We moeten dit onderdeel vervangen.

résoudre

oplossen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut résoudre ce problème.

We moeten dit probleem oplossen.

respecter

respecteren; naleven
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut respecter les règles.

Je moet de regels naleven.

sensible

gevoelig; verstandig; merkbaar
B2 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle est très sensible aux critiques.

Ze is erg gevoelig voor kritiek.

adéquat

geschikt; passend; adequaat
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut trouver une réponse adéquate.

We moeten een passend antwoord vinden.

consacrer

besteden; wijden
C1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle consacre beaucoup de temps à son travail.

Ze besteedt veel tijd aan haar werk.

contraindre

dwingen; verplichten
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La situation nous contraint à agir.

De situatie dwingt ons om te handelen.

distinguer

onderscheiden; herkennen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile de distinguer les deux situations.

Het is moeilijk om de twee situaties te onderscheiden.

émerger

ontstaan; opkomen; naar voren komen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Une nouvelle tendance commence à émerger.

Er begint een nieuwe trend te ontstaan.

favoriser

bevorderen; stimuleren
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette mesure favorise l'emploi.

Deze maatregel bevordert de werkgelegenheid.

influencer

beïnvloeden
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les médias peuvent influencer l'opinion publique.

De media kunnen de publieke opinie beïnvloeden.

intervenir

ingrijpen; optreden; tussenkomen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le gouvernement doit intervenir rapidement.

De regering moet snel ingrijpen.

pertinence

relevantie; toepasselijkheid
C1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La pertinence de cette question est évidente.

De relevantie van deze vraag is duidelijk.

préserver

beschermen; behouden; bewaren
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons préserver l'environnement.

We moeten het milieu beschermen.

relever

opmerken; vaststellen; benadrukken
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il convient de relever plusieurs différences.

Er moeten verschillende verschillen worden vastgesteld.

témoigner

getuigen; blijk geven
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ces résultats témoignent d'une amélioration.

Deze resultaten getuigen van een verbetering.

écouter

luisteren
A1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'écoute de la musique le soir.

Ik luister 's avonds naar muziek.

fermer

sluiten
A1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je ferme la fenêtre.

Ik sluit het raam.

finir

eindigen, afmaken
A1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous finissons à six heures.

Wij zijn om zes uur klaar.

jouer

spelen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dans le jardin.

De kinderen spelen in de tuin.

lire

lezen
A1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je lis un livre avant de dormir.

Ik lees een boek voordat ik ga slapen.

ouvrir

openen
A1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Peux-tu ouvrir la porte ?

Kun je de deur openen?

porter

dragen, meenemen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle porte un sac noir.

Ze draagt een zwarte tas.

rentrer

thuiskomen, teruggaan
A1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je rentre à la maison à pied.

Ik ga te voet naar huis.

vendre

verkopen
A1 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Cette boulangerie vend du pain frais.

Deze bakker verkoopt vers brood.

chaud

warm, heet
A1 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le café est encore chaud.

De koffie is nog heet.

faim

honger
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'ai faim après le sport.

Ik heb honger na het sporten.

soif

dorst
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Après la promenade, j'ai soif.

Na de wandeling heb ik dorst.

content

tevreden, blij
A1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je suis content de mon résultat.

Ik ben tevreden met mijn resultaat.

voisin

buur, buurman
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mon voisin habite au troisième étage.

Mijn buur woont op de derde verdieping.

voiture

auto
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons en voiture demain.

We vertrekken morgen met de auto.

vite

snel, vlug
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il marche très vite.

Hij loopt erg snel.

ensemble

samen
A1 bijwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous habitons ensemble.

Wij wonen samen.

mari

echtgenoot, man
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Son mari travaille à Paris.

Haar man werkt in Parijs.

femme

vrouw, echtgenote
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Sa femme parle français.

Zijn vrouw spreekt Frans.

emprunter

lenen; nemen, volgen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous empruntons cette route.

Wij nemen deze weg.

éteindre

uitdoen, uitschakelen
A2 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

N'oublie pas d'éteindre la lumière.

Vergeet niet het licht uit te doen.

éviter

vermijden, voorkomen
A2 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut éviter trop de sucre.

Je moet te veel suiker vermijden.

grandir

groeien, opgroeien
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants grandissent vite.

Kinderen groeien snel op.

nettoyer

schoonmaken, reinigen
A2 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je nettoie la cuisine chaque samedi.

Ik maak elke zaterdag de keuken schoon.

rester

blijven
A2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous restons ici pendant deux jours.

Wij blijven hier twee dagen.

retourner

teruggaan, terugkeren
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous retournerons en France l'été prochain.

We gaan volgende zomer terug naar Frankrijk.

servir

dienen, serveren
A2 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

On sert le dîner à huit heures.

Het diner wordt om acht uur geserveerd.

souhaiter

wensen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vous souhaite une bonne journée.

Ik wens u een fijne dag.

disponible

beschikbaar, vrij
A2 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le professeur est disponible cet après-midi.

De leraar is vanmiddag beschikbaar.

prudent

voorzichtig, verstandig
A2 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut être prudent sur la route.

Je moet voorzichtig zijn op de weg.

propre

schoon; eigen
A2 bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La chambre est propre et lumineuse.

De kamer is schoon en licht.

rapidement

snel, vlug
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le train arrive rapidement en ville.

De trein komt snel in de stad aan.

accompagner

begeleiden, vergezellen
B1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais accompagner ma sœur à l'aéroport.

Ik ga met mijn zus mee naar het vliegveld.

constater

vaststellen, constateren
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons constaté une erreur.

We hebben een fout vastgesteld.

contenir

bevatten
B1 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Cette boisson contient beaucoup de sucre.

Deze drank bevat veel suiker.

décrire

beschrijven
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous décrire la situation ?

Kunt u de situatie beschrijven?

employer

gebruiken, inzetten
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut employer les bons outils.

Je moet de juiste hulpmiddelen gebruiken.

fournir

leveren, verstrekken
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise fournit des services aux clients.

Het bedrijf levert diensten aan klanten.

gérer

beheren, regelen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle gère une petite entreprise.

Zij runt een klein bedrijf.

interdire

verbieden
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est interdit de fumer ici.

Het is verboden hier te roken.

prévenir

waarschuwen, voorkomen
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette mesure peut prévenir les accidents.

Deze maatregel kan ongelukken voorkomen.

remplacer

vervangen
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois remplacer mon téléphone.

Ik moet mijn telefoon vervangen.

réserver

reserveren, boeken
B1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons réservé une chambre d'hôtel.

We hebben een hotelkamer geboekt.

accident

ongeluk, ongeval
B1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a eu un accident sur l'autoroute.

Er was een ongeluk op de snelweg.

avenir

toekomst
B1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle pense beaucoup à son avenir.

Ze denkt veel na over haar toekomst.

besoin

behoefte
B1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons besoin de plus de temps.

We hebben meer tijd nodig.

doute

twijfel
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il n'y a aucun doute sur sa décision.

Er bestaat geen twijfel over zijn beslissing.

réunion

vergadering, bijeenkomst
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La réunion commence à neuf heures.

De vergadering begint om negen uur.

quartier

wijk, buurt
B1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est un quartier très calme.

Het is een zeer rustige wijk.

appréhender

vrezen, met angst tegemoetzien
B2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle appréhende son premier jour de travail.

Ze ziet haar eerste werkdag met angst tegemoet.

confronter

confronteren, onder ogen zien
B2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il doit confronter ses peurs.

Hij moet zijn angsten onder ogen zien.

distinguer

onderscheiden
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut distinguer les deux concepts.

Je moet de twee begrippen onderscheiden.

évaluer

beoordelen, evalueren
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons évaluer les résultats.

We moeten de resultaten beoordelen.

favoriser

bevorderen, stimuleren
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette mesure favorise le dialogue.

Deze maatregel bevordert de dialoog.

impliquer

betrekken, impliceren
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le projet implique plusieurs équipes.

Bij het project zijn verschillende teams betrokken.

intervenir

ingrijpen, optreden
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La police est intervenue rapidement.

De politie greep snel in.

nuire

schaden, schade toebrengen
B2 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le manque de sommeil peut nuire à la santé.

Gebrek aan slaap kan schadelijk zijn voor de gezondheid.

relever

opmerken, vaststellen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On peut relever plusieurs différences.

Men kan verschillende verschillen vaststellen.

susciter

oproepen, teweegbrengen
B2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette nouvelle a suscité beaucoup d'émotion.

Dit nieuws riep veel emotie op.

urgence

spoed, urgentie
B2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut agir dans l'urgence.

Er moet met spoed worden gehandeld.

ampleur

omvang
B2 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons sous-estimé l'ampleur du problème.

We hebben de omvang van het probleem onderschat.

approche

aanpak, benadering
B2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette approche est particulièrement efficace.

Deze aanpak is bijzonder effectief.

démarche

stap, procedure, aanpak
B2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette démarche demande beaucoup de temps.

Deze procedure kost veel tijd.

ressource

hulpbron, middel, grondstof
B2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'eau est une ressource précieuse.

Water is een waardevolle hulpbron.

anéantir

vernietigen, tenietdoen
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La catastrophe a anéanti leurs espoirs.

De ramp heeft hun hoop volledig vernietigd.

circonscrire

beperken, afbakenen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut circonscrire le problème.

Het probleem moet worden afgebakend.

découler

voortvloeien
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette conclusion découle des résultats.

Deze conclusie vloeit voort uit de resultaten.

démentir

ontkennen, tegenspreken
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le ministre a démenti cette information.

De minister heeft deze informatie ontkend.

entraver

belemmeren, hinderen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le manque de moyens entrave le développement du projet.

Gebrek aan middelen belemmert de ontwikkeling van het project.

exclure

uitsluiten
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette possibilité ne peut être exclue.

Deze mogelijkheid kan niet worden uitgesloten.

invoquer

aanvoeren, inroepen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il invoque plusieurs raisons pour expliquer son choix.

Hij voert verschillende redenen aan om zijn keuze uit te leggen.

nuancer

nuanceren, verfijnen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut nuancer cette affirmation.

Deze bewering moet worden genuanceerd.

préserver

beschermen, behouden
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons préserver la biodiversité.

We moeten de biodiversiteit beschermen.

remédier

verhelpen, iets doen aan
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut remédier à cette situation.

Er moet iets aan deze situatie worden gedaan.

surmonter

overwinnen, te boven komen
C1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a réussi à surmonter cette difficulté.

Ze is erin geslaagd deze moeilijkheid te overwinnen.

véhiculer

verspreiden, overbrengen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les médias véhiculent souvent des idées nouvelles.

De media verspreiden vaak nieuwe ideeën.

enjeu

belang, inzet, uitdaging
C1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les enjeux économiques sont considérables.

De economische belangen zijn aanzienlijk.

essor

opkomst, sterke groei, bloei
C1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le secteur connaît un essor rapide.

De sector maakt een snelle groei door.

échéance

deadline, termijn, vervaldatum
C1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La date d'échéance approche rapidement.

De deadline komt snel dichterbij.

préambule

inleiding, voorwoord
C1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le texte commence par un court préambule.

De tekst begint met een korte inleiding.

prévalence

prevalentie, mate van voorkomen
C1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La prévalence de cette maladie varie selon les régions.

De prevalentie van deze ziekte verschilt per regio.

problématique

vraagstuk, problematiek
C1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La problématique mérite une analyse approfondie.

Het vraagstuk verdient een grondige analyse.

vulnérabilité

kwetsbaarheid
C1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut tenir compte de la vulnérabilité des personnes âgées.

Er moet rekening worden gehouden met de kwetsbaarheid van ouderen.

dessiner

tekenen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mon fils aime dessiner.

Mijn zoon tekent graag.

danser

dansen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous aimons danser ensemble.

Wij dansen graag samen.

dormir

slapen
A1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dors huit heures par nuit.

Ik slaap acht uur per nacht.

écrire

schrijven
A1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'écris une lettre à mon ami.

Ik schrijf een brief aan mijn vriend.

entrer

binnengaan, binnenkomen
A1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Vous pouvez entrer.

U kunt binnenkomen.

marcher

lopen, wandelen
A1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous marchons jusqu'au centre.

We lopen naar het centrum.

nager

zwemmen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants nagent dans la piscine.

De kinderen zwemmen in het zwembad.

porter

dragen, meenemen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte une veste bleue.

Hij draagt een blauwe jas.

rire

lachen
A1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Tout le monde rit à cette blague.

Iedereen lacht om deze grap.

tomber

vallen
A1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Attention à ne pas tomber.

Pas op dat je niet valt.

choisir

kiezen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tu peux choisir le dessert.

Je mag het dessert kiezen.

conduire

rijden, besturen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Elle apprend à conduire.

Ze leert autorijden.

courir

rennen, hardlopen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je cours trois fois par semaine.

Ik hardloop drie keer per week.

descendre

afdalen, naar beneden gaan, uitstappen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous descendons du train à Lyon.

We stappen in Lyon uit de trein.

monter

omhooggaan, instappen, klimmen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous montons dans le bus.

We stappen in de bus.

recevoir

ontvangen, krijgen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai reçu un message ce matin.

Ik heb vanmorgen een bericht ontvangen.

sentir

voelen, ruiken
A2 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je sens une odeur étrange.

Ik ruik een vreemde geur.

téléphoner

bellen, telefoneren
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais téléphoner à ma mère.

Ik ga mijn moeder bellen.

visiter

bezoeken, bezichtigen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous visitons un musée à Paris.

We bezoeken een museum in Parijs.

contribuer

bijdragen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Chacun peut contribuer au projet.

Iedereen kan aan het project bijdragen.

développer

ontwikkelen, uitwerken
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise développe un nouveau produit.

Het bedrijf ontwikkelt een nieuw product.

encourager

aanmoedigen, stimuleren
B1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ses parents l'encouragent à continuer.

Zijn ouders moedigen hem aan om door te gaan.

exprimer

uitdrukken, verwoorden
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle exprime clairement son opinion.

Ze verwoordt duidelijk haar mening.

fonctionner

werken, functioneren
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'ordinateur ne fonctionne plus.

De computer werkt niet meer.

garantir

garanderen, waarborgen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette méthode garantit de bons résultats.

Deze methode garandeert goede resultaten.

interrompre

onderbreken
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je suis désolé de vous interrompre.

Het spijt me dat ik u onderbreek.

manquer

missen, ontbreken
B1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Tu me manques beaucoup.

Ik mis je erg.

proposer

voorstellen, aanbieden
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais proposer une autre solution.

Ik zou een andere oplossing willen voorstellen.

reconnaître

herkennen, erkennen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je reconnais cette personne.

Ik herken deze persoon.

suffire

voldoende zijn, volstaan
B1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Une heure suffit pour terminer.

Een uur is voldoende om het af te maken.

décision

beslissing, besluit
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons prendre une décision.

We moeten een beslissing nemen.

progrès

vooruitgang, voortgang
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle fait beaucoup de progrès en français.

Ze maakt veel vooruitgang in het Frans.

compenser

compenseren, goedmaken
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette aide compense une partie des coûts.

Deze steun compenseert een deel van de kosten.

démontrer

aantonen, bewijzen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les résultats démontrent l'efficacité du traitement.

De resultaten tonen de effectiviteit van de behandeling aan.

élaborer

uitwerken, opstellen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'équipe a élaboré un nouveau plan.

Het team heeft een nieuw plan opgesteld.

exploiter

benutten, exploiteren
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise exploite cette technologie.

Het bedrijf benut deze technologie.

inciter

aansporen, aanzetten
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette campagne incite les citoyens à agir.

Deze campagne spoort burgers aan om te handelen.

interpréter

interpreteren, duiden
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile d'interpréter ces chiffres.

Het is moeilijk om deze cijfers te interpreteren.

justifier

rechtvaardigen, onderbouwen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Comment justifiez-vous cette décision ?

Hoe rechtvaardigt u deze beslissing?

observer

observeren, waarnemen
B2 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les scientifiques observent les changements du climat.

Wetenschappers observeren de veranderingen van het klimaat.

renforcer

versterken
B2 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Sport peut renforcer les muscles.

Sport kan de spieren versterken.

transformer

veranderen, omvormen
B2 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La technologie transforme notre quotidien.

Technologie verandert ons dagelijks leven.

enjeu

belang, inzet, uitdaging
B2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'enjeu principal est de trouver une solution.

De belangrijkste uitdaging is een oplossing vinden.

obstacle

obstakel, hindernis
B2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le manque de temps est un obstacle important.

Gebrek aan tijd is een belangrijke hindernis.

accroître

vergroten, doen toenemen
C1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette mesure pourrait accroître les coûts.

Deze maatregel zou de kosten kunnen verhogen.

contraindre

dwingen, verplichten
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La situation l'a contraint à partir.

De situatie dwong hem om te vertrekken.

déplorer

betreuren, beklagen
C1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous déplorons cette situation.

Wij betreuren deze situatie.

éradiquer

uitroeien, volledig bestrijden
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les chercheurs cherchent à éradiquer cette maladie.

Onderzoekers proberen deze ziekte uit te roeien.

étayer

onderbouwen, staven
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il étaye son argument avec plusieurs exemples.

Hij onderbouwt zijn argument met verschillende voorbeelden.

incomber

rusten op, toevertrouwd zijn aan
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette responsabilité incombe au directeur.

Deze verantwoordelijkheid rust op de directeur.

préconiser

aanbevelen, adviseren
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les médecins préconisent une alimentation équilibrée.

Artsen bevelen een evenwichtige voeding aan.

proscrire

verbieden, uitbannen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette pratique devrait être proscrite.

Deze praktijk zou verboden moeten worden.

sous-estimer

onderschatten
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il ne faut pas sous-estimer les difficultés.

Je moet de moeilijkheden niet onderschatten.

soupçonner

vermoeden, verdenken
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La police soupçonne un lien entre les deux affaires.

De politie vermoedt een verband tussen de twee zaken.

témoigner

getuigen, getuigenis afleggen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Plusieurs personnes ont témoigné devant le tribunal.

Verschillende mensen hebben voor de rechtbank getuigd.

adéquation

overeenstemming, geschiktheid
C1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut vérifier l'adéquation entre les besoins et les moyens.

De overeenstemming tussen behoeften en middelen moet worden gecontroleerd.

diversité

diversiteit, verscheidenheid
C1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La diversité culturelle enrichit la société.

Culturele diversiteit verrijkt de samenleving.

fiabilité

betrouwbaarheid
C1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La fiabilité des données est essentielle.

De betrouwbaarheid van de gegevens is essentieel.

inégalité

ongelijkheid
C1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les inégalités sociales restent importantes.

De sociale ongelijkheid blijft groot.

perspective

perspectief, vooruitzicht
C1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les perspectives économiques restent incertaines.

De economische vooruitzichten blijven onzeker.

préservation

bescherming, behoud
C1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La préservation des forêts est une priorité.

Het behoud van bossen is een prioriteit.

rigueur

nauwkeurigheid, zorgvuldigheid, strengheid
C1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ce travail exige beaucoup de rigueur.

Dit werk vereist veel nauwkeurigheid.

vigilance

waakzaamheid, oplettendheid
C1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Une grande vigilance est nécessaire sur les routes.

Op de wegen is grote waakzaamheid nodig.

allumer

aanzetten, inschakelen
A1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Peux-tu allumer la lumière ?

Kun je het licht aandoen?

après

na, daarna
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On mange après le travail.

We eten na het werk.

avant

voor, voordat
A1 voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je prends un café avant le cours.

Ik drink koffie voor de les.

chambre

kamer, slaapkamer
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ma chambre est petite mais confortable.

Mijn kamer is klein maar comfortabel.

chemin

weg, pad, route
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous connaissons bien ce chemin.

We kennen deze weg goed.

dîner

avondeten, dineren
A1 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons dîner à huit heures.

We gaan om acht uur eten.

écouter

luisteren
A1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'écoute de la musique le soir.

Ik luister 's avonds naar muziek.

écrire

schrijven
A1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'écris un message à mon professeur.

Ik schrijf een bericht aan mijn docent.

entrer

binnenkomen, binnengaan
A1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Vous pouvez entrer.

U kunt binnenkomen.

fenêtre

raam, venster
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La fenêtre est ouverte.

Het raam staat open.

fille

meisje, dochter
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma fille aime beaucoup les livres.

Mijn dochter houdt erg van boeken.

garçon

jongen, ober
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le garçon joue dans le jardin.

De jongen speelt in de tuin.

inviter

uitnodigen
A1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

J'invite mes amis chez moi.

Ik nodig mijn vrienden bij mij thuis uit.

lire

lezen
A1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je lis un livre avant de dormir.

Ik lees een boek voordat ik ga slapen.

oublier

vergeten
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

N'oublie pas tes clés.

Vergeet je sleutels niet.

porte

deur
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ferme la porte, s'il te plaît.

Doe de deur dicht, alsjeblieft.

venir

komen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tu viens avec nous ?

Kom je met ons mee?

vite

snel, vlug
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il marche très vite.

Hij loopt heel snel.

choisir

kiezen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tu peux choisir le dessert.

Je kunt het dessert kiezen.

conduire

rijden, besturen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Mon père conduit très bien.

Mijn vader rijdt heel goed.

cuisiner

koken, bereiden
A2 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'aime cuisiner pour ma famille.

Ik kook graag voor mijn familie.

envoyer

sturen, verzenden
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais t'envoyer une photo.

Ik ga je een foto sturen.

essayer

proberen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais essayer une nouvelle recette.

Ik ga een nieuw recept proberen.

gagner

winnen, verdienen
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle gagne beaucoup d'argent.

Zij verdient veel geld.

perdre

verliezen, kwijtraken
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai perdu mes clés.

Ik ben mijn sleutels kwijtgeraakt.

raconter

vertellen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il raconte une histoire drôle.

Hij vertelt een grappig verhaal.

visiter

bezoeken
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous visitons un musée à Paris.

We bezoeken een museum in Parijs.

réserver

reserveren, boeken
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons réservé une chambre.

We hebben een kamer gereserveerd.

trajet

reis, traject, rit
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le trajet dure environ une heure.

De reis duurt ongeveer een uur.

quartier

wijk, buurt
A2 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'habite dans un quartier calme.

Ik woon in een rustige buurt.

voisin

buur, buurman, buurvrouw
A2 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mon voisin est très gentil.

Mijn buurman is erg aardig.

cadeau

cadeau, geschenk
A2 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

J'ai acheté un cadeau pour ma sœur.

Ik heb een cadeau voor mijn zus gekocht.

réunion

vergadering, bijeenkomst
A2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La réunion commence à neuf heures.

De vergadering begint om negen uur.

dangereux

gevaarlijk, riskant
A2 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette route est dangereuse en hiver.

Deze weg is in de winter gevaarlijk.

tranquille

rustig, kalm
A2 bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est un endroit très tranquille.

Het is een heel rustige plek.

accueillir

verwelkomen, ontvangen
B1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes heureux d'accueillir nos invités.

We zijn blij onze gasten te verwelkomen.

éviter

vermijden, voorkomen
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut éviter de trop manger.

Je moet vermijden om te veel te eten.

emprunter

lenen, nemen
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Puis-je emprunter ton vélo ?

Mag ik je fiets lenen?

fournir

leveren, verschaffen, voorzien
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise fournit des services de qualité.

Het bedrijf levert kwaliteitsdiensten.

constater

vaststellen, constateren, opmerken
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons constaté une différence importante.

We hebben een belangrijk verschil vastgesteld.

proposer

voorstellen, aanbieden
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais proposer une nouvelle idée.

Ik zou een nieuw idee willen voorstellen.

remplacer

vervangen
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut remplacer cette lampe.

Deze lamp moet vervangen worden.

signaler

melden, aangeven, signaleren
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci de signaler tout problème.

Meld elk probleem alstublieft.

traiter

behandelen, verwerken, omgaan met
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons traiter ce problème rapidement.

We moeten dit probleem snel behandelen.

développer

ontwikkelen, uitbouwen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise développe un nouveau produit.

Het bedrijf ontwikkelt een nieuw product.

patience

geduld
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut avoir de la patience avec les enfants.

Je moet geduld hebben met kinderen.

courage

moed, dapperheid
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut avoir le courage de parler.

Je moet de moed hebben om te spreken.

aborder

bespreken, benaderen, aansnijden
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons aborder cette question demain.

We gaan deze kwestie morgen bespreken.

admettre

toegeven, erkennen, toelaten
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il doit admettre qu'il s'est trompé.

Hij moet toegeven dat hij zich vergist heeft.

bénéficier

profiteren, voordeel hebben van
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les étudiants bénéficient d'une réduction.

Studenten profiteren van een korting.

contester

betwisten, aanvechten, protesteren
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il conteste la décision du tribunal.

Hij betwist de beslissing van de rechtbank.

distinguer

onderscheiden, verschil zien
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile de distinguer les deux couleurs.

Het is moeilijk om de twee kleuren te onderscheiden.

élaborer

uitwerken, ontwikkelen, opstellen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'équipe élabore un nouveau projet.

Het team werkt een nieuw project uit.

favoriser

bevorderen, stimuleren
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette mesure favorise l'emploi.

Deze maatregel bevordert de werkgelegenheid.

imposer

opleggen, verplichten
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le gouvernement impose de nouvelles règles.

De regering legt nieuwe regels op.

inciter

aansporen, aanzetten, stimuleren
B2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette campagne incite les jeunes à agir.

Deze campagne spoort jongeren aan om te handelen.

intervenir

ingrijpen, optreden, tussenbeide komen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La police est intervenue rapidement.

De politie greep snel in.

justifier

rechtvaardigen, verantwoorden, onderbouwen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il doit justifier sa décision.

Hij moet zijn beslissing verantwoorden.

mobiliser

mobiliseren, inzetten, verzamelen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'organisation mobilise de nombreux bénévoles.

De organisatie mobiliseert veel vrijwilligers.

négocier

onderhandelen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils négocient un nouveau contrat.

Ze onderhandelen over een nieuw contract.

prévoir

voorzien, plannen, verwachten
B2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous prévoyons de partir demain.

We zijn van plan morgen te vertrekken.

résoudre

oplossen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons résoudre ce problème ensemble.

We moeten dit probleem samen oplossen.

souligner

benadrukken, onderstrepen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le professeur souligne l'importance de cet exercice.

De docent benadrukt het belang van deze oefening.

acquérir

verwerven, verkrijgen, opdoen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle a acquis une grande expérience professionnelle.

Ze heeft veel professionele ervaring opgedaan.

anticiper

anticiperen, vooruitlopen op, voorzien
C1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut anticiper les changements futurs.

We moeten anticiperen op toekomstige veranderingen.

concilier

verenigen, combineren, verzoenen
C1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile de concilier travail et famille.

Het is moeilijk om werk en gezin te combineren.

déduire

afleiden, concluderen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

On peut en déduire que la situation est grave.

Daaruit kunnen we concluderen dat de situatie ernstig is.

démontrer

aantonen, bewijzen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette étude démontre l'importance du sommeil.

Deze studie toont het belang van slaap aan.

dissimuler

verbergen, verhullen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il essaie de dissimuler la vérité.

Hij probeert de waarheid te verbergen.

émerger

ontstaan, opkomen, naar voren komen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Une nouvelle tendance commence à émerger.

Een nieuwe trend begint op te komen.

envisager

overwegen, in overweging nemen
C1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous envisageons plusieurs solutions.

We overwegen verschillende oplossingen.

exacerber

verergeren, verscherpen
C1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette décision risque d'exacerber les tensions.

Deze beslissing kan de spanningen verergeren.

générer

genereren, opleveren, veroorzaken
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette activité génère beaucoup de revenus.

Deze activiteit levert veel inkomsten op.

instaurer

invoeren, instellen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le gouvernement souhaite instaurer une nouvelle taxe.

De regering wil een nieuwe belasting invoeren.

nuancer

nuanceren, verfijnen, relativeren
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut nuancer cette affirmation.

Deze bewering moet worden genuanceerd.

persister

aanhouden, voortduren, volharden
C1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le problème persiste depuis plusieurs mois.

Het probleem houdt al enkele maanden aan.

prévaloir

overheersen, prevaleren, gelden
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La prudence doit prévaloir dans cette situation.

Voorzichtigheid moet in deze situatie de overhand hebben.

remédier

verhelpen, aanpakken, oplossen
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut agir pour remédier à cette situation.

We moeten handelen om deze situatie te verhelpen.

susciter

opwekken, veroorzaken, teweegbrengen
C1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette annonce a suscité beaucoup d'intérêt.

Deze aankondiging heeft veel belangstelling gewekt.

transposer

overbrengen, aanpassen, vertalen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile de transposer cette théorie dans la pratique.

Het is moeilijk om deze theorie naar de praktijk te vertalen.

contraignant

bindend, verplicht, beperkend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ces règles sont trop contraignantes.

Deze regels zijn te beperkend.

vraisemblable

aannemelijk, waarschijnlijk, geloofwaardig
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette explication semble vraisemblable.

Deze verklaring lijkt aannemelijk.

danser

dansen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous aimons danser ensemble.

We dansen graag samen.

chanter

zingen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle aime chanter sous la douche.

Ze zingt graag onder de douche.

nager

zwemmen
A1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants aiment nager dans la piscine.

De kinderen zwemmen graag in het zwembad.

rester

blijven
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je préfère rester à la maison ce soir.

Ik blijf vanavond liever thuis.

partir

vertrekken, weggaan
A1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train va partir à dix heures.

De trein vertrekt om tien uur.

rentrer

thuiskomen, teruggaan
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je rentre chez moi après le travail.

Ik ga na het werk naar huis.

porter

dragen, meenemen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte un sac lourd.

Hij draagt een zware tas.

laisser

laten, achterlaten
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je laisse mes chaussures près de la porte.

Ik laat mijn schoenen bij de deur staan.

montrer

tonen, laten zien, aanwijzen
A1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous me montrer le chemin ?

Kunt u mij de weg wijzen?

toucher

aanraken, raken
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ne touche pas à cette machine.

Raak deze machine niet aan.

trouver

vinden
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je ne trouve pas mes lunettes.

Ik kan mijn bril niet vinden.

habiller

aankleden, kleden
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle habille son enfant avant l'école.

Ze kleedt haar kind aan voor school.

chaussures

schoenen, schoeisel
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mes chaussures sont près de la porte.

Mijn schoenen staan bij de deur.

table

tafel
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sur la table.

Het boek ligt op de tafel.

chaise

stoel
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a quatre chaises autour de la table.

Er staan vier stoelen rond de tafel.

école

school
A1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Mon fils va à l'école à pied.

Mijn zoon gaat lopend naar school.

chien

hond
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le chien joue dans le jardin.

De hond speelt in de tuin.

chat

kat
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le chat dort sur le canapé.

De kat slaapt op de bank.

annoncer

aankondigen, melden, bekendmaken
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La radio annonce une nouvelle importante.

De radio kondigt belangrijk nieuws aan.

appartenir

toebehoren, behoren, van iemand zijn
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ce livre appartient à ma sœur.

Dit boek is van mijn zus.

changer

veranderen, wijzigen, wisselen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois changer de train à Lyon.

Ik moet in Lyon overstappen.

discuter

bespreken, praten, discussiëren
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous discutons de nos projets.

We praten over onze plannen.

manquer

missen, ontbreken, tekortkomen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai manqué le dernier bus.

Ik heb de laatste bus gemist.

mesurer

meten
A2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette pièce mesure cinq mètres de long.

Deze kamer is vijf meter lang.

nettoyer

schoonmaken, reinigen
A2 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je nettoie la cuisine tous les samedis.

Ik maak elke zaterdag de keuken schoon.

payer

betalen
A2 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je peux payer par carte ?

Kan ik met de kaart betalen?

plaire

bevallen, leuk vinden, behagen
A2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Ce film me plaît beaucoup.

Ik vind deze film erg leuk.

remplir

vullen, invullen, volmaken
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Veuillez remplir ce formulaire.

Vul dit formulier alstublieft in.

partager

delen
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous partageons souvent le repas en famille.

We eten vaak samen als gezin.

téléphone

telefoon
A2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Mon téléphone n'a plus de batterie.

Mijn telefoon heeft geen batterij meer.

billet

kaartje, ticket, bankbiljet
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

J'ai acheté un billet de train.

Ik heb een treinkaartje gekocht.

magasin

winkel, zaak
A2 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le magasin ferme à dix-neuf heures.

De winkel sluit om zeven uur.

plage

strand
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous passons la journée à la plage.

We brengen de dag op het strand door.

voyage

reis, reisje
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Notre voyage commence demain matin.

Onze reis begint morgenochtend.

célèbre

beroemd, bekend, vermaard
A2 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette ville est célèbre pour ses monuments.

Deze stad is beroemd om haar monumenten.

doucement

zachtjes, rustig, voorzichtig
A2 bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ferme doucement la fenêtre.

Doe het raam voorzichtig dicht.

analyser

analyseren, onderzoeken, ontleden
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les étudiants doivent analyser les résultats.

De studenten moeten de resultaten analyseren.

apparaître

verschijnen, opduiken, tevoorschijn komen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Son nom apparaît dans le journal.

Zijn naam verschijnt in de krant.

convaincre

overtuigen, overhalen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle a réussi à convaincre son collègue.

Ze is erin geslaagd haar collega te overtuigen.

dépendre

afhangen, afhankelijk zijn
B1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Tout dépend de la situation.

Alles hangt af van de situatie.

encourager

aanmoedigen, stimuleren, aansporen
B1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Ses parents l'encouragent à continuer.

Zijn ouders moedigen hem aan om door te gaan.

exprimer

uitdrukken, verwoorden, uiten
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il a du mal à exprimer ses sentiments.

Hij vindt het moeilijk zijn gevoelens te uiten.

fonctionner

werken, functioneren
B1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Cette machine ne fonctionne plus.

Deze machine werkt niet meer.

identifier

identificeren, herkennen, vaststellen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons identifier la cause du problème.

We moeten de oorzaak van het probleem vaststellen.

ignorer

negeren, niet weten, onbekend zijn met
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il ignore complètement cette information.

Hij negeert deze informatie volledig.

présenter

presenteren, voorstellen, introduceren
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle va présenter son projet demain.

Ze gaat haar project morgen presenteren.

reconnaître

herkennen, erkennen, toegeven
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je reconnais cette chanson.

Ik herken dit liedje.

ressentir

voelen, ervaren, ondervinden
B1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle ressent beaucoup de stress au travail.

Ze ervaart veel stress op het werk.

transmettre

overbrengen, doorgeven, overdragen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il transmet les informations à son équipe.

Hij geeft de informatie door aan zijn team.

valeur

waarde, belang
B1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La valeur de cette maison a augmenté.

De waarde van dit huis is gestegen.

choix

keuze, keus
B1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est un choix difficile.

Het is een moeilijke keuze.

progrès

vooruitgang, vorderingen
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle fait de grands progrès en français.

Ze maakt grote vorderingen in het Frans.

souci

zorg, probleem, bezorgdheid
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Ne t'inquiète pas, ce n'est pas un souci.

Maak je geen zorgen, het is geen probleem.

disponible

beschikbaar, vrij
B1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je suis disponible demain après-midi.

Ik ben morgenmiddag beschikbaar.

évident

duidelijk, vanzelfsprekend, evident
B1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La solution semble évidente.

De oplossing lijkt vanzelfsprekend.

attentif

oplettend, aandachtig
B1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les élèves doivent rester attentifs.

De leerlingen moeten goed opletten.

accorder

toekennen, verlenen, overeenkomen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le directeur lui a accordé une autorisation.

De directeur heeft hem toestemming gegeven.

affirmer

beweren, verklaren, bevestigen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il affirme que les chiffres sont corrects.

Hij beweert dat de cijfers correct zijn.

appliquer

toepassen, uitvoeren, aanbrengen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut appliquer cette méthode correctement.

Deze methode moet correct worden toegepast.

argumenter

argumenteren, beargumenteren, onderbouwen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle sait bien argumenter son point de vue.

Ze kan haar standpunt goed beargumenteren.

attribuer

toeschrijven, toekennen, toewijzen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

On lui attribue la responsabilité du projet.

Men schrijft hem de verantwoordelijkheid voor het project toe.

comparer

vergelijken
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile de comparer les deux systèmes.

Het is moeilijk om de twee systemen te vergelijken.

compléter

aanvullen, voltooien
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut compléter le rapport avant vendredi.

Het rapport moet voor vrijdag worden aangevuld.

considérer

beschouwen, overwegen, rekening houden met
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons considérer toutes les possibilités.

We moeten alle mogelijkheden overwegen.

contribuer

bijdragen, meewerken
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Chaque membre peut contribuer au projet.

Elk lid kan bijdragen aan het project.

critiquer

bekritiseren, kritiek geven
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il critique souvent les décisions du gouvernement.

Hij bekritiseert vaak de beslissingen van de regering.

engager

aannemen, inzetten, engageren
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise va engager de nouveaux employés.

Het bedrijf gaat nieuwe werknemers aannemen.

estimer

schatten, ramen, inschatten
B2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On estime le coût à deux millions d'euros.

Men schat de kosten op twee miljoen euro.

exploiter

benutten, exploiteren, uitbaten
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise exploite plusieurs sources d'énergie.

Het bedrijf benut verschillende energiebronnen.

intégrer

integreren, opnemen, deel laten uitmaken van
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle souhaite intégrer une équipe internationale.

Ze wil deel uitmaken van een internationaal team.

interpréter

interpreteren, uitleggen, duiden
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut interpréter ces résultats avec prudence.

Deze resultaten moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd.

limiter

beperken, begrenzen, inperken
B2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette règle limite l'accès au bâtiment.

Deze regel beperkt de toegang tot het gebouw.

mentionner

vermelden, noemen, benoemen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle mentionne ce problème dans son rapport.

Ze vermeldt dit probleem in haar rapport.

répartir

verdelen, toewijzen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons répartir les tâches équitablement.

We moeten de taken eerlijk verdelen.

révéler

onthullen, bekendmaken, aan het licht brengen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'enquête révèle plusieurs erreurs.

Het onderzoek brengt verschillende fouten aan het licht.

stable

stabiel, vast, constant
B2 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La situation économique reste stable.

De economische situatie blijft stabiel.

abroger

afschaffen, intrekken, ongeldig maken
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La nouvelle loi abroge l'ancienne réglementation.

De nieuwe wet trekt de oude regelgeving in.

abolir

afschaffen, opheffen, beëindigen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le pays a décidé d'abolir cette taxe.

Het land heeft besloten deze belasting af te schaffen.

déployer

uitrollen, inzetten, ontplooien
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise déploie une nouvelle stratégie.

Het bedrijf rolt een nieuwe strategie uit.

dissiper

verdrijven, wegnemen, oplossen
C1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette explication a dissipé mes inquiétudes.

Deze uitleg heeft mijn zorgen weggenomen.

détourner

afleiden, omleiden, misbruiken
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les fonds ont été détournés de leur objectif initial.

De middelen zijn voor een ander doel gebruikt dan oorspronkelijk bedoeld.

engendrer

veroorzaken, voortbrengen, teweegbrengen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette décision pourrait engendrer de nouveaux problèmes.

Deze beslissing zou nieuwe problemen kunnen veroorzaken.

évaluer

beoordelen, evalueren, inschatten
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le jury doit évaluer les différentes propositions.

De jury moet de verschillende voorstellen beoordelen.

expliciter

expliciet maken, verduidelijken, toelichten
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'auteur explicite les raisons de son choix.

De auteur licht de redenen voor zijn keuze toe.

fragiliser

verzwakken, kwetsbaar maken, ondermijnen
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La crise fragilise les petites entreprises.

De crisis verzwakt kleine bedrijven.

hiérarchiser

rangschikken, prioriteren, ordenen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut hiérarchiser les priorités avant d'agir.

We moeten de prioriteiten rangschikken voordat we handelen.

légitimer

rechtvaardigen, legitimeren, wettigen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette décision ne peut pas légitimer une telle pratique.

Deze beslissing kan een dergelijke praktijk niet rechtvaardigen.

marginaliser

marginaliseren, buitensluiten, achterstellen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette politique risque de marginaliser certains groupes.

Dit beleid dreigt bepaalde groepen buitenspel te zetten.

préserver

beschermen, behouden, bewaren, vrijwaren
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons préserver la biodiversité.

We moeten de biodiversiteit beschermen.

rationaliser

rationaliseren, efficiënter maken, stroomlijnen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise cherche à rationaliser ses dépenses.

Het bedrijf probeert zijn uitgaven efficiënter te beheren.

réhabiliter

rehabiliteren, herstellen, in ere herstellen
C1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La ville souhaite réhabiliter les bâtiments anciens.

De stad wil de oude gebouwen renoveren.

réorienter

heroriënteren, ombuigen, een nieuwe richting geven
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise doit réorienter sa stratégie.

Het bedrijf moet zijn strategie bijsturen.

soumettre

voorleggen, onderwerpen, indienen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le candidat doit soumettre son dossier avant lundi.

De kandidaat moet zijn dossier voor maandag indienen.

structurer

structureren, ordenen, opbouwen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut structurer clairement les différentes étapes.

De verschillende stappen moeten duidelijk worden gestructureerd.

transversal

transversaal, overkoepelend, sectoroverschrijdend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le projet nécessite une approche transversale.

Het project vereist een overkoepelende aanpak.

sortir

uitgaan; naar buiten gaan
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons sortir ce soir.

We gaan vanavond uit.

ailleurs

elders; ergens anders
A2 bijwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons chercher ailleurs.

We moeten ergens anders zoeken.

doucement

zachtjes; voorzichtig
A2 bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Parle doucement, s'il te plaît.

Praat zachtjes, alsjeblieft.

exactement

precies; exact
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est exactement ce que je cherche.

Dat is precies wat ik zoek.

finalement

uiteindelijk; tenslotte
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Finalement, nous avons trouvé une solution.

Uiteindelijk hebben we een oplossing gevonden.

normalement

normaal; normaal gesproken
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Normalement, le magasin ouvre à neuf heures.

Normaal gesproken opent de winkel om negen uur.

presque

bijna; nagenoeg
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est presque midi.

Het is bijna twaalf uur.

rarement

zelden
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je mange rarement au restaurant.

Ik eet zelden in een restaurant.

simplement

eenvoudig; gewoon; simpelweg
A2 bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux simplement comprendre.

Ik wil het gewoon begrijpen.

adresser

richten; adresseren; toespreken
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais vous adresser une question.

Ik zou u een vraag willen stellen.

amener

brengen; meenemen
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais amener mes enfants à l'école.

Ik ga mijn kinderen naar school brengen.

remarquer

opmerken; merken
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai remarqué une erreur dans le texte.

Ik heb een fout in de tekst opgemerkt.

réagir

reageren
B1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a réagi calmement à la critique.

Hij reageerde rustig op de kritiek.

renseigner

informeren; informatie geven
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous me renseigner sur les horaires ?

Kunt u mij informeren over de tijden?

se débrouiller

zich redden
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle sait se débrouiller seule.

Ze weet zich alleen te redden.

s'adapter

zich aanpassen
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut s'adapter aux nouvelles conditions.

Je moet je aanpassen aan de nieuwe omstandigheden.

s'améliorer

verbeteren; beter worden
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Son français s'est beaucoup amélioré.

Zijn Frans is sterk verbeterd.

supporter

verdragen; ondersteunen
B1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je ne peux plus supporter ce bruit.

Ik kan dit lawaai niet meer verdragen.

tangible

tastbaar; concreet
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons obtenu des résultats tangibles.

We hebben concrete resultaten behaald.

ambigu

dubbelzinnig; onduidelijk; meerduidig
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Son message reste assez ambigu.

Zijn boodschap blijft nogal dubbelzinnig.

concomitant

gelijktijdig; samenvallend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Ces événements sont concomitants.

Deze gebeurtenissen vinden gelijktijdig plaats.

délibéré

opzettelijk; bewust; weloverwogen
C1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il s'agissait d'un choix délibéré.

Het ging om een bewuste keuze.

exhaustif

volledig; allesomvattend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le rapport fournit une analyse exhaustive.

Het rapport biedt een volledige analyse.

inédit

nieuw; ongekend; origineel
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette étude présente des résultats inédits.

Deze studie presenteert nieuwe resultaten.

inhérent

inherent; verbonden aan
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ce risque est inhérent à cette activité.

Dit risico hoort inherent bij deze activiteit.

inéluctable

onvermijdelijk; onafwendbaar
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le changement semble inéluctable.

De verandering lijkt onvermijdelijk.

irréversible

onomkeerbaar; onherroepelijk
C1 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les conséquences pourraient être irréversibles.

De gevolgen zouden onomkeerbaar kunnen zijn.

lacunaire

onvolledig; gebrekkig; met hiaten
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les informations disponibles sont encore lacunaires.

De beschikbare informatie is nog onvolledig.

pérenne

duurzaam; blijvend; langdurig
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous cherchons une solution pérenne.

We zoeken een duurzame oplossing.

précaire

onzeker; kwetsbaar; tijdelijk
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

De nombreux travailleurs ont un emploi précaire.

Veel werknemers hebben een onzekere baan.

prévisible

voorspelbaar; te verwachten
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette réaction était parfaitement prévisible.

Deze reactie was volkomen voorspelbaar.

proactif

proactief; vooruitziend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Une attitude proactive permet d'éviter certains problèmes.

Een proactieve houding helpt bepaalde problemen te voorkomen.

substantiel

aanzienlijk; substantieel; groot
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le projet nécessite un investissement substantiel.

Het project vereist een aanzienlijke investering.

sous-jacent

onderliggend; achterliggend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut comprendre le problème sous-jacent.

We moeten het onderliggende probleem begrijpen.

détester

een hekel hebben aan; haten
A1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je déteste me lever tôt.

Ik heb er een hekel aan om vroeg op te staan.

fête

feest; feestje
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous faisons une fête samedi.

We geven zaterdag een feestje.

mer

zee
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La mer est très calme aujourd'hui.

De zee is vandaag heel rustig.

montagne

berg
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons à la montagne en hiver.

We gaan in de winter naar de bergen.

soleil

zon
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le soleil brille ce matin.

De zon schijnt vanochtend.

neige

sneeuw
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a beaucoup de neige en montagne.

Er ligt veel sneeuw in de bergen.

vent

wind
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a beaucoup de vent aujourd'hui.

Er staat vandaag veel wind.

printemps

lente; voorjaar
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'aime le printemps.

Ik houd van de lente.

automne

herfst; najaar
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

En automne, les feuilles changent de couleur.

In de herfst veranderen de bladeren van kleur.

joli

mooi; leuk; schattig
A1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est une jolie maison.

Het is een mooi huis.

sale

vies; vuil
A1 bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mes chaussures sont sales.

Mijn schoenen zijn vies.

bruyant

lawaaiig; luidruchtig
A1 bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La rue est très bruyante le soir.

De straat is 's avonds erg lawaaierig.

triste

verdrietig; treurig
A1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle est triste aujourd'hui.

Ze is vandaag verdrietig.

vacances

vakantie; vakanties
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons en vacances en juillet.

We gaan in juli op vakantie.

plante

plant
A2 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une grande plante dans le salon.

Ik heb een grote plant in de woonkamer.

bibliothèque

bibliotheek
A2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais à la bibliothèque après les cours.

Ik ga na de lessen naar de bibliotheek.

conseiller

adviseren; aanraden
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vous conseille de réserver à l'avance.

Ik raad u aan om vooraf te reserveren.

organiser

organiseren; regelen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons organiser une réunion.

We moeten een vergadering organiseren.

beurre

boter
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'ajoute du beurre sur le pain.

Ik doe boter op het brood.

fromage

kaas
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'aime beaucoup ce fromage.

Ik houd erg van deze kaas.

lait

melk
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je bois un verre de lait.

Ik drink een glas melk.

œuf

ei
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange un œuf au petit-déjeuner.

Ik eet een ei als ontbijt.

pomme

appel
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange une pomme chaque matin.

Ik eet elke ochtend een appel.

banane

banaan
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

La banane est dans mon sac.

De banaan zit in mijn tas.

orange

sinaasappel
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange une orange après le déjeuner.

Ik eet een sinaasappel na de lunch.

tomate

tomaat
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je coupe une tomate pour la salade.

Ik snijd een tomaat voor de salade.

salade

salade
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous préparons une salade fraîche.

We maken een verse salade.

bouteille

fles
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

La bouteille d'eau est sur la table.

De fles water staat op tafel.

verre

glas
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je prends un verre d'eau.

Ik neem een glas water.

assiette

bord
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

L'assiette est sur la table.

Het bord staat op tafel.

fourchette

vork
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'ai besoin d'une fourchette.

Ik heb een vork nodig.

couteau

mes
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le couteau est à côté de l'assiette.

Het mes ligt naast het bord.

restaurant

restaurant
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous mangeons dans un petit restaurant.

We eten in een klein restaurant.

café

café; koffie
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je bois un café le matin.

Ik drink 's ochtends koffie.

boulangerie

bakkerij
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

La boulangerie ouvre à sept heures.

De bakkerij opent om zeven uur.

pharmacie

apotheek
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La pharmacie est près de la gare.

De apotheek is vlak bij het station.

gare

station
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous attendons le train à la gare.

We wachten op de trein op het station.

billet

kaartje; ticket
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

J'ai acheté un billet pour Paris.

Ik heb een kaartje naar Parijs gekocht.

valise

koffer
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ma valise est très lourde.

Mijn koffer is erg zwaar.

vélo

fiets
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais au travail à vélo.

Ik ga met de fiets naar mijn werk.

bateau

boot
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le bateau part à midi.

De boot vertrekt om twaalf uur.

forêt

bos
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous nous promenons dans la forêt.

We wandelen in het bos.

rivière

rivier
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La rivière traverse le village.

De rivier loopt door het dorp.

ciel

lucht; hemel
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le ciel est bleu aujourd'hui.

De lucht is vandaag blauw.

arbre

boom
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un grand arbre devant la maison.

Er staat een grote boom voor het huis.

fleur

bloem
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette fleur est très belle.

Deze bloem is erg mooi.

animal

dier
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Quel est ton animal préféré ?

Wat is je favoriete dier?

poisson

vis
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le poisson nage dans l'eau.

De vis zwemt in het water.

oiseau

vogel
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Un oiseau est sur le toit.

Er zit een vogel op het dak.

sortir

uitgaan; naar buiten gaan
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous sortons après le dîner.

We gaan na het eten naar buiten.

doucement

zachtjes; voorzichtig
A2 bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Fermez la porte doucement, s'il vous plaît.

Doe de deur alstublieft zachtjes dicht.

rarement

zelden
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je mange rarement au restaurant.

Ik eet zelden in een restaurant.

presque

bijna
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est presque huit heures.

Het is bijna acht uur.

simplement

eenvoudig; gewoon
A2 bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux simplement comprendre.

Ik wil het gewoon begrijpen.

exactement

precies
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est exactement ce que je cherche.

Dat is precies wat ik zoek.

normalement

normaal gesproken
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Normalement, je finis à cinq heures.

Normaal gesproken ben ik om vijf uur klaar.

finalement

uiteindelijk
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Finalement, nous sommes restés à la maison.

Uiteindelijk zijn we thuisgebleven.

changer

veranderen; wisselen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois changer de train à Lyon.

Ik moet in Lyon overstappen.

déplacer

verplaatsen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons déplacer la table.

We moeten de tafel verplaatsen.

empêcher

verhinderen; voorkomen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La pluie nous empêche de sortir.

Door de regen kunnen we niet naar buiten.

partager

delen
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous partageons le repas avec nos amis.

We delen de maaltijd met onze vrienden.

remplir

vullen; invullen
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Veuillez remplir ce formulaire.

Vul dit formulier alstublieft in.

vérifier

controleren
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais vérifier l'adresse.

Ik ga het adres controleren.

réparer

repareren; herstellen
A2 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mon père peut réparer le vélo.

Mijn vader kan de fiets repareren.

ranger

opruimen; ordenen
A2 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants rangent leur chambre.

De kinderen ruimen hun kamer op.

retourner

teruggaan; terugkeren
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons retourner en France cet été.

We gaan deze zomer terug naar Frankrijk.

sembler

lijken
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette idée semble intéressante.

Dit idee lijkt interessant.

discuter

bespreken; discussiëren
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous discutons du problème ensemble.

We bespreken het probleem samen.

rencontrer

ontmoeten
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

J'ai rencontré mes nouveaux voisins.

Ik heb mijn nieuwe buren ontmoet.

entendre

horen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'entends de la musique dehors.

Ik hoor buiten muziek.

demander

vragen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais demander de l'aide.

Ik ga om hulp vragen.

mettre

zetten; leggen; aandoen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je mets mon manteau avant de sortir.

Ik trek mijn jas aan voordat ik naar buiten ga.

tenir

vasthouden; houden
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tiens bien ton sac.

Houd je tas goed vast.

éviter

vermijden; voorkomen
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut éviter les erreurs inutiles.

Je moet onnodige fouten vermijden.

fournir

leveren; verschaffen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise fournit des informations utiles.

Het bedrijf verstrekt nuttige informatie.

constater

vaststellen; constateren
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons constaté une nette amélioration.

We hebben een duidelijke verbetering vastgesteld.

remplacer

vervangen
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut remplacer cette ampoule.

Deze lamp moet vervangen worden.

signaler

melden; aangeven
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci de signaler tout problème.

Meld elk probleem alstublieft.

traiter

behandelen; omgaan met
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons traiter cette question rapidement.

We moeten deze kwestie snel behandelen.

décrire

beschrijven
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous décrire la situation ?

Kunt u de situatie beschrijven?

déterminer

bepalen; vaststellen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons déterminer la cause du problème.

We moeten de oorzaak van het probleem bepalen.

distribuer

verdelen; uitdelen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le professeur distribue les feuilles.

De docent deelt de blaadjes uit.

échanger

uitwisselen; ruilen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous pouvons échanger nos idées.

We kunnen onze ideeën uitwisselen.

effectuer

uitvoeren; verrichten
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le technicien doit effectuer un contrôle.

De technicus moet een controle uitvoeren.

mesurer

meten
B1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons mesurer la température.

We moeten de temperatuur meten.

modifier

wijzigen; aanpassen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais modifier ce document.

Ik wil dit document aanpassen.

persuader

overtuigen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il essaie de persuader son collègue.

Hij probeert zijn collega te overtuigen.

recueillir

verzamelen; inwinnen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'enquête permet de recueillir des informations.

Het onderzoek maakt het mogelijk informatie te verzamelen.

abandonner

opgeven; verlaten
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il ne veut pas abandonner son projet.

Hij wil zijn project niet opgeven.

collaborer

samenwerken
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous collaborons avec une équipe française.

We werken samen met een Frans team.

consacrer

besteden; wijden
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle consacre beaucoup de temps à ses études.

Ze besteedt veel tijd aan haar studie.

convenir

afspreken; geschikt zijn
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette date nous convient très bien.

Deze datum komt ons heel goed uit.

s'adapter

zich aanpassen
B1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut s'adapter aux nouvelles habitudes.

Je moet je aanpassen aan de nieuwe gewoonten.

renseigner

informeren; informatie geven
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais me renseigner sur les horaires.

Ik ga informatie inwinnen over de tijden.

bouleverser

volledig veranderen; ontwrichten
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette découverte a bouleversé notre compréhension du problème.

Deze ontdekking heeft ons begrip van het probleem volledig veranderd.

préciser

verduidelijken; nader bepalen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous préciser votre question ?

Kunt u uw vraag verduidelijken?

établir

vaststellen; opstellen
B2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons établir un nouveau plan.

We moeten een nieuw plan opstellen.

adopter

aannemen; overnemen
B2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise a adopté une nouvelle méthode.

Het bedrijf heeft een nieuwe methode aangenomen.

ajourner

uitstellen; verdagen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La réunion a été ajournée à la semaine prochaine.

De vergadering is uitgesteld tot volgende week.

contourner

omzeilen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ils cherchent à contourner les règles.

Ze proberen de regels te omzeilen.

corroborer

bevestigen; ondersteunen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ces résultats corroborent notre hypothèse.

Deze resultaten bevestigen onze hypothese.

déceler

ontdekken; opsporen
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin a décelé un problème rapidement.

De arts ontdekte snel een probleem.

dissocier

scheiden; loskoppelen
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile de dissocier les deux questions.

Het is moeilijk om de twee kwesties van elkaar te scheiden.

endiguer

indammen; een halt toeroepen aan
C1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le gouvernement veut endiguer la hausse des prix.

De regering wil de stijging van de prijzen indammen.

ériger

oprichten; verheffen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils ont érigé un monument en mémoire des victimes.

Ze hebben een monument opgericht ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

pallier

verhelpen; opvangen
C1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette mesure permet de pallier le manque de personnel.

Deze maatregel helpt het personeelstekort op te vangen.

répercuter

doorberekenen; doorgeven
C1 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise va répercuter la hausse des coûts sur les prix.

Het bedrijf zal de stijging van de kosten doorberekenen in de prijzen.

surseoir

uitstellen; opschorten
C1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le tribunal a décidé de surseoir à sa décision.

De rechtbank besloot zijn beslissing uit te stellen.

inéluctable

onvermijdelijk
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le changement semble désormais inéluctable.

De verandering lijkt nu onvermijdelijk.

lacunaire

onvolledig; met hiaten
C1 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le rapport est trop lacunaire pour être utile.

Het rapport is te onvolledig om nuttig te zijn.

concomitant

gelijktijdig; samengaand
C1 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les deux événements sont concomitants.

De twee gebeurtenissen vinden gelijktijdig plaats.

pérenne

duurzaam; blijvend
C1 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous cherchons une solution pérenne.

We zoeken een duurzame oplossing.

s'asseoir

gaan zitten; plaatsnemen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tu peux t'asseoir ici.

Je kunt hier gaan zitten.

chanter

zingen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous aimons chanter ensemble.

Wij zingen graag samen.

laver

wassen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois laver mes mains.

Ik moet mijn handen wassen.

lever

optillen; heffen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il lève la main.

Hij steekt zijn hand op.

peindre

schilderen; verven
A1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons peindre le mur.

We gaan de muur schilderen.

rêver

dromen
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je rêve souvent de voyager.

Ik droom vaak van reizen.

sauter

springen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le chien aime sauter.

De hond springt graag.

sonner

aanbellen; rinkelen; klinken
A1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelqu'un sonne à la porte.

Iemand belt aan.

tenir

houden; vasthouden
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tiens bien mon sac.

Houd mijn tas goed vast.

tirer

trekken
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tire la porte, s'il te plaît.

Trek de deur, alsjeblieft.

tourner

draaien; afslaan
A1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Tournez à gauche au prochain carrefour.

Sla bij het volgende kruispunt linksaf.

aspirateur

stofzuiger
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

L'aspirateur est dans le placard.

De stofzuiger staat in de kast.

balcon

balkon
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous prenons le café sur le balcon.

We drinken koffie op het balkon.

cousin

neef; nicht
A1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon cousin habite à Lyon.

Mijn neef woont in Lyon.

douche

douche
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je prends une douche le matin.

Ik douche 's ochtends.

jardin

tuin
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dans le jardin.

De kinderen spelen in de tuin.

lit

bed
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sur le lit.

Het boek ligt op het bed.

mur

muur; wand
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a une photo sur le mur.

Er hangt een foto aan de muur.

salon

woonkamer; salon
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous regardons la télévision dans le salon.

We kijken televisie in de woonkamer.

serviette

handdoek; servet
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai oublié ma serviette.

Ik ben mijn handdoek vergeten.

valise

koffer
A1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ma valise est très lourde.

Mijn koffer is erg zwaar.

voiture

auto; wagen
A1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ma voiture est devant la maison.

Mijn auto staat voor het huis.

bavarder

kletsen; babbelen
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous bavardons après le cours.

We kletsen na de les.

blesser

pijn doen; verwonden
A2werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je ne veux pas te blesser.

Ik wil je geen pijn doen.

cacher

verbergen; verstoppen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il cache les clés dans un tiroir.

Hij verstopt de sleutels in een lade.

calmer

kalmeren; rustig maken
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Essaie de te calmer.

Probeer rustig te worden.

casser

breken; kapotmaken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai cassé un verre.

Ik heb een glas gebroken.

enlever

verwijderen; uitdoen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Enlève ton manteau.

Doe je jas uit.

glisser

glijden; schuiven
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Attention à ne pas glisser.

Pas op dat je niet uitglijdt.

louper

missen; mislopen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je ne veux pas louper le train.

Ik wil de trein niet missen.

obéir

gehoorzamen; luisteren
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants doivent obéir à leurs parents.

Kinderen moeten naar hun ouders luisteren.

occuper

bezighouden; innemen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ce jeu occupe les enfants pendant une heure.

Dit spel houdt de kinderen een uur bezig.

plaisanter

grapjes maken; grappen maken
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je plaisante, ne t'inquiète pas.

Ik maak maar een grapje, maak je geen zorgen.

pleurer

huilen
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le bébé pleure beaucoup.

De baby huilt veel.

verser

gieten; inschenken
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je verse de l'eau dans le verre.

Ik schenk water in het glas.

visser

schroeven; vastdraaien
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut visser cette pièce.

Je moet dit onderdeel vastschroeven.

voisinage

buurt; omgeving
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le voisinage est très calme.

De buurt is erg rustig.

armoire

kast; kledingkast
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mes vêtements sont dans l'armoire.

Mijn kleren liggen in de kast.

entrée

ingang; entree
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

L'entrée de l'immeuble est à droite.

De ingang van het gebouw is rechts.

plafond

plafond
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le plafond est très haut.

Het plafond is erg hoog.

confirmer

bevestigen
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous confirmer la réservation ?

Kunt u de reservering bevestigen?

espérer

hopen
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

J'espère que tu vas bien.

Ik hoop dat het goed met je gaat.

garder

bewaren; houden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Tu peux garder ce livre.

Je mag dit boek houden.

offrir

aanbieden; cadeau geven
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais offrir des fleurs à ma mère.

Ik ga mijn moeder bloemen geven.

suivre

volgen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Suivez cette route jusqu'au centre.

Volg deze weg tot het centrum.

essuyer

afdrogen; afvegen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Essuie la table, s'il te plaît.

Veeg de tafel af, alsjeblieft.

louer

huren; verhuren
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous voulons louer un appartement.

We willen een appartement huren.

mélanger

mengen
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Mélangez bien les ingrédients.

Meng de ingrediënten goed.

préférer

liever hebben; de voorkeur geven aan
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je préfère rester à la maison.

Ik blijf liever thuis.

promener

wandelen; uitlaten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je promène le chien chaque matin.

Ik laat de hond elke ochtend uit.

quitter

verlaten; weggaan
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons quitter l'hôtel avant midi.

We moeten het hotel voor twaalf uur verlaten.

recommencer

opnieuw beginnen; hervatten
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut recommencer l'exercice.

We moeten de oefening opnieuw doen.

réparer

repareren; herstellen
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je dois réparer mon vélo.

Ik moet mijn fiets repareren.

bibliothèque

bibliotheek
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais à la bibliothèque après les cours.

Ik ga na de lessen naar de bibliotheek.

bizarre

vreemd; raar
A2bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est une histoire bizarre.

Het is een vreemd verhaal.

bruyant

luidruchtig; lawaaierig
A2bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le restaurant est très bruyant.

Het restaurant is erg lawaaierig.

sale

vies; vuil
A2bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les chaussures sont sales.

De schoenen zijn vies.

assister

bijwonen; aanwezig zijn bij
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'assiste à une réunion demain.

Ik woon morgen een vergadering bij.

agrandir

vergroten; uitbreiden
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ils veulent agrandir leur maison.

Ze willen hun huis uitbreiden.

applaudir

applaudisseren; klappen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le public applaudit à la fin du spectacle.

Het publiek applaudisseert aan het einde van de voorstelling.

arranger

regelen; organiseren; in orde maken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais arranger un rendez-vous.

Ik ga een afspraak regelen.

baisser

verlagen; zakken
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les prix commencent à baisser.

De prijzen beginnen te dalen.

brancher

aansluiten; inpluggen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

N'oublie pas de brancher le chargeur.

Vergeet de oplader niet aan te sluiten.

brosser

borstelen; poetsen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut se brosser les dents deux fois par jour.

Je moet twee keer per dag je tanden poetsen.

coller

plakken; kleven
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Collez la photo dans votre cahier.

Plak de foto in je schrift.

compter

tellen; rekenen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants apprennent à compter.

De kinderen leren tellen.

couvrir

bedekken; afdekken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Couvre la nourriture avec un couvercle.

Dek het eten af met een deksel.

déplacer

verplaatsen; verschuiven
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons déplacer la table.

We moeten de tafel verplaatsen.

enregistrer

opnemen; registreren; opslaan
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais enregistrer la réunion.

Ik ga de vergadering opnemen.

imprimer

printen; afdrukken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je dois imprimer ce document.

Ik moet dit document printen.

prêter

lenen; uitlenen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Peux-tu me prêter ton vélo ?

Kun je me je fiets lenen?

promettre

beloven; toezeggen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je te promets de venir demain.

Ik beloof je morgen te komen.

secouer

schudden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Secouez bien la bouteille.

Schud de fles goed.

sécher

drogen; afdrogen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le linge doit sécher dehors.

De was moet buiten drogen.

trembler

trillen; beven
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Mes mains tremblent de froid.

Mijn handen trillen van de kou.

traverser

oversteken; doorkruisen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons traverser la rue.

We moeten de straat oversteken.

vider

legen; leegmaken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut vider le sac.

De tas moet leeg.

comporter

bevatten; inhouden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le contrat comporte plusieurs conditions.

Het contract bevat verschillende voorwaarden.

déclarer

verklaren; aangeven; opgeven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il doit déclarer ses revenus.

Hij moet zijn inkomsten opgeven.

disposer

beschikken over
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous disposons de peu de temps.

We beschikken over weinig tijd.

négliger

verwaarlozen; nalaten
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il ne faut pas négliger sa santé.

Je moet je gezondheid niet verwaarlozen.

amuser

vermaken; plezier hebben
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants s'amusent beaucoup.

De kinderen hebben veel plezier.

construire

bouwen; construeren
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ils veulent construire une nouvelle maison.

Ze willen een nieuw huis bouwen.

couper

snijden; knippen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais couper le pain.

Ik ga het brood snijden.

déménager

verhuizen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons déménager en juin.

We gaan in juni verhuizen.

frapper

kloppen; slaan
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelqu'un frappe à la porte.

Iemand klopt op de deur.

grimper

klimmen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Ils aiment grimper dans les montagnes.

Ze klimmen graag in de bergen.

cueillir

plukken; verzamelen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons cueillir des pommes.

We gaan appels plukken.

rincer

afspoelen; spoelen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Rincez les légumes avant de les manger.

Spoel de groenten af voordat je ze eet.

causer

veroorzaken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette erreur peut causer des problèmes.

Deze fout kan problemen veroorzaken.

déposer

neerleggen; afzetten; indienen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais déposer les clés sur la table.

Ik leg de sleutels op tafel.

bâtir

bouwen; opbouwen
B2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut bâtir une relation de confiance.

Je moet een vertrouwensrelatie opbouwen.

boucher

blokkeren; afsluiten
B2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ne bouche pas l'entrée.

Blokkeer de ingang niet.

voler

stelen; vliegen
B2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On lui a volé son téléphone.

Zijn telefoon is van hem gestolen.

disposer

beschikken over
B2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise dispose de plusieurs bureaux.

Het bedrijf beschikt over meerdere kantoren.

négliger

verwaarlozen; nalaten
B2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il ne faut pas négliger les conséquences.

Je mag de gevolgen niet onderschatten.

et

en; en ook
A1 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Et toi, tu viens aussi ?

En jij, kom je ook?

ou

of
A1 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu préfères le thé ou le café ?

Heb je liever thee of koffie?

donc

dus
A2 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il pleut, donc je reste à la maison.

Het regent, dus ik blijf thuis.

car

want; omdat
A2 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je reste ici, car je suis fatigué.

Ik blijf hier, want ik ben moe.

parce que

omdat
A1 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je rentre parce que je suis fatigué.

Ik ga naar huis omdat ik moe ben.

si

als; indien
A2 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Si tu veux, nous pouvons partir.

Als je wilt, kunnen we vertrekken.

quand

wanneer; als
A1 voegwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Quand il fait beau, nous sortons.

Als het mooi weer is, gaan we naar buiten.

puisque

aangezien; omdat
B1 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Puisque tu es là, aide-moi.

Aangezien je er bent, help me.

tandis que

terwijl
B1 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je cuisine tandis que mon frère met la table.

Ik kook terwijl mijn broer de tafel dekt.

alors que

terwijl; terwijl juist
B1 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il travaille alors que ses amis se reposent.

Hij werkt terwijl zijn vrienden uitrusten.

bien que

hoewel
B2 voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Bien qu'il pleuve, nous sortons.

Hoewel het regent, gaan we naar buiten.

moi

ik; mij
A1 voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Moi, je préfère rester ici.

Ik blijf liever hier.

toi

jij; jou
A1 voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Et toi, tu habites où ?

En jij, waar woon je?

lui

hij; hem
A1 voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je lui parle chaque jour.

Ik praat elke dag met hem.

elle

zij; haar
A1 voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Elle habite près de chez moi.

Zij woont bij mij in de buurt.

eux

zij; hen
A2 voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais avec eux au marché.

Ik ga met hen naar de markt.

elles

zij; hen (vrl. mv.)
A2 voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Elles arrivent ce soir.

Zij komen vanavond aan.

on

men; we; je
A1 voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On peut commencer maintenant.

We kunnen nu beginnen.

personne

niemand; persoon
A2 voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Personne ne connaît la réponse.

Niemand kent het antwoord.

le

de; het
A1 lidwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sur la table.

Het boek ligt op de tafel.

la

de; het
A1 lidwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La porte est ouverte.

De deur is open.

les

de; het (meervoud)
A1 lidwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dehors.

De kinderen spelen buiten.

un

een
A1 lidwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai un chien.

Ik heb een hond.

une

een
A1 lidwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle a une voiture.

Zij heeft een auto.

des

enkele; wat
A1 lidwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'achète des pommes.

Ik koop appels.

zéro

nul
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai zéro euro dans mon portefeuille.

Ik heb nul euro in mijn portemonnee.

deux

twee
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai deux frères.

Ik heb twee broers.

trois

drie
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons trois chats.

We hebben drie katten.

quatre

vier
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a quatre chaises.

Er zijn vier stoelen.

cinq

vijf
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille cinq jours par semaine.

Ik werk vijf dagen per week.

six

zes
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cours commence à six heures.

De les begint om zes uur.

sept

zeven
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La boutique ouvre à sept heures.

De winkel opent om zeven uur.

huit

acht
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dors huit heures par nuit.

Ik slaap acht uur per nacht.

neuf

negen
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est neuf heures.

Het is negen uur.

dix

tien
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai dix minutes.

Ik heb tien minuten.

onze

elf
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a onze élèves dans la classe.

Er zijn elf leerlingen in de klas.

douze

twaalf
A1 telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le train part à douze heures.

De trein vertrekt om twaalf uur.

cheval

paard
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cheval court dans le pré.

Het paard rent in de wei.

vache

koe
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La vache mange dans le champ.

De koe eet in het veld.

cochon

varken
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cochon vit à la ferme.

Het varken leeft op de boerderij.

mouton

schaap
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mouton mange de l'herbe.

Het schaap eet gras.

lapin

konijn
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le lapin se cache dans le jardin.

Het konijn verstopt zich in de tuin.

souris

muis
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La souris est sous la table.

De muis zit onder de tafel.

chèvre

geit
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La chèvre grimpe sur la colline.

De geit klimt op de heuvel.

canard

eend
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le canard nage dans l'étang.

De eend zwemt in de vijver.

poule

kip
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La poule cherche des graines.

De kip zoekt naar zaadjes.

coq

haan
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le coq chante tôt le matin.

De haan kraait vroeg in de ochtend.

lion

leeuw
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le lion dort à l'ombre.

De leeuw slaapt in de schaduw.

tigre

tijger
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le tigre vit dans la forêt.

De tijger leeft in het bos.

éléphant

olifant
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'éléphant est très grand.

De olifant is erg groot.

ours

beer
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'ours cherche de la nourriture.

De beer zoekt voedsel.

loup

wolf
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le loup vit dans les montagnes.

De wolf leeft in de bergen.

renard

vos
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le renard marche dans la forêt.

De vos loopt door het bos.

cerf

hert
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cerf traverse la forêt.

Het hert steekt het bos over.

abeille

bij
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Une abeille vole près de la fleur.

Een bij vliegt bij de bloem.

papillon

vlinder
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le papillon se pose sur une fleur.

De vlinder gaat op een bloem zitten.

grenouille

kikker
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La grenouille saute dans l'herbe.

De kikker springt in het gras.

tortue

schildpad
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La tortue avance lentement.

De schildpad gaat langzaam vooruit.

serpent

slang
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le serpent se cache sous une pierre.

De slang verstopt zich onder een steen.

singe

aap
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le singe grimpe dans l'arbre.

De aap klimt in de boom.

dauphin

dolfijn
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le dauphin nage près du bateau.

De dolfijn zwemt bij de boot.

baleine

walvis
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La baleine nage dans l'océan.

De walvis zwemt in de oceaan.

homme

man
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Cet homme travaille avec mon père.

Deze man werkt met mijn vader.

oncle

oom
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon oncle habite à Lille.

Mijn oom woont in Lille.

tante

tante
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma tante vient dimanche.

Mijn tante komt zondag.

salle

zaal; kamer
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La salle est très grande.

De zaal is erg groot.

toilette

toilet
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les toilettes sont au premier étage.

Het toilet is op de eerste verdieping.

clé

sleutel
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je cherche ma clé.

Ik zoek mijn sleutel.

sac

tas
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mon sac est dans la voiture.

Mijn tas ligt in de auto.

manteau

jas; mantel
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je mets mon manteau.

Ik trek mijn jas aan.

pantalon

broek
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ce pantalon est trop long.

Deze broek is te lang.

chemise

overhemd; blouse
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ma chemise est blanche.

Mijn overhemd is wit.

robe

jurk
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle porte une robe rouge.

Zij draagt een rode jurk.

jupe

rok
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette jupe est très jolie.

Deze rok is erg mooi.

chapeau

hoed
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte un chapeau noir.

Hij draagt een zwarte hoed.

ordinateur

computer
A1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Mon ordinateur est sur le bureau.

Mijn computer staat op het bureau.

journal

krant; dagboek
A2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je lis le journal le matin.

Ik lees 's ochtends de krant.

lettre

brief; letter
A1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'écris une lettre à mon ami.

Ik schrijf een brief aan mijn vriend.

photo

foto
A1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je prends une photo du paysage.

Ik maak een foto van het landschap.

film

film
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous regardons un film ce soir.

We kijken vanavond een film.

musique

muziek
A1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'écoute de la musique chaque jour.

Ik luister elke dag naar muziek.

question

vraag
A1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une question.

Ik heb een vraag.

réponse

antwoord
A1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais la réponse.

Ik ken het antwoord.

problème

probleem
A2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons un problème.

We hebben een probleem.

idée

idee
A1 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une bonne idée.

Ik heb een goed idee.

raison

reden
A2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est la raison de son départ ?

Wat is de reden van zijn vertrek?

exemple

voorbeeld
A1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Donnez un exemple, s'il vous plaît.

Geef een voorbeeld, alstublieft.

histoire

verhaal; geschiedenis
A2 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il raconte une histoire drôle.

Hij vertelt een grappig verhaal.

ville

stad
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Cette ville est très belle.

Deze stad is erg mooi.

pays

land
A1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

La France est un beau pays.

Frankrijk is een mooi land.

région

regio; streek
A2 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Cette région est connue pour ses vins.

Deze regio staat bekend om zijn wijnen.

montagne

berg; gebergte
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous marchons dans la montagne.

We wandelen in de bergen.

rivière

rivier
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La rivière passe près du village.

De rivier loopt langs het dorp.

mer

zee
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous nageons dans la mer.

We zwemmen in de zee.

lac

meer
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le lac est calme ce matin.

Het meer is rustig vanochtend.

forêt

bos
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous nous promenons dans la forêt.

We wandelen in het bos.

soleil

zon
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le soleil brille aujourd'hui.

De zon schijnt vandaag.

neige

sneeuw
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La neige tombe depuis ce matin.

Sinds vanochtend sneeuwt het.

vent

wind
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le vent est très fort aujourd'hui.

De wind is vandaag erg sterk.

nuage

wolk
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Un gros nuage cache le soleil.

Een grote wolk bedekt de zon.

orage

onweer; storm
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Un orage arrive ce soir.

Vanavond komt er onweer.

santé

gezondheid
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La santé est importante.

Gezondheid is belangrijk.

maladie

ziekte
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette maladie est difficile à traiter.

Deze ziekte is moeilijk te behandelen.

médecin

arts; dokter
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais chez le médecin demain.

Ik ga morgen naar de dokter.

sourire

glimlachen
A1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle sourit quand elle est heureuse.

Ze glimlacht als ze gelukkig is.

mourir

sterven
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les plantes meurent sans eau.

Planten sterven zonder water.

vivre

leven; wonen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux vivre près de la mer.

Ik wil bij de zee wonen.

donner

geven
A1 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais donner un cadeau à ma sœur.

Ik ga mijn zus een cadeau geven.

dire

zeggen
A1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Que veux-tu dire ?

Wat wil je zeggen?

penser

denken
A2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je pense souvent à ma famille.

Ik denk vaak aan mijn familie.

croire

geloven
A2 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je crois que tu as raison.

Ik denk dat je gelijk hebt.

savoir

weten; kunnen
A1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je sais parler français.

Ik kan Frans spreken.

connaître

kennen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais bien cette ville.

Ik ken deze stad goed.

devoir

moeten
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois partir maintenant.

Ik moet nu vertrekken.

pouvoir

kunnen; mogen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Vous pouvez entrer.

U kunt binnenkomen.

vouloir

willen
A1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre le français.

Ik wil Frans leren.

revenir

terugkomen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais revenir demain.

Ik kom morgen terug.

falloir

moeten; nodig zijn
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut partir tôt.

We moeten vroeg vertrekken.

réveiller

wakker maken; wakker worden
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois me réveiller à six heures.

Ik moet om zes uur wakker worden.

et

en
A1voegwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous achetons du pain et du fromage.

We kopen brood en kaas.

ou

of
A1voegwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Tu veux du thé ou du café ?

Wil je thee of koffie?

mais

maar
A1voegwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je suis fatigué, mais je travaille.

Ik ben moe, maar ik werk.

donc

dus
A2voegwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il pleut, donc je prends un parapluie.

Het regent, dus ik neem een paraplu mee.

car

want
A2voegwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je reste à la maison, car je suis malade.

Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

ni

noch; niet ... en ook niet
A2voegwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je ne bois ni café ni thé.

Ik drink geen koffie en ook geen thee.

puisque

aangezien; omdat
B1voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Puisque tu es là, nous pouvons commencer.

Aangezien je er bent, kunnen we beginnen.

lorsque

wanneer; zodra
B1voegwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Lorsque j'arrive, je t'appelle.

Wanneer ik aankom, bel ik je.

tandis que

terwijl
B1voegwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je cuisine tandis que mon frère met la table.

Ik kook terwijl mijn broer de tafel dekt.

quoique

hoewel
B1voegwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Quoique ce soit difficile, je continue.

Hoewel het moeilijk is, ga ik door.

bien que

hoewel
B1voegwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Bien qu'il pleuve, nous sortons.

Hoewel het regent, gaan we naar buiten.

afin que

zodat; opdat
B1voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je parle lentement afin que tout le monde comprenne.

Ik praat langzaam zodat iedereen het begrijpt.

parce que

omdat
A1voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je reste ici parce que j'attends Paul.

Ik blijf hier omdat ik op Paul wacht.

avant que

voordat
B1voegwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Appelle-moi avant que tu partes.

Bel me voordat je vertrekt.

après que

nadat
B1voegwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons mangé après que les invités sont arrivés.

We aten nadat de gasten waren aangekomen.

dès que

zodra
B1voegwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je te préviens dès que je sais quelque chose.

Ik laat het je weten zodra ik iets weet.

comme

zoals; omdat
A2voegwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Comme il fait froid, je mets un manteau.

Omdat het koud is, trek ik een jas aan.

si

als; indien
A1voegwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Si tu veux, nous pouvons partir maintenant.

Als je wilt, kunnen we nu vertrekken.

sauf si

tenzij
B1voegwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je viendrai demain, sauf si je suis malade.

Ik kom morgen, tenzij ik ziek ben.

je

ik
A1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je suis prêt.

Ik ben klaar.

tu

jij; je
A1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu habites ici ?

Woon jij hier?

il

hij; het
A1voornaamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il travaille à Paris.

Hij werkt in Parijs.

elle

zij; ze
A1voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Elle aime les animaux.

Zij houdt van dieren.

nous

wij; we
A1voornaamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons demain.

Wij vertrekken morgen.

vous

u; jullie
A1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Vous êtes prêts ?

Zijn jullie klaar?

ils

zij; ze (mannelijk/gemengd)
A1voornaamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ils arrivent ce soir.

Zij komen vanavond aan.

elles

zij; ze (vrouwelijk)
A1voornaamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elles étudient ensemble.

Zij studeren samen.

on

men; we; je
A1voornaamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

On mange à midi.

We eten om twaalf uur.

moi

mij; ik
A1voornaamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Moi, je préfère le thé.

Ik geef de voorkeur aan thee.

toi

jou; jij
A1voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est pour toi.

Dit is voor jou.

lui

hem; haar; hij/zij (benadrukt)
A2voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je parle avec lui.

Ik praat met hem.

eux

hen; zij (mannelijk/gemengd)
A2voornaamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais avec eux.

Ik ga met hen mee.

me

me; mij
A1voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Elle me connaît bien.

Zij kent me goed.

te

je; jou
A1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je te comprends.

Ik begrijp je.

se

zich
A2voornaamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il se lave les mains.

Hij wast zijn handen.

le mien

de mijne (mannelijk)
B1voornaamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ce sac est le mien.

Deze tas is van mij.

la mienne

de mijne (vrouwelijk)
B1voornaamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Cette voiture est la mienne.

Deze auto is van mij.

les miens

de mijne (meervoud)
B1voornaamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ces livres sont les miens.

Deze boeken zijn van mij.

les miennes

de mijne (vrouwelijk meervoud)
B1voornaamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ces clés sont les miennes.

Deze sleutels zijn van mij.

le tien

de jouwe (mannelijk)
B1voornaamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ce vélo est le tien.

Deze fiets is van jou.

la tienne

de jouwe (vrouwelijk)
B1voornaamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette place est la tienne.

Deze plaats is van jou.

les tiens

de jouwe (meervoud)
B1voornaamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ces livres sont les tiens.

Deze boeken zijn van jou.

les tiennes

de jouwe (vrouwelijk meervoud)
B1voornaamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ces idées sont les tiennes.

Deze ideeën zijn van jou.

celui

degene; die (mannelijk)
A2voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Celui qui parle est mon frère.

Degene die spreekt is mijn broer.

celle

degene; die (vrouwelijk)
A2voornaamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Celle que tu vois est ma sœur.

Degene die je ziet is mijn zus.

ceux

degenen; die (mannelijk/gemengd)
A2voornaamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ceux qui travaillent ici sont sympas.

Degenen die hier werken zijn aardig.

celles

degenen; die (vrouwelijk)
A2voornaamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Celles de Paris sont très jolies.

Die uit Parijs zijn erg mooi.

qui

wie; die
A1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Qui vient avec nous ?

Wie gaat er met ons mee?

que

wat; die/dat
A1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Que veux-tu ?

Wat wil je?

quoi

wat
A1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu penses à quoi ?

Waar denk je aan?

dont

waarvan; over wie; die/dat
B1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est le livre dont je parle.

Dat is het boek waarover ik praat.

lequel

welke; welke ervan (mannelijk)
B1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Lequel préfères-tu ?

Welke heeft je voorkeur?

laquelle

welke; welke ervan (vrouwelijk)
B1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Laquelle veux-tu ?

Welke wil je?

lesquels

welke; welke ervan (mannelijk meervoud)
B1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Lesquels sont à vous ?

Welke zijn van u?

lesquelles

welke; welke ervan (vrouwelijk meervoud)
B1voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Lesquelles sont nouvelles ?

Welke zijn nieuw?

quelqu'un

iemand
A2voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelqu'un attend devant la porte.

Iemand wacht voor de deur.

personne

niemand; persoon
A2voornaamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Personne ne connaît la réponse.

Niemand kent het antwoord.

chacun

iedereen; ieder
B1voornaamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Chacun doit apporter son livre.

Iedereen moet zijn boek meenemen.

aucun

geen enkele; geen
B1voornaamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'en ai deux, mais aucun n'est neuf.

Ik heb er twee, maar geen enkele is nieuw.

le

de; het (bepaald lidwoord, mannelijk enkelvoud)
A1lidwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le chat dort sur le canapé.

De kat slaapt op de bank.

la

de; het (bepaald lidwoord, vrouwelijk enkelvoud)
A1lidwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La maison est grande.

Het huis is groot.

les

de (bepaald lidwoord, meervoud)
A1lidwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dehors.

De kinderen spelen buiten.

un

een (onbepaald lidwoord, mannelijk)
A1lidwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

J'ai un chien.

Ik heb een hond.

une

een (onbepaald lidwoord, vrouwelijk)
A1lidwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Elle a une voiture.

Zij heeft een auto.

des

enkele; - (onbepaald lidwoord, meervoud)
A1lidwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'achète des pommes.

Ik koop appels.

du

wat; van het (de + le)
A2lidwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je bois du lait.

Ik drink melk.

de la

wat; van de
A2lidwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Elle mange de la soupe.

Zij eet soep.

de l'

wat; van het/de (voor klinker)
A2lidwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux de l'eau.

Ik wil water.

au

aan het; naar het (à + le)
A2lidwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons au marché.

We gaan naar de markt.

aux

aan de; naar de (à + les)
A2lidwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il parle aux enfants.

Hij praat tegen de kinderen.

zéro

nul
A1telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a zéro erreur.

Er is geen enkele fout.

deux

twee
A1telwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

J'ai deux frères.

Ik heb twee broers.

trois

drie
A1telwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons trois chats.

We hebben drie katten.

quatre

vier
A1telwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La table a quatre pieds.

De tafel heeft vier poten.

cinq

vijf
A1telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est cinq heures.

Het is vijf uur.

six

zes
A1telwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'achète six œufs.

Ik koop zes eieren.

sept

zeven
A1telwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le cours commence à sept heures.

De les begint om zeven uur.

huit

acht
A1telwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes huit personnes.

We zijn met acht personen.

neuf

negen
A1telwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il y a neuf élèves.

Er zijn negen leerlingen.

dix

tien
A1telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai dix euros.

Ik heb tien euro.

onze

elf
A1telwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il y a onze personnes.

Er zijn elf mensen.

douze

twaalf
A1telwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train part à douze heures.

De trein vertrekt om twaalf uur.

treize

dertien
A1telwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Elle a treize ans.

Ze is dertien jaar.

quatorze

veertien
A1telwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons quatorze jours de vacances.

We hebben veertien dagen vakantie.

quinze

vijftien
A1telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le magasin ferme à quinze heures.

De winkel sluit om drie uur.

seize

zestien
A1telwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il a seize ans.

Hij is zestien jaar.

dix-sept

zeventien
A1telwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Elle a dix-sept ans.

Ze is zeventien jaar.

dix-huit

achttien
A1telwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon frère a dix-huit ans.

Mijn broer is achttien jaar.

dix-neuf

negentien
A1telwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le bus arrive à dix-neuf heures.

De bus komt om zeven uur 's avonds aan.

vingt

twintig
A1telwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai vingt minutes.

Ik heb twintig minuten.

cheval

paard
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cheval court dans le champ.

Het paard rent in de wei.

chien

hond
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le chien dort près de la porte.

De hond slaapt bij de deur.

chat

kat
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le chat regarde par la fenêtre.

De kat kijkt door het raam.

vache

koe
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La vache mange de l'herbe.

De koe eet gras.

cochon

varken
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cochon est dans la ferme.

Het varken is op de boerderij.

mouton

schaap
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mouton est dans le pré.

Het schaap staat in de wei.

chèvre

geit
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La chèvre grimpe sur la colline.

De geit klimt op de heuvel.

poule

kip
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La poule pond un œuf.

De kip legt een ei.

coq

haan
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le coq chante le matin.

De haan kraait 's ochtends.

canard

eend
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le canard nage dans l'étang.

De eend zwemt in de vijver.

lapin

konijn
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le lapin mange une carotte.

Het konijn eet een wortel.

souris

muis
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La souris se cache sous la table.

De muis verstopt zich onder de tafel.

oiseau

vogel
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'oiseau chante dans l'arbre.

De vogel zingt in de boom.

poisson

vis
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le poisson nage dans l'eau.

De vis zwemt in het water.

papillon

vlinder
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Un papillon se pose sur la fleur.

Een vlinder landt op de bloem.

araignée

spin
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'araignée a fait une toile.

De spin heeft een web gemaakt.

fourmi

mier
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La fourmi porte une petite feuille.

De mier draagt een klein blaadje.

mouche

vlieg
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Une mouche est entrée par la fenêtre.

Een vlieg is door het raam naar binnen gekomen.

moustique

mug; steekmug
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Un moustique m'a piqué hier soir.

Een mug heeft me gisteravond gestoken.

serpent

slang
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le serpent se déplace lentement.

De slang beweegt langzaam.

tortue

schildpad
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La tortue avance lentement.

De schildpad beweegt langzaam vooruit.

grenouille

kikker
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La grenouille vit près de l'eau.

De kikker leeft bij het water.

ours

beer
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'ours vit dans la forêt.

De beer leeft in het bos.

loup

wolf
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le loup vit dans les montagnes.

De wolf leeft in de bergen.

renard

vos
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le renard cherche de la nourriture.

De vos zoekt voedsel.

cerf

hert
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Un cerf traverse la forêt.

Een hert steekt het bos over.

lion

leeuw
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le lion vit en Afrique.

De leeuw leeft in Afrika.

tigre

tijger
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le tigre est un grand félin.

De tijger is een grote katachtige.

éléphant

olifant
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'éléphant est très grand.

De olifant is erg groot.

aider

helpen
A1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je peux t'aider.

Ik kan je helpen.

appeler

bellen; noemen
A1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais appeler ma mère.

Ik ga mijn moeder bellen.

attendre

wachten
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'attends le bus.

Ik wacht op de bus.

chanter

zingen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous aimons chanter.

Wij zingen graag.

fermer

sluiten; dichtdoen
A1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ferme la fenêtre, s'il te plaît.

Doe het raam dicht, alsjeblieft.

jouer

spelen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dehors.

De kinderen spelen buiten.

ouvrir

openen
A1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'ouvre la porte.

Ik doe de deur open.

parler

praten; spreken
A1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous parlons français.

Wij spreken Frans.

vendre

verkopen
A1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il vend sa voiture.

Hij verkoopt zijn auto.

voir

zien
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vois mon ami.

Ik zie mijn vriend.

boîte

doos; box
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La boîte est sur la table.

De doos staat op tafel.

pain

brood
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'achète du pain.

Ik koop brood.

fromage

kaas
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'aime le fromage.

Ik houd van kaas.

lait

melk
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je bois du lait.

Ik drink melk.

ami

vriend
A1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon ami habite ici.

Mijn vriend woont hier.

jardin

tuin
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dans le jardin.

De kinderen spelen in de tuin.

matin

ochtend
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille le matin.

Ik werk 's ochtends.

manger

eten
A1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous mangeons ensemble.

Wij eten samen.

rentrer

thuiskomen; terugkeren
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je rentre à la maison.

Ik ga naar huis.

décrire

beschrijven
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous décrire la situation ?

Kunt u de situatie beschrijven?

décider

beslissen; besluiten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons décider aujourd'hui.

We moeten vandaag beslissen.

expliquer

uitleggen; verklaren
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais expliquer le problème.

Ik ga het probleem uitleggen.

fermer

sluiten
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

N'oublie pas de fermer la porte.

Vergeet niet de deur te sluiten.

garder

bewaren; houden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais garder cette lettre.

Ik ga deze brief bewaren.

installer

installeren; plaatsen
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons installer une nouvelle table.

We gaan een nieuwe tafel plaatsen.

marcher

lopen; wandelen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous marchons jusqu'à la gare.

We lopen naar het station.

organiser

organiseren
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous organisons une réunion.

We organiseren een vergadering.

remplir

vullen; invullen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois remplir ce formulaire.

Ik moet dit formulier invullen.

s'occuper

zorgen voor; zich bezighouden met
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je m'occupe des enfants.

Ik zorg voor de kinderen.

proposer

voorstellen; aanbieden
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je peux vous proposer une solution.

Ik kan u een oplossing voorstellen.

quitter

verlaten; stoppen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons quitter l'hôtel.

We moeten het hotel verlaten.

se lever

opstaan
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je me lève à sept heures.

Ik sta om zeven uur op.

utiliser

gebruiken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Comment utiliser cette machine ?

Hoe gebruik je deze machine?

vérifier

controleren; nakijken
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais vérifier mon travail.

Ik ga mijn werk controleren.

adresse

adres
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est votre adresse ?

Wat is uw adres?

gare

station
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

La gare est près du centre.

Het station ligt bij het centrum.

message

bericht; boodschap
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai reçu ton message.

Ik heb je bericht ontvangen.

occasion

gelegenheid; kans
A2zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est une bonne occasion.

Het is een goede gelegenheid.

projet

project
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous travaillons sur un nouveau projet.

We werken aan een nieuw project.

retard

vertraging; achterstand
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train a dix minutes de retard.

De trein heeft tien minuten vertraging.

saison

seizoen
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est votre saison préférée ?

Wat is je favoriete seizoen?

atteindre

bereiken; behalen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous voulons atteindre notre objectif.

We willen ons doel bereiken.

augmenter

verhogen; toenemen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les prix ont augmenté.

De prijzen zijn gestegen.

défendre

verdedigen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il défend son opinion.

Hij verdedigt zijn mening.

demander

vragen; verzoeken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais demander votre avis.

Ik zou graag uw mening vragen.

éviter

vermijden; voorkomen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut éviter les erreurs.

Je moet fouten vermijden.

gérer

beheren; omgaan met
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle sait bien gérer son temps.

Ze kan haar tijd goed beheren.

influencer

beïnvloeden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les médias influencent les jeunes.

De media beïnvloeden jongeren.

prévoir

voorzien; plannen; verwachten
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous prévoyons un voyage en été.

We plannen een reis in de zomer.

reconnaître

herkennen; erkennen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je reconnais cette voix.

Ik herken deze stem.

remarquer

opmerken; merken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai remarqué une erreur.

Ik heb een fout opgemerkt.

suggérer

suggereren; voorstellen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je suggère une autre solution.

Ik stel een andere oplossing voor.

suffire

voldoende zijn; volstaan
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Une heure suffit.

Een uur is voldoende.

accompagnement

begeleiding; ondersteuning
B1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Les élèves ont besoin d'un accompagnement.

De leerlingen hebben begeleiding nodig.

attitude

houding; instelling
B1zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Son attitude est positive.

Zijn houding is positief.

défi

uitdaging
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ce travail est un vrai défi.

Dit werk is een echte uitdaging.

décision

beslissing; besluit
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est une décision importante.

Het is een belangrijke beslissing.

expérience

ervaring
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il a beaucoup d'expérience.

Hij heeft veel ervaring.

habitant

inwoner; bewoner
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les habitants de cette ville sont accueillants.

De inwoners van deze stad zijn gastvrij.

méthode

methode; manier
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette méthode fonctionne bien.

Deze methode werkt goed.

occasionnel

incidenteel; af en toe
B1bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il travaille de façon occasionnelle.

Hij werkt af en toe.

principal

belangrijkste; voornaamste
B1bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est le principal problème.

Dit is het belangrijkste probleem.

adorer

dol zijn op
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

J'adore cette chanson.

Ik ben dol op dit liedje.

boire

drinken
A1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je bois un café.

Ik drink een koffie.

cuisiner

koken
A1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'aime cuisiner le soir.

Ik kook graag 's avonds.

danser

dansen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous aimons danser.

Wij dansen graag.

jouer

spelen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dehors.

De kinderen spelen buiten.

marcher

lopen; wandelen
A1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je marche jusqu'à l'école.

Ik loop naar school.

ouvrir

openen
A1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'ouvre la fenêtre.

Ik open het raam.

partir

vertrekken
A1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons demain matin.

Wij vertrekken morgenochtend.

porter

dragen; meenemen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je porte un sac.

Ik draag een tas.

rester

blijven
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je reste à la maison.

Ik blijf thuis.

sortir

uitgaan; naar buiten gaan
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous sortons ce soir.

Wij gaan vanavond uit.

téléphoner

bellen; telefoneren
A1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais téléphoner à ma sœur.

Ik ga mijn zus bellen.

acheter

kopen
A1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'achète des légumes.

Ik koop groenten.

beaucoup

veel; erg
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'aime beaucoup ce film.

Ik vind deze film erg leuk.

bien

goed
A1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais bien.

Het gaat goed met me.

mal

slecht; pijn
A1bijwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai mal à la tête.

Ik heb hoofdpijn.

maintenant

nu
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dois partir maintenant.

Ik moet nu vertrekken.

toujours

altijd; nog steeds
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille toujours ici.

Ik werk nog steeds hier.

boulangerie

bakkerij
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

La boulangerie est près d'ici.

De bakkerij is vlakbij.

bureau

kantoor; bureau
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille dans un bureau.

Ik werk op een kantoor.

cuisine

keuken
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La cuisine est petite.

De keuken is klein.

lit

bed
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sur le lit.

Het boek ligt op het bed.

porte

deur
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ferme la porte.

Doe de deur dicht.

voiture

auto
A1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ma voiture est devant la maison.

Mijn auto staat voor het huis.

annuler

annuleren; afzeggen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons annuler la réservation.

We moeten de reservering annuleren.

arrêter

stoppen; ophouden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le bus s'arrête ici.

De bus stopt hier.

continuer

doorgaan; voortzetten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous continuons notre travail.

We gaan door met ons werk.

découvrir

ontdekken
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous découvrons une belle ville.

We ontdekken een mooie stad.

emprunter

lenen; nemen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je peux emprunter ton vélo ?

Kan ik je fiets lenen?

espérer

hopen
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

J'espère que tu vas bien.

Ik hoop dat het goed met je gaat.

expliquer

uitleggen; verklaren
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous expliquer cela ?

Kunt u dat uitleggen?

garder

bewaren; houden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais garder cette photo.

Ik ga deze foto bewaren.

grandir

groeien; groter worden
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants grandissent vite.

De kinderen groeien snel.

manquer

missen; ontbreken
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Tu me manques beaucoup.

Ik mis je erg.

nettoyer

schoonmaken; reinigen
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je dois nettoyer la cuisine.

Ik moet de keuken schoonmaken.

partager

delen
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous partageons un repas.

We delen een maaltijd.

promettre

beloven
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je te promets de venir.

Ik beloof je dat ik kom.

se dépêcher

zich haasten; opschieten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Dépêche-toi, nous sommes en retard.

Schiet op, we zijn te laat.

télécharger

downloaden
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais télécharger le document.

Ik ga het document downloaden.

verser

schenken; gieten
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je verse de l'eau dans le verre.

Ik giet water in het glas.

avis

mening; advies
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quel est ton avis ?

Wat is jouw mening?

début

begin; start
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cours commence au début de septembre.

De cursus begint begin september.

fin

einde
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

À la fin du film, tout le monde applaudit.

Aan het einde van de film klapt iedereen.

gare

station
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

La gare est près du centre.

Het station is dichtbij het centrum.

quartier

wijk; buurt
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'aime beaucoup ce quartier.

Ik vind deze buurt erg leuk.

voisin

buur; buurman; buurvrouw
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mon voisin est très gentil.

Mijn buur is erg aardig.

vacances

vakantie
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons en vacances demain.

Wij vertrekken morgen op vakantie.

village

dorp
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ils habitent dans un petit village.

Ze wonen in een klein dorp.

chaud

warm; heet
A2bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il fait très chaud aujourd'hui.

Het is vandaag erg warm.

propre

schoon; eigen
A2bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La chambre est propre.

De kamer is schoon.

accomplir

volbrengen; uitvoeren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il a accompli son objectif.

Hij heeft zijn doel bereikt.

adapter

aanpassen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut adapter le programme.

We moeten het programma aanpassen.

assurer

verzekeren; garanderen; zorgen voor
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette mesure assure la sécurité.

Deze maatregel zorgt voor veiligheid.

développer

ontwikkelen; uitbreiden
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise développe un nouveau produit.

Het bedrijf ontwikkelt een nieuw product.

discuter

bespreken; discussiëren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons discuter de ce problème.

We moeten dit probleem bespreken.

effectuer

uitvoeren; verrichten
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le technicien effectue les réparations.

De technicus voert de reparaties uit.

évoluer

zich ontwikkelen; veranderen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La situation évolue rapidement.

De situatie verandert snel.

gagner

winnen; verdienen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle gagne bien sa vie.

Ze verdient goed haar brood.

justifier

rechtvaardigen; verklaren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il doit justifier sa décision.

Hij moet zijn beslissing rechtvaardigen.

observer

observeren; bekijken
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les élèves observent les animaux.

De leerlingen observeren de dieren.

préciser

verduidelijken; specificeren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous préciser votre question ?

Kunt u uw vraag verduidelijken?

provenir

afkomstig zijn; komen uit
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ce produit provient de France.

Dit product komt uit Frankrijk.

remplacer

vervangen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut remplacer cette pièce.

We moeten dit onderdeel vervangen.

traiter

behandelen; omgaan met
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin traite le patient.

De arts behandelt de patiënt.

utiliser

gebruiken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut utiliser cette méthode.

Je moet deze methode gebruiken.

avantage

voordeel
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette solution présente un avantage.

Deze oplossing heeft een voordeel.

débat

debat; discussie
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le débat commence à huit heures.

Het debat begint om acht uur.

domaine

gebied; domein
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il travaille dans le domaine de la santé.

Hij werkt op het gebied van gezondheid.

impact

invloed; effect
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette décision a un impact important.

Deze beslissing heeft een belangrijke invloed.

mesure

maatregel; meting; maat
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le gouvernement prend des mesures.

De regering neemt maatregelen.

ressource

hulpbron; bron; middel
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'eau est une ressource importante.

Water is een belangrijke hulpbron.

situation

situatie
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La situation est difficile.

De situatie is moeilijk.

solution

oplossing
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous cherchons une solution.

We zoeken een oplossing.

aspect

aspect; onderdeel; kant
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut examiner tous les aspects.

We moeten alle aspecten bekijken.

condition

voorwaarde; toestand; conditie
B1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous acceptons cette condition.

Wij accepteren deze voorwaarde.

durable

duurzaam; blijvend
B1bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous cherchons une solution durable.

We zoeken een duurzame oplossing.

efficace

effectief; doeltreffend
B1bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette méthode est efficace.

Deze methode is effectief.

égal

gelijk
B1bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les deux résultats sont égaux.

De twee resultaten zijn gelijk.

général

algemeen
B1bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En général, je suis d'accord.

Over het algemeen ben ik het ermee eens.

indépendant

onafhankelijk; zelfstandig
B1bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle est très indépendante.

Ze is erg zelfstandig.

local

lokaal; plaatselijk
B1bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous achetons des produits locaux.

We kopen lokale producten.

principal

belangrijkste; voornaamste
B1bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est le principal problème.

Dit is het belangrijkste probleem.

récent

recent
B1bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est une information récente.

Het is recente informatie.

amie

vriendin
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon amie habite à Lille.

Mijn vriendin woont in Lille.

monsieur

meneer
A1 overig
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Bonjour, monsieur !

Goedendag, meneer!

madame

mevrouw
A1 overig
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Bonjour, madame !

Goedendag, mevrouw!

fille

meisje; dochter
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma fille aime lire.

Mijn dochter leest graag.

garçon

jongen
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le garçon joue dehors.

De jongen speelt buiten.

bébé

baby
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le bébé dort déjà.

De baby slaapt al.

parents

ouders
A1 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mes parents habitent en Belgique.

Mijn ouders wonen in België.

poche

zak
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La clé est dans ma poche.

De sleutel zit in mijn zak.

chaise

stoel
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La chaise est près de la table.

De stoel staat bij de tafel.

table

tafel
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sur la table.

Het boek ligt op de tafel.

plancher

vloer
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le jouet est sur le plancher.

Het speelgoed ligt op de vloer.

chambre

kamer; slaapkamer
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ma chambre est au premier étage.

Mijn kamer is op de eerste verdieping.

escalier

trap
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

L'escalier est à gauche.

De trap is links.

couloir

gang
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le couloir est très étroit.

De gang is erg smal.

lampe

lamp
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La lampe est sur la table.

De lamp staat op tafel.

rideau

gordijn
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je ferme le rideau le soir.

Ik doe 's avonds het gordijn dicht.

cuillère

lepel
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'ai besoin d'une cuillère.

Ik heb een lepel nodig.

viande

vlees
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous mangeons peu de viande.

Wij eten weinig vlees.

légume

groente
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange un légume chaque jour.

Ik eet elke dag een groente.

fruit

fruit
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le fruit est dans le réfrigérateur.

Het fruit ligt in de koelkast.

sucre

suiker
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je ne mets pas de sucre dans mon café.

Ik doe geen suiker in mijn koffie.

sel

zout
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ajoute un peu de sel.

Voeg een beetje zout toe.

faim

honger
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'ai faim après le travail.

Ik heb honger na het werk.

soif

dorst
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Après le sport, j'ai soif.

Na het sporten heb ik dorst.

chaud

warm
A1 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il fait chaud aujourd'hui.

Het is vandaag warm.

propre

schoon
A1 bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'eau est propre.

Het water is schoon.

jamais

nooit
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je ne mange jamais ici.

Ik eet hier nooit.

parfois

soms
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille parfois le samedi.

Ik werk soms op zaterdag.

encore

nog; weer
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Tu veux encore du café ?

Wil je nog koffie?

petit-fils

kleinzoon
A2 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon petit-fils va à l'école.

Mijn kleinzoon gaat naar school.

petite-fille

kleindochter
A2 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma petite-fille aime les animaux.

Mijn kleindochter houdt van dieren.

se marier

trouwen
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils vont se marier en juin.

Ze gaan in juni trouwen.

arrêter

stoppen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut arrêter la voiture ici.

Je moet de auto hier stoppen.

vendre

verkopen
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils veulent vendre leur voiture.

Ze willen hun auto verkopen.

coûter

kosten
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Combien coûte ce livre ?

Hoeveel kost dit boek?

dépenser

uitgeven
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je ne veux pas dépenser trop d'argent.

Ik wil niet te veel geld uitgeven.

proposer

voorstellen
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je peux vous proposer une solution.

Ik kan u een oplossing voorstellen.

utiliser

gebruiken
A2 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais utiliser mon ordinateur.

Ik ga mijn computer gebruiken.

remercier

bedanken
A2 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais vous remercier.

Ik wil u bedanken.

répéter

herhalen
A2 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous répéter la question ?

Kunt u de vraag herhalen?

retrouver

terugvinden; weer ontmoeten
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais retrouver mes amis ce soir.

Ik ga mijn vrienden vanavond weer zien.

naître

geboren worden
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Elle est née en France.

Ze is in Frankrijk geboren.

devenir

worden
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il veut devenir médecin.

Hij wil dokter worden.

grandir

opgroeien; groeien
A2 werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants grandissent vite.

Kinderen groeien snel.

rater

missen; niet halen
A2 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je ne veux pas rater le train.

Ik wil de trein niet missen.

prévoir

plannen; voorzien
A2 werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons prévoir assez de temps.

We moeten genoeg tijd inplannen.

avion

vliegtuig
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

L'avion part à dix heures.

Het vliegtuig vertrekt om tien uur.

métro

metro
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je prends le métro chaque matin.

Ik neem elke ochtend de metro.

retard

vertraging
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train a dix minutes de retard.

De trein heeft tien minuten vertraging.

départ

vertrek
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

L'heure de départ est huit heures.

De vertrektijd is acht uur.

arrivée

aankomst
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

L'heure d'arrivée est dix heures.

De aankomsttijd is tien uur.

hôtel

hotel
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Notre hôtel est près du centre.

Ons hotel ligt vlak bij het centrum.

musée

museum
A2 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous visitons un musée demain.

We bezoeken morgen een museum.

repas

maaltijd
A2 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le repas est prêt.

De maaltijd is klaar.

addition

rekening
A2 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

L'addition, s'il vous plaît.

De rekening, alstublieft.

insecte

insect
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Cet insecte est très petit.

Dit insect is erg klein.

forêt

bos
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous marchons dans la forêt.

We wandelen in het bos.

rivière

rivier
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La rivière traverse le village.

De rivier loopt door het dorp.

tempête

storm
A2 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La tempête arrive ce soir.

De storm komt vanavond.

peur

angst; vrees
A2 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai peur du noir.

Ik ben bang in het donker.

colère

woede; boosheid
A2 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est en colère.

Hij is boos.

surpris

verrast
A2 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je suis surpris par sa réponse.

Ik ben verrast door zijn antwoord.

inquiet

bezorgd; ongerust
A2 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle est inquiète pour son fils.

Ze maakt zich zorgen om haar zoon.

vide

leeg
A2 bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le verre est vide.

Het glas is leeg.

gratuit

gratis
A2 bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

L'entrée est gratuite aujourd'hui.

De toegang is vandaag gratis.

seul

alleen; enig
A2 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vit seul.

Hij woont alleen.

pareil

hetzelfde; gelijk
A2 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons le même problème.

We hebben hetzelfde probleem.

facile

makkelijk; eenvoudig
A2 bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cet exercice est facile.

Deze oefening is makkelijk.

différent

anders; verschillend
A2 bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons des opinions différentes.

We hebben verschillende meningen.

environ

ongeveer
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a environ vingt personnes.

Er zijn ongeveer twintig mensen.

durée

duur; tijdsduur
A2 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La durée du voyage est de trois heures.

De duur van de reis is drie uur.

horloge

klok
A1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

L'horloge est au-dessus de la porte.

De klok hangt boven de deur.

miroir

spiegel
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le miroir est dans la chambre.

De spiegel hangt in de kamer.

brosse

borstel
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ma brosse est dans la salle de bains.

Mijn borstel ligt in de badkamer.

peigne

kam
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'utilise un peigne le matin.

Ik gebruik 's ochtends een kam.

savon

zeep
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le savon est près du lavabo.

De zeep ligt bij de wastafel.

élève

leerling
A1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'élève écoute le professeur.

De leerling luistert naar de docent.

conversation

gesprek
A2 zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons une courte conversation.

We hebben een kort gesprek.

invitation

uitnodiging
A2 zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Merci pour ton invitation.

Bedankt voor je uitnodiging.

salaire

salaris
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Son salaire a augmenté cette année.

Zijn salaris is dit jaar gestegen.

compétence

vaardigheid; competentie
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette compétence est utile au travail.

Deze vaardigheid is nuttig op het werk.

recruter

werven; aannemen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise veut recruter deux personnes.

Het bedrijf wil twee mensen aannemen.

itinéraire

route; reisroute
B1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vérifie l'itinéraire avant de partir.

Ik controleer de route voordat ik vertrek.

escale

tussenstop
B1 zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons une escale à Madrid.

We hebben een tussenstop in Madrid.

embarquer

aan boord gaan; inschepen
B1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Les passagers vont embarquer bientôt.

De passagiers gaan binnenkort aan boord.

débarquer

uitstappen; van boord gaan
B1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons débarquer à huit heures.

We gaan om acht uur van boord.

rénover

renoveren
B1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ils veulent rénover leur maison.

Ze willen hun huis renoveren.

aménager

inrichten; aanpassen
B1 werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Elle veut aménager son appartement.

Ze wil haar appartement inrichten.

traduire

vertalen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous traduire cette phrase ?

Kunt u deze zin vertalen?

informer

informeren
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais vous informer demain.

Ik zal u morgen informeren.

obtenir

verkrijgen; krijgen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle veut obtenir plus d'informations.

Ze wil meer informatie krijgen.

jaloux

jaloers
B1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est jaloux de son frère.

Hij is jaloers op zijn broer.

déçu

teleurgesteld
B1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je suis déçu du résultat.

Ik ben teleurgesteld over het resultaat.

fier

trots
B1 bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle est fière de son travail.

Ze is trots op haar werk.

respirer

ademen
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est important de bien respirer.

Het is belangrijk om goed te ademen.

guérir

genezen
B1 werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle va bientôt guérir.

Ze zal binnenkort genezen.

douter

twijfelen
B1 werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je commence à douter de sa réponse.

Ik begin aan zijn antwoord te twijfelen.

terminer

beëindigen; afmaken
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons terminer le travail aujourd'hui.

We moeten het werk vandaag afmaken.

garantir

garanderen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette assurance garantit votre sécurité.

Deze verzekering garandeert uw veiligheid.

gérer

beheren; regelen
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle gère une petite équipe.

Zij leidt een klein team.

permettre

toestaan; mogelijk maken
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette carte permet l'accès au musée.

Deze kaart geeft toegang tot het museum.

produire

produceren
B1 werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette usine produit du fromage.

Deze fabriek produceert kaas.

respecter

respecteren
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut respecter les règles.

Je moet de regels respecteren.

servir

dienen; serveren
B1 werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ce plat est servi avec du riz.

Dit gerecht wordt met rijst geserveerd.

signifier

betekenen
B1 werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Que signifie ce mot ?

Wat betekent dit woord?

transporter

vervoeren
B1 werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ce camion transporte des marchandises.

Deze vrachtwagen vervoert goederen.

pause

pauze
A1 zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Nous faisons une pause à midi.

We nemen om twaalf uur een pauze.

matériel

materiaal; uitrusting
B1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le matériel est prêt pour le cours.

Het materiaal is klaar voor de les.

espoir

hoop
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il garde l'espoir de réussir.

Hij houdt de hoop om te slagen.

réveil

wekker
A1 zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Mon réveil sonne à sept heures.

Mijn wekker gaat om zeven uur.

paquet

pakje; verpakking
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le paquet est sur la table.

Het pakje ligt op tafel.

ciseaux

schaar
A1 zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'ai besoin de ciseaux pour découper le papier.

Ik heb een schaar nodig om het papier te knippen.

ascenseur

lift
A1 zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous prenons l'ascenseur.

We nemen de lift.

four

oven
A1 zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le gâteau est dans le four.

De taart staat in de oven.

honte

schaamte; schaamtegevoel
B1 zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a honte de son erreur.

Hij schaamt zich voor zijn fout.

lavabo

wastafel
A1 zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le lavabo est propre.

De wastafel is schoon.

monsieur

meneer
A1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Bonjour, monsieur !

Goedendag, meneer!

madame

mevrouw
A1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Bonjour, madame !

Goedendag, mevrouw!

appartement

appartement; flat
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mon appartement est au troisième étage.

Mijn appartement is op de derde verdieping.

cuisine

keuken
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La cuisine est très petite.

De keuken is erg klein.

chambre

slaapkamer; kamer
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ma chambre donne sur le jardin.

Mijn slaapkamer kijkt uit op de tuin.

table

tafel
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sur la table.

Het boek ligt op de tafel.

chaise

stoel
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Cette chaise est très confortable.

Deze stoel is erg comfortabel.

café

koffie; café
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je prends un café après le déjeuner.

Ik drink na de lunch een koffie.

thé

thee
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ma mère boit du thé le matin.

Mijn moeder drinkt 's ochtends thee.

pomme

appel
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange une pomme.

Ik eet een appel.

banane

banaan
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

La banane est bien mûre.

De banaan is goed rijp.

orange

sinaasappel
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je prends une orange au petit-déjeuner.

Ik neem een sinaasappel bij het ontbijt.

semaine

week
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille cinq jours par semaine.

Ik werk vijf dagen per week.

mois

maand
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons le mois prochain.

We vertrekken volgende maand.

année

jaar
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette année, j'apprends le français.

Dit jaar leer ik Frans.

hier

gisteren
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'étais chez moi hier.

Ik was gisteren thuis.

demain

morgen
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons demain matin.

We vertrekken morgenochtend.

maintenant

nu
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dois partir maintenant.

Ik moet nu vertrekken.

janvier

januari
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Mon anniversaire est en janvier.

Mijn verjaardag is in januari.

mardi

dinsdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cours est mardi.

De les is op dinsdag.

mercredi

woensdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille mercredi.

Ik werk op woensdag.

jeudi

donderdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons une réunion jeudi.

We hebben donderdag een vergadering.

proposer

voorstellen; aanbieden
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je peux vous proposer une autre solution.

Ik kan u een andere oplossing voorstellen.

organiser

organiseren
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons organiser une réunion.

We gaan een vergadering organiseren.

utiliser

gebruiken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Comment utiliser cette machine ?

Hoe gebruik je deze machine?

remercier

bedanken
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais vous remercier.

Ik wil u graag bedanken.

répéter

herhalen
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous répéter la question ?

Kunt u de vraag herhalen?

vendre

verkopen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils vendent leur voiture.

Ze verkopen hun auto.

louer

huren; verhuren
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous voulons louer un appartement.

We willen een appartement huren.

coûter

kosten
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Combien coûte ce fromage ?

Hoeveel kost deze kaas?

dépenser

uitgeven; besteden
A2werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je ne veux pas dépenser trop d'argent.

Ik wil niet te veel geld uitgeven.

réparer

repareren
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il doit réparer la porte.

Hij moet de deur repareren.

remplacer

vervangen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il faut remplacer cette ampoule.

Deze lamp moet vervangen worden.

rencontrer

ontmoeten
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais rencontrer mes amis ce soir.

Ik ga mijn vrienden vanavond ontmoeten.

retrouver

terugvinden; weer ontmoeten
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais retrouver mes amis au café.

Ik ga mijn vrienden in het café weer ontmoeten.

naître

geboren worden
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je suis né en France.

Ik ben in Frankrijk geboren.

devenir

worden
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle veut devenir médecin.

Ze wil dokter worden.

enseigner

lesgeven; onderwijzen
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle enseigne le français.

Ze geeft Frans.

rater

missen; niet halen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je ne veux pas rater le train.

Ik wil de trein niet missen.

gare

station
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

La gare est près du centre.

Het station ligt dicht bij het centrum.

avion

vliegtuig
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

L'avion part à huit heures.

Het vliegtuig vertrekt om acht uur.

métro

metro
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je prends le métro tous les jours.

Ik neem elke dag de metro.

retard

vertraging; achterstand
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train a dix minutes de retard.

De trein heeft tien minuten vertraging.

départ

vertrek
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

L'heure de départ est affichée ici.

De vertrektijd staat hier aangegeven.

arrivée

aankomst
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

L'heure d'arrivée est à dix heures.

De aankomsttijd is om tien uur.

vacances

vakantie
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons en vacances en juillet.

We gaan in juli op vakantie.

hôtel

hotel
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Notre hôtel est près de la gare.

Ons hotel ligt vlak bij het station.

musée

museum
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous visitons le musée demain.

We bezoeken morgen het museum.

restaurant

restaurant
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ce restaurant est très populaire.

Dit restaurant is erg populair.

menu

menu
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Puis-je voir le menu ?

Mag ik het menu zien?

repas

maaltijd
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le repas est prêt.

De maaltijd is klaar.

viande

vlees
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je ne mange pas de viande.

Ik eet geen vlees.

légume

groente
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Il faut manger des légumes.

Je moet groenten eten.

fruit

fruit
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange beaucoup de fruits.

Ik eet veel fruit.

sucre

suiker
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je ne mets pas de sucre dans mon café.

Ik doe geen suiker in mijn koffie.

sel

zout
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Il y a trop de sel dans la soupe.

Er zit te veel zout in de soep.

faim

honger
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'ai faim après le travail.

Ik heb honger na het werk.

soif

dorst
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'ai soif après la promenade.

Ik heb dorst na de wandeling.

chaud

warm; heet
A2bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le café est encore chaud.

De koffie is nog warm.

propre

schoon; eigen
A2bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La chambre est propre.

De kamer is schoon.

sale

vies
A2bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mes chaussures sont sales.

Mijn schoenen zijn vies.

plein

vol
A2bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le bus est plein.

De bus is vol.

vide

leeg
A2bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le verre est vide.

Het glas is leeg.

ouvert

open
A2bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le magasin est ouvert.

De winkel is open.

fermé

gesloten; dicht
A2bijvoeglijk naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le magasin est fermé.

De winkel is gesloten.

facile

makkelijk; gemakkelijk
A2bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cet exercice est facile.

Deze oefening is makkelijk.

important

belangrijk
A2bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est une décision importante.

Het is een belangrijke beslissing.

différent

verschillend; anders
A2bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons des avis différents.

We hebben verschillende meningen.

pareil

hetzelfde; gelijk
A2bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons le même problème, c'est pareil.

We hebben hetzelfde probleem, het is hetzelfde.

heureux

gelukkig
A2bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je suis heureux de vous voir.

Ik ben blij u te zien.

correspondre

overeenkomen; corresponderen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les informations correspondent à la réalité.

De informatie komt overeen met de werkelijkheid.

garantir

garanderen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette méthode garantit de bons résultats.

Deze methode garandeert goede resultaten.

gérer

beheren; omgaan met
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle sait bien gérer son temps.

Ze kan haar tijd goed beheren.

informer

informeren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons informer les clients.

We moeten de klanten informeren.

insister

aandringen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il insiste pour venir avec nous.

Hij dringt erop aan om met ons mee te gaan.

justifier

rechtvaardigen; onderbouwen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il doit justifier sa décision.

Hij moet zijn beslissing onderbouwen.

obtenir

verkrijgen; krijgen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle a obtenu son diplôme.

Ze heeft haar diploma behaald.

permettre

toestaan; mogelijk maken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette carte permet de voyager gratuitement.

Met deze kaart kun je gratis reizen.

produire

produceren; voortbrengen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette usine produit du fromage.

Deze fabriek produceert kaas.

quitter

verlaten; weggaan
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois quitter la maison à huit heures.

Ik moet om acht uur het huis verlaten.

rendre

teruggeven; maken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je dois rendre le livre demain.

Ik moet het boek morgen teruggeven.

rejoindre

zich bij iemand voegen; bereiken
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais rejoindre mes amis au restaurant.

Ik ga me bij mijn vrienden in het restaurant voegen.

représenter

vertegenwoordigen; voorstellen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette image représente la liberté.

Dit beeld vertegenwoordigt vrijheid.

respecter

respecteren; naleven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut respecter les règles.

Je moet de regels respecteren.

se plaindre

klagen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il se plaint toujours du bruit.

Hij klaagt altijd over het lawaai.

signifier

betekenen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Que signifie ce mot ?

Wat betekent dit woord?

subir

ondergaan; lijden onder
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La ville a subi de fortes pluies.

De stad heeft zware regenval te verduren gehad.

traiter

behandelen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin traite le patient.

De dokter behandelt de patiënt.

transformer

veranderen; omvormen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ils veulent transformer cette maison.

Ze willen dit huis verbouwen.

transporter

vervoeren
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ce camion transporte des marchandises.

Deze vrachtwagen vervoert goederen.

vérifier

controleren; nakijken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais vérifier les informations.

Ik ga de informatie controleren.

accès

toegang
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'accès au bâtiment est interdit.

De toegang tot het gebouw is verboden.

but

doel
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Quel est le but de cet exercice ?

Wat is het doel van deze oefening?

cause

oorzaak
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous cherchons la cause du problème.

We zoeken de oorzaak van het probleem.

condition

voorwaarde
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il y a une condition importante.

Er is een belangrijke voorwaarde.

décision

beslissing
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est une décision difficile.

Het is een moeilijke beslissing.

droit

recht
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tout le monde a le droit de parler.

Iedereen heeft het recht om te spreken.

formation

opleiding; training
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je suis en formation en ligne.

Ik volg een online opleiding.

liberté

vrijheid
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La liberté est importante.

Vrijheid is belangrijk.

occasion

gelegenheid
B1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est une bonne occasion d'apprendre.

Het is een goede gelegenheid om te leren.

opinion

mening
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est votre opinion ?

Wat is uw mening?

possibilité

mogelijkheid
B1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il existe plusieurs possibilités.

Er zijn verschillende mogelijkheden.

projet

project
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Notre projet commence lundi.

Ons project begint maandag.

résultat

resultaat
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le résultat est positif.

Het resultaat is positief.

solution

oplossing
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons trouvé une solution.

We hebben een oplossing gevonden.

situation

situatie
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La situation est difficile.

De situatie is moeilijk.

succès

succes
B1zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le projet est un succès.

Het project is een succes.

attention

aandacht; oplettendheid
B1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Fais attention en traversant la rue.

Let goed op bij het oversteken van de straat.

danger

gevaar
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un danger sur la route.

Er is gevaar op de weg.

difficulté

moeilijkheid
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons rencontré une difficulté.

We zijn een moeilijkheid tegengekomen.

relation

relatie
B1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils ont une bonne relation.

Ze hebben een goede relatie.

service

dienst; service
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le service est rapide.

De service is snel.

système

systeem
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le système fonctionne bien.

Het systeem werkt goed.

utile

nuttig
B1bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ce conseil est très utile.

Dit advies is erg nuttig.

capable

in staat; bekwaam
B1bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle est capable de résoudre le problème.

Ze is in staat het probleem op te lossen.

pratique

praktisch
B1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette application est très pratique.

Deze app is erg praktisch.

probable

waarschijnlijk
B1bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est probable qu'il arrive demain.

Het is waarschijnlijk dat hij morgen aankomt.

chaussure

schoen
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mes chaussures sont neuves.

Mijn schoenen zijn nieuw.

soleil

zon
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le soleil brille aujourd'hui.

De zon schijnt vandaag.

ciel

lucht; hemel
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le ciel est bleu.

De lucht is blauw.

vent

wind
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a beaucoup de vent.

Er staat veel wind.

neige

sneeuw
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a de la neige en montagne.

Er ligt sneeuw in de bergen.

corps

lichaam
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut écouter son corps.

Je moet naar je lichaam luisteren.

visage

gezicht
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a un joli visage.

Ze heeft een mooi gezicht.

bras

arm
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai mal au bras.

Mijn arm doet pijn.

jambe

been
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Ma jambe me fait mal.

Mijn been doet pijn.

tête

hoofd
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai mal à la tête.

Ik heb hoofdpijn.

nez

neus
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Mon nez est rouge.

Mijn neus is rood.

bouche

mond
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Ouvre la bouche, s'il te plaît.

Doe je mond open, alsjeblieft.

oreille

oor
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai mal à l'oreille.

Ik heb oorpijn.

dent

tand
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette dent me fait mal.

Deze tand doet pijn.

doigt

vinger
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai dix doigts.

Ik heb tien vingers.

robe

jurk
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle porte une robe bleue.

Ze draagt een blauwe jurk.

pull

trui
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je mets un pull quand il fait froid.

Ik trek een trui aan als het koud is.

chaussette

sok
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai perdu une chaussette.

Ik ben een sok kwijt.

chapeau

hoed; pet
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte un chapeau noir.

Hij draagt een zwarte hoed.

sac

tas; zak
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mon sac est sur la chaise.

Mijn tas staat op de stoel.

clé

sleutel
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Où sont mes clés ?

Waar zijn mijn sleutels?

garage

garage
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La voiture est dans le garage.

De auto staat in de garage.

école

school
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants vont à l'école.

De kinderen gaan naar school.

professeur

leraar; docent
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le professeur explique la leçon.

De leraar legt de les uit.

devoir

huiswerk; plicht
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'ai beaucoup de devoirs.

Ik heb veel huiswerk.

examen

examen; toets
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'ai un examen demain.

Ik heb morgen een examen.

bureau

kantoor; bureau
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille dans un bureau.

Ik werk op een kantoor.

ordinateur

computer
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Mon ordinateur est lent.

Mijn computer is traag.

écran

scherm
A1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Regarde l'écran.

Kijk naar het scherm.

quantité

hoeveelheid
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Quelle quantité de lait voulez-vous ?

Hoeveel melk wilt u?

prochain

volgende; aankomende
A2bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

À la semaine prochaine !

Tot volgende week!

dernier

laatste; vorig
A2bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La semaine dernière était chargée.

Vorige week was druk.

nettoyer

schoonmaken; reinigen
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je dois nettoyer la salle de bains.

Ik moet de badkamer schoonmaken.

éteindre

uitzetten; doven
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

N'oublie pas d'éteindre la télévision.

Vergeet niet de televisie uit te zetten.

emballer

inpakken; verpakken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais emballer le cadeau.

Ik ga het cadeau inpakken.

mélanger

mengen
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Mélangez bien les ingrédients.

Meng de ingrediënten goed.

message

bericht; boodschap
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai reçu ton message.

Ik heb je bericht ontvangen.

réponse

antwoord
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais la réponse.

Ik weet het antwoord.

question

vraag
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une question.

Ik heb een vraag.

erreur

fout; vergissing
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'ai fait une erreur.

Ik heb een fout gemaakt.

exemple

voorbeeld
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Donnez-moi un exemple.

Geef me een voorbeeld.

histoire

verhaal; geschiedenis
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est une histoire intéressante.

Het is een interessant verhaal.

idée

idee
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une bonne idée.

Ik heb een goed idee.

groupe

groep
A2zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes un groupe de cinq personnes.

We zijn een groep van vijf mensen.

personne

persoon; niemand
A2zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il n'y a personne ici.

Er is hier niemand.

endroit

plaats; plek
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est un bel endroit.

Het is een mooie plek.

moment

moment; ogenblik
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Attends un moment.

Wacht even.

façon

manier; wijze
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'aime sa façon de parler.

Ik hou van zijn manier van praten.

appareil

apparaat; toestel
A2zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cet appareil ne fonctionne plus.

Dit apparaat werkt niet meer.

entrée

ingang; entree
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

L'entrée est à droite.

De ingang is rechts.

déjeuner

lunch; lunchen
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous prenons le déjeuner à midi.

We lunchen om twaalf uur.

dessert

dessert; nagerecht
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je prends un dessert.

Ik neem een dessert.

boisson

drankje; drank
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Quelle boisson voulez-vous ?

Welke drank wilt u?

ingrédient

ingrediënt
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Quels sont les ingrédients ?

Wat zijn de ingrediënten?

tasse

kopje; beker
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais une tasse de thé.

Ik wil graag een kopje thee.

gare

station
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

La gare est près d'ici.

Het station is dichtbij.

aéroport

luchthaven
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous arrivons à l'aéroport à huit heures.

We komen om acht uur op de luchthaven aan.

métro

metro
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je prends le métro pour aller au travail.

Ik neem de metro naar mijn werk.

retard

vertraging; achterstand
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train a dix minutes de retard.

De trein heeft tien minuten vertraging.

atteindre

bereiken; behalen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous voulons atteindre notre objectif.

We willen ons doel bereiken.

augmenter

verhogen; toenemen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les prix vont augmenter.

De prijzen zullen stijgen.

diminuer

verminderen; afnemen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le bruit diminue le soir.

Het lawaai neemt 's avonds af.

développer

ontwikkelen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L'entreprise développe un nouveau produit.

Het bedrijf ontwikkelt een nieuw product.

décrire

beschrijven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pouvez-vous décrire la situation ?

Kunt u de situatie beschrijven?

comparer

vergelijken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile de comparer les deux produits.

Het is moeilijk om de twee producten te vergelijken.

constater

vaststellen; constateren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin constate une amélioration.

De dokter stelt een verbetering vast.

contenir

bevatten
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ce produit contient du sucre.

Dit product bevat suiker.

dépendre

afhangen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cela dépend de la situation.

Dat hangt van de situatie af.

encourager

aanmoedigen; stimuleren
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Ses parents l'encouragent beaucoup.

Zijn ouders moedigen hem erg aan.

exprimer

uitdrukken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est difficile d'exprimer ses sentiments.

Het is moeilijk om je gevoelens uit te drukken.

fonctionner

functioneren; werken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le système fonctionne bien.

Het systeem werkt goed.

imaginer

zich voorstellen; verbeelden
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je peux imaginer cette situation.

Ik kan me deze situatie voorstellen.

indiquer

aangeven; vermelden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le panneau indique la direction.

Het bord geeft de richting aan.

prévoir

plannen; voorzien; verwachten
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous prévoyons de partir demain.

We zijn van plan morgen te vertrekken.

reconnaître

herkennen; erkennen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je reconnais cette personne.

Ik herken deze persoon.

remarquer

opmerken; merken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai remarqué une erreur.

Ik heb een fout opgemerkt.

autoriser

toestaan; toestemming geven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les photos sont autorisées ici.

Foto's zijn hier toegestaan.

domaine

gebied; vakgebied; domein
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il travaille dans le domaine de la santé.

Hij werkt in de gezondheidszorg.

expérience

ervaring
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle a beaucoup d'expérience.

Ze heeft veel ervaring.

qualité

kwaliteit
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La qualité est très importante.

Kwaliteit is erg belangrijk.

conseil

advies; raad
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci pour votre conseil.

Bedankt voor uw advies.

explication

uitleg; verklaring
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci pour votre explication.

Bedankt voor uw uitleg.

réaction

reactie
B1zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Sa réaction était surprenante.

Zijn reactie was verrassend.

patience

geduld
B1zelfstandig naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut avoir de la patience.

Je moet geduld hebben.

indépendant

onafhankelijk; zelfstandig
B1bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle est très indépendante.

Ze is erg zelfstandig.

sérieux

serieus
B1bijvoeglijk naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est un problème sérieux.

Het is een serieus probleem.

actif

actief
B1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il reste très actif.

Hij blijft erg actief.

social

sociaal
B1bijvoeglijk naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il est très social.

Hij is erg sociaal.

ressource

hulpbron; bron; middel
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'eau est une ressource importante.

Water is een belangrijke hulpbron.

consommation

verbruik; consumptie
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Notre consommation d'énergie est trop élevée.

Ons energieverbruik is te hoog.

raison

reden
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est la raison de cette décision ?

Wat is de reden van deze beslissing?

influence

invloed
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les médias ont une grande influence.

De media hebben veel invloed.

objectif

doel; doelstelling
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Notre objectif est clair.

Ons doel is duidelijk.

projet

project
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Notre projet commence lundi.

Ons project begint maandag.

possibilité

mogelijkheid
B1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il existe plusieurs possibilités.

Er zijn verschillende mogelijkheden.

liberté

vrijheid
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La liberté est importante.

Vrijheid is belangrijk.

droit

recht
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tout le monde a le droit de parler.

Iedereen heeft het recht om te spreken.

accès

toegang
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L'accès au bâtiment est interdit.

De toegang tot het gebouw is verboden.

condition

voorwaarde; toestand
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il y a une condition importante.

Er is een belangrijke voorwaarde.

formation

opleiding; training
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je suis en formation.

Ik volg een opleiding.

opinion

mening
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est votre opinion ?

Wat is uw mening?

danger

gevaar
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un danger sur la route.

Er is gevaar op de weg.

difficulté

moeilijkheid
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons rencontré une difficulté.

We zijn een moeilijkheid tegengekomen.

service

dienst; service
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le service est rapide.

De service is snel.

système

systeem
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le système fonctionne bien.

Het systeem werkt goed.

utile

nuttig; bruikbaar
B1bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ce conseil est très utile.

Dit advies is erg nuttig.

capable

in staat; bekwaam
B1bijvoeglijk naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle est capable de résoudre le problème.

Ze is in staat het probleem op te lossen.

pratique

praktisch; handig
B1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette application est très pratique.

Deze app is erg handig.

probable

waarschijnlijk
B1bijvoeglijk naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est probable qu'il arrive demain.

Het is waarschijnlijk dat hij morgen aankomt.

vêtement

kleding
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je range mes vêtements dans l'armoire.

Ik leg mijn kleren in de kast.

minute

minuut
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Attends une minute, s'il te plaît.

Wacht alstublieft een minuut.

seconde

seconde
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Une seconde suffit.

Een seconde is genoeg.

minuit

middernacht
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est presque minuit.

Het is bijna middernacht.

écharpe

sjaal
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je porte une écharpe en hiver.

Ik draag een sjaal in de winter.

gant

handschoen
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai perdu un gant.

Ik ben een handschoen kwijt.

ceinture

riem
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette ceinture est trop grande.

Deze riem is te groot.

pyjama

pyjama
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je mets mon pyjama avant de dormir.

Ik trek mijn pyjama aan voordat ik ga slapen.

maillot

shirt; sportshirt
A2zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte un maillot de football.

Hij draagt een voetbalshirt.

casquette

pet
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte une casquette bleue.

Hij draagt een blauwe pet.

botte

laars
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je mets des bottes quand il pleut.

Ik trek laarzen aan als het regent.

bouton

knop
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ce bouton est cassé.

Deze knop is kapot.

dentifrice

tandpasta
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il me faut du dentifrice.

Ik heb tandpasta nodig.

shampoing

shampoo
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai acheté un nouveau shampoing.

Ik heb nieuwe shampoo gekocht.

baignoire

badkuip
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La baignoire est dans la salle de bains.

De badkuip staat in de badkamer.

tapis

tapijt; vloerkleed
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le tapis est sous la table.

Het tapijt ligt onder de tafel.

coussin

kussen
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le coussin est très confortable.

Het kussen is erg comfortabel.

couverture

deken
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai besoin d'une couverture.

Ik heb een deken nodig.

oreiller

hoofdkussen
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Mon oreiller est trop dur.

Mijn hoofdkussen is te hard.

étagère

plank; boekenplank
A1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les livres sont sur l'étagère.

De boeken staan op de plank.

poignée

handvat; deurklink
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La poignée de la porte est cassée.

De deurklink is kapot.

serrure

slot
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La serrure ne fonctionne plus.

Het slot werkt niet meer.

prise

stopcontact
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La lampe est près de la prise.

De lamp staat bij het stopcontact.

interrupteur

lichtschakelaar
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

L'interrupteur est à côté de la porte.

De lichtschakelaar zit naast de deur.

clôture

omheining; hek
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le jardin a une nouvelle clôture.

De tuin heeft een nieuwe omheining.

portail

poort
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le portail est fermé.

De poort is gesloten.

ferry

veerboot
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous prenons le ferry pour l'île.

We nemen de veerboot naar het eiland.

croisière

cruise
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ils font une croisière en Méditerranée.

Ze maken een cruise op de Middellandse Zee.

passeport

paspoort
A1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

N'oubliez pas votre passeport.

Vergeet uw paspoort niet.

bagage

bagage
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Mon bagage est très lourd.

Mijn bagage is erg zwaar.

destination

bestemming
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Paris est notre destination finale.

Parijs is onze eindbestemming.

embouteillage

file; verkeersopstopping
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un embouteillage sur l'autoroute.

Er staat een file op de snelweg.

accident

ongeluk
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Il y a eu un accident sur la route.

Er was een ongeluk op de weg.

tramway

tram
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je prends le tramway pour aller au centre.

Ik neem de tram naar het centrum.

correspondance

overstap; aansluiting
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons une correspondance à Lyon.

We hebben een overstap in Lyon.

quai

perron; kade
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train part du quai trois.

De trein vertrekt van perron drie.

tunnel

tunnel
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train passe dans un long tunnel.

De trein rijdt door een lange tunnel.

rond-point

rotonde
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Tournez à droite au rond-point.

Sla bij de rotonde rechtsaf.

feu

verkeerslicht; vuur
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Arrêtez-vous au feu rouge.

Stop bij het rode verkeerslicht.

panneau

verkeersbord; bord
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le panneau indique la direction.

Het bord geeft de richting aan.

trottoir

stoep
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Les piétons marchent sur le trottoir.

Voetgangers lopen op de stoep.

circulation

verkeer; verkeersstroom
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

La circulation est difficile ce matin.

Het verkeer is vanochtend lastig.

piéton

voetganger
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le piéton traverse la rue.

De voetganger steekt de straat over.

conducteur

bestuurder; chauffeur
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le conducteur s'arrête devant l'école.

De chauffeur stopt voor de school.

voyageur

reiziger
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Chaque voyageur doit avoir un billet.

Elke reiziger moet een kaartje hebben.

frontière

grens
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous traversons la frontière demain.

We steken morgen de grens over.

île

eiland
A1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous habitons sur une petite île.

We wonen op een klein eiland.

capitale

hoofdstad
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Paris est la capitale de la France.

Parijs is de hoofdstad van Frankrijk.

campagne

platteland
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ils vivent à la campagne.

Ze wonen op het platteland.

vallée

vallei
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le village est dans une vallée.

Het dorp ligt in een vallei.

colline

heuvel
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La maison est sur une colline.

Het huis staat op een heuvel.

migraine

migraine
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a une forte migraine.

Ze heeft zware migraine.

rhume

verkoudheid
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai un rhume depuis deux jours.

Ik ben al twee dagen verkouden.

toux

hoest
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette toux ne passe pas.

Deze hoest gaat niet over.

blessure

blessure
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Sa blessure guérit lentement.

Zijn blessure geneest langzaam.

ordonnance

recept
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin me donne une ordonnance.

De dokter geeft me een recept.

infirmier

verpleegkundige
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'infirmier aide le patient.

De verpleegkundige helpt de patiënt.

infirmière

verpleegkundige
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'infirmière arrive rapidement.

De verpleegkundige komt snel.

opération

operatie
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'opération est prévue demain.

De operatie staat voor morgen gepland.

respiration

ademhaling
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La respiration devient plus facile.

De ademhaling wordt gemakkelijker.

fièvre

koorts
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a de la fièvre.

Hij heeft koorts.

symptôme

symptoom
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Ce symptôme est fréquent.

Dit symptoom komt vaak voor.

allergie

allergie
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a une allergie au pollen.

Ze heeft een allergie voor pollen.

fatigue

vermoeidheid
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La fatigue est difficile à ignorer.

Vermoeidheid is moeilijk te negeren.

sommeil

slaap
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le sommeil est important pour la santé.

Slaap is belangrijk voor de gezondheid.

exercice

oefening; lichaamsbeweging
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je fais un exercice chaque matin.

Ik doe elke ochtend een oefening.

entraînement

training
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

L'entraînement commence à huit heures.

De training begint om acht uur.

équipe

team
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Notre équipe travaille bien ensemble.

Ons team werkt goed samen.

tâche

taak
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette tâche est importante.

Deze taak is belangrijk.

carrière

carrière
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Elle veut faire carrière dans l'enseignement.

Ze wil carrière maken in het onderwijs.

métier

beroep; vak
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Quel est votre métier ?

Wat is uw beroep?

recrutement

werving; recruitment
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le recrutement commence en septembre.

De werving begint in september.

candidature

sollicitatie; kandidatuur
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'ai envoyé ma candidature hier.

Ik heb gisteren mijn sollicitatie verstuurd.

entretien

gesprek; sollicitatiegesprek
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J'ai un entretien demain matin.

Ik heb morgenochtend een gesprek.

compétence

vaardigheid; competentie
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette compétence est utile au travail.

Deze vaardigheid is nuttig op het werk.

responsabilité

verantwoordelijkheid
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est une grande responsabilité.

Dat is een grote verantwoordelijkheid.

décision

beslissing
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons prendre une décision.

We moeten een beslissing nemen.

résultat

resultaat
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le résultat est meilleur que prévu.

Het resultaat is beter dan verwacht.

solution

oplossing
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous cherchons une solution.

We zoeken een oplossing.

situation

situatie
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La situation est compliquée.

De situatie is ingewikkeld.

occasion

gelegenheid; kans
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est une bonne occasion de parler.

Het is een goede gelegenheid om te praten.

attention

aandacht; oplettendheid
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Faites attention à la marche.

Let op de opstap.

explication

uitleg; verklaring
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci pour votre explication.

Bedankt voor uw uitleg.

conseil

advies; raad
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci pour votre conseil.

Bedankt voor uw advies.

appel

telefoontje; oproep
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'attends son appel.

Ik wacht op zijn telefoontje.

conversation

gesprek
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons eu une longue conversation.

We hadden een lang gesprek.

discussion

discussie; gesprek
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La discussion était intéressante.

De discussie was interessant.

nouvelle

nieuwsbericht; nieuws
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une bonne nouvelle.

Ik heb goed nieuws.

actualité

actualiteit; nieuws
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il suit l'actualité chaque jour.

Hij volgt elke dag het nieuws.

prévention

preventie
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La prévention est importante.

Preventie is belangrijk.

vaccin

vaccin
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le vaccin protège contre la maladie.

Het vaccin beschermt tegen de ziekte.

consultation

consultatie; spreekuur
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une consultation demain.

Ik heb morgen een consult.

cabinet

praktijk; kantoor
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin travaille dans son cabinet.

De dokter werkt in zijn praktijk.

guérison

genezing
B2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La guérison prend du temps.

De genezing kost tijd.

régime

dieet; voedingspatroon
B1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle suit un régime équilibré.

Ze volgt een evenwichtig dieet.

horaire

dienstregeling; rooster
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je regarde l'horaire du train.

Ik kijk naar de dienstregeling van de trein.

réussite

succes; geslaagd zijn
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La réussite demande des efforts.

Succes vraagt inspanning.

stage

stage
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il commence un stage en juin.

Hij begint in juni aan een stage.

signature

handtekening
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il manque votre signature.

Uw handtekening ontbreekt.

renseignement

informatie; inlichting
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais un renseignement.

Ik wil graag informatie.

réseau

netwerk
B1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le réseau fonctionne bien ici.

Het netwerk werkt hier goed.

courrier

post; brief
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'attends le courrier.

Ik wacht op de post.

enveloppe

envelop
A1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La lettre est dans l'enveloppe.

De brief zit in de envelop.

timbre

postzegel
A1zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il me faut un timbre.

Ik heb een postzegel nodig.

propriétaire

eigenaar; verhuurder
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le propriétaire habite au premier étage.

De eigenaar woont op de eerste verdieping.

locataire

huurder
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le locataire paie le loyer chaque mois.

De huurder betaalt elke maand de huur.

loyer

huur
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le loyer est assez élevé.

De huur is vrij hoog.

déménagement

verhuizing
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Notre déménagement est prévu en juillet.

Onze verhuizing staat gepland in juli.

parking

parkeerplaats; parkeerterrein
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le parking est derrière l'hôtel.

De parkeerplaats is achter het hotel.

péage

tol; tolpoort
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons payer le péage.

We moeten tol betalen.

essence

benzine
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Il faut acheter de l'essence.

We moeten benzine kopen.

carburant

brandstof
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le prix du carburant augmente.

De brandstofprijs stijgt.

stationnement

parkeren; parkeergelegenheid
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le stationnement est interdit ici.

Parkeren is hier verboden.

douane

douane
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Nous passons la douane rapidement.

We gaan snel door de douane.

port

haven
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le bateau arrive au port.

De boot komt in de haven aan.

abonnement

abonnement
A2zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai un abonnement de bus.

Ik heb een busabonnement.

aller-retour

retourtje; heen-en-terug
A2uitdrukking
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais un billet aller-retour.

Ik wil graag een retourticket.

portefeuille

portemonnee
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mon portefeuille est dans mon sac.

Mijn portemonnee zit in mijn tas.

monnaie

kleingeld; muntgeld
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je n'ai pas assez de monnaie.

Ik heb niet genoeg kleingeld.

traversée

overtocht
B1zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

La traversée dure deux heures.

De overtocht duurt twee uur.

balconnet

klein balkon
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un petit balconnet devant la chambre.

Er is een klein balkon voor de slaapkamer.

serrure

slot
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La serrure de la porte est cassée.

Het slot van de deur is kapot.

poignée

handvat; deurklink
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La poignée de la porte est blanche.

De deurklink is wit.

cave

kelder
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les vélos sont dans la cave.

De fietsen staan in de kelder.

grenier

zolder
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous gardons les vieilles affaires au grenier.

We bewaren de oude spullen op zolder.

cheminée

open haard; schoorsteen
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La cheminée chauffe bien la maison.

De open haard verwarmt het huis goed.

logement

woning; huisvesting
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il cherche un logement près du centre.

Hij zoekt een woning dicht bij het centrum.

propriété

eigendom; bezit
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Cette maison est une propriété familiale.

Dit huis is familiebezit.

balustrade

reling
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ne vous appuyez pas sur la balustrade.

Leun niet op de reling.

baignoire

badkuip
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La baignoire est dans la salle de bains.

De badkuip staat in de badkamer.

matelas

matras
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ce matelas est très confortable.

Dit matras is erg comfortabel.

étagère

plank; boekenplank
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les livres sont sur l'étagère.

De boeken staan op de plank.

interrupteur

lichtschakelaar; schakelaar
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

L'interrupteur est près de la porte.

De lichtschakelaar zit naast de deur.

robe

jurk
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle porte une robe bleue.

Ze draagt een blauwe jurk.

pull

trui
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je mets un pull quand il fait froid.

Ik trek een trui aan als het koud is.

chaussette

sok
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai besoin de chaussettes propres.

Ik heb schone sokken nodig.

écharpe

sjaal
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle porte une écharpe rouge.

Ze draagt een rode sjaal.

gant

handschoen
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'ai perdu un gant.

Ik ben een handschoen kwijt.

ceinture

riem; gordel
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette ceinture est trop longue.

Deze riem is te lang.

chapeau

hoed
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte un chapeau noir.

Hij draagt een zwarte hoed.

casquette

pet
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mon fils porte une casquette.

Mijn zoon draagt een pet.

portefeuille

portemonnee
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mon portefeuille est dans mon sac.

Mijn portemonnee zit in mijn tas.

monnaie

kleingeld; geld
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Avez-vous de la monnaie ?

Heeft u kleingeld?

billet

kaartje; ticket
A2zelfstandig naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

J'ai acheté un billet pour Paris.

Ik heb een kaartje naar Parijs gekocht.

pièce

munt; kamer; stuk
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai une pièce de deux euros.

Ik heb een munt van twee euro.

prix

prijs
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Quel est le prix de ce livre ?

Wat is de prijs van dit boek?

réduction

korting; vermindering
B1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Ce magasin offre une réduction de vingt pour cent.

Deze winkel geeft twintig procent korting.

boutique

winkel; boetiek
A2zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette boutique vend des vêtements.

Deze winkel verkoopt kleding.

client

klant
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le client attend sa commande.

De klant wacht op zijn bestelling.

vendeur

verkoper
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le vendeur m'aide à choisir une veste.

De verkoper helpt me een jas te kiezen.

commande

bestelling; opdracht
A2zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Votre commande arrive demain.

Uw bestelling komt morgen aan.

livraison

levering; bezorging
B1zelfstandig naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La livraison est prévue pour lundi.

De levering staat gepland voor maandag.

colis

pakket
A2zelfstandig naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J'ai reçu un colis ce matin.

Ik heb vanochtend een pakket ontvangen.

produit

product
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ce produit contient beaucoup de sucre.

Dit product bevat veel suiker.

marque

merk
A2zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Quelle marque préférez-vous ?

Welk merk heeft u liever?

taille

maat; grootte
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Quelle taille faites-vous ?

Welke maat heeft u?

couleur

kleur
A1zelfstandig naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

J'aime beaucoup cette couleur.

Ik vind deze kleur erg mooi.

rouge

rood
A1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Elle porte une robe rouge.

Ze draagt een rode jurk.

bleu

blauw
A1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le ciel est bleu aujourd'hui.

De lucht is vandaag blauw.

vert

groen
A1bijvoeglijk naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Les arbres sont verts au printemps.

De bomen zijn groen in de lente.

noir

zwart
A1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il porte un pantalon noir.

Hij draagt een zwarte broek.

blanc

wit
A1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La chemise est blanche.

Het overhemd is wit.

propre

schoon; netjes
A1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La cuisine est propre.

De keuken is schoon.

sale

vies
A1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Mes chaussures sont sales.

Mijn schoenen zijn vies.

lourd

zwaar
A1bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette valise est très lourde.

Deze koffer is erg zwaar.

léger

licht
A1bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Ce sac est léger.

Deze tas is licht.

plein

vol
A1bijvoeglijk naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le bus est plein.

De bus is vol.

rapide

snel
A1bijvoeglijk naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le train est très rapide.

De trein is erg snel.

lent

langzaam
A1bijvoeglijk naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le bus est trop lent aujourd'hui.

De bus is vandaag te langzaam.

tôt

vroeg
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je me lève tôt le matin.

Ik sta 's ochtends vroeg op.

tard

laat
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous rentrons tard le soir.

We komen 's avonds laat thuis.

nuit

nacht
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je dors bien la nuit.

Ik slaap 's nachts goed.

midi

middag; twaalf uur
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous déjeunons à midi.

We lunchen om twaalf uur.

vendredi

vrijdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous travaillons vendredi.

We werken vrijdag.

samedi

zaterdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je fais les courses samedi.

Ik doe zaterdag boodschappen.

dimanche

zondag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le dimanche, nous restons à la maison.

Op zondag blijven we thuis.

janvier

januari
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Mon anniversaire est en janvier.

Mijn verjaardag is in januari.

février

februari
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Février est un mois court.

Februari is een korte maand.

mars

maart
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le printemps commence en mars.

De lente begint in maart.

avril

april
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

En avril, il fait souvent doux.

In april is het vaak zacht weer.

mai

mei
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous partons en vacances en mai.

We gaan in mei op vakantie.

juin

juni
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

L'école finit en juin.

De school eindigt in juni.

juillet

juli
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous voyageons en juillet.

We reizen in juli.

août

augustus
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

En août, beaucoup de gens sont en vacances.

In augustus zijn veel mensen op vakantie.

septembre

september
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les cours commencent en septembre.

De lessen beginnen in september.

octobre

oktober
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

En octobre, les feuilles changent de couleur.

In oktober veranderen de bladeren van kleur.

novembre

november
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il fait souvent froid en novembre.

In november is het vaak koud.

décembre

december
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous fêtons Noël en décembre.

We vieren Kerstmis in december.

lundi

maandag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille lundi matin.

Ik werk maandagochtend.

mardi

dinsdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Mardi, j'ai un cours de français.

Dinsdag heb ik Franse les.

mercredi

woensdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous faisons du sport mercredi.

We sporten op woensdag.

jeudi

donderdag
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais au marché jeudi.

Ik ga donderdag naar de markt.

minuit

middernacht
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes rentrés à minuit.

We kwamen om middernacht thuis.

seconde

seconde
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Attendez une seconde, s'il vous plaît.

Wacht een seconde, alstublieft.

minute

minuut
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'arrive dans cinq minutes.

Ik kom over vijf minuten.

mariage

huwelijk; bruiloft
A2zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mariage aura lieu en juin.

De bruiloft vindt in juni plaats.

divorce

scheiding; echtscheiding
B1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le divorce a changé leur vie.

De scheiding heeft hun leven veranderd.

couple

stel; koppel
A2zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ce couple habite à Paris.

Dit stel woont in Parijs.

amitié

vriendschap
B1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Notre amitié dure depuis longtemps.

Onze vriendschap bestaat al lang.

amour

liefde
A2zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

L'amour de sa famille est important pour lui.

De liefde van zijn familie is belangrijk voor hem.

oncle

oom
A1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon oncle habite à Lyon.

Mijn oom woont in Lyon.

tante

tante
A1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma tante vient nous voir dimanche.

Mijn tante komt ons zondag bezoeken.

neveu

neef
A2zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Mon neveu a cinq ans.

Mijn neefje is vijf jaar.

nièce

nicht; nichtje
A2zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ma nièce aime dessiner.

Mijn nichtje tekent graag.

épouse

echtgenote
B1zelfstandig naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Son épouse travaille dans une école.

Zijn echtgenote werkt op een school.

quotidien

dagelijks; alledaags
B1bijvoeglijk naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La marche fait partie de ma vie quotidienne.

Wandelen maakt deel uit van mijn dagelijks leven.

parfois

soms
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille parfois le samedi.

Ik werk soms op zaterdag.

ensuite

daarna; vervolgens
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous mangeons et ensuite nous sortons.

We eten en daarna gaan we naar buiten.

auparavant

eerder; voorheen
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je n'avais jamais vu ce film auparavant.

Ik had deze film nooit eerder gezien.

pendant

tijdens; gedurende
A2voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je lis pendant le voyage.

Ik lees tijdens de reis.

avant

voor; voordat
A1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Lavez-vous les mains avant de manger.

Was je handen voordat je eet.

après

na; daarna
A1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Après le travail, je rentre chez moi.

Na het werk ga ik naar huis.

début

begin; start
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le cours commence au début de septembre.

De cursus begint begin september.

fin

einde
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

À la fin du film, tout le monde applaudit.

Aan het einde van de film applaudiseert iedereen.

instant

ogenblik; moment
B1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Attendez un instant, s'il vous plaît.

Wacht een ogenblik, alstublieft.

époque

tijdperk; periode
B1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

À cette époque, il habitait à Paris.

In die tijd woonde hij in Parijs.

siècle

eeuw
B1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette ville existe depuis plusieurs siècles.

Deze stad bestaat al meerdere eeuwen.

date

datum
A1zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est la date aujourd'hui ?

Welke datum is het vandaag?

calendrier

kalender
A2zelfstandig naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

J'ai noté le rendez-vous dans mon calendrier.

Ik heb de afspraak in mijn kalender gezet.

saison

seizoen
A2zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Quelle est votre saison préférée ?

Wat is uw favoriete seizoen?

printemps

lente; voorjaar
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Au printemps, les fleurs commencent à pousser.

In de lente beginnen de bloemen te groeien.

été

zomer
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

En été, nous allons souvent à la mer.

In de zomer gaan we vaak naar zee.

automne

herfst
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

En automne, les feuilles tombent.

In de herfst vallen de bladeren.

hiver

winter
A1zelfstandig naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

En hiver, il fait souvent froid.

In de winter is het vaak koud.

fromage

kaas
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

J'aime le fromage français.

Ik houd van Franse kaas.

viande

vlees
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous mangeons peu de viande.

We eten weinig vlees.

poisson

vis
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le poisson est frais.

De vis is vers.

légume

groente
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange des légumes tous les jours.

Ik eet elke dag groenten.

fruit

fruit
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je mange beaucoup de fruits.

Ik eet veel fruit.

sucre

suiker
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je ne mets pas de sucre dans mon café.

Ik doe geen suiker in mijn koffie.

sel

zout
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ajoutez un peu de sel.

Voeg een beetje zout toe.

farine

meel; bloem
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Il faut de la farine pour faire un gâteau.

Je hebt meel nodig om een taart te maken.

recette

recept
A2zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Cette recette est facile à préparer.

Dit recept is makkelijk te bereiden.

restaurant

restaurant
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous dînons dans un petit restaurant.

We eten in een klein restaurant.

marché

markt
A1zelfstandig naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Nous achetons des légumes au marché.

We kopen groenten op de markt.

balustrade

reling
B1zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a une balustrade autour du balcon.

Er staat een reling rond het balkon.

baignoire

badkuip
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La baignoire est très grande.

De badkuip is erg groot.

matelas

matras
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons acheté un nouveau matelas.

We hebben een nieuw matras gekocht.

étagère

plank; boekenplank
A2zelfstandig naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Les livres sont sur l'étagère.

De boeken staan op de boekenplank.

abîmer

beschadigen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent abîmer.

Ze kunnen beschadigen.

admirer

bewonderen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent admirer.

Ze kunnen bewonderen.

agir

handelen; optreden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent agir.

Ze kunnen handelen; optreden.

ajouter

toevoegen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent ajouter.

Ze kunnen toevoegen.

amuser

vermaken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent amuser.

Ze kunnen vermaken.

arroser

water geven; besproeien
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent arroser.

Ze kunnen water geven; besproeien.

attacher

vastmaken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent attacher.

Ze kunnen vastmaken.

balayer

vegen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent balayer.

Ze kunnen vegen.

calculer

berekenen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent calculer.

Ze kunnen berekenen.

charger

laden; opladen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent charger.

Ze kunnen laden; opladen.

coller

plakken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent coller.

Ze kunnen plakken.

compter

tellen; rekenen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent compter.

Ze kunnen tellen; rekenen.

couper

snijden; knippen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent couper.

Ze kunnen snijden; knippen.

décrocher

oppakken; losmaken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent décrocher.

Ze kunnen oppakken; losmaken.

déplacer

verplaatsen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent déplacer.

Ze kunnen verplaatsen.

frotter

wrijven; schrobben
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent frotter.

Ze kunnen wrijven; schrobben.

gratter

krabben; schrapen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent gratter.

Ze kunnen krabben; schrapen.

imprimer

afdrukken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent imprimer.

Ze kunnen afdrukken.

plier

vouwen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent plier.

Ze kunnen vouwen.

ranger

opruimen; opbergen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent ranger.

Ze kunnen opruimen; opbergen.

remplir

vullen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent remplir.

Ze kunnen vullen.

saluer

begroeten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent saluer.

Ze kunnen begroeten.

sauter

springen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent sauter.

Ze kunnen springen.

sécher

drogen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent sécher.

Ze kunnen drogen.

sonner

bellen; rinkelen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent sonner.

Ze kunnen bellen; rinkelen.

téléphoner

telefoneren
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent téléphoner.

Ze kunnen telefoneren.

toucher

aanraken; raken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent toucher.

Ze kunnen aanraken; raken.

tourner

draaien; afslaan
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent tourner.

Ze kunnen draaien; afslaan.

vider

leegmaken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent vider.

Ze kunnen leegmaken.

visiter

bezoeken
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent visiter.

Ze kunnen bezoeken.

voleur

dief
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « voleur » désigne dief.

Het woord « voleur » betekent dief.

poubelle

afvalbak; vuilnisbak
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « poubelle » désigne afvalbak; vuilnisbak.

Het woord « poubelle » betekent afvalbak; vuilnisbak.

serviette

handdoek; servet
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « serviette » désigne handdoek; servet.

Het woord « serviette » betekent handdoek; servet.

savon

zeep
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « savon » désigne zeep.

Het woord « savon » betekent zeep.

brosse

borstel
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « brosse » désigne borstel.

Het woord « brosse » betekent borstel.

peigne

kam
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « peigne » désigne kam.

Het woord « peigne » betekent kam.

parapluie

paraplu
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « parapluie » désigne paraplu.

Het woord « parapluie » betekent paraplu.

chargeur

oplader
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « chargeur » désigne oplader.

Het woord « chargeur » betekent oplader.

portable

mobiele telefoon
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « portable » désigne mobiele telefoon.

Het woord « portable » betekent mobiele telefoon.

batterie

batterij; accu
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « batterie » désigne batterij; accu.

Het woord « batterie » betekent batterij; accu.

tiroir

lade
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tiroir » désigne lade.

Het woord « tiroir » betekent lade.

placard

kast
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « placard » désigne kast.

Het woord « placard » betekent kast.

poussière

stof
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « poussière » désigne stof.

Het woord « poussière » betekent stof.

tache

vlek
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tache » désigne vlek.

Het woord « tache » betekent vlek.

objet

voorwerp
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « objet » désigne voorwerp.

Het woord « objet » betekent voorwerp.

réveiller

wakker maken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent réveiller.

Ze kunnen wakker maken.

déballer

uitpakken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent déballer.

Ze kunnen uitpakken.

brancher

aansluiten
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent brancher.

Ze kunnen aansluiten.

débrancher

loskoppelen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent débrancher.

Ze kunnen loskoppelen.

vêtement

kledingstuk
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vêtement » désigne kledingstuk.

Het woord « vêtement » betekent kledingstuk.

adolescent

tiener
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « adolescent » désigne tiener.

Het woord « adolescent » betekent tiener.

adulte

volwassene
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « adulte » désigne volwassene.

Het woord « adulte » betekent volwassene.

beau-frère

zwager; schoonbroer
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « beau-frère » désigne zwager; schoonbroer.

Het woord « beau-frère » betekent zwager; schoonbroer.

belle-fille

schoondochter; stiefdochter
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « belle-fille » désigne schoondochter; stiefdochter.

Het woord « belle-fille » betekent schoondochter; stiefdochter.

beau-père

schoonvader; stiefvader
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « beau-père » désigne schoonvader; stiefvader.

Het woord « beau-père » betekent schoonvader; stiefvader.

belle-mère

schoonmoeder; stiefmoeder
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « belle-mère » désigne schoonmoeder; stiefmoeder.

Het woord « belle-mère » betekent schoonmoeder; stiefmoeder.

cousin

neef
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cousin » désigne neef.

Het woord « cousin » betekent neef.

cousine

nicht
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cousine » désigne nicht.

Het woord « cousine » betekent nicht.

frère

broer
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « frère » désigne broer.

Het woord « frère » betekent broer.

sœur

zus
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sœur » désigne zus.

Het woord « sœur » betekent zus.

jumeau

tweelingbroer
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jumeau » désigne tweelingbroer.

Het woord « jumeau » betekent tweelingbroer.

jumelle

tweelingzus
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jumelle » désigne tweelingzus.

Het woord « jumelle » betekent tweelingzus.

neveu

neef; zoon van broer/zus
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « neveu » désigne neef; zoon van broer/zus.

Het woord « neveu » betekent neef; zoon van broer/zus.

nièce

nicht; dochter van broer/zus
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « nièce » désigne nicht; dochter van broer/zus.

Het woord « nièce » betekent nicht; dochter van broer/zus.

parent

ouder; familielid
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « parent » désigne ouder; familielid.

Het woord « parent » betekent ouder; familielid.

petit-fils

kleinzoon
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « petit-fils » désigne kleinzoon.

Het woord « petit-fils » betekent kleinzoon.

petite-fille

kleindochter
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « petite-fille » désigne kleindochter.

Het woord « petite-fille » betekent kleindochter.

mariage

huwelijk; bruiloft
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mariage » désigne huwelijk; bruiloft.

Het woord « mariage » betekent huwelijk; bruiloft.

divorce

scheiding
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « divorce » désigne scheiding.

Het woord « divorce » betekent scheiding.

couple

stel; koppel
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « couple » désigne stel; koppel.

Het woord « couple » betekent stel; koppel.

relation

relatie; verhouding
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « relation » désigne relatie; verhouding.

Het woord « relation » betekent relatie; verhouding.

voisin

buurman
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « voisin » désigne buurman.

Het woord « voisin » betekent buurman.

voisine

buurvrouw
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « voisine » désigne buurvrouw.

Het woord « voisine » betekent buurvrouw.

invité

gast; uitgenodigde
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « invité » désigne gast; uitgenodigde.

Het woord « invité » betekent gast; uitgenodigde.

hôte

gastheer; gastvrouw
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « hôte » désigne gastheer; gastvrouw.

Het woord « hôte » betekent gastheer; gastvrouw.

connaissance

kennis; bekende
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « connaissance » désigne kennis; bekende.

Het woord « connaissance » betekent kennis; bekende.

rencontre

ontmoeting
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « rencontre » désigne ontmoeting.

Het woord « rencontre » betekent ontmoeting.

amitié

vriendschap
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « amitié » désigne vriendschap.

Het woord « amitié » betekent vriendschap.

jalousie

jaloezie
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jalousie » désigne jaloezie.

Het woord « jalousie » betekent jaloezie.

respect

respect
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « respect » désigne respect.

Het woord « respect » betekent respect.

secret

geheim
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « secret » désigne geheim.

Het woord « secret » betekent geheim.

promesse

belofte
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « promesse » désigne belofte.

Het woord « promesse » betekent belofte.

dispute

ruzie
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dispute » désigne ruzie.

Het woord « dispute » betekent ruzie.

désaccord

meningsverschil
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « désaccord » désigne meningsverschil.

Het woord « désaccord » betekent meningsverschil.

embrasser

omhelzen; kussen
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent embrasser.

Ze kunnen omhelzen; kussen.

épouser

trouwen met
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent épouser.

Ze kunnen trouwen met.

divorcer

scheiden
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent divorcer.

Ze kunnen scheiden.

s'entendre

het goed met elkaar kunnen vinden
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent s'entendre.

Ze kunnen het goed met elkaar kunnen vinden.

élever

opvoeden; grootbrengen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent élever.

Ze kunnen opvoeden; grootbrengen.

naissance

geboorte
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « naissance » désigne geboorte.

Het woord « naissance » betekent geboorte.

enfance

jeugd; kindertijd
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « enfance » désigne jeugd; kindertijd.

Het woord « enfance » betekent jeugd; kindertijd.

jeunesse

jeugd
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jeunesse » désigne jeugd.

Het woord « jeunesse » betekent jeugd.

génération

generatie
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « génération » désigne generatie.

Het woord « génération » betekent generatie.

orphelin

wees
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « orphelin » désigne wees.

Het woord « orphelin » betekent wees.

orpheline

weesmeisje
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « orpheline » désigne weesmeisje.

Het woord « orpheline » betekent weesmeisje.

fiancé

verloofde
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fiancé » désigne verloofde.

Het woord « fiancé » betekent verloofde.

fiancée

verloofde
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fiancée » désigne verloofde.

Het woord « fiancée » betekent verloofde.

parenté

verwantschap; familie
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « parenté » désigne verwantschap; familie.

Het woord « parenté » betekent verwantschap; familie.

tante

tante
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tante » désigne tante.

Het woord « tante » betekent tante.

oncle

oom
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « oncle » désigne oom.

Het woord « oncle » betekent oom.

abricot

abrikoos
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « abricot » désigne abrikoos.

Het woord « abricot » betekent abrikoos.

ananas

ananas
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ananas » désigne ananas.

Het woord « ananas » betekent ananas.

cerise

kers
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cerise » désigne kers.

Het woord « cerise » betekent kers.

citron

citroen
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « citron » désigne citroen.

Het woord « citron » betekent citroen.

fraise

aardbei
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fraise » désigne aardbei.

Het woord « fraise » betekent aardbei.

framboise

framboos
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « framboise » désigne framboos.

Het woord « framboise » betekent framboos.

poire

peer
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « poire » désigne peer.

Het woord « poire » betekent peer.

pêche

perzik
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « pêche » désigne perzik.

Het woord « pêche » betekent perzik.

raisin

druif
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « raisin » désigne druif.

Het woord « raisin » betekent druif.

melon

meloen
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « melon » désigne meloen.

Het woord « melon » betekent meloen.

carotte

wortel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « carotte » désigne wortel.

Het woord « carotte » betekent wortel.

concombre

komkommer
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « concombre » désigne komkommer.

Het woord « concombre » betekent komkommer.

courgette

courgette
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « courgette » désigne courgette.

Het woord « courgette » betekent courgette.

oignon

ui
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « oignon » désigne ui.

Het woord « oignon » betekent ui.

ail

knoflook
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ail » désigne knoflook.

Het woord « ail » betekent knoflook.

tomate

tomaat
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tomate » désigne tomaat.

Het woord « tomate » betekent tomaat.

poivre

peper
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « poivre » désigne peper.

Het woord « poivre » betekent peper.

sucre

suiker
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sucre » désigne suiker.

Het woord « sucre » betekent suiker.

farine

meel
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « farine » désigne meel.

Het woord « farine » betekent meel.

beurre

boter
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « beurre » désigne boter.

Het woord « beurre » betekent boter.

œuf

ei
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « œuf » désigne ei.

Het woord « œuf » betekent ei.

viande

vlees
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « viande » désigne vlees.

Het woord « viande » betekent vlees.

poulet

kip
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « poulet » désigne kip.

Het woord « poulet » betekent kip.

bœuf

rundvlees
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bœuf » désigne rundvlees.

Het woord « bœuf » betekent rundvlees.

poisson

vis
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « poisson » désigne vis.

Het woord « poisson » betekent vis.

soupe

soep
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « soupe » désigne soep.

Het woord « soupe » betekent soep.

gâteau

taart; cake
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « gâteau » désigne taart; cake.

Het woord « gâteau » betekent taart; cake.

dessert

nagerecht
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dessert » désigne nagerecht.

Het woord « dessert » betekent nagerecht.

repas

maaltijd
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « repas » désigne maaltijd.

Het woord « repas » betekent maaltijd.

petit-déjeuner

ontbijt
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « petit-déjeuner » désigne ontbijt.

Het woord « petit-déjeuner » betekent ontbijt.

déjeuner

lunch; lunchen
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « déjeuner » désigne lunch; lunchen.

Het woord « déjeuner » betekent lunch; lunchen.

dîner

avondeten; dineren
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dîner » désigne avondeten; dineren.

Het woord « dîner » betekent avondeten; dineren.

goûter

proeven; tussendoortje
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent goûter.

Ze kunnen proeven; tussendoortje.

cuisinier

kok
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cuisinier » désigne kok.

Het woord « cuisinier » betekent kok.

recette

recept
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « recette » désigne recept.

Het woord « recette » betekent recept.

ingrédient

ingrediënt
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ingrédient » désigne ingrediënt.

Het woord « ingrédient » betekent ingrediënt.

réfrigérateur

koelkast
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réfrigérateur » désigne koelkast.

Het woord « réfrigérateur » betekent koelkast.

congélateur

vriezer
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « congélateur » désigne vriezer.

Het woord « congélateur » betekent vriezer.

cuillère

lepel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cuillère » désigne lepel.

Het woord « cuillère » betekent lepel.

bol

kom
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bol » désigne kom.

Het woord « bol » betekent kom.

tasse

kopje
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tasse » désigne kopje.

Het woord « tasse » betekent kopje.

mug

mok
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mug » désigne mok.

Het woord « mug » betekent mok.

bocal

pot; weckpot
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bocal » désigne pot; weckpot.

Het woord « bocal » betekent pot; weckpot.

canette

blikje
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « canette » désigne blikje.

Het woord « canette » betekent blikje.

jus

sap
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jus » désigne sap.

Het woord « jus » betekent sap.

eau gazeuse

bruiswater
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « eau gazeuse » désigne bruiswater.

Het woord « eau gazeuse » betekent bruiswater.

gazeux

bruisend; gasvormig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Il est gazeux.

Hij is bruisend; gasvormig.

savoureux

smakelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Il est savoureux.

Hij is smakelijk.

aubergine

aubergine
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aubergine » désigne aubergine.

Het woord « aubergine » betekent aubergine.

épinard

spinazie
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « épinard » désigne spinazie.

Het woord « épinard » betekent spinazie.

haricot

boon
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « haricot » désigne boon.

Het woord « haricot » betekent boon.

champignon

paddenstoel
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « champignon » désigne paddenstoel.

Het woord « champignon » betekent paddenstoel.

yaourt

yoghurt
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « yaourt » désigne yoghurt.

Het woord « yaourt » betekent yoghurt.

miel

honing
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « miel » désigne honing.

Het woord « miel » betekent honing.

vinaigre

azijn
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vinaigre » désigne azijn.

Het woord « vinaigre » betekent azijn.

agenda

agenda
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « agenda » désigne agenda.

Het woord « agenda » betekent agenda.

apprenti

leerling; stagiair
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « apprenti » désigne leerling; stagiair.

Het woord « apprenti » betekent leerling; stagiair.

apprentissage

leerproces; opleiding
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « apprentissage » désigne leerproces; opleiding.

Het woord « apprentissage » betekent leerproces; opleiding.

classe

klas
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « classe » désigne klas.

Het woord « classe » betekent klas.

camarade

klasgenoot; kameraad
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « camarade » désigne klasgenoot; kameraad.

Het woord « camarade » betekent klasgenoot; kameraad.

collège

middelbare school
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « collège » désigne middelbare school.

Het woord « collège » betekent middelbare school.

lycée

middelbare school; lyceum
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lycée » désigne middelbare school; lyceum.

Het woord « lycée » betekent middelbare school; lyceum.

élève

leerling
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « élève » désigne leerling.

Het woord « élève » betekent leerling.

matière

schoolvak; stof
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « matière » désigne schoolvak; stof.

Het woord « matière » betekent schoolvak; stof.

cours

les; cursus
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cours » désigne les; cursus.

Het woord « cours » betekent les; cursus.

note

cijfer; aantekening
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « note » désigne cijfer; aantekening.

Het woord « note » betekent cijfer; aantekening.

bulletin

rapport
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bulletin » désigne rapport.

Het woord « bulletin » betekent rapport.

récréation

pauze
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « récréation » désigne pauze.

Het woord « récréation » betekent pauze.

cantine

schoolkantine
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cantine » désigne schoolkantine.

Het woord « cantine » betekent schoolkantine.

bibliothèque

bibliotheek
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bibliothèque » désigne bibliotheek.

Het woord « bibliothèque » betekent bibliotheek.

laboratoire

laboratorium
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « laboratoire » désigne laboratorium.

Het woord « laboratoire » betekent laboratorium.

réunion

vergadering
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réunion » désigne vergadering.

Het woord « réunion » betekent vergadering.

collègue

collega
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « collègue » désigne collega.

Het woord « collègue » betekent collega.

patron

baas
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « patron » désigne baas.

Het woord « patron » betekent baas.

employé

werknemer
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « employé » désigne werknemer.

Het woord « employé » betekent werknemer.

employeur

werkgever
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « employeur » désigne werkgever.

Het woord « employeur » betekent werkgever.

entreprise

bedrijf
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « entreprise » désigne bedrijf.

Het woord « entreprise » betekent bedrijf.

contrat

contract
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « contrat » désigne contract.

Het woord « contrat » betekent contract.

horaire

rooster; tijdschema
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « horaire » désigne rooster; tijdschema.

Het woord « horaire » betekent rooster; tijdschema.

poste

functie; post
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « poste » désigne functie; post.

Het woord « poste » betekent functie; post.

carrière

loopbaan
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « carrière » désigne loopbaan.

Het woord « carrière » betekent loopbaan.

candidat

kandidaat
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « candidat » désigne kandidaat.

Het woord « candidat » betekent kandidaat.

candidature

sollicitatie; kandidatuur
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « candidature » désigne sollicitatie; kandidatuur.

Het woord « candidature » betekent sollicitatie; kandidatuur.

réviser

leren; herhalen
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent réviser.

Ze kunnen leren; herhalen.

corriger

corrigeren
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent corriger.

Ze kunnen corrigeren.

exercer

uitoefenen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent exercer.

Ze kunnen uitoefenen.

postuler

solliciteren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent postuler.

Ze kunnen solliciteren.

embaucher

aannemen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent embaucher.

Ze kunnen aannemen.

licencier

ontslaan
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent licencier.

Ze kunnen ontslaan.

démissionner

ontslag nemen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent démissionner.

Ze kunnen ontslag nemen.

réussite

succes
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réussite » désigne succes.

Het woord « réussite » betekent succes.

échec

mislukking
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « échec » désigne mislukking.

Het woord « échec » betekent mislukking.

progrès

vooruitgang
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « progrès » désigne vooruitgang.

Het woord « progrès » betekent vooruitgang.

méthode

methode
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « méthode » désigne methode.

Het woord « méthode » betekent methode.

diplôme

diploma
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « diplôme » désigne diploma.

Het woord « diplôme » betekent diploma.

université

universiteit
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « université » désigne universiteit.

Het woord « université » betekent universiteit.

faculté

faculteit
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « faculté » désigne faculteit.

Het woord « faculté » betekent faculteit.

professeur principal

mentor; klassenleraar
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « professeur principal » désigne mentor; klassenleraar.

Het woord « professeur principal » betekent mentor; klassenleraar.

emploi du temps

lesrooster
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « emploi du temps » désigne lesrooster.

Het woord « emploi du temps » betekent lesrooster.

stage

stage
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « stage » désigne stage.

Het woord « stage » betekent stage.

bateau

boot
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bateau » désigne boot.

Het woord « bateau » betekent boot.

navire

schip
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « navire » désigne schip.

Het woord « navire » betekent schip.

paquebot

passagiersschip; cruiseschip
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « paquebot » désigne passagiersschip; cruiseschip.

Het woord « paquebot » betekent passagiersschip; cruiseschip.

voilier

zeilboot
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « voilier » désigne zeilboot.

Het woord « voilier » betekent zeilboot.

canot

bootje; kano
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « canot » désigne bootje; kano.

Het woord « canot » betekent bootje; kano.

vélo

fiets
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vélo » désigne fiets.

Het woord « vélo » betekent fiets.

motocyclette

motorfiets
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « motocyclette » désigne motorfiets.

Het woord « motocyclette » betekent motorfiets.

scooter

scooter
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « scooter » désigne scooter.

Het woord « scooter » betekent scooter.

autocar

touringcar
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « autocar » désigne touringcar.

Het woord « autocar » betekent touringcar.

billet

kaartje; ticket
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « billet » désigne kaartje; ticket.

Het woord « billet » betekent kaartje; ticket.

ticket

ticket
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ticket » désigne ticket.

Het woord « ticket » betekent ticket.

réservation

reservering
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réservation » désigne reservering.

Het woord « réservation » betekent reservering.

réserver

reserveren
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent réserver.

Ze kunnen reserveren.

trajet

reis; traject
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « trajet » désigne reis; traject.

Het woord « trajet » betekent reis; traject.

direction

richting
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « direction » désigne richting.

Het woord « direction » betekent richting.

carrefour

kruispunt
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « carrefour » désigne kruispunt.

Het woord « carrefour » betekent kruispunt.

virage

bocht
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « virage » désigne bocht.

Het woord « virage » betekent bocht.

rond-point

rotonde
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « rond-point » désigne rotonde.

Het woord « rond-point » betekent rotonde.

sortie

uitgang; afrit
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sortie » désigne uitgang; afrit.

Het woord « sortie » betekent uitgang; afrit.

entrée

ingang; oprit
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « entrée » désigne ingang; oprit.

Het woord « entrée » betekent ingang; oprit.

autoroute

snelweg
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « autoroute » désigne snelweg.

Het woord « autoroute » betekent snelweg.

route nationale

rijksweg
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « route nationale » désigne rijksweg.

Het woord « route nationale » betekent rijksweg.

station-service

tankstation
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « station-service » désigne tankstation.

Het woord « station-service » betekent tankstation.

frontière

grens
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « frontière » désigne grens.

Het woord « frontière » betekent grens.

continent

continent
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « continent » désigne continent.

Het woord « continent » betekent continent.

paysage

landschap
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « paysage » désigne landschap.

Het woord « paysage » betekent landschap.

tourisme

toerisme
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tourisme » désigne toerisme.

Het woord « tourisme » betekent toerisme.

touriste

toerist
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « touriste » désigne toerist.

Het woord « touriste » betekent toerist.

guide

gids
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « guide » désigne gids.

Het woord « guide » betekent gids.

carte

kaart
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « carte » désigne kaart.

Het woord « carte » betekent kaart.

plan

plattegrond; plan
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « plan » désigne plattegrond; plan.

Het woord « plan » betekent plattegrond; plan.

valise

koffer
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « valise » désigne koffer.

Het woord « valise » betekent koffer.

passeport

paspoort
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « passeport » désigne paspoort.

Het woord « passeport » betekent paspoort.

visa

visum
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « visa » désigne visum.

Het woord « visa » betekent visum.

destination

bestemming
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « destination » désigne bestemming.

Het woord « destination » betekent bestemming.

séjour

verblijf
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « séjour » désigne verblijf.

Het woord « séjour » betekent verblijf.

hébergement

accommodatie
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « hébergement » désigne accommodatie.

Het woord « hébergement » betekent accommodatie.

camping

camping
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « camping » désigne camping.

Het woord « camping » betekent camping.

auberge

herberg; hostel
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « auberge » désigne herberg; hostel.

Het woord « auberge » betekent herberg; hostel.

monument

monument
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « monument » désigne monument.

Het woord « monument » betekent monument.

correspondance

overstap; aansluiting
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « correspondance » désigne overstap; aansluiting.

Het woord « correspondance » betekent overstap; aansluiting.

quai

perron; kade
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « quai » désigne perron; kade.

Het woord « quai » betekent perron; kade.

tunnel

tunnel
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tunnel » désigne tunnel.

Het woord « tunnel » betekent tunnel.

tramway

tram
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tramway » désigne tram.

Het woord « tramway » betekent tram.

embouteillage

file; verkeersopstopping
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « embouteillage » désigne file; verkeersopstopping.

Het woord « embouteillage » betekent file; verkeersopstopping.

conducteur

bestuurder
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « conducteur » désigne bestuurder.

Het woord « conducteur » betekent bestuurder.

toit

dak
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « toit » désigne dak.

Het woord « toit » betekent dak.

mur

muur
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mur » désigne muur.

Het woord « mur » betekent muur.

sol

vloer; bodem
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sol » désigne vloer; bodem.

Het woord « sol » betekent vloer; bodem.

plancher

vloer
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « plancher » désigne vloer.

Het woord « plancher » betekent vloer.

carrelage

tegelwerk
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « carrelage » désigne tegelwerk.

Het woord « carrelage » betekent tegelwerk.

moquette

vloerbedekking
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « moquette » désigne vloerbedekking.

Het woord « moquette » betekent vloerbedekking.

volet

luik; rolluik
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « volet » désigne luik; rolluik.

Het woord « volet » betekent luik; rolluik.

gouttière

dakgoot
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « gouttière » désigne dakgoot.

Het woord « gouttière » betekent dakgoot.

terrasse

terras
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « terrasse » désigne terras.

Het woord « terrasse » betekent terras.

pelouse

grasveld; gazon
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « pelouse » désigne grasveld; gazon.

Het woord « pelouse » betekent grasveld; gazon.

haie

heg
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « haie » désigne heg.

Het woord « haie » betekent heg.

potager

moestuin
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « potager » désigne moestuin.

Het woord « potager » betekent moestuin.

buanderie

wasruimte
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « buanderie » désigne wasruimte.

Het woord « buanderie » betekent wasruimte.

débarras

berging; opslagruimte
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « débarras » désigne berging; opslagruimte.

Het woord « débarras » betekent berging; opslagruimte.

couloir

gang
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « couloir » désigne gang.

Het woord « couloir » betekent gang.

meuble

meubel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « meuble » désigne meubel.

Het woord « meuble » betekent meubel.

canapé

bank; sofa
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « canapé » désigne bank; sofa.

Het woord « canapé » betekent bank; sofa.

fauteuil

leunstoel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fauteuil » désigne leunstoel.

Het woord « fauteuil » betekent leunstoel.

lit superposé

stapelbed
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lit superposé » désigne stapelbed.

Het woord « lit superposé » betekent stapelbed.

commode

ladekast
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « commode » désigne ladekast.

Het woord « commode » betekent ladekast.

armoire

kast; kledingkast
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « armoire » désigne kast; kledingkast.

Het woord « armoire » betekent kast; kledingkast.

douche

douche
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « douche » désigne douche.

Het woord « douche » betekent douche.

robinet

kraan
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « robinet » désigne kraan.

Het woord « robinet » betekent kraan.

évier

gootsteen
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « évier » désigne gootsteen.

Het woord « évier » betekent gootsteen.

lave-linge

wasmachine
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lave-linge » désigne wasmachine.

Het woord « lave-linge » betekent wasmachine.

lave-vaisselle

vaatwasser
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lave-vaisselle » désigne vaatwasser.

Het woord « lave-vaisselle » betekent vaatwasser.

aspirateur

stofzuiger
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aspirateur » désigne stofzuiger.

Het woord « aspirateur » betekent stofzuiger.

toilettes

toilet
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « toilettes » désigne toilet.

Het woord « toilettes » betekent toilet.

dressing

inloopkast; kledingkast
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dressing » désigne inloopkast; kledingkast.

Het woord « dressing » betekent inloopkast; kledingkast.

jardinier

tuinman
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jardinier » désigne tuinman.

Het woord « jardinier » betekent tuinman.

maçon

metselaar
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « maçon » désigne metselaar.

Het woord « maçon » betekent metselaar.

déménager

verhuizen
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent déménager.

Ze kunnen verhuizen.

étendoir

wasrek
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « étendoir » désigne wasrek.

Het woord « étendoir » betekent wasrek.

radiateur

radiator
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « radiateur » désigne radiator.

Het woord « radiateur » betekent radiator.

chauffage

verwarming
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « chauffage » désigne verwarming.

Het woord « chauffage » betekent verwarming.

climatisation

airconditioning
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « climatisation » désigne airconditioning.

Het woord « climatisation » betekent airconditioning.

chemin

pad; weg
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « chemin » désigne pad; weg.

Het woord « chemin » betekent pad; weg.

quartier résidentiel

woonwijk
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « quartier résidentiel » désigne woonwijk.

Het woord « quartier résidentiel » betekent woonwijk.

caveau

kelderruimte; gewelfde kelder
B2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « caveau » désigne kelderruimte; gewelfde kelder.

Het woord « caveau » betekent kelderruimte; gewelfde kelder.

cheville

plug; enkel
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cheville » désigne plug; enkel.

Het woord « cheville » betekent plug; enkel.

marteau

hamer
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « marteau » désigne hamer.

Het woord « marteau » betekent hamer.

clou

spijker
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « clou » désigne spijker.

Het woord « clou » betekent spijker.

vis

schroef
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vis » désigne schroef.

Het woord « vis » betekent schroef.

courriel

e-mail
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « courriel » désigne e-mail.

Het woord « courriel » betekent e-mail.

courrier

post; correspondentie
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « courrier » désigne post; correspondentie.

Het woord « courrier » betekent post; correspondentie.

enveloppe

envelop
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « enveloppe » désigne envelop.

Het woord « enveloppe » betekent envelop.

timbre

postzegel
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « timbre » désigne postzegel.

Het woord « timbre » betekent postzegel.

journal

krant; dagboek
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « journal » désigne krant; dagboek.

Het woord « journal » betekent krant; dagboek.

journaliste

journalist
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « journaliste » désigne journalist.

Het woord « journaliste » betekent journalist.

article

artikel
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « article » désigne artikel.

Het woord « article » betekent artikel.

titre

titel
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « titre » désigne titel.

Het woord « titre » betekent titel.

publicité

reclame
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « publicité » désigne reclame.

Het woord « publicité » betekent reclame.

réseaux sociaux

sociale media
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réseaux sociaux » désigne sociale media.

Het woord « réseaux sociaux » betekent sociale media.

site internet

website
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « site internet » désigne website.

Het woord « site internet » betekent website.

mot de passe

wachtwoord
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mot de passe » désigne wachtwoord.

Het woord « mot de passe » betekent wachtwoord.

compte

account; rekening
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « compte » désigne account; rekening.

Het woord « compte » betekent account; rekening.

profil

profiel
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « profil » désigne profiel.

Het woord « profil » betekent profiel.

photo

foto
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « photo » désigne foto.

Het woord « photo » betekent foto.

vidéo

video
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vidéo » désigne video.

Het woord « vidéo » betekent video.

caméra

camera
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « caméra » désigne camera.

Het woord « caméra » betekent camera.

microphone

microfoon
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « microphone » désigne microfoon.

Het woord « microphone » betekent microfoon.

son

geluid
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « son » désigne geluid.

Het woord « son » betekent geluid.

bruit

geluid; lawaai
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bruit » désigne geluid; lawaai.

Het woord « bruit » betekent geluid; lawaai.

silence

stilte
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « silence » désigne stilte.

Het woord « silence » betekent stilte.

voix

stem
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « voix » désigne stem.

Het woord « voix » betekent stem.

accent

accent
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « accent » désigne accent.

Het woord « accent » betekent accent.

langue

taal
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « langue » désigne taal.

Het woord « langue » betekent taal.

discussion

discussie; gesprek
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « discussion » désigne discussie; gesprek.

Het woord « discussion » betekent discussie; gesprek.

débat

debat
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « débat » désigne debat.

Het woord « débat » betekent debat.

argument

argument; redenering
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « argument » désigne argument; redenering.

Het woord « argument » betekent argument; redenering.

avis

mening
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « avis » désigne mening.

Het woord « avis » betekent mening.

accord

akkoord; overeenstemming
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « accord » désigne akkoord; overeenstemming.

Het woord « accord » betekent akkoord; overeenstemming.

preuve

bewijs
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « preuve » désigne bewijs.

Het woord « preuve » betekent bewijs.

source

bron
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « source » désigne bron.

Het woord « source » betekent bron.

information

informatie
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « information » désigne informatie.

Het woord « information » betekent informatie.

rumeur

gerucht
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « rumeur » désigne gerucht.

Het woord « rumeur » betekent gerucht.

vérité

waarheid
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vérité » désigne waarheid.

Het woord « vérité » betekent waarheid.

mensonge

leugen
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mensonge » désigne leugen.

Het woord « mensonge » betekent leugen.

vote

stem; stemming
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vote » désigne stem; stemming.

Het woord « vote » betekent stem; stemming.

élection

verkiezing
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « élection » désigne verkiezing.

Het woord « élection » betekent verkiezing.

citoyen

burger
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « citoyen » désigne burger.

Het woord « citoyen » betekent burger.

citoyenne

burgeres
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « citoyenne » désigne burgeres.

Het woord « citoyenne » betekent burgeres.

loi

wet
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « loi » désigne wet.

Het woord « loi » betekent wet.

règle

regel
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « règle » désigne regel.

Het woord « règle » betekent regel.

société

samenleving; maatschappij
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « société » désigne samenleving; maatschappij.

Het woord « société » betekent samenleving; maatschappij.

quartier

wijk
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « quartier » désigne wijk.

Het woord « quartier » betekent wijk.

communauté

gemeenschap
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « communauté » désigne gemeenschap.

Het woord « communauté » betekent gemeenschap.

association

vereniging
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « association » désigne vereniging.

Het woord « association » betekent vereniging.

téléchargement

download
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « téléchargement » désigne download.

Het woord « téléchargement » betekent download.

télécharger

downloaden
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ils peuvent télécharger.

Ze kunnen downloaden.

fichier

bestand
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fichier » désigne bestand.

Het woord « fichier » betekent bestand.

clavier

toetsenbord
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « clavier » désigne toetsenbord.

Het woord « clavier » betekent toetsenbord.

souris

muis
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « souris » désigne muis.

Het woord « souris » betekent muis.

écran tactile

aanraakscherm
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « écran tactile » désigne aanraakscherm.

Het woord « écran tactile » betekent aanraakscherm.

notification

melding
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « notification » désigne melding.

Het woord « notification » betekent melding.

joie

vreugde; blijdschap
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « joie » désigne vreugde; blijdschap.

Het woord « joie » betekent vreugde; blijdschap.

tristesse

verdriet
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tristesse » désigne verdriet.

Het woord « tristesse » betekent verdriet.

colère

boosheid
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « colère » désigne boosheid.

Het woord « colère » betekent boosheid.

peur

angst
A1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « peur » désigne angst.

Het woord « peur » betekent angst.

surprise

verrassing
A1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « surprise » désigne verrassing.

Het woord « surprise » betekent verrassing.

plaisir

plezier
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « plaisir » désigne plezier.

Het woord « plaisir » betekent plezier.

bonheur

geluk
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bonheur » désigne geluk.

Het woord « bonheur » betekent geluk.

malheur

ongeluk; tegenspoed
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « malheur » désigne ongeluk; tegenspoed.

Het woord « malheur » betekent ongeluk; tegenspoed.

amour

liefde
A1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « amour » désigne liefde.

Het woord « amour » betekent liefde.

haine

haat
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « haine » désigne haat.

Het woord « haine » betekent haat.

désespoir

wanhoop
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « désespoir » désigne wanhoop.

Het woord « désespoir » betekent wanhoop.

courage

moed
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « courage » désigne moed.

Het woord « courage » betekent moed.

peine

verdriet; moeite; straf
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « peine » désigne verdriet; moeite; straf.

Het woord « peine » betekent verdriet; moeite; straf.

stress

stress
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « stress » désigne stress.

Het woord « stress » betekent stress.

calme

rust; kalmte
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « calme » désigne rust; kalmte.

Het woord « calme » betekent rust; kalmte.

fierté

trots
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fierté » désigne trots.

Het woord « fierté » betekent trots.

culpabilité

schuldgevoel
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « culpabilité » désigne schuldgevoel.

Het woord « culpabilité » betekent schuldgevoel.

surpris

verrast
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est surpris.

Hij is verrast.

heureux

gelukkig
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est heureux.

Hij is gelukkig.

triste

verdrietig
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est triste.

Hij is verdrietig.

fâché

boos
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est fâché.

Hij is boos.

inquiet

bezorgd
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est inquiet.

Hij is bezorgd.

rassuré

gerustgesteld
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est rassuré.

Hij is gerustgesteld.

déçu

teleurgesteld
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est déçu.

Hij is teleurgesteld.

fier

trots
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est fier.

Hij is trots.

honteux

beschaamd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est honteux.

Hij is beschaamd.

généreux

gul
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est généreux.

Hij is gul.

égoïste

egoïstisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est égoïste.

Hij is egoïstisch.

honnête

eerlijk
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est honnête.

Hij is eerlijk.

patient

geduldig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est patient.

Hij is geduldig.

impatient

ongeduldig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est impatient.

Hij is ongeduldig.

curieux

nieuwsgierig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est curieux.

Hij is nieuwsgierig.

timide

verlegen
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est timide.

Hij is verlegen.

sociable

sociaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est sociable.

Hij is sociaal.

poli

beleefd
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est poli.

Hij is beleefd.

impoli

onbeleefd
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est impoli.

Hij is onbeleefd.

gentil

aardig; vriendelijk
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est gentil.

Hij is aardig; vriendelijk.

méchant

gemeen; slecht
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est méchant.

Hij is gemeen; slecht.

drôle

grappig; vreemd
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est drôle.

Hij is grappig; vreemd.

optimiste

optimistisch
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est optimiste.

Hij is optimistisch.

pessimiste

pessimistisch
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est pessimiste.

Hij is pessimistisch.

confiant

zelfverzekerd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est confiant.

Hij is zelfverzekerd.

prudent

voorzichtig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est prudent.

Hij is voorzichtig.

hésitant

aarzelend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est hésitant.

Hij is aarzelend.

motivé

gemotiveerd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est motivé.

Hij is gemotiveerd.

affection

genegenheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « affection » désigne genegenheid.

Het woord « affection » betekent genegenheid.

tendresse

tederheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tendresse » désigne tederheid.

Het woord « tendresse » betekent tederheid.

admiration

bewondering
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « admiration » désigne bewondering.

Het woord « admiration » betekent bewondering.

déception

teleurstelling
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « déception » désigne teleurstelling.

Het woord « déception » betekent teleurstelling.

enthousiasme

enthousiasme
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « enthousiasme » désigne enthousiasme.

Het woord « enthousiasme » betekent enthousiasme.

nervosité

nerveusheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « nervosité » désigne nerveusheid.

Het woord « nervosité » betekent nerveusheid.

nuage

wolk
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « nuage » désigne wolk.

Het woord « nuage » betekent wolk.

orage

onweer
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « orage » désigne onweer.

Het woord « orage » betekent onweer.

éclair

bliksemflits
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « éclair » désigne bliksemflits.

Het woord « éclair » betekent bliksemflits.

tonnerre

donder
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tonnerre » désigne donder.

Het woord « tonnerre » betekent donder.

brouillard

mist
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « brouillard » désigne mist.

Het woord « brouillard » betekent mist.

gel

vorst
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « gel » désigne vorst.

Het woord « gel » betekent vorst.

chaleur

hitte; warmte
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « chaleur » désigne hitte; warmte.

Het woord « chaleur » betekent hitte; warmte.

température

temperatuur
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « température » désigne temperatuur.

Het woord « température » betekent temperatuur.

degré

graad
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « degré » désigne graad.

Het woord « degré » betekent graad.

humidité

vochtigheid
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « humidité » désigne vochtigheid.

Het woord « humidité » betekent vochtigheid.

sécheresse

droogte
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sécheresse » désigne droogte.

Het woord « sécheresse » betekent droogte.

inondation

overstroming
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « inondation » désigne overstroming.

Het woord « inondation » betekent overstroming.

tempête

storm
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tempête » désigne storm.

Het woord « tempête » betekent storm.

ventilation

ventilatie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ventilation » désigne ventilatie.

Het woord « ventilation » betekent ventilatie.

climat

klimaat
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « climat » désigne klimaat.

Het woord « climat » betekent klimaat.

océan

oceaan
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « océan » désigne oceaan.

Het woord « océan » betekent oceaan.

plage

strand
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « plage » désigne strand.

Het woord « plage » betekent strand.

désert

woestijn
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « désert » désigne woestijn.

Het woord « désert » betekent woestijn.

grotte

grot
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « grotte » désigne grot.

Het woord « grotte » betekent grot.

cascade

waterval
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cascade » désigne waterval.

Het woord « cascade » betekent waterval.

sentier

wandelpad
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sentier » désigne wandelpad.

Het woord « sentier » betekent wandelpad.

champ

veld
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « champ » désigne veld.

Het woord « champ » betekent veld.

ferme

boerderij
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ferme » désigne boerderij.

Het woord « ferme » betekent boerderij.

récolte

oogst
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « récolte » désigne oogst.

Het woord « récolte » betekent oogst.

semence

zaad; zaaigoed
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « semence » désigne zaad; zaaigoed.

Het woord « semence » betekent zaad; zaaigoed.

racine

wortel
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « racine » désigne wortel.

Het woord « racine » betekent wortel.

branche

tak
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « branche » désigne tak.

Het woord « branche » betekent tak.

tronc

boomstam
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tronc » désigne boomstam.

Het woord « tronc » betekent boomstam.

herbe

gras; kruid
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « herbe » désigne gras; kruid.

Het woord « herbe » betekent gras; kruid.

buisson

struik
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « buisson » désigne struik.

Het woord « buisson » betekent struik.

insecte

insect
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « insecte » désigne insect.

Het woord « insecte » betekent insect.

papillon

vlinder
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « papillon » désigne vlinder.

Het woord « papillon » betekent vlinder.

grenouille

kikker
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « grenouille » désigne kikker.

Het woord « grenouille » betekent kikker.

serpent

slang
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « serpent » désigne slang.

Het woord « serpent » betekent slang.

lapin

konijn
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lapin » désigne konijn.

Het woord « lapin » betekent konijn.

cheval

paard
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cheval » désigne paard.

Het woord « cheval » betekent paard.

vache

koe
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vache » désigne koe.

Het woord « vache » betekent koe.

mouton

schaap
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mouton » désigne schaap.

Het woord « mouton » betekent schaap.

médecin

arts
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « médecin » désigne arts.

Het woord « médecin » betekent arts.

maladie

ziekte
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « maladie » désigne ziekte.

Het woord « maladie » betekent ziekte.

douleur

pijn
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « douleur » désigne pijn.

Het woord « douleur » betekent pijn.

ventre

buik
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ventre » désigne buik.

Het woord « ventre » betekent buik.

dos

rug
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dos » désigne rug.

Het woord « dos » betekent rug.

cou

nek
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cou » désigne nek.

Het woord « cou » betekent nek.

gorge

keel
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « gorge » désigne keel.

Het woord « gorge » betekent keel.

oreiller médical

medisch kussen
B2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « oreiller médical » désigne medisch kussen.

Het woord « oreiller médical » betekent medisch kussen.

feuille

blad
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « feuille » désigne blad.

Het woord « feuille » betekent blad.

graine

zaadje
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « graine » désigne zaadje.

Het woord « graine » betekent zaadje.

écorce

schors
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « écorce » désigne schors.

Het woord « écorce » betekent schors.

ruisseau

beekje
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ruisseau » désigne beekje.

Het woord « ruisseau » betekent beekje.

étang

vijver
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « étang » désigne vijver.

Het woord « étang » betekent vijver.

marais

moeras
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « marais » désigne moeras.

Het woord « marais » betekent moeras.

siècle

eeuw
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « siècle » désigne eeuw.

Het woord « siècle » betekent eeuw.

décennie

decennium
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « décennie » désigne decennium.

Het woord « décennie » betekent decennium.

époque

tijdperk; periode
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « époque » désigne tijdperk; periode.

Het woord « époque » betekent tijdperk; periode.

période

periode
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « période » désigne periode.

Het woord « période » betekent periode.

durée

duur
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « durée » désigne duur.

Het woord « durée » betekent duur.

instant

ogenblik
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « instant » désigne ogenblik.

Het woord « instant » betekent ogenblik.

quart

kwartier; vierde deel
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « quart » désigne kwartier; vierde deel.

Het woord « quart » betekent kwartier; vierde deel.

midi

middag; twaalf uur
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « midi » désigne middag; twaalf uur.

Het woord « midi » betekent middag; twaalf uur.

aube

dageraad
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aube » désigne dageraad.

Het woord « aube » betekent dageraad.

crépuscule

schemering
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « crépuscule » désigne schemering.

Het woord « crépuscule » betekent schemering.

lendemain

volgende dag
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lendemain » désigne volgende dag.

Het woord « lendemain » betekent volgende dag.

veille

vorige dag; vooravond
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « veille » désigne vorige dag; vooravond.

Het woord « veille » betekent vorige dag; vooravond.

avant-hier

eergisteren
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient avant-hier.

Hij komt eergisteren.

après-demain

overmorgen
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient après-demain.

Hij komt overmorgen.

désormais

voortaan
B2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient désormais.

Hij komt voortaan.

autrefois

vroeger
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient autrefois.

Hij komt vroeger.

récemment

onlangs
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient récemment.

Hij komt onlangs.

rarement

zelden
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient rarement.

Hij komt zelden.

toujours

altijd
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient toujours.

Hij komt altijd.

jamais

nooit
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient jamais.

Hij komt nooit.

parfois

soms
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient parfois.

Hij komt soms.

ensuite

daarna; vervolgens
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient ensuite.

Hij komt daarna; vervolgens.

d'abord

eerst
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient d'abord.

Hij komt eerst.

enfin

eindelijk; ten slotte
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient enfin.

Hij komt eindelijk; ten slotte.

pendant

gedurende; tijdens
A1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « pendant » indique une relation.

Het woord « pendant » geeft een relatie aan.

depuis

sinds; al
A2voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « depuis » indique une relation.

Het woord « depuis » geeft een relatie aan.

jusqu'à

tot; tot aan
A1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jusqu'à » indique une relation.

Het woord « jusqu'à » geeft een relatie aan.

environ

ongeveer
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient environ.

Hij komt ongeveer.

presque

bijna
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient presque.

Hij komt bijna.

assez

genoeg; behoorlijk
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient assez.

Hij komt genoeg; behoorlijk.

davantage

meer
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient davantage.

Hij komt meer.

moins

minder
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il vient moins.

Hij komt minder.

plusieurs

meerdere; verschillende
A2voornaamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « plusieurs » remplace un nom.

Het woord « plusieurs » vervangt een zelfstandig naamwoord.

aucun

geen enkele
A2voornaamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aucun » remplace un nom.

Het woord « aucun » vervangt een zelfstandig naamwoord.

chacun

ieder; elk
A2voornaamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « chacun » remplace un nom.

Het woord « chacun » vervangt een zelfstandig naamwoord.

certain

bepaald; zeker
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est certain.

Hij is bepaald; zeker.

total

totaal
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « total » désigne totaal.

Het woord « total » betekent totaal.

moitié

helft
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « moitié » désigne helft.

Het woord « moitié » betekent helft.

tiers

derde
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tiers » désigne derde.

Het woord « tiers » betekent derde.

double

dubbel
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « double » désigne dubbel.

Het woord « double » betekent dubbel.

triple

drievoudig; driemaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est triple.

Hij is drievoudig; driemaal.

centaine

honderdtal
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « centaine » désigne honderdtal.

Het woord « centaine » betekent honderdtal.

millier

duizendtal
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « millier » désigne duizendtal.

Het woord « millier » betekent duizendtal.

nombreux

talrijk; veel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est nombreux.

Hij is talrijk; veel.

rare

zeldzaam
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est rare.

Hij is zeldzaam.

fréquent

frequent; vaak voorkomend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est fréquent.

Hij is frequent; vaak voorkomend.

minute

minuut
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « minute » désigne minuut.

Het woord « minute » betekent minuut.

seconde

seconde
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « seconde » désigne seconde.

Het woord « seconde » betekent seconde.

minuit

middernacht
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « minuit » désigne middernacht.

Het woord « minuit » betekent middernacht.

fois

keer; maal
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fois » désigne keer; maal.

Het woord « fois » betekent keer; maal.

nombre

aantal; getal
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « nombre » désigne aantal; getal.

Het woord « nombre » betekent aantal; getal.

amener

brengen; meenemen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais amener aujourd'hui.

Ik ga vandaag amener.

appareil

apparaat
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appareil ».

Ik ken het woord « appareil ».

avant

voor; voordat
A1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est avant la table.

Het boek is avant de tafel.

bavard

praatgraag
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est bavard.

Het is bavard.

changer

veranderen; wisselen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais changer aujourd'hui.

Ik ga vandaag changer.

chaud

warm; heet
A1bijvoeglijk-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est chaud.

Het is chaud.

choix

keuze
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « choix ».

Ik ken het woord « choix ».

chose

ding; zaak
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chose ».

Ik ken het woord « chose ».

complet

volledig; compleet
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est complet.

Het is complet.

conseiller

adviseren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais conseiller aujourd'hui.

Ik ga vandaag conseiller.

courant

gebruikelijk; gangbaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est courant.

Het is courant.

crier

schreeuwen
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais crier aujourd'hui.

Ik ga vandaag crier.

demander

vragen; verzoeken
A1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais demander aujourd'hui.

Ik ga vandaag demander.

descendre

afdalen; naar beneden gaan
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais descendre aujourd'hui.

Ik ga vandaag descendre.

devant

voor; tegenover
A1voorzetsel
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est devant la table.

Het boek is devant de tafel.

deviner

raden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais deviner aujourd'hui.

Ik ga vandaag deviner.

doute

twijfel
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « doute ».

Ik ken het woord « doute ».

effacer

wissen
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais effacer aujourd'hui.

Ik ga vandaag effacer.

envie

zin; verlangen
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « envie ».

Ik ken het woord « envie ».

esprit

geest; verstand
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « esprit ».

Ik ken het woord « esprit ».

exact

precies
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est exact.

Het is exact.

faible

zwak; laag
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est faible.

Het is faible.

faute

fout
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « faute ».

Ik ken het woord « faute ».

fête

feest
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fête ».

Ik ken het woord « fête ».

finir

eindigen; afmaken
A1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais finir aujourd'hui.

Ik ga vandaag finir.

fort

sterk
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est fort.

Het is fort.

frais

vers; koel
A2bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est frais.

Het is frais.

frapper

kloppen; slaan
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais frapper aujourd'hui.

Ik ga vandaag frapper.

gens

mensen
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gens ».

Ik ken het woord « gens ».

gout

smaak
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gout ».

Ik ken het woord « gout ».

grossir

aankomen; dikker worden
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais grossir aujourd'hui.

Ik ga vandaag grossir.

gros

groot; dik
A1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est gros.

Het is gros.

important

belangrijk
A1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est important.

Het is important.

laisser

laten; achterlaten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais laisser aujourd'hui.

Ik ga vandaag laisser.

lent

langzaam
A1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est lent.

Het is lent.

longtemps

lang; lange tijd
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait longtemps.

Hij doet het longtemps.

lourd

zwaar
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est lourd.

Het is lourd.

manquer

missen; ontbreken
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais manquer aujourd'hui.

Ik ga vandaag manquer.

mauvais

slecht
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est mauvais.

Het is mauvais.

meilleur

beter; beste
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est meilleur.

Het is meilleur.

mettre

zetten; leggen; aantrekken
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais mettre aujourd'hui.

Ik ga vandaag mettre.

montrer

laten zien
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais montrer aujourd'hui.

Ik ga vandaag montrer.

mourir

sterven
A2werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais mourir aujourd'hui.

Ik ga vandaag mourir.

payer

betalen
A1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais payer aujourd'hui.

Ik ga vandaag payer.

penser

denken
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais penser aujourd'hui.

Ik ga vandaag penser.

plaire

bevallen; leuk vinden
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais plaire aujourd'hui.

Ik ga vandaag plaire.

pleurer

huilen
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais pleurer aujourd'hui.

Ik ga vandaag pleurer.

premier

eerste
A1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est premier.

Het is premier.

promettre

beloven
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais promettre aujourd'hui.

Ik ga vandaag promettre.

propre

schoon; eigen
A2bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est propre.

Het is propre.

recevoir

ontvangen
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais recevoir aujourd'hui.

Ik ga vandaag recevoir.

rendre

teruggeven; maken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais rendre aujourd'hui.

Ik ga vandaag rendre.

rire

lachen
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais rire aujourd'hui.

Ik ga vandaag rire.

savoir

weten
A1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais savoir aujourd'hui.

Ik ga vandaag savoir.

sentir

voelen; ruiken
A2werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais sentir aujourd'hui.

Ik ga vandaag sentir.

se lever

opstaan
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais se lever aujourd'hui.

Ik ga vandaag se lever.

seul

alleen
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est seul.

Het is seul.

simple

eenvoudig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est simple.

Het is simple.

tenir

vasthouden; houden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais tenir aujourd'hui.

Ik ga vandaag tenir.

tomber

vallen
A2werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais tomber aujourd'hui.

Ik ga vandaag tomber.

trouver

vinden
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais trouver aujourd'hui.

Ik ga vandaag trouver.

vivre

leven
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais vivre aujourd'hui.

Ik ga vandaag vivre.

vouloir

willen
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais vouloir aujourd'hui.

Ik ga vandaag vouloir.

abri

schuilplaats
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « abri ».

Ik ken het woord « abri ».

aide

hulp
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aide ».

Ik ken het woord « aide ».

aliments

voedingsmiddelen
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aliments ».

Ik ken het woord « aliments ».

argent

geld
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « argent ».

Ik ken het woord « argent ».

arbre

boom
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arbre ».

Ik ken het woord « arbre ».

arrêt

halte; stop
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrêt ».

Ik ken het woord « arrêt ».

avantage

voordeel
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avantage ».

Ik ken het woord « avantage ».

avenir

toekomst
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avenir ».

Ik ken het woord « avenir ».

bagarre

ruzie
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bagarre ».

Ik ken het woord « bagarre ».

bague

ring
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bague ».

Ik ken het woord « bague ».

bâtiment

gebouw
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bâtiment ».

Ik ken het woord « bâtiment ».

boîte

doos
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boîte ».

Ik ken het woord « boîte ».

bord

rand; boord
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bord ».

Ik ken het woord « bord ».

boutique

winkel
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boutique ».

Ik ken het woord « boutique ».

cadeau

cadeau
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cadeau ».

Ik ken het woord « cadeau ».

campagne

platteland; campagne
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « campagne ».

Ik ken het woord « campagne ».

cause

oorzaak
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cause ».

Ik ken het woord « cause ».

centre

centrum
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « centre ».

Ik ken het woord « centre ».

chance

kans; geluk
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chance ».

Ik ken het woord « chance ».

chanson

lied
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chanson ».

Ik ken het woord « chanson ».

chiffre

cijfer; getal
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chiffre ».

Ik ken het woord « chiffre ».

cloche

bel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cloche ».

Ik ken het woord « cloche ».

coeur

hart
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coeur ».

Ik ken het woord « coeur ».

commerce

handel; winkel
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « commerce ».

Ik ken het woord « commerce ».

contrôle

controle
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « contrôle ».

Ik ken het woord « contrôle ».

corde

touw
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « corde ».

Ik ken het woord « corde ».

couleur

kleur
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couleur ».

Ik ken het woord « couleur ».

course

wedstrijd; boodschappen
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « course ».

Ik ken het woord « course ».

couvercle

deksel
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couvercle ».

Ik ken het woord « couvercle ».

crise

crisis
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « crise ».

Ik ken het woord « crise ».

dame

dame
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dame ».

Ik ken het woord « dame ».

début

begin
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « début ».

Ik ken het woord « début ».

derrière

achterkant; achter
A1bijwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait derrière.

Hij doet het derrière.

dessin

tekening
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dessin ».

Ik ken het woord « dessin ».

détail

detail
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « détail ».

Ik ken het woord « détail ».

discours

toespraak; betoog
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « discours ».

Ik ken het woord « discours ».

document

document
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « document ».

Ik ken het woord « document ».

effet

effect; gevolg
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « effet ».

Ik ken het woord « effet ».

ennemi

vijand
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ennemi ».

Ik ken het woord « ennemi ».

espace

ruimte
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « espace ».

Ik ken het woord « espace ».

étape

stap; fase
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étape ».

Ik ken het woord « étape ».

état

toestand; staat
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « état ».

Ik ken het woord « état ».

événement

evenement
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « événement ».

Ik ken het woord « événement ».

exercice

oefening
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « exercice ».

Ik ken het woord « exercice ».

facilité

gemak
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « facilité ».

Ik ken het woord « facilité ».

faim

honger
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « faim ».

Ik ken het woord « faim ».

femme

vrouw
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « femme ».

Ik ken het woord « femme ».

fer

ijzer
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fer ».

Ik ken het woord « fer ».

feu

vuur; verkeerslicht
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « feu ».

Ik ken het woord « feu ».

figure

figuur
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « figure ».

Ik ken het woord « figure ».

fil

draad
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fil ».

Ik ken het woord « fil ».

fin

einde
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fin ».

Ik ken het woord « fin ».

force

kracht
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « force ».

Ik ken het woord « force ».

forme

vorm
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « forme ».

Ik ken het woord « forme ».

foule

menigte
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « foule ».

Ik ken het woord « foule ».

fruit

fruit
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fruit ».

Ik ken het woord « fruit ».

gauche

links
A1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est gauche.

Het is gauche.

glace

ijs
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « glace ».

Ik ken het woord « glace ».

gouvernement

regering
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gouvernement ».

Ik ken het woord « gouvernement ».

guerre

oorlog
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « guerre ».

Ik ken het woord « guerre ».

guidage

begeleiding
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « guidage ».

Ik ken het woord « guidage ».

hiver

winter
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hiver ».

Ik ken het woord « hiver ».

homme

man
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « homme ».

Ik ken het woord « homme ».

huile

olie
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « huile ».

Ik ken het woord « huile ».

image

afbeelding
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « image ».

Ik ken het woord « image ».

impression

indruk
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « impression ».

Ik ken het woord « impression ».

industrie

industrie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « industrie ».

Ik ken het woord « industrie ».

intérêt

belang; interesse
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « intérêt ».

Ik ken het woord « intérêt ».

jour

dag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jour ».

Ik ken het woord « jour ».

jeu

spel
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jeu ».

Ik ken het woord « jeu ».

lettre

brief; letter
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lettre ».

Ik ken het woord « lettre ».

lien

band; link
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lien ».

Ik ken het woord « lien ».

ligne

lijn
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ligne ».

Ik ken het woord « ligne ».

livre

boek
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « livre ».

Ik ken het woord « livre ».

lumière

licht
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lumière ».

Ik ken het woord « lumière ».

lune

maan
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lune ».

Ik ken het woord « lune ».

machine

machine
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « machine ».

Ik ken het woord « machine ».

magasin

winkel
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « magasin ».

Ik ken het woord « magasin ».

manière

manier
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « manière ».

Ik ken het woord « manière ».

marché

markt
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marché ».

Ik ken het woord « marché ».

marque

merk; teken
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marque ».

Ik ken het woord « marque ».

masse

massa; hoeveelheid
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « masse ».

Ik ken het woord « masse ».

milieu

midden; omgeving
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « milieu ».

Ik ken het woord « milieu ».

modèle

model
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « modèle ».

Ik ken het woord « modèle ».

moteur

motor
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moteur ».

Ik ken het woord « moteur ».

mouvement

beweging
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mouvement ».

Ik ken het woord « mouvement ».

musique

muziek
A1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « musique ».

Ik ken het woord « musique ».

nation

natie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nation ».

Ik ken het woord « nation ».

nature

natuur
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nature ».

Ik ken het woord « nature ».

nourriture

voedsel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nourriture ».

Ik ken het woord « nourriture ».

nuit

nacht
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nuit ».

Ik ken het woord « nuit ».

odeur

geur
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « odeur ».

Ik ken het woord « odeur ».

ordre

orde; volgorde
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ordre ».

Ik ken het woord « ordre ».

outil

gereedschap; hulpmiddel
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « outil ».

Ik ken het woord « outil ».

page

pagina
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « page ».

Ik ken het woord « page ».

papier

papier
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « papier ».

Ik ken het woord « papier ».

paire

paar
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « paire ».

Ik ken het woord « paire ».

papa

papa
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « papa ».

Ik ken het woord « papa ».

pays

land
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pays ».

Ik ken het woord « pays ».

peau

huid
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « peau ».

Ik ken het woord « peau ».

phrase

zin
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « phrase ».

Ik ken het woord « phrase ».

pierre

steen
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pierre ».

Ik ken het woord « pierre ».

piste

pad; baan
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « piste ».

Ik ken het woord « piste ».

place

plaats; plek
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « place ».

Ik ken het woord « place ».

plein

vol
A1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est plein.

Het is plein.

poids

gewicht
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poids ».

Ik ken het woord « poids ».

problème

probleem
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « problème ».

Ik ken het woord « problème ».

processus

proces
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « processus ».

Ik ken het woord « processus ».

produit

product
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « produit ».

Ik ken het woord « produit ».

queue

staart; rij
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « queue ».

Ik ken het woord « queue ».

radio

radio
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « radio ».

Ik ken het woord « radio ».

recherche

onderzoek
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « recherche ».

Ik ken het woord « recherche ».

région

regio
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « région ».

Ik ken het woord « région ».

rêve

droom
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rêve ».

Ik ken het woord « rêve ».

sable

zand
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sable ».

Ik ken het woord « sable ».

saison

seizoen
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « saison ».

Ik ken het woord « saison ».

sang

bloed
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sang ».

Ik ken het woord « sang ».

science

wetenschap
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « science ».

Ik ken het woord « science ».

section

deel; sectie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « section ».

Ik ken het woord « section ».

sens

zin; richting
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sens ».

Ik ken het woord « sens ».

soins

zorg; verzorging
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soins ».

Ik ken het woord « soins ».

soirée

avond; feestavond
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soirée ».

Ik ken het woord « soirée ».

soldat

soldaat
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soldat ».

Ik ken het woord « soldat ».

sommeil

slaap
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sommeil ».

Ik ken het woord « sommeil ».

sourire

glimlach
A1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sourire ».

Ik ken het woord « sourire ».

station

station
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « station ».

Ik ken het woord « station ».

taille

maat; omvang
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « taille ».

Ik ken het woord « taille ».

temps

tijd; weer
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « temps ».

Ik ken het woord « temps ».

terme

term; einde
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « terme ».

Ik ken het woord « terme ».

tour

beurt; rondje
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tour ».

Ik ken het woord « tour ».

train

trein
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « train ».

Ik ken het woord « train ».

traversée

oversteek; overtocht
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « traversée ».

Ik ken het woord « traversée ».

trou

gat
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « trou ».

Ik ken het woord « trou ».

type

type
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « type ».

Ik ken het woord « type ».

usine

fabriek
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « usine ».

Ik ken het woord « usine ».

valeur

waarde
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « valeur ».

Ik ken het woord « valeur ».

vapeur

stoom
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vapeur ».

Ik ken het woord « vapeur ».

vitesse

snelheid
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vitesse ».

Ik ken het woord « vitesse ».

zone

gebied; zone
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « zone ».

Ik ken het woord « zone ».

âge

leeftijd
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « âge ».

Ik ken het woord « âge ».

échelle

schaal; ladder
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « échelle ».

Ik ken het woord « échelle ».

énergie

energie
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « énergie ».

Ik ken het woord « énergie ».

équipe

team
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « équipe ».

Ik ken het woord « équipe ».

étudiant

student
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étudiant ».

Ik ken het woord « étudiant ».

étude

studie
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étude ».

Ik ken het woord « étude ».

étoile

ster
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étoile ».

Ik ken het woord « étoile ».

étrange

vreemd
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est étrange.

Het is étrange.

accompagner

begeleiden
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais accompagner aujourd'hui.

Ik ga vandaag accompagner.

aider

helpen
A1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais aider aujourd'hui.

Ik ga vandaag aider.

annonce

aankondiging
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « annonce ».

Ik ken het woord « annonce ».

apparaître

verschijnen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais apparaître aujourd'hui.

Ik ga vandaag apparaître.

attendre

wachten
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais attendre aujourd'hui.

Ik ga vandaag attendre.

bâtir

bouwen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais bâtir aujourd'hui.

Ik ga vandaag bâtir.

battre

slaan; verslaan
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais battre aujourd'hui.

Ik ga vandaag battre.

brûler

branden; verbranden
A2werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais brûler aujourd'hui.

Ik ga vandaag brûler.

chanter

zingen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais chanter aujourd'hui.

Ik ga vandaag chanter.

construire

bouwen
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais construire aujourd'hui.

Ik ga vandaag construire.

courir

rennen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais courir aujourd'hui.

Ik ga vandaag courir.

croire

geloven
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais croire aujourd'hui.

Ik ga vandaag croire.

créer

creëren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais créer aujourd'hui.

Ik ga vandaag créer.

cultiver

verbouwen; telen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais cultiver aujourd'hui.

Ik ga vandaag cultiver.

décider

beslissen
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais décider aujourd'hui.

Ik ga vandaag décider.

discuter

discussiëren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais discuter aujourd'hui.

Ik ga vandaag discuter.

dessiner

tekenen
A1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais dessiner aujourd'hui.

Ik ga vandaag dessiner.

disparaître

verdwijnen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais disparaître aujourd'hui.

Ik ga vandaag disparaître.

échapper

ontsnappen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais échapper aujourd'hui.

Ik ga vandaag échapper.

éclairer

verlichten
A2werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais éclairer aujourd'hui.

Ik ga vandaag éclairer.

enregistrer

opnemen; registreren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais enregistrer aujourd'hui.

Ik ga vandaag enregistrer.

enseigner

lesgeven
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais enseigner aujourd'hui.

Ik ga vandaag enseigner.

étudier

studeren
A1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais étudier aujourd'hui.

Ik ga vandaag étudier.

éviter

vermijden
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais éviter aujourd'hui.

Ik ga vandaag éviter.

fabriquer

maken; vervaardigen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais fabriquer aujourd'hui.

Ik ga vandaag fabriquer.

favoriser

bevorderen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais favoriser aujourd'hui.

Ik ga vandaag favoriser.

gagner

winnen; verdienen
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais gagner aujourd'hui.

Ik ga vandaag gagner.

guider

begeleiden; leiden
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais guider aujourd'hui.

Ik ga vandaag guider.

inclure

omvatten; opnemen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais inclure aujourd'hui.

Ik ga vandaag inclure.

inventer

uitvinden
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais inventer aujourd'hui.

Ik ga vandaag inventer.

jeter

gooien
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais jeter aujourd'hui.

Ik ga vandaag jeter.

joindre

voegen bij; bereiken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais joindre aujourd'hui.

Ik ga vandaag joindre.

mesurer

meten
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais mesurer aujourd'hui.

Ik ga vandaag mesurer.

multiplier

vermenigvuldigen
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais multiplier aujourd'hui.

Ik ga vandaag multiplier.

observer

observeren; bekijken
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais observer aujourd'hui.

Ik ga vandaag observer.

peindre

schilderen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais peindre aujourd'hui.

Ik ga vandaag peindre.

passer

passeren; doorbrengen
A1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais passer aujourd'hui.

Ik ga vandaag passer.

patienter

wachten
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais patienter aujourd'hui.

Ik ga vandaag patienter.

pousser

duwen; groeien
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais pousser aujourd'hui.

Ik ga vandaag pousser.

prouver

bewijzen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais prouver aujourd'hui.

Ik ga vandaag prouver.

rappeler

herinneren; terugbellen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais rappeler aujourd'hui.

Ik ga vandaag rappeler.

recueillir

verzamelen; opvangen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais recueillir aujourd'hui.

Ik ga vandaag recueillir.

relier

verbinden
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais relier aujourd'hui.

Ik ga vandaag relier.

résoudre

oplossen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais résoudre aujourd'hui.

Ik ga vandaag résoudre.

rêver

dromen
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais rêver aujourd'hui.

Ik ga vandaag rêver.

sauver

redden
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais sauver aujourd'hui.

Ik ga vandaag sauver.

sélectionner

selecteren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais sélectionner aujourd'hui.

Ik ga vandaag sélectionner.

s’adapter

zich aanpassen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais m'adapter aujourd'hui.

Ik ga vandaag s’adapter.

s’asseoir

gaan zitten
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais m'asseoir aujourd'hui.

Ik ga vandaag s’asseoir.

supporter

verdragen; steunen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais supporter aujourd'hui.

Ik ga vandaag supporter.

tirer

trekken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais tirer aujourd'hui.

Ik ga vandaag tirer.

traverser

oversteken
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais traverser aujourd'hui.

Ik ga vandaag traverser.

varier

variëren
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais varier aujourd'hui.

Ik ga vandaag varier.

vérifier

controleren
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais vérifier aujourd'hui.

Ik ga vandaag vérifier.

voler

vliegen; stelen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais voler aujourd'hui.

Ik ga vandaag voler.

abordable

betaalbaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est abordable.

Het is abordable.

actuel

actueel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est actuel.

Het is actuel.

agréable

aangenaam
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est agréable.

Het is agréable.

ancien

oud; voormalig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est ancien.

Het is ancien.

apparent

zichtbaar; duidelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est apparent.

Het is apparent.

bruyant

luidruchtig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est bruyant.

Het is bruyant.

célèbre

beroemd
A2bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est célèbre.

Het is célèbre.

clair

duidelijk; licht
A1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est clair.

Het is clair.

commun

gemeenschappelijk; gewoon
A2bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est commun.

Het is commun.

correct

correct
A2bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est correct.

Het is correct.

direct

direct
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est direct.

Het is direct.

doux

zacht; zoet
A2bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est doux.

Het is doux.

dur

hard; moeilijk
A2bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est dur.

Het is dur.

énorme

enorm
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est énorme.

Het is énorme.

étranger

buitenlands; buitenlander
A2bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est étranger.

Het is étranger.

facile

makkelijk
A1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est facile.

Het is facile.

fameux

beroemd; geweldig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est fameux.

Het is fameux.

final

laatste; finaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est final.

Het is final.

gratuit

gratis
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est gratuit.

Het is gratuit.

général

algemeen
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est général.

Het is général.

habituel

gebruikelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est habituel.

Het is habituel.

humain

menselijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est humain.

Het is humain.

juste

juist; eerlijk
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est juste.

Het is juste.

large

breed; ruim
A2bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est large.

Het is large.

libre

vrij; beschikbaar
A2bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est libre.

Het is libre.

lointain

ver weg; afgelegen
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est lointain.

Het is lointain.

majeur

belangrijk; meerderjarig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est majeur.

Het is majeur.

moderne

modern
A2bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est moderne.

Het is moderne.

noir

zwart
A1bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est noir.

Het is noir.

original

origineel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est original.

Het is original.

pauvre

arm
A2bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est pauvre.

Het is pauvre.

particulier

privé; bijzonder
B1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est particulier.

Het is particulier.

profond

diep
A2bijvoeglijk-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est profond.

Het is profond.

proche

dichtbij
A1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est proche.

Het is proche.

rapide

snel
A1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est rapide.

Het is rapide.

riche

rijk
A2bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est riche.

Het is riche.

sauvage

wild
A2bijvoeglijk-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est sauvage.

Het is sauvage.

silencieux

stil
A2bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est silencieux.

Het is silencieux.

spécial

speciaal
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est spécial.

Het is spécial.

vrai

waar; echt
A1bijvoeglijk-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C'est vrai.

Het is vrai.

vieux

oud
A1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est vieux.

Het is vieux.

vert

groen
A1bijvoeglijk-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est vert.

Het is vert.

vivant

levend; levendig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est vivant.

Het is vivant.

volontaire

vrijwillig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est volontaire.

Het is volontaire.

ainsi

zo; aldus
B1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait ainsi.

Hij doet het ainsi.

aussi

ook
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait aussi.

Hij doet het aussi.

beaucoup

veel; erg
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait beaucoup.

Hij doet het beaucoup.

comment

hoe
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait comment.

Hij doet het comment.

déjà

al; reeds
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait déjà.

Hij doet het déjà.

dehors

buiten
A1bijwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait dehors.

Hij doet het dehors.

encore

nog; opnieuw
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait encore.

Hij doet het encore.

ensemble

samen
A1bijwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait ensemble.

Hij doet het ensemble.

ici

hier
A1bijwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait ici.

Hij doet het ici.

justement

juist; precies
B1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait justement.

Hij doet het justement.

là

daar
A1bijwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait là.

Hij doet het là.

loin

ver; ver weg
A1bijwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait loin.

Hij doet het loin.

mieux

beter
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait mieux.

Hij doet het mieux.

particulièrement

bijzonder; vooral
B1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait particulièrement.

Hij doet het particulièrement.

peut-être

misschien
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait peut-être.

Hij doet het peut-être.

plutôt

liever; nogal
B1bijwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait plutôt.

Hij doet het plutôt.

seulement

alleen; slechts
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait seulement.

Hij doet het seulement.

soudain

plotseling
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait soudain.

Hij doet het soudain.

surtout

vooral
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait surtout.

Hij doet het surtout.

trop

te veel; te
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait trop.

Hij doet het trop.

très

erg; zeer
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait très.

Hij doet het très.

vite

snel
A1bijwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait vite.

Hij doet het vite.

volontiers

graag
B1bijwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait volontiers.

Hij doet het volontiers.

alors

dan; toen
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait alors.

Hij doet het alors.

après

na; daarna
A1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est après la table.

Het boek is après de tafel.

au-dessus

boven; erboven
A2voorzetsel
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est au-dessus la table.

Het boek is au-dessus de tafel.

contre

tegen
A2voorzetsel
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est contre la table.

Het boek is contre de tafel.

durant

gedurende
B1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est durant la table.

Het boek is durant de tafel.

entre

tussen
A1voorzetsel
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est entre la table.

Het boek is entre de tafel.

malgré

ondanks
B1voorzetsel
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est malgré la table.

Het boek is malgré de tafel.

parmi

tussen; onder
B1voorzetsel
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est parmi la table.

Het boek is parmi de tafel.

sans

zonder
A1voorzetsel
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sans la table.

Het boek is sans de tafel.

selon

volgens
B1voorzetsel
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est selon la table.

Het boek is selon de tafel.

sous

onder
A1voorzetsel
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sous la table.

Het boek is sous de tafel.

vers

naar; rond
A2voorzetsel
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est vers la table.

Het boek is vers de tafel.

à côté de

naast
A1voorzetsel
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est à côté de la table.

Het boek is à côté de de tafel.

grâce à

dankzij
B1voorzetsel
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est grâce à la table.

Het boek is grâce à de tafel.

afin de

om te
B1voorzetsel
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est afin de la table.

Het boek is afin de de tafel.

au milieu de

midden in
B1voorzetsel
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est au milieu de la table.

Het boek is au milieu de de tafel.

au lieu de

in plaats van
B1voorzetsel
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est au lieu de la table.

Het boek is au lieu de de tafel.

quant à

wat betreft
B1voorzetsel
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est quant à la table.

Het boek is quant à de tafel.

à travers

door; via
B1voorzetsel
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est à travers la table.

Het boek is à travers de tafel.

dès

vanaf; zodra
B1voorzetsel
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est dès la table.

Het boek is dès de tafel.

allergique

allergisch
A2bijvoeglijk-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est allergique.

Het is allergique.

ambulance

ambulance
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ambulance ».

Ik ken het woord « ambulance ».

angine

keelontsteking
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « angine ».

Ik ken het woord « angine ».

appétit

eetlust
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appétit ».

Ik ken het woord « appétit ».

assurance

verzekering
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assurance ».

Ik ken het woord « assurance ».

boulanger

bakker
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boulanger ».

Ik ken het woord « boulanger ».

céréale

graan; ontbijtgraan
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « céréale ».

Ik ken het woord « céréale ».

confiture

jam
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « confiture ».

Ik ken het woord « confiture ».

crème

room; crème
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « crème ».

Ik ken het woord « crème ».

frigo

koelkast
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « frigo ».

Ik ken het woord « frigo ».

sel

zout
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sel ».

Ik ken het woord « sel ».

cuisinière

fornuis; kookplaat
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cuisinière ».

Ik ken het woord « cuisinière ».

fourneau

fornuis
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fourneau ».

Ik ken het woord « fourneau ».

cave

kelder
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cave ».

Ik ken het woord « cave ».

grenier

zolder
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grenier ».

Ik ken het woord « grenier ».

cheminée

open haard; schoorsteen
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cheminée ».

Ik ken het woord « cheminée ».

logement

woning
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « logement ».

Ik ken het woord « logement ».

propriété

eigendom; bezit
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « propriété ».

Ik ken het woord « propriété ».

baignoire

badkuip
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « baignoire ».

Ik ken het woord « baignoire ».

matelas

matras
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « matelas ».

Ik ken het woord « matelas ».

étagère

plank; boekenplank
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étagère ».

Ik ken het woord « étagère ».

serrure

slot
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « serrure ».

Ik ken het woord « serrure ».

poignée

handvat; deurklink
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poignée ».

Ik ken het woord « poignée ».

interrupteur

schakelaar
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « interrupteur ».

Ik ken het woord « interrupteur ».

prise

stopcontact
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « prise ».

Ik ken het woord « prise ».

portail

poort
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « portail ».

Ik ken het woord « portail ».

clôture

hek; omheining
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « clôture ».

Ik ken het woord « clôture ».

colis

pakket
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « colis ».

Ik ken het woord « colis ».

réseau

netwerk
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réseau ».

Ik ken het woord « réseau ».

renseignement

informatie; inlichting
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « renseignement ».

Ik ken het woord « renseignement ».

signature

handtekening
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « signature ».

Ik ken het woord « signature ».

appel

telefoontje; oproep
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appel ».

Ik ken het woord « appel ».

actualité

actualiteit
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « actualité ».

Ik ken het woord « actualité ».

prévention

preventie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « prévention ».

Ik ken het woord « prévention ».

consultation

consult; raadpleging
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « consultation ».

Ik ken het woord « consultation ».

cabinet

praktijk; kantoor
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cabinet ».

Ik ken het woord « cabinet ».

guérison

genezing
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « guérison ».

Ik ken het woord « guérison ».

symptôme

symptoom
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « symptôme ».

Ik ken het woord « symptôme ».

ordonnance

recept; voorschrift
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ordonnance ».

Ik ken het woord « ordonnance ».

infirmier

verpleegkundige; verpleger
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « infirmier ».

Ik ken het woord « infirmier ».

opération

operatie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « opération ».

Ik ken het woord « opération ».

respiration

ademhaling
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « respiration ».

Ik ken het woord « respiration ».

fièvre

koorts
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fièvre ».

Ik ken het woord « fièvre ».

riz

rijst
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « riz ».

Ik ken het woord « riz ».

yogourt

yoghurt
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « yogourt ».

Ik ken het woord « yogourt ».

assaisonner

op smaak brengen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais assaisonner aujourd'hui.

Ik ga vandaag assaisonner.

bouillir

koken; aan de kook brengen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais bouillir aujourd'hui.

Ik ga vandaag bouillir.

déguster

proeven
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais déguster aujourd'hui.

Ik ga vandaag déguster.

éplucher

schillen
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais éplucher aujourd'hui.

Ik ga vandaag éplucher.

fondre

smelten
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais fondre aujourd'hui.

Ik ga vandaag fondre.

remuer

roeren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais remuer aujourd'hui.

Ik ga vandaag remuer.

verser

gieten; inschenken
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais verser aujourd'hui.

Ik ga vandaag verser.

assister

bijwonen; helpen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais assister aujourd'hui.

Ik ga vandaag assister.

compléter

aanvullen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais compléter aujourd'hui.

Ik ga vandaag compléter.

échouer

mislukken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais échouer aujourd'hui.

Ik ga vandaag échouer.

féliciter

feliciteren
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais féliciter aujourd'hui.

Ik ga vandaag féliciter.

souffrir

lijden
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais souffrir aujourd'hui.

Ik ga vandaag souffrir.

surveiller

in de gaten houden
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais surveiller aujourd'hui.

Ik ga vandaag surveiller.

accompagné

begeleid
A2bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est accompagné.

Het is accompagné.

brûlant

heet; brandend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est brûlant.

Het is brûlant.

compliqué

ingewikkeld
A2bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est compliqué.

Het is compliqué.

confortable

comfortabel
A2bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est confortable.

Het is confortable.

content

tevreden; blij
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est content.

Het is content.

créatif

creatief
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est créatif.

Het is créatif.

fatiguant

vermoeiend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est fatiguant.

Het is fatiguant.

franc

eerlijk; open
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est franc.

Het is franc.

jaloux

jaloers
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est jaloux.

Het is jaloux.

responsable

verantwoordelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est responsable.

Het is responsable.

finalement

uiteindelijk
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait finalement.

Hij doet het finalement.

généralement

over het algemeen
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait généralement.

Hij doet het généralement.

heureusement

gelukkig; gelukkig maar
B1bijwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait heureusement.

Hij doet het heureusement.

normalement

normaal gesproken
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait normalement.

Hij doet het normalement.

rapidement

snel
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait rapidement.

Hij doet het rapidement.

réellement

werkelijk
B1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait réellement.

Hij doet het réellement.

fils

zoon
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fils ».

Ik ken het woord « fils ».

mari

echtgenoot; man
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mari ».

Ik ken het woord « mari ».

parents

ouders
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parents ».

Ik ken het woord « parents ».

approuver

goedkeuren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais approuver aujourd'hui.

Ik ga vandaag approuver.

arranger

regelen; in orde maken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais arranger aujourd'hui.

Ik ga vandaag arranger.

assurer

verzekeren; zorgen voor
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais assurer aujourd'hui.

Ik ga vandaag assurer.

attirer

aantrekken
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais attirer aujourd'hui.

Ik ga vandaag attirer.

baisser

verlagen; zakken
A2werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais baisser aujourd'hui.

Ik ga vandaag baisser.

bénéficier

profiteren van
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais bénéficier aujourd'hui.

Ik ga vandaag bénéficier.

bouger

bewegen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais bouger aujourd'hui.

Ik ga vandaag bouger.

briser

breken; verbrijzelen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais briser aujourd'hui.

Ik ga vandaag briser.

cesser

stoppen; ophouden
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais cesser aujourd'hui.

Ik ga vandaag cesser.

circuler

circuleren; rondgaan
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais circuler aujourd'hui.

Ik ga vandaag circuler.

commander

bestellen; bevelen
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je vais commander aujourd'hui.

Ik ga vandaag commander.

communiquer

communiceren
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais communiquer aujourd'hui.

Ik ga vandaag communiquer.

conclure

concluderen; afsluiten
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais conclure aujourd'hui.

Ik ga vandaag conclure.

confondre

verwarren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais confondre aujourd'hui.

Ik ga vandaag confondre.

conserver

bewaren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais conserver aujourd'hui.

Ik ga vandaag conserver.

consulter

raadplegen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais consulter aujourd'hui.

Ik ga vandaag consulter.

convenir

afspreken; passen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais convenir aujourd'hui.

Ik ga vandaag convenir.

convier

uitnodigen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais convier aujourd'hui.

Ik ga vandaag convier.

défendre

verdedigen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais défendre aujourd'hui.

Ik ga vandaag défendre.

déposer

neerleggen; indienen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais déposer aujourd'hui.

Ik ga vandaag déposer.

déranger

storen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais déranger aujourd'hui.

Ik ga vandaag déranger.

désigner

aanwijzen; aanduiden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais désigner aujourd'hui.

Ik ga vandaag désigner.

détester

haten
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais détester aujourd'hui.

Ik ga vandaag détester.

distinguer

onderscheiden
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais distinguer aujourd'hui.

Ik ga vandaag distinguer.

douter

twijfelen
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais douter aujourd'hui.

Ik ga vandaag douter.

économiser

besparen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais économiser aujourd'hui.

Ik ga vandaag économiser.

empêcher

verhinderen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais empêcher aujourd'hui.

Ik ga vandaag empêcher.

établir

vaststellen; opstellen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais établir aujourd'hui.

Ik ga vandaag établir.

étaler

uitspreiden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais étaler aujourd'hui.

Ik ga vandaag étaler.

exister

bestaan
A2werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais exister aujourd'hui.

Ik ga vandaag exister.

fréquenter

bezoeken; omgaan met
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais fréquenter aujourd'hui.

Ik ga vandaag fréquenter.

gêner

hinderen; storen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais gêner aujourd'hui.

Ik ga vandaag gêner.

lancer

gooien; lanceren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais lancer aujourd'hui.

Ik ga vandaag lancer.

lutter

vechten; strijden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais lutter aujourd'hui.

Ik ga vandaag lutter.

modifier

veranderen; aanpassen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais modifier aujourd'hui.

Ik ga vandaag modifier.

noter

noteren
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais noter aujourd'hui.

Ik ga vandaag noter.

obliger

verplichten
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais obliger aujourd'hui.

Ik ga vandaag obliger.

partager

delen
A1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais partager aujourd'hui.

Ik ga vandaag partager.

parcourir

doorkruisen; doorlopen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais parcourir aujourd'hui.

Ik ga vandaag parcourir.

plonger

duiken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais plonger aujourd'hui.

Ik ga vandaag plonger.

posséder

bezitten
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais posséder aujourd'hui.

Ik ga vandaag posséder.

préciser

verduidelijken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais préciser aujourd'hui.

Ik ga vandaag préciser.

prévenir

waarschuwen; voorkomen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais prévenir aujourd'hui.

Ik ga vandaag prévenir.

quitter

verlaten
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais quitter aujourd'hui.

Ik ga vandaag quitter.

recommander

aanbevelen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais recommander aujourd'hui.

Ik ga vandaag recommander.

refuser

weigeren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais refuser aujourd'hui.

Ik ga vandaag refuser.

regretter

spijt hebben; betreuren
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais regretter aujourd'hui.

Ik ga vandaag regretter.

renoncer

afzien van
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais renoncer aujourd'hui.

Ik ga vandaag renoncer.

représenter

vertegenwoordigen; voorstellen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais représenter aujourd'hui.

Ik ga vandaag représenter.

ressembler

lijken op
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais ressembler aujourd'hui.

Ik ga vandaag ressembler.

réunir

verenigen; bijeenbrengen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais réunir aujourd'hui.

Ik ga vandaag réunir.

séparer

scheiden; verdelen
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je vais séparer aujourd'hui.

Ik ga vandaag séparer.

parvenir

erin slagen; bereiken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais parvenir aujourd'hui.

Ik ga vandaag parvenir.

sauvegarder

opslaan; bewaren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais sauvegarder aujourd'hui.

Ik ga vandaag sauvegarder.

suffire

voldoende zijn
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais suffire aujourd'hui.

Ik ga vandaag suffire.

surprendre

verrassen
A2werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais surprendre aujourd'hui.

Ik ga vandaag surprendre.

accorder

toekennen; overeenkomen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais accorder aujourd'hui.

Ik ga vandaag accorder.

appeler

bellen; noemen
A1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais appeler aujourd'hui.

Ik ga vandaag appeler.

avouer

bekennen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais avouer aujourd'hui.

Ik ga vandaag avouer.

convaincre

overtuigen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais convaincre aujourd'hui.

Ik ga vandaag convaincre.

défiler

voorbijtrekken
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais défiler aujourd'hui.

Ik ga vandaag défiler.

emprunter

lenen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je vais emprunter aujourd'hui.

Ik ga vandaag emprunter.

envisager

overwegen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais envisager aujourd'hui.

Ik ga vandaag envisager.

réagir

reageren
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais réagir aujourd'hui.

Ik ga vandaag réagir.

rejoindre

zich aansluiten; bereiken
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je vais rejoindre aujourd'hui.

Ik ga vandaag rejoindre.

résister

weerstand bieden
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je vais résister aujourd'hui.

Ik ga vandaag résister.

signaler

melden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais signaler aujourd'hui.

Ik ga vandaag signaler.

transformer

veranderen; omvormen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je vais transformer aujourd'hui.

Ik ga vandaag transformer.

grand-mère

grootmoeder
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grand-mère ».

Ik ken het woord « grand-mère ».

grand-père

grootvader
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grand-père ».

Ik ken het woord « grand-père ».

petit-fils

kleinzoon
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « petit-fils ».

Ik ken het woord « petit-fils ».

mot

woord
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mot ».

Ik ken het woord « mot ».

enfant

kind
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « enfant ».

Ik ken het woord « enfant ».

bus

bus
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bus ».

Ik ken het woord « bus ».

maison

huis
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maison ».

Ik ken het woord « maison ».

salade

salade
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salade ».

Ik ken het woord « salade ».

neige

sneeuw
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « neige ».

Ik ken het woord « neige ».

stylo

pen
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « stylo ».

Ik ken het woord « stylo ».

porter

dragen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux porter.

Ik wil dragen.

beau

mooi
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est beau.

Het is mooi.

année

jaar
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « année ».

Ik ken het woord « année ».

film

film
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « film ».

Ik ken het woord « film ».

copain

vriend; maat
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « copain ».

Ik ken het woord « copain ».

route

route; weg
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « route ».

Ik ken het woord « route ».

cuisine

keuken
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cuisine ».

Ik ken het woord « cuisine ».

chocolat

chocolade
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chocolat ».

Ik ken het woord « chocolat ».

mer

zee
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mer ».

Ik ken het woord « mer ».

réponse

antwoord
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réponse ».

Ik ken het woord « réponse ».

essuyer

afdrogen; afvegen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux essuyer.

Ik wil afdrogen; afvegen.

sérieux

serieus
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est sérieux.

Het is serieus.

aujourd'hui

vandaag
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait aujourd'hui.

Hij doet het vandaag.

écran

scherm
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écran ».

Ik ken het woord « écran ».

visite

bezoek
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « visite ».

Ik ken het woord « visite ».

gare

station
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gare ».

Ik ken het woord « gare ».

fenêtre

raam
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fenêtre ».

Ik ken het woord « fenêtre ».

menu

menu
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « menu ».

Ik ken het woord « menu ».

forêt

bos
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « forêt ».

Ik ken het woord « forêt ».

classement

rangschikking
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « classement ».

Ik ken het woord « classement ».

perdre

verliezen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux perdre.

Ik wil verliezen.

courageux

moedig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est courageux.

Het is moedig.

peu

weinig
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait peu.

Hij doet het weinig.

nouvelle

nieuws; nieuwtje
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nouvelle ».

Ik ken het woord « nouvelle ».

inviter

uitnodigen
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux inviter.

Ik wil uitnodigen.

métro

metro
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « métro ».

Ik ken het woord « métro ».

escalier

trap
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « escalier ».

Ik ken het woord « escalier ».

serveur

ober
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « serveur ».

Ik ken het woord « serveur ».

oiseau

vogel
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « oiseau ».

Ik ken het woord « oiseau ».

travailleur

werknemer; arbeider
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « travailleur ».

Ik ken het woord « travailleur ».

éteindre

uitzetten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux éteindre.

Ik wil uitzetten.

sensible

gevoelig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est sensible.

Het is gevoelig.

avance

voorsprong; vooruitgang
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avance ».

Ik ken het woord « avance ».

idée

idee
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « idée ».

Ik ken het woord « idée ».

pardonner

vergeven
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux pardonner.

Ik wil vergeven.

retour

terugkeer; retour
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « retour ».

Ik ken het woord « retour ».

propriétaire

eigenaar
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « propriétaire ».

Ik ken het woord « propriétaire ».

chauffer

verwarmen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux chauffer.

Ik wil verwarmen.

automne

herfst
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « automne ».

Ik ken het woord « automne ».

pause

pauze
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pause ».

Ik ken het woord « pause ».

remplacer

vervangen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux remplacer.

Ik wil vervangen.

préoccupé

bezorgd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est préoccupé.

Het is bezorgd.

deuxième

tweede
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est deuxième.

Het is tweede.

explication

uitleg
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « explication ».

Ik ken het woord « explication ».

encourager

aanmoedigen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux encourager.

Ik wil aanmoedigen.

chambre

kamer
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chambre ».

Ik ken het woord « chambre ».

rénover

renoveren
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rénover.

Ik wil renoveren.

servir

serveren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux servir.

Ik wil serveren.

cœur

hart
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cœur ».

Ik ken het woord « cœur ».

compétence

vaardigheid
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « compétence ».

Ik ken het woord « compétence ».

continuer

doorgaan
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux continuer.

Ik wil doorgaan.

ravi

verheugd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est ravi.

Het is verheugd.

exactement

precies
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait exactement.

Hij doet het precies.

résultat

resultaat
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « résultat ».

Ik ken het woord « résultat ».

dépendre

afhangen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dépendre.

Ik wil afhangen.

partir

vertrekken
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux partir.

Ik wil vertrekken.

détruire

vernietigen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux détruire.

Ik wil vernietigen.

jambon

ham
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jambon ».

Ik ken het woord « jambon ».

allergie

allergie
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « allergie ».

Ik ken het woord « allergie ».

amélioration

verbetering
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amélioration ».

Ik ken het woord « amélioration ».

choisir

kiezen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux choisir.

Ik wil kiezen.

honte

schaamte
A1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « honte ».

Ik ken het woord « honte ».

habituellement

gewoonlijk
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait habituellement.

Hij doet het gewoonlijk.

occasion

gelegenheid
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « occasion ».

Ik ken het woord « occasion ».

belle-sœur

schoonzus
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « belle-sœur ».

Ik ken het woord « belle-sœur ».

itinéraire

route; reisroute
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « itinéraire ».

Ik ken het woord « itinéraire ».

immeuble

flatgebouw
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « immeuble ».

Ik ken het woord « immeuble ».

crevette

garnaal
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « crevette ».

Ik ken het woord « crevette ».

blessure

blessure
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « blessure ».

Ik ken het woord « blessure ».

présenter

presenteren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux présenter.

Ik wil presenteren.

poche

zak; broekzak
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poche ».

Ik ken het woord « poche ».

pouvoir

kunnen
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux pouvoir.

Ik wil kunnen.

mercredi

woensdag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mercredi ».

Ik ken het woord « mercredi ».

annoncer

aankondigen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux annoncer.

Ik wil aankondigen.

maman

mama
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maman ».

Ik ken het woord « maman ».

circulation

verkeer
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « circulation ».

Ik ken het woord « circulation ».

table

tafel
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « table ».

Ik ken het woord « table ».

pamplemousse

grapefruit
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pamplemousse ».

Ik ken het woord « pamplemousse ».

guérir

genezen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux guérir.

Ik wil genezen.

secrétaire

secretaresse; secretaris
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « secrétaire ».

Ik ken het woord « secrétaire ».

consacrer

besteden; wijden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux consacrer.

Ik wil besteden; wijden.

besoin

behoefte
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « besoin ».

Ik ken het woord « besoin ».

samedi

zaterdag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « samedi ».

Ik ken het woord « samedi ».

merci

bedankt
A1uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On dit « merci ».

Je zegt « bedankt ».

descendant

nakomeling
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « descendant ».

Ik ken het woord « descendant ».

accueillir

ontvangen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux accueillir.

Ik wil ontvangen.

garage

garage
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garage ».

Ik ken het woord « garage ».

bonbon

snoepje
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bonbon ».

Ik ken het woord « bonbon ».

terre

aarde; grond
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « terre ».

Ik ken het woord « terre ».

chauffeur

chauffeur
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chauffeur ».

Ik ken het woord « chauffeur ».

donner

geven
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux donner.

Ik wil geven.

faiblesse

zwakte
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « faiblesse ».

Ik ken het woord « faiblesse ».

février

februari
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « février ».

Ik ken het woord « février ».

oui

ja
A1overig
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « oui ».

Ik ken het woord « oui ».

amoureux

verliefd
A2bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est amoureux.

Het is verliefd.

prolonger

verlengen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux prolonger.

Ik wil verlengen.

avenue

laan
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avenue ».

Ik ken het woord « avenue ».

sandwich

sandwich
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sandwich ».

Ik ken het woord « sandwich ».

ombre

schaduw
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ombre ».

Ik ken het woord « ombre ».

musicien

muzikant
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « musicien ».

Ik ken het woord « musicien ».

chercher

zoeken
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux chercher.

Ik wil zoeken.

habitude

gewoonte
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « habitude ».

Ik ken het woord « habitude ».

mai

mei
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mai ».

Ik ken het woord « mai ».

bien

goed
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait bien.

Hij doet het goed.

veuf

weduwnaar
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « veuf ».

Ik ken het woord « veuf ».

se renseigner

informatie inwinnen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se renseigner.

Ik wil informatie inwinnen.

parc

park
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parc ».

Ik ken het woord « parc ».

pois

erwt
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pois ».

Ik ken het woord « pois ».

pollution

vervuiling
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pollution ».

Ik ken het woord « pollution ».

profession

beroep
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « profession ».

Ik ken het woord « profession ».

emmener

meenemen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux emmener.

Ik wil meenemen.

inquiétude

bezorgdheid
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « inquiétude ».

Ik ken het woord « inquiétude ».

août

augustus
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « août ».

Ik ken het woord « août ».

où

waar
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait où.

Hij doet het waar.

grandir

opgroeien
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux grandir.

Ik wil opgroeien.

car

bus; touringcar
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « car ».

Ik ken het woord « car ».

commissariat

politiebureau
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « commissariat ».

Ik ken het woord « commissariat ».

épice

specerij
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « épice ».

Ik ken het woord « épice ».

alimentation

voeding
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « alimentation ».

Ik ken het woord « alimentation ».

bureau

kantoor
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bureau ».

Ik ken het woord « bureau ».

rester

blijven
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rester.

Ik wil blijven.

attitude

houding
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « attitude ».

Ik ken het woord « attitude ».

novembre

november
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « novembre ».

Ik ken het woord « novembre ».

décision

beslissing
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « décision ».

Ik ken het woord « décision ».

se marier

trouwen
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se marier.

Ik wil trouwen.

rue

straat
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rue ».

Ik ken het woord « rue ».

épicerie

kruidenierswinkel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « épicerie ».

Ik ken het woord « épicerie ».

limonade

limonade
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « limonade ».

Ik ken het woord « limonade ».

urgence

spoed; noodgeval
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « urgence ».

Ik ken het woord « urgence ».

bénéfice

winst
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bénéfice ».

Ik ken het woord « bénéfice ».

dormir

slapen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dormir.

Ik wil slapen.

inquiéter

zorgen baren
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux inquiéter.

Ik wil zorgen baren.

semaine prochaine

volgende week
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « semaine prochaine ».

Je zegt « volgende week ».

personne

persoon
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « personne ».

Ik ken het woord « personne ».

faire confiance

vertrouwen hebben in
B1uitdrukking
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

On dit « faire confiance ».

Je zegt « vertrouwen hebben in ».

sud

zuiden
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sud ».

Ik ken het woord « sud ».

librairie

boekhandel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « librairie ».

Ik ken het woord « librairie ».

couteau

mes
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couteau ».

Ik ken het woord « couteau ».

polluer

vervuilen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux polluer.

Ik wil vervuilen.

professeur

leraar
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « professeur ».

Ik ken het woord « professeur ».

lire

lezen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux lire.

Ik wil lezen.

accepter

accepteren
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux accepter.

Ik wil accepteren.

ce soir

vanavond
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « ce soir ».

Je zegt « vanavond ».

droit

recht
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « droit ».

Ik ken het woord « droit ».

s'éloigner

afstand nemen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'éloigner.

Ik wil afstand nemen.

billet de train

treinkaartje
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « billet de train ».

Ik ken het woord « billet de train ».

cinéma

bioscoop
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cinéma ».

Ik ken het woord « cinéma ».

portion

portie
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « portion ».

Ik ken het woord « portion ».

falaise

klif
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « falaise ».

Ik ken het woord « falaise ».

licenciement

ontslag
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « licenciement ».

Ik ken het woord « licenciement ».

boire

drinken
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux boire.

Ik wil drinken.

malade

ziek
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est malade.

Het is ziek.

tout de suite

meteen
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « tout de suite ».

Je zegt « meteen ».

égalité

gelijkheid
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « égalité ».

Ik ken het woord « égalité ».

influencer

beïnvloeden
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux influencer.

Ik wil beïnvloeden.

location

verhuur; huur
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « location ».

Ik ken het woord « location ».

stade

stadion
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « stade ».

Ik ken het woord « stade ».

nutrition

voeding
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nutrition ».

Ik ken het woord « nutrition ».

air

lucht
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « air ».

Ik ken het woord « air ».

congé

verlof
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « congé ».

Ik ken het woord « congé ».

s'habiller

zich aankleden
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'habiller.

Ik wil zich aankleden.

agacé

geïrriteerd
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est agacé.

Het is geïrriteerd.

tous les mois

elke maand
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « tous les mois ».

Je zegt « elke maand ».

danger

gevaar
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « danger ».

Ik ken het woord « danger ».

tolérant

verdraagzaam
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est tolérant.

Het is verdraagzaam.

île

eiland
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « île ».

Ik ken het woord « île ».

four

oven
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « four ».

Ik ken het woord « four ».

équilibré

uitgebalanceerd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est équilibré.

Het is uitgebalanceerd.

catastrophe

ramp
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « catastrophe ».

Ik ken het woord « catastrophe ».

département

afdeling
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « département ».

Ik ken het woord « département ».

couvrir

bedekken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux couvrir.

Ik wil bedekken.

discret

discreet
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est discret.

Het is discreet.

deux fois

twee keer
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « deux fois ».

Je zegt « twee keer ».

condition

voorwaarde
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « condition ».

Ik ken het woord « condition ».

générosité

vrijgevigheid
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « générosité ».

Ik ken het woord « générosité ».

vallée

vallei
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vallée ».

Ik ken het woord « vallée ».

banlieue

voorstad
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « banlieue ».

Ik ken het woord « banlieue ».

acide

zuur
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est acide.

Het is zuur.

protection

bescherming
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « protection ».

Ik ken het woord « protection ».

compétitif

concurrerend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est compétitif.

Het is concurrerend.

ramasser

oprapen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux ramasser.

Ik wil oprapen.

têtu

koppig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est têtu.

Het is koppig.

à l'heure

op tijd
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « à l'heure ».

Je zegt « op tijd ».

commenter

commentaar geven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux commenter.

Ik wil commentaar geven.

comportement

gedrag
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « comportement ».

Ik ken het woord « comportement ».

château

kasteel
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « château ».

Ik ken het woord « château ».

aménagement

inrichting
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aménagement ».

Ik ken het woord « aménagement ».

pourrir

bederven
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux pourrir.

Ik wil bederven.

mal de tête

hoofdpijn
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mal de tête ».

Ik ken het woord « mal de tête ».

qualifié

gekwalificeerd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est qualifié.

Het is gekwalificeerd.

casser

breken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux casser.

Ik wil breken.

ambition

ambitie
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ambition ».

Ik ken het woord « ambition ».

souvent

vaak
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait souvent.

Hij doet het vaak.

téléphone portable

mobiele telefoon
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « téléphone portable ».

Ik ken het woord « téléphone portable ».

garçon

jongen
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garçon ».

Ik ken het woord « garçon ».

visite guidée

rondleiding
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « visite guidée ».

Ik ken het woord « visite guidée ».

démolition

sloop
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « démolition ».

Ik ken het woord « démolition ».

légume

groente
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « légume ».

Ik ken het woord « légume ».

fracture

breuk
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fracture ».

Ik ken het woord « fracture ».

tableau

bord
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tableau ».

Ik ken het woord « tableau ».

emballer

inpakken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux emballer.

Ik wil inpakken.

détermination

vastberadenheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « détermination ».

Ik ken het woord « détermination ».

progressivement

geleidelijk
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait progressivement.

Hij doet het geleidelijk.

reportage

reportage
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « reportage ».

Ik ken het woord « reportage ».

membre

lid
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « membre ».

Ik ken het woord « membre ».

douanier

douanebeambte
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « douanier ».

Ik ken het woord « douanier ».

tranquille

rustig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est tranquille.

Het is rustig.

orange

sinaasappel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « orange ».

Ik ken het woord « orange ».

chirurgie

chirurgie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chirurgie ».

Ik ken het woord « chirurgie ».

magasinier

magazijnmedewerker
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « magasinier ».

Ik ken het woord « magasinier ».

confirmer

bevestigen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux confirmer.

Ik wil bevestigen.

frustration

frustratie
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « frustration ».

Ik ken het woord « frustration ».

simultanément

tegelijkertijd
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait simultanément.

Hij doet het tegelijkertijd.

émission

programma
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « émission ».

Ik ken het woord « émission ».

compagne

partner; gezellin
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « compagne ».

Ik ken het woord « compagne ».

carburant

brandstof
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carburant ».

Ik ken het woord « carburant ».

balai

bezem
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « balai ».

Ik ken het woord « balai ».

lait

melk
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lait ».

Ik ken het woord « lait ».

récupération

herstel
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « récupération ».

Ik ken het woord « récupération ».

réussir

slagen
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réussir.

Ik wil slagen.

accomplir

volbrengen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux accomplir.

Ik wil volbrengen.

injustice

onrecht
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « injustice ».

Ik ken het woord « injustice ».

mensuellement

maandelijks
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait mensuellement.

Hij doet het maandelijks.

spectateur

toeschouwer
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « spectateur ».

Ik ken het woord « spectateur ».

rencontrer

ontmoeten
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rencontrer.

Ik wil ontmoeten.

dépasser

inhalen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dépasser.

Ik wil inhalen.

produit ménager

schoonmaakmiddel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « produit ménager ».

Ik ken het woord « produit ménager ».

thé

thee
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « thé ».

Ik ken het woord « thé ».

développement durable

duurzame ontwikkeling
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « développement durable ».

Ik ken het woord « développement durable ».

atelier

werkplaats; workshop
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « atelier ».

Ik ken het woord « atelier ».

autoriser

toestaan
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux autoriser.

Ik wil toestaan.

pessimisme

pessimisme
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pessimisme ».

Ik ken het woord « pessimisme ».

annuel

jaarlijks
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est annuel.

Het is jaarlijks.

affiche

poster
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « affiche ».

Ik ken het woord « affiche ».

beauté

schoonheid
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « beauté ».

Ik ken het woord « beauté ».

suivre

volgen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux suivre.

Ik wil volgen.

lessive

was; wasmiddel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lessive ».

Ik ken het woord « lessive ».

pâtisserie

banketbakkerij; gebak
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pâtisserie ».

Ik ken het woord « pâtisserie ».

repos

rust
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « repos ».

Ik ken het woord « repos ».

correction

correctie
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « correction ».

Ik ken het woord « correction ».

obtenir

verkrijgen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux obtenir.

Ik wil verkrijgen.

sincérité

oprechtheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sincérité ».

Ik ken het woord « sincérité ».

autre

ander
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est autre.

Het is ander.

argumentation

argumentatie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « argumentation ».

Ik ken het woord « argumentation ».

compagnie

gezelschap
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « compagnie ».

Ik ken het woord « compagnie ».

s'arrêter

stoppen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'arrêter.

Ik wil stoppen.

drap-housse

hoeslaken
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « drap-housse ».

Ik ken het woord « drap-housse ».

frire

frituren
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux frire.

Ik wil frituren.

animal domestique

huisdier
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « animal domestique ».

Ik ken het woord « animal domestique ».

campus

campus
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « campus ».

Ik ken het woord « campus ».

fonctionner

werken; functioneren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux fonctionner.

Ik wil werken; functioneren.

fiable

betrouwbaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est fiable.

Het is betrouwbaar.

date

datum
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « date ».

Ik ken het woord « date ».

opinion

mening
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « opinion ».

Ik ken het woord « opinion ».

souvenir

herinnering
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « souvenir ».

Ik ken het woord « souvenir ».

agence de voyage

reisbureau
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agence de voyage ».

Ik ken het woord « agence de voyage ».

balustrade

balustrade
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « balustrade ».

Ik ken het woord « balustrade ».

dinde

kalkoen
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dinde ».

Ik ken het woord « dinde ».

espèce

soort
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « espèce ».

Ik ken het woord « espèce ».

assidu

ijverig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est assidu.

Het is ijverig.

habiller

aankleden
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux habiller.

Ik wil aankleden.

audacieux

dapper; moedig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est audacieux.

Het is dapper; moedig.

hauteur

hoogte
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hauteur ».

Ik ken het woord « hauteur ».

interprétation

interpretatie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « interprétation ».

Ik ken het woord « interprétation ».

affirmer

beweren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux affirmer.

Ik wil beweren.

bretelle

oprit; verbindingsweg
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bretelle ».

Ik ken het woord « bretelle ».

architecte

architect
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « architecte ».

Ik ken het woord « architecte ».

chou

kool
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chou ».

Ik ken het woord « chou ».

habitat

leefgebied
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « habitat ».

Ik ken het woord « habitat ».

professionnellement

beroepsmatig
B1bijwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait professionnellement.

Hij doet het beroepsmatig.

remettre

terugleggen; uitstellen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux remettre.

Ik wil terugleggen; uitstellen.

vulnérabilité

kwetsbaarheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vulnérabilité ».

Ik ken het woord « vulnérabilité ».

profondeur

diepte
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « profondeur ».

Ik ken het woord « profondeur ».

expression

uitdrukking
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « expression ».

Ik ken het woord « expression ».

dénoncer

aanklagen; melden
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dénoncer.

Ik wil aanklagen; melden.

passage piéton

zebrapad
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « passage piéton ».

Ik ken het woord « passage piéton ».

matériau

materiaal
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « matériau ».

Ik ken het woord « matériau ».

noisette

hazelnoot
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « noisette ».

Ik ken het woord « noisette ».

médecine

geneeskunde
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « médecine ».

Ik ken het woord « médecine ».

coordonner

coördineren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux coordonner.

Ik wil coördineren.

signer

ondertekenen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux signer.

Ik wil ondertekenen.

agacement

irritatie
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agacement ».

Ik ken het woord « agacement ».

maximum

maximaal; maximum
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maximum ».

Ik ken het woord « maximum ».

prononciation

uitspraak
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « prononciation ».

Ik ken het woord « prononciation ».

engager

aangaan; in dienst nemen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux engager.

Ik wil aangaan; in dienst nemen.

parking souterrain

ondergrondse parkeergarage
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parking souterrain ».

Ik ken het woord « parking souterrain ».

brique

baksteen
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « brique ».

Ik ken het woord « brique ».

figue

vijg
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « figue ».

Ik ken het woord « figue ».

maladie mentale

psychische ziekte
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maladie mentale ».

Ik ken het woord « maladie mentale ».

employer

in dienst hebben; gebruiken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux employer.

Ik wil in dienst hebben; gebruiken.

copier

kopiëren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux copier.

Ik wil kopiëren.

découragé

ontmoedigd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est découragé.

Het is ontmoedigd.

minorité

minderheid
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « minorité ».

Ik ken het woord « minorité ».

interpréter

interpreteren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux interpréter.

Ik wil interpreteren.

honnêteté

eerlijkheid
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « honnêteté ».

Ik ken het woord « honnêteté ».

pneu

band
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pneu ».

Ik ken het woord « pneu ».

gaz

gas
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gaz ».

Ik ken het woord « gaz ».

théière

theepot
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « théière ».

Ik ken het woord « théière ».

diagnostiquer

diagnosticeren
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux diagnostiquer.

Ik wil diagnosticeren.

motiver

motiveren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux motiver.

Ik wil motiveren.

durer

duren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux durer.

Ik wil duren.

bonne humeur

goed humeur
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bonne humeur ».

Ik ken het woord « bonne humeur ».

permanent

permanent
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est permanent.

Het is permanent.

rédiger

opstellen; schrijven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rédiger.

Ik wil opstellen; schrijven.

méfiant

wantrouwig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est méfiant.

Het is wantrouwig.

assurance auto

autoverzekering
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assurance auto ».

Ik ken het woord « assurance auto ».

toiture

dakbedekking
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « toiture ».

Ik ken het woord « toiture ».

verre

glas
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « verre ».

Ik ken het woord « verre ».

vacciner

vaccineren
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux vacciner.

Ik wil vaccineren.

recruter

werven
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux recruter.

Ik wil werven.

net

schoon; helder
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est net.

Het is schoon; helder.

mauvais caractère

slecht karakter
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mauvais caractère ».

Ik ken het woord « mauvais caractère ».

récent

recent
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est récent.

Het is recent.

exagérer

overdrijven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux exagérer.

Ik wil overdrijven.

sincère

oprecht
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est sincère.

Het is oprecht.

transport public

openbaar vervoer
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « transport public ».

Ik ken het woord « transport public ».

coussin

kussen
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coussin ».

Ik ken het woord « coussin ».

poêle

koekenpan
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poêle ».

Ik ken het woord « poêle ».

air pur

schone lucht
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « air pur ».

Ik ken het woord « air pur ».

absence

afwezigheid
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « absence ».

Ik ken het woord « absence ».

humide

vochtig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est humide.

Het is vochtig.

fort caractère

sterk karakter
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fort caractère ».

Ik ken het woord « fort caractère ».

suivant

volgend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est suivant.

Het is volgend.

accès

toegang
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accès ».

Ik ken het woord « accès ».

adoption

adoptie
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « adoption ».

Ik ken het woord « adoption ».

conductrice

bestuurster
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conductrice ».

Ik ken het woord « conductrice ».

tapis

tapijt
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tapis ».

Ik ken het woord « tapis ».

digérer

verteren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux digérer.

Ik wil verteren.

eau douce

zoet water
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « eau douce ».

Ik ken het woord « eau douce ».

établissement

instelling; school
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « établissement ».

Ik ken het woord « établissement ».

haut

hoog
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est haut.

Het is hoog.

triste nouvelle

verdrietig nieuws
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « triste nouvelle ».

Ik ken het woord « triste nouvelle ».

approximation

benadering; schatting
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « approximation ».

Ik ken het woord « approximation ».

communication

communicatie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « communication ».

Ik ken het woord « communication ».

famille

familie
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « famille ».

Ik ken het woord « famille ».

embarcation

vaartuig
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « embarcation ».

Ik ken het woord « embarcation ».

entretenir

onderhouden
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux entretenir.

Ik wil onderhouden.

faire bouillir

laten koken
B1uitdrukking
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

On dit « faire bouillir ».

Je zegt « laten koken ».

plante verte

groene plant
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plante verte ».

Ik ken het woord « plante verte ».

salle de classe

klaslokaal
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salle de classe ».

Ik ken het woord « salle de classe ».

améliorer

verbeteren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux améliorer.

Ik wil verbeteren.

bienveillance

welwillendheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bienveillance ».

Ik ken het woord « bienveillance ».

progression

vooruitgang
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « progression ».

Ik ken het woord « progression ».

échange

uitwisseling
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « échange ».

Ik ken het woord « échange ».

séparation

scheiding; scheiding van partners
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « séparation ».

Ik ken het woord « séparation ».

répartition

verdeling
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « répartition ».

Ik ken het woord « répartition ».

opposition

tegenstand
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « opposition ».

Ik ken het woord « opposition ».

témoin

getuige
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « témoin ».

Ik ken het woord « témoin ».

totalité

totaliteit
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « totalité ».

Ik ken het woord « totalité ».

perspective

perspectief
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « perspective ».

Ik ken het woord « perspective ».

affronter

het hoofd bieden aan
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux affronter.

Ik wil het hoofd bieden aan.

absentéisme

absenteïsme
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « absentéisme ».

Ik ken het woord « absentéisme ».

contenir

bevatten
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux contenir.

Ik wil bevatten.

débarquer

van boord gaan
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux débarquer.

Ik wil van boord gaan.

rural

landelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est rural.

Het is landelijk.

saler

zouten
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux saler.

Ik wil zouten.

pourcentage

percentage
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pourcentage ».

Ik ken het woord « pourcentage ».

version

versie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « version ».

Ik ken het woord « version ».

comprendre

begrijpen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux comprendre.

Ik wil begrijpen.

avancement

vooruitgang; promotie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avancement ».

Ik ken het woord « avancement ».

définir

definiëren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux définir.

Ik wil definiëren.

décollage

opstijgen
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « décollage ».

Ik ken het woord « décollage ».

commune

gemeente
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « commune ».

Ik ken het woord « commune ».

tartiner

besmeren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux tartiner.

Ik wil besmeren.

accroissement

toename
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accroissement ».

Ik ken het woord « accroissement ».

abonné

abonnee
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « abonné ».

Ik ken het woord « abonné ».

ignorer

negeren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux ignorer.

Ik wil negeren.

démission

ontslagname
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « démission ».

Ik ken het woord « démission ».

disposer

beschikken over
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux disposer.

Ik wil beschikken over.

franchir

overschrijden
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux franchir.

Ik wil overschrijden.

équiper

uitrusten
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux équiper.

Ik wil uitrusten.

gourmand

lekkerbek; gulzig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est gourmand.

Het is lekkerbek; gulzig.

limite

grens
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « limite ».

Ik ken het woord « limite ».

citoyenneté

burgerschap
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « citoyenneté ».

Ik ken het woord « citoyenneté ».

mentir

liegen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux mentir.

Ik wil liegen.

qualification

kwalificatie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « qualification ».

Ik ken het woord « qualification ».

estimer

schatten; vinden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux estimer.

Ik wil schatten; vinden.

carte routière

wegenkaart
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carte routière ».

Ik ken het woord « carte routière ».

restaurer

restaureren
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux restaurer.

Ik wil restaureren.

bio

biologisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est bio.

Het is biologisch.

irrégulier

onregelmatig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est irrégulier.

Het is onregelmatig.

économie

economie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « économie ».

Ik ken het woord « économie ».

tolérer

tolereren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux tolérer.

Ik wil tolereren.

échéance

deadline
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « échéance ».

Ik ken het woord « échéance ».

insister

aandringen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux insister.

Ik wil aandringen.

stationnement

parkeren
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « stationnement ».

Ik ken het woord « stationnement ».

salle de jeux

speelkamer
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salle de jeux ».

Ik ken het woord « salle de jeux ».

apéro

borrel; aperitief
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « apéro ».

Ik ken het woord « apéro ».

variation

verandering
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « variation ».

Ik ken het woord « variation ».

population

bevolking
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « population ».

Ik ken het woord « population ».

valoriser

waarderen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux valoriser.

Ik wil waarderen.

académique

academisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est académique.

Het is academisch.

justifier

rechtvaardigen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux justifier.

Ik wil rechtvaardigen.

accident de la route

verkeersongeval
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accident de la route ».

Ik ken het woord « accident de la route ».

table basse

salontafel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « table basse ».

Ik ken het woord « table basse ».

conserve

conserven
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conserve ».

Ik ken het woord « conserve ».

minoritaire

minderheids-
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est minoritaire.

Het is minderheids-.

obligation

verplichting
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « obligation ».

Ik ken het woord « obligation ».

affectueux

aanhankelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est affectueux.

Het is aanhankelijk.

manuel

handmatig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est manuel.

Het is handmatig.

participer

deelnemen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux participer.

Ik wil deelnemen.

freinage

remmen
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « freinage ».

Ik ken het woord « freinage ».

lampe de chevet

bedlamp
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lampe de chevet ».

Ik ken het woord « lampe de chevet ».

marchandise

koopwaar
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marchandise ».

Ik ken het woord « marchandise ».

tripler

verdrievoudigen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux tripler.

Ik wil verdrievoudigen.

service public

overheidsdienst
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « service public ».

Ik ken het woord « service public ».

familial

familiaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est familial.

Het is familiaal.

technique

technisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est technique.

Het is technisch.

remarquer

opmerken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux remarquer.

Ik wil opmerken.

dévier

afwijken; omleiden
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dévier.

Ik wil afwijken; omleiden.

contester

betwisten
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux contester.

Ik wil betwisten.

protecteur

beschermend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est protecteur.

Het is beschermend.

pratique

praktisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est pratique.

Het is praktisch.

accompagnement

begeleiding; bijgerecht
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accompagnement ».

Ik ken het woord « accompagnement ».

additionner

optellen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux additionner.

Ik wil optellen.

simplifier

vereenvoudigen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux simplifier.

Ik wil vereenvoudigen.

séjourner

verblijven
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux séjourner.

Ik wil verblijven.

adresse électronique

e-mailadres
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « adresse électronique ».

Ik ken het woord « adresse électronique ».

fidélité

trouw
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fidélité ».

Ik ken het woord « fidélité ».

projet

project
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « projet ».

Ik ken het woord « projet ».

conservation

bewaring
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conservation ».

Ik ken het woord « conservation ».

heure de départ

vertrektijd
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « heure de départ ».

Ik ken het woord « heure de départ ».

traiter

behandelen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux traiter.

Ik wil behandelen.

automobile

auto-
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est automobile.

Het is auto-.

nom d'utilisateur

gebruikersnaam
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nom d'utilisateur ».

Ik ken het woord « nom d'utilisateur ».

réconforter

troosten
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réconforter.

Ik wil troosten.

théorie

theorie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « théorie ».

Ik ken het woord « théorie ».

habitude alimentaire

eetgewoonte
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « habitude alimentaire ».

Ik ken het woord « habitude alimentaire ».

date de naissance

geboortedatum
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « date de naissance ».

Ik ken het woord « date de naissance ».

bavarder

kletsen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux bavarder.

Ik wil kletsen.

national

nationaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est national.

Het is nationaal.

appel vidéo

videogesprek
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appel vidéo ».

Ik ken het woord « appel vidéo ».

exclure

uitsluiten
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux exclure.

Ik wil uitsluiten.

salle

zaal; lokaal
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salle ».

Ik ken het woord « salle ».

restaurant scolaire

schoolrestaurant
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « restaurant scolaire ».

Ik ken het woord « restaurant scolaire ».

longue durée

lange duur
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « longue durée ».

Ik ken het woord « longue durée ».

obéir

gehoorzamen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux obéir.

Ik wil gehoorzamen.

touristique

toeristisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est touristique.

Het is toeristisch.

occuper

bezetten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux occuper.

Ik wil bezetten.

urbain

stedelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est urbain.

Het is stedelijk.

répéter

herhalen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux répéter.

Ik wil herhalen.

accueil

ontvangst
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accueil ».

Ik ken het woord « accueil ».

retrouver

terugvinden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux retrouver.

Ik wil terugvinden.

vacancier

vakantieganger
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vacancier ».

Ik ken het woord « vacancier ».

ajuster

aanpassen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux ajuster.

Ik wil aanpassen.

visiteur

bezoeker
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « visiteur ».

Ik ken het woord « visiteur ».

déterminer

bepalen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux déterminer.

Ik wil bepalen.

naviguer

varen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux naviguer.

Ik wil varen.

équilibrer

in evenwicht brengen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux équilibrer.

Ik wil in evenwicht brengen.

travail personnel

zelfstandig werk
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « travail personnel ».

Ik ken het woord « travail personnel ».

beau-fils

schoonzoon; stiefzoon
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « beau-fils ».

Ik ken het woord « beau-fils ».

garantir

garanderen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux garantir.

Ik wil garanderen.

rater

missen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rater.

Ik wil missen.

rassasier

verzadigen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rassasier.

Ik wil verzadigen.

note finale

eindcijfer
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « note finale ».

Ik ken het woord « note finale ».

parrain

peetvader
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parrain ».

Ik ken het woord « parrain ».

suggérer

suggereren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux suggérer.

Ik wil suggereren.

détour

omweg
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « détour ».

Ik ken het woord « détour ».

naturel

natuurlijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est naturel.

Het is natuurlijk.

viser

richten op
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux viser.

Ik wil richten op.

navigation

navigatie
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « navigation ».

Ik ken het woord « navigation ».

famille recomposée

samengesteld gezin
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « famille recomposée ».

Ik ken het woord « famille recomposée ».

absorber

opnemen; absorberen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux absorber.

Ik wil opnemen; absorberen.

constituer

vormen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux constituer.

Ik wil vormen.

raccourci

kortere route
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « raccourci ».

Ik ken het woord « raccourci ».

père célibataire

alleenstaande vader
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « père célibataire ».

Ik ken het woord « père célibataire ».

réchauffer

opwarmen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réchauffer.

Ik wil opwarmen.

absolument

absoluut
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait absolument.

Hij doet het absoluut.

billet simple

enkel ticket
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « billet simple ».

Ik ken het woord « billet simple ».

relation amoureuse

liefdesrelatie
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « relation amoureuse ».

Ik ken het woord « relation amoureuse ».

saveur

smaak
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « saveur ».

Ik ken het woord « saveur ».

certainement

zeker
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait certainement.

Hij doet het zeker.

salle d'attente

wachtruimte
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salle d'attente ».

Ik ken het woord « salle d'attente ».

porte d'embarquement

gate
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « porte d'embarquement ».

Ik ken het woord « porte d'embarquement ».

bagage à main

handbagage
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bagage à main ».

Ik ken het woord « bagage à main ».

valise à roulettes

rolkoffer
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « valise à roulettes ».

Ik ken het woord « valise à roulettes ».

office de tourisme

VVV-kantoor
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « office de tourisme ».

Ik ken het woord « office de tourisme ».

carte touristique

toeristische kaart
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carte touristique ».

Ik ken het woord « carte touristique ».

monument historique

historisch monument
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « monument historique ».

Ik ken het woord « monument historique ».

mobilité

mobiliteit
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mobilité ».

Ik ken het woord « mobilité ».

égal

gelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est égal.

Het is gelijk.

eau plate

plat water
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « eau plate ».

Ik ken het woord « eau plate ».

principal

belangrijkste
B1bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est principal.

Het is belangrijkste.

abriter

huisvesten
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux abriter.

Ik wil huisvesten.

céder

afstaan
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux céder.

Ik wil afstaan.

fixer

vastzetten; bepalen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux fixer.

Ik wil vastzetten; bepalen.

facture

rekening
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « facture ».

Ik ken het woord « facture ».

commande

bestelling
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « commande ».

Ik ken het woord « commande ».

fourniture

levering; benodigdheid
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fourniture ».

Ik ken het woord « fourniture ».

maintenance

onderhoud
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maintenance ».

Ik ken het woord « maintenance ».

clé USB

usb-stick
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « clé USB ».

Ik ken het woord « clé USB ».

machine à café

koffiezetapparaat
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « machine à café ».

Ik ken het woord « machine à café ».

panier à linge

wasmand
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « panier à linge ».

Ik ken het woord « panier à linge ».

ouvrir

openen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux ouvrir.

Ik wil openen.

sympathique

aardig; sympathiek
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est sympathique.

Het is aardig; sympathiek.

semaine

week
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « semaine ».

Ik ken het woord « semaine ».

nom

naam
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nom ».

Ik ken het woord « nom ».

fille

dochter; meisje
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fille ».

Ik ken het woord « fille ».

taxi

taxi
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « taxi ».

Ik ken het woord « taxi ».

appartement

appartement
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appartement ».

Ik ken het woord « appartement ».

pomme de terre

aardappel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pomme de terre ».

Ik ken het woord « pomme de terre ».

vent

wind
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vent ».

Ik ken het woord « vent ».

crayon

potlood
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « crayon ».

Ik ken het woord « crayon ».

lever

optillen; opstaan
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux lever.

Ik wil optillen; opstaan.

ennuyé

verveeld
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est ennuyé.

Het is verveeld.

hier

gisteren
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait hier.

Hij doet het gisteren.

internet

internet
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « internet ».

Ik ken het woord « internet ».

copine

vriendin
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « copine ».

Ik ken het woord « copine ».

départ

vertrek
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « départ ».

Ik ken het woord « départ ».

salle de bains

badkamer
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salle de bains ».

Ik ken het woord « salle de bains ».

sauce

saus
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sauce ».

Ik ken het woord « sauce ».

lac

meer
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lac ».

Ik ken het woord « lac ».

vacances

vakantie
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vacances ».

Ik ken het woord « vacances ».

prêter

lenen; uitlenen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux prêter.

Ik wil lenen; uitlenen.

actif

actief
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est actif.

Het is actief.

matin

ochtend
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « matin ».

Ik ken het woord « matin ».

conversation

gesprek
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conversation ».

Ik ken het woord « conversation ».

fiançailles

verloving
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fiançailles ».

Ik ken het woord « fiançailles ».

aéroport

luchthaven
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aéroport ».

Ik ken het woord « aéroport ».

jardin

tuin
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jardin ».

Ik ken het woord « jardin ».

boisson

drank
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boisson ».

Ik ken het woord « boisson ».

montagne

berg
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « montagne ».

Ik ken het woord « montagne ».

concours

wedstrijd; examen
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « concours ».

Ik ken het woord « concours ».

jouer

spelen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux jouer.

Ik wil spelen.

peureux

bangelijk
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est peureux.

Het is bangelijk.

moment

moment
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moment ».

Ik ken het woord « moment ».

erreur

fout
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « erreur ».

Ik ken het woord « erreur ».

rendre visite

bezoeken
A2uitdrukking
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

On dit « rendre visite ».

Je zegt « bezoeken ».

passager

passagier
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « passager ».

Ik ken het woord « passager ».

balcon

balkon
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « balcon ».

Ik ken het woord « balcon ».

addition

rekening
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « addition ».

Ik ken het woord « addition ».

froid

kou
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « froid ».

Ik ken het woord « froid ».

client

klant
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « client ».

Ik ken het woord « client ».

installer

installeren; plaatsen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux installer.

Ik wil installeren; plaatsen.

indépendant

onafhankelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est indépendant.

Het is onafhankelijk.

prochain

volgend
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est prochain.

Het is volgend.

histoire

verhaal; geschiedenis
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « histoire ».

Ik ken het woord « histoire ».

s'excuser

zich verontschuldigen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'excuser.

Ik wil zich verontschuldigen.

billetterie

kaartverkoop
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « billetterie ».

Ik ken het woord « billetterie ».

locataire

huurder
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « locataire ».

Ik ken het woord « locataire ».

refroidir

afkoelen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux refroidir.

Ik wil afkoelen.

été

zomer
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « été ».

Ik ken het woord « été ».

formation

opleiding; training
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « formation ».

Ik ken het woord « formation ».

nettoyer

schoonmaken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux nettoyer.

Ik wil schoonmaken.

déterminé

vastberaden
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est déterminé.

Het is vastberaden.

chaque

elke
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est chaque.

Het is elke.

réaction

reactie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réaction ».

Ik ken het woord « réaction ».

décevoir

teleurstellen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux décevoir.

Ik wil teleurstellen.

réception

receptie
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réception ».

Ik ken het woord « réception ».

aménager

inrichten
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux aménager.

Ik wil inrichten.

délicieux

heerlijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est délicieux.

Het is heerlijk.

rhume

verkoudheid
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rhume ».

Ik ken het woord « rhume ».

responsabilité

verantwoordelijkheid
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « responsabilité ».

Ik ken het woord « responsabilité ».

arrêter

stoppen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux arrêter.

Ik wil stoppen.

apprécier

waarderen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprécier.

Ik wil waarderen.

immédiatement

onmiddellijk
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait immédiatement.

Hij doet het onmiddellijk.

solution

oplossing
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « solution ».

Ik ken het woord « solution ».

se rapprocher

dichterbij komen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se rapprocher.

Ik wil dichterbij komen.

revenir

terugkomen
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux revenir.

Ik wil terugkomen.

agrandir

uitbreiden
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux agrandir.

Ik wil uitbreiden.

saucisse

worst
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « saucisse ».

Ik ken het woord « saucisse ».

hôpital

ziekenhuis
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hôpital ».

Ik ken het woord « hôpital ».

développer

ontwikkelen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux développer.

Ik wil ontwikkelen.

utiliser

gebruiken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux utiliser.

Ik wil gebruiken.

préférer

liever hebben
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux préférer.

Ik wil liever hebben.

lundi

maandag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lundi ».

Ik ken het woord « lundi ».

attention

aandacht
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « attention ».

Ik ken het woord « attention ».

petit ami

vriendje
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « petit ami ».

Ik ken het woord « petit ami ».

escale

tussenstop
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « escale ».

Ik ken het woord « escale ».

lit

bed
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lit ».

Ik ken het woord « lit ».

moule

mossel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moule ».

Ik ken het woord « moule ».

vaccin

vaccin
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vaccin ».

Ik ken het woord « vaccin ».

terminer

afmaken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux terminer.

Ik wil afmaken.

organiser

organiseren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux organiser.

Ik wil organiseren.

devoir

moeten
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux devoir.

Ik wil moeten.

jeudi

donderdag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jeudi ».

Ik ken het woord « jeudi ».

déclarer

verklaren; aangeven
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux déclarer.

Ik wil verklaren; aangeven.

famille d'accueil

pleeggezin
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « famille d'accueil ».

Ik ken het woord « famille d'accueil ».

déviation

omleiding
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déviation ».

Ik ken het woord « déviation ».

lampe

lamp
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lampe ».

Ik ken het woord « lampe ».

noix

noot
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « noix ».

Ik ken het woord « noix ».

soigner

verzorgen; behandelen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux soigner.

Ik wil verzorgen; behandelen.

policier

politieagent
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « policier ».

Ik ken het woord « policier ».

appliquer

toepassen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux appliquer.

Ik wil toepassen.

espoir

hoop
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « espoir ».

Ik ken het woord « espoir ».

dimanche

zondag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dimanche ».

Ik ken het woord « dimanche ».

pardon

pardon
A1uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On dit « pardon ».

Je zegt « pardon ».

famille nombreuse

groot gezin
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « famille nombreuse ».

Ik ken het woord « famille nombreuse ».

annuler

annuleren
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux annuler.

Ik wil annuleren.

ascenseur

lift
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ascenseur ».

Ik ken het woord « ascenseur ».

croissant

croissant
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « croissant ».

Ik ken het woord « croissant ».

chien

hond
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chien ».

Ik ken het woord « chien ».

agriculteur

boer
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agriculteur ».

Ik ken het woord « agriculteur ».

envoyer

sturen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux envoyer.

Ik wil sturen.

caractère

karakter
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « caractère ».

Ik ken het woord « caractère ».

mars

maart
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mars ».

Ik ken het woord « mars ».

non

nee
A1overig
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « non ».

Ik ken het woord « non ».

célibataire

alleenstaand
A2bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est célibataire.

Het is alleenstaand.

se perdre

verdwalen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se perdre.

Ik wil verdwalen.

boulevard

boulevard
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boulevard ».

Ik ken het woord « boulevard ».

tarte

taart
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tarte ».

Ik ken het woord « tarte ».

déchet

afval
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déchet ».

Ik ken het woord « déchet ».

acteur

acteur
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « acteur ».

Ik ken het woord « acteur ».

prendre

nemen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux prendre.

Ik wil nemen.

qualité

kwaliteit; eigenschap
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « qualité ».

Ik ken het woord « qualité ».

juin

juni
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « juin ».

Ik ken het woord « juin ».

mal

slecht
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait mal.

Hij doet het slecht.

veuve

weduwe
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « veuve ».

Ik ken het woord « veuve ».

moto

motor
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moto ».

Ik ken het woord « moto ».

mairie

gemeentehuis
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mairie ».

Ik ken het woord « mairie ».

lentille

linze
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lentille ».

Ik ken het woord « lentille ».

santé

gezondheid
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « santé ».

Ik ken het woord « santé ».

métier

beroep
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « métier ».

Ik ken het woord « métier ».

venir

komen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux venir.

Ik wil komen.

émotion

emotie
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « émotion ».

Ik ken het woord « émotion ».

septembre

september
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « septembre ».

Ik ken het woord « septembre ».

pourquoi

waarom
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait pourquoi.

Hij doet het waarom.

éduquer

opvoeden
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux éduquer.

Ik wil opvoeden.

parking

parkeerplaats
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parking ».

Ik ken het woord « parking ».

hôtel de ville

stadhuis
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hôtel de ville ».

Ik ken het woord « hôtel de ville ».

moutarde

mosterd
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moutarde ».

Ik ken het woord « moutarde ».

traitement

behandeling
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « traitement ».

Ik ken het woord « traitement ».

vente

verkoop
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vente ».

Ik ken het woord « vente ».

sortir

naar buiten gaan
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux sortir.

Ik wil naar buiten gaan.

découragement

ontmoediging
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « découragement ».

Ik ken het woord « découragement ».

décembre

december
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « décembre ».

Ik ken het woord « décembre ».

conseil

advies
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conseil ».

Ik ken het woord « conseil ».

aimer

houden van
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux aimer.

Ik wil houden van.

droite

rechts
A1bijwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait droite.

Hij doet het rechts.

supermarché

supermarkt
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « supermarché ».

Ik ken het woord « supermarché ».

bouteille

fles
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bouteille ».

Ik ken het woord « bouteille ».

secours

hulp; redding
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « secours ».

Ik ken het woord « secours ».

perte

verlies
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « perte ».

Ik ken het woord « perte ».

marcher

lopen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux marcher.

Ik wil lopen.

rassurer

geruststellen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rassurer.

Ik wil geruststellen.

semaine dernière

vorige week
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « semaine dernière ».

Je zegt « vorige week ».

endroit

plek
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « endroit ».

Ik ken het woord « endroit ».

se confier

zich toevertrouwen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se confier.

Ik wil zich toevertrouwen.

est

oosten
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « est ».

Ik ken het woord « est ».

coiffeur

kapper
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coiffeur ».

Ik ken het woord « coiffeur ».

assiette

bord
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assiette ».

Ik ken het woord « assiette ».

recycler

recyclen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux recycler.

Ik wil recyclen.

examen

examen
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « examen ».

Ik ken het woord « examen ».

écrire

schrijven
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux écrire.

Ik wil schrijven.

mépriser

verachten
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux mépriser.

Ik wil verachten.

la semaine prochaine

volgende week
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « la semaine prochaine ».

Je zegt « volgende week ».

peuple

volk
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « peuple ».

Ik ken het woord « peuple ».

s'intéresser à

interesse hebben in
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'intéresser à.

Ik wil interesse hebben in.

permis

rijbewijs; vergunning
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « permis ».

Ik ken het woord « permis ».

théâtre

theater
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « théâtre ».

Ik ken het woord « théâtre ».

quantité

hoeveelheid
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « quantité ».

Ik ken het woord « quantité ».

plastique

plastic
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plastique ».

Ik ken het woord « plastique ».

promotion

promotie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « promotion ».

Ik ken het woord « promotion ».

s'asseoir

gaan zitten
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'asseoir.

Ik wil gaan zitten.

timidité

verlegenheid
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « timidité ».

Ik ken het woord « timidité ».

de temps en temps

af en toe
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « de temps en temps ».

Je zegt « af en toe ».

justice

rechtvaardigheid; justitie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « justice ».

Ik ken het woord « justice ».

protéger

beschermen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux protéger.

Ik wil beschermen.

agence

agentschap; bureau
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agence ».

Ik ken het woord « agence ».

équipement

uitrusting
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « équipement ».

Ik ken het woord « équipement ».

végétarien

vegetarisch; vegetariër
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est végétarien.

Het is vegetarisch; vegetariër.

incendie

brand
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « incendie ».

Ik ken het woord « incendie ».

retraite

pensioen
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « retraite ».

Ik ken het woord « retraite ».

allonger

verlengen; neerleggen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux allonger.

Ik wil verlengen; neerleggen.

amical

vriendelijk
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est amical.

Het is vriendelijk.

chaque année

elk jaar
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « chaque année ».

Je zegt « elk jaar ».

liberté

vrijheid
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « liberté ».

Ik ken het woord « liberté ».

compréhensif

begripvol
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est compréhensif.

Het is begripvol.

capitale

hoofdstad
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « capitale ».

Ik ken het woord « capitale ».

machine à laver

wasmachine
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « machine à laver ».

Ik ken het woord « machine à laver ».

sain

gezond
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est sain.

Het is gezond.

changement climatique

klimaatverandering
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « changement climatique ».

Ik ken het woord « changement climatique ».

objectif

doel
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « objectif ».

Ik ken het woord « objectif ».

découvrir

ontdekken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux découvrir.

Ik wil ontdekken.

énergique

energiek
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est énergique.

Het is energiek.

plus tard

later
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « plus tard ».

Je zegt « later ».

média

media
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « média ».

Ik ken het woord « média ».

confiance

vertrouwen
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « confiance ».

Ik ken het woord « confiance ».

colline

heuvel
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « colline ».

Ik ken het woord « colline ».

centre-ville

stadscentrum
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « centre-ville ».

Ik ken het woord « centre-ville ».

gras

vet
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est gras.

Het is vet.

pollution de l'air

luchtvervuiling
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pollution de l'air ».

Ik ken het woord « pollution de l'air ».

efficace

efficiënt
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est efficace.

Het is efficiënt.

cacher

verstoppen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux cacher.

Ik wil verstoppen.

vif

levendig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est vif.

Het is levendig.

en retard

te laat
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « en retard ».

Je zegt « te laat ».

critiquer

bekritiseren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux critiquer.

Ik wil bekritiseren.

conflit

conflict
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conflit ».

Ik ken het woord « conflit ».

église

kerk
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « église ».

Ik ken het woord « église ».

construction

bouw
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « construction ».

Ik ken het woord « construction ».

congeler

invriezen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux congeler.

Ik wil invriezen.

mal de ventre

buikpijn
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mal de ventre ».

Ik ken het woord « mal de ventre ».

former

opleiden
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux former.

Ik wil opleiden.

blesser

verwonden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux blesser.

Ik wil verwonden.

angoisse

angst; paniek
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « angoisse ».

Ik ken het woord « angoisse ».

autant

evenveel
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait autant.

Hij doet het evenveel.

site

website
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « site ».

Ik ken het woord « site ».

amie

vriendin
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amie ».

Ik ken het woord « amie ».

sac à dos

rugzak
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sac à dos ».

Ik ken het woord « sac à dos ».

habitation

woning
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « habitation ».

Ik ken het woord « habitation ».

pomme

appel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pomme ».

Ik ken het woord « pomme ».

soin

zorg; behandeling
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soin ».

Ik ken het woord « soin ».

test

toets
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « test ».

Ik ken het woord « test ».

peser

wegen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux peser.

Ik wil wegen.

dégoût

afkeer
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dégoût ».

Ik ken het woord « dégoût ».

régulièrement

regelmatig
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait régulièrement.

Hij doet het regelmatig.

télévision

televisie
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « télévision ».

Ik ken het woord « télévision ».

contact

contact
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « contact ».

Ik ken het woord « contact ».

douane

douane
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « douane ».

Ik ken het woord « douane ».

spacieux

ruim
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est spacieux.

Het is ruim.

pain

brood
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pain ».

Ik ken het woord « pain ».

vaccination

vaccinatie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vaccination ».

Ik ken het woord « vaccination ».

vendeuse

verkoopster
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vendeuse ».

Ik ken het woord « vendeuse ».

cliquer

klikken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux cliquer.

Ik wil klikken.

gratitude

dankbaarheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gratitude ».

Ik ken het woord « gratitude ».

quotidiennement

dagelijks
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait quotidiennement.

Hij doet het dagelijks.

chaîne

zender
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chaîne ».

Ik ken het woord « chaîne ».

anniversaire

verjaardag
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « anniversaire ».

Ik ken het woord « anniversaire ».

accélérer

versnellen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux accélérer.

Ik wil versnellen.

seau

emmer
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « seau ».

Ik ken het woord « seau ».

eau

water
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « eau ».

Ik ken het woord « eau ».

infirmière

verpleegster
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « infirmière ».

Ik ken het woord « infirmière ».

apprendre

leren
A2werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre.

Ik wil leren.

effectuer

uitvoeren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux effectuer.

Ik wil uitvoeren.

mécontentement

ontevredenheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mécontentement ».

Ik ken het woord « mécontentement ».

hebdomadaire

wekelijks
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est hebdomadaire.

Het is wekelijks.

auditeur

luisteraar
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « auditeur ».

Ik ken het woord « auditeur ».

remercier

bedanken
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux remercier.

Ik wil bedanken.

freiner

remmen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux freiner.

Ik wil remmen.

ordures

afval
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ordures ».

Ik ken het woord « ordures ».

jus d'orange

sinaasappelsap
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jus d'orange ».

Ik ken het woord « jus d'orange ».

biodiversité

biodiversiteit
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « biodiversité ».

Ik ken het woord « biodiversité ».

matière scolaire

schoolvak
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « matière scolaire ».

Ik ken het woord « matière scolaire ».

interdire

verbieden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux interdire.

Ik wil verbieden.

regret

spijt
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « regret ».

Ik ken het woord « regret ».

fréquence

frequentie
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fréquence ».

Ik ken het woord « fréquence ».

réclamation

klacht
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réclamation ».

Ik ken het woord « réclamation ».

bêtise

domheid; stommiteit
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bêtise ».

Ik ken het woord « bêtise ».

indiquer

aangeven
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux indiquer.

Ik wil aangeven.

linge

wasgoed
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « linge ».

Ik ken het woord « linge ».

râper

raspen
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux râper.

Ik wil raspen.

entraînement

training
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « entraînement ».

Ik ken het woord « entraînement ».

copie

werkstuk; kopie
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « copie ».

Ik ken het woord « copie ».

dépenser

uitgeven
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dépenser.

Ik wil uitgeven.

vulnérable

kwetsbaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est vulnérable.

Het is kwetsbaar.

même

zelfde
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est même.

Het is zelfde.

conclusion

conclusie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conclusion ».

Ik ken het woord « conclusion ».

entourer

omringen
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux entourer.

Ik wil omringen.

voiture

auto
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voiture ».

Ik ken het woord « voiture ».

persienne

jaloezie
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « persienne ».

Ik ken het woord « persienne ».

agneau

lam
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agneau ».

Ik ken het woord « agneau ».

bétail

vee
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bétail ».

Ik ken het woord « bétail ».

bibliothécaire

bibliothecaris
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bibliothécaire ».

Ik ken het woord « bibliothécaire ».

produire

produceren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux produire.

Ik wil produceren.

agressif

agressief
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est agressif.

Het is agressief.

calendrier

kalender
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « calendrier ».

Ik ken het woord « calendrier ».

point de vue

standpunt
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « point de vue ».

Ik ken het woord « point de vue ».

guide touristique

reisgids
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « guide touristique ».

Ik ken het woord « guide touristique ».

cour

binnenplaats
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cour ».

Ik ken het woord « cour ».

saumon

zalm
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « saumon ».

Ik ken het woord « saumon ».

faune

fauna
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « faune ».

Ik ken het woord « faune ».

compétent

bekwaam
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est compétent.

Het is bekwaam.

raconter

vertellen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux raconter.

Ik wil vertellen.

intéressant

interessant
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est intéressant.

Het is interessant.

largeur

breedte
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « largeur ».

Ik ken het woord « largeur ».

traduction

vertaling
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « traduction ».

Ik ken het woord « traduction ».

blâmer

de schuld geven
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux blâmer.

Ik wil de schuld geven.

chaussée

rijbaan
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chaussée ».

Ik ken het woord « chaussée ».

bâtisseur

bouwer
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bâtisseur ».

Ik ken het woord « bâtisseur ».

poireau

prei
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poireau ».

Ik ken het woord « poireau ».

réserve naturelle

natuurreservaat
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réserve naturelle ».

Ik ken het woord « réserve naturelle ».

collaborer

samenwerken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux collaborer.

Ik wil samenwerken.

ramener

terugbrengen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux ramener.

Ik wil terugbrengen.

se réjouir

zich verheugen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se réjouir.

Ik wil zich verheugen.

volume

volume
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « volume ».

Ik ken het woord « volume ».

vocabulaire

woordenschat
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vocabulaire ».

Ik ken het woord « vocabulaire ».

discutable

discutabel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est discutable.

Het is discutabel.

feu rouge

rood licht
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « feu rouge ».

Ik ken het woord « feu rouge ».

béton

beton
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « béton ».

Ik ken het woord « béton ».

cacahuète

pinda
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cacahuète ».

Ik ken het woord « cacahuète ».

clinique

kliniek
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « clinique ».

Ik ken het woord « clinique ».

décrire

beschrijven
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux décrire.

Ik wil beschrijven.

cocher

aanvinken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux cocher.

Ik wil aanvinken.

apaisement

kalmering
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « apaisement ».

Ik ken het woord « apaisement ».

minimum

minimaal; minimum
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « minimum ».

Ik ken het woord « minimum ».

orthographe

spelling
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « orthographe ».

Ik ken het woord « orthographe ».

exiger

eisen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux exiger.

Ik wil eisen.

panne

pech
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « panne ».

Ik ken het woord « panne ».

isolation

isolatie
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « isolation ».

Ik ken het woord « isolation ».

boisson gazeuse

frisdrank
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boisson gazeuse ».

Ik ken het woord « boisson gazeuse ».

activité physique

lichamelijke activiteit
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « activité physique ».

Ik ken het woord « activité physique ».

fournir

leveren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux fournir.

Ik wil leveren.

adopter

aannemen; toepassen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux adopter.

Ik wil aannemen; toepassen.

enthousiaste

enthousiast
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est enthousiaste.

Het is enthousiast.

quotidien

dagelijks
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est quotidien.

Het is dagelijks.

traduire

vertalen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux traduire.

Ik wil vertalen.

injuste

oneerlijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est injuste.

Het is oneerlijk.

essence

benzine
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « essence ».

Ik ken het woord « essence ».

eau courante

stromend water
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « eau courante ».

Ik ken het woord « eau courante ».

cafetière

koffiezetapparaat
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cafetière ».

Ik ken het woord « cafetière ».

examiner

onderzoeken
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux examiner.

Ik wil onderzoeken.

négocier

onderhandelen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux négocier.

Ik wil onderhandelen.

fuir

vluchten; vermijden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux fuir.

Ik wil vluchten; vermijden.

mauvaise humeur

slecht humeur
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mauvaise humeur ».

Ik ken het woord « mauvaise humeur ».

immédiat

onmiddellijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est immédiat.

Het is onmiddellijk.

résumer

samenvatten
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux résumer.

Ik wil samenvatten.

modeste

bescheiden
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est modeste.

Het is bescheiden.

déplacement

verplaatsing
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déplacement ».

Ik ken het woord « déplacement ».

façade

gevel
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « façade ».

Ik ken het woord « façade ».

tire-bouchon

kurkentrekker
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tire-bouchon ».

Ik ken het woord « tire-bouchon ».

détecter

detecteren
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux détecter.

Ik wil detecteren.

travailler

werken
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux travailler.

Ik wil werken.

proprement

netjes
A2bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait proprement.

Hij doet het netjes.

grande confiance

groot vertrouwen
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grande confiance ».

Ik ken het woord « grande confiance ».

futur

toekomstig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est futur.

Het is toekomstig.

nier

ontkennen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux nier.

Ik wil ontkennen.

tolérance

verdraagzaamheid
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tolérance ».

Ik ken het woord « tolérance ».

transports en commun

openbaar vervoer
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « transports en commun ».

Ik ken het woord « transports en commun ».

couverture

deken
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couverture ».

Ik ken het woord « couverture ».

planche à découper

snijplank
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « planche à découper ».

Ik ken het woord « planche à découper ».

air frais

frisse lucht
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « air frais ».

Ik ken het woord « air frais ».

carte d'étudiant

studentenkaart
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carte d'étudiant ».

Ik ken het woord « carte d'étudiant ».

vide

leeg
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est vide.

Het is leeg.

peur soudaine

plotselinge angst
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « peur soudaine ».

Ik ken het woord « peur soudaine ».

précédent

vorig; voorafgaand
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est précédent.

Het is vorig; voorafgaand.

commentaire

commentaar
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « commentaire ».

Ik ken het woord « commentaire ».

beau-parent

stiefouder
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « beau-parent ».

Ik ken het woord « beau-parent ».

chauffeur de taxi

taxichauffeur
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chauffeur de taxi ».

Ik ken het woord « chauffeur de taxi ».

isoler

isoleren
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux isoler.

Ik wil isoleren.

écraser

pletten
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux écraser.

Ik wil pletten.

parc naturel

natuurpark
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parc naturel ».

Ik ken het woord « parc naturel ».

inscription

inschrijving
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « inscription ».

Ik ken het woord « inscription ».

bas

laag
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est bas.

Het is laag.

bonne nouvelle

goed nieuws
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bonne nouvelle ».

Ik ken het woord « bonne nouvelle ».

diminution

afname
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « diminution ».

Ik ken het woord « diminution ».

critique

kritiek
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « critique ».

Ik ken het woord « critique ».

petit-enfant

kleinkind
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « petit-enfant ».

Ik ken het woord « petit-enfant ».

port d'embarquement

inschepingshaven
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « port d'embarquement ».

Ik ken het woord « port d'embarquement ».

louer

huren; verhuren
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux louer.

Ik wil huren; verhuren.

faire frire

frituren
B1uitdrukking
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

On dit « faire frire ».

Je zegt « frituren ».

fleur sauvage

wilde bloem
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fleur sauvage ».

Ik ken het woord « fleur sauvage ».

scolarité

schoolloopbaan
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « scolarité ».

Ik ken het woord « scolarité ».

analyser

analyseren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux analyser.

Ik wil analyseren.

forêt tropicale

tropisch bos
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « forêt tropicale ».

Ik ken het woord « forêt tropicale ».

universitaire

universitair
A2bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est universitaire.

Het is universitair.

comparer

vergelijken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux comparer.

Ik wil vergelijken.

bien-être

welzijn
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bien-être ».

Ik ken het woord « bien-être ».

difficile

moeilijk
A2bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est difficile.

Het is moeilijk.

considérer

beschouwen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux considérer.

Ik wil beschouwen.

embarquer

aan boord gaan
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux embarquer.

Ik wil aan boord gaan.

résidentiel

residentieel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est résidentiel.

Het is residentieel.

rôtir

roosteren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rôtir.

Ik wil roosteren.

taux

percentage; tarief
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « taux ».

Ik ken het woord « taux ».

témoignage

getuigenis
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « témoignage ».

Ik ken het woord « témoignage ».

assumer

op zich nemen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux assumer.

Ik wil op zich nemen.

attestation

bewijs; verklaring
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « attestation ».

Ik ken het woord « attestation ».

contrôler

controleren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux contrôler.

Ik wil controleren.

atterrissage

landing
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « atterrissage ».

Ik ken het woord « atterrissage ».

éloigné

afgelegen
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est éloigné.

Het is afgelegen.

sucrer

zoeten
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux sucrer.

Ik wil zoeten.

donnée

gegeven
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « donnée ».

Ik ken het woord « donnée ».

réclamer

eisen; klagen
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réclamer.

Ik wil eisen; klagen.

excuser

vergeven; excuseren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux excuser.

Ik wil vergeven; excuseren.

concurrence

concurrentie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « concurrence ».

Ik ken het woord « concurrence ».

diminuer

afnemen; verminderen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux diminuer.

Ik wil afnemen; verminderen.

annulation

annulering
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « annulation ».

Ik ken het woord « annulation ».

territoire

gebied
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « territoire ».

Ik ken het woord « territoire ».

digestion

spijsvertering
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « digestion ».

Ik ken het woord « digestion ».

écart

verschil
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écart ».

Ik ken het woord « écart ».

censure

censuur
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « censure ».

Ik ken het woord « censure ».

juger

beoordelen; oordelen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux juger.

Ik wil beoordelen; oordelen.

hiérarchie

hiërarchie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hiérarchie ».

Ik ken het woord « hiérarchie ».

enlever

verwijderen; uittrekken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux enlever.

Ik wil verwijderen; uittrekken.

carte bancaire

bankpas
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carte bancaire ».

Ik ken het woord « carte bancaire ».

réaménager

opnieuw inrichten
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réaménager.

Ik wil opnieuw inrichten.

surgelé

diepgevroren
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est surgelé.

Het is diepgevroren.

régulier

regelmatig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est régulier.

Het is regelmatig.

démocratie

democratie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « démocratie ».

Ik ken het woord « démocratie ».

reprocher

verwijten
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux reprocher.

Ik wil verwijten.

formation continue

bijscholing
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « formation continue ».

Ik ken het woord « formation continue ».

imaginer

zich voorstellen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux imaginer.

Ik wil zich voorstellen.

gare routière

busstation
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gare routière ».

Ik ken het woord « gare routière ».

chambre à coucher

slaapkamer
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chambre à coucher ».

Ik ken het woord « chambre à coucher ».

fait maison

huisgemaakt
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est fait maison.

Het is huisgemaakt.

variable

variabel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est variable.

Het is variabel.

politique

politiek
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « politique ».

Ik ken het woord « politique ».

unir

verenigen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux unir.

Ik wil verenigen.

rendement

rendement
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rendement ».

Ik ken het woord « rendement ».

introduire

introduceren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux introduire.

Ik wil introduceren.

véhicule

voertuig
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « véhicule ».

Ik ken het woord « véhicule ».

fenêtre de toit

dakraam
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fenêtre de toit ».

Ik ken het woord « fenêtre de toit ».

bouchon

kurk; dop
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bouchon ».

Ik ken het woord « bouchon ».

majoritaire

meerderheids-
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est majoritaire.

Het is meerderheids-.

règlement

reglement
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « règlement ».

Ik ken het woord « règlement ».

accueillant

gastvrij
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est accueillant.

Het is gastvrij.

industriel

industrieel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est industriel.

Het is industrieel.

mentionner

vermelden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux mentionner.

Ik wil vermelden.

frein

rem
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « frein ».

Ik ken het woord « frein ».

chaise longue

ligstoel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chaise longue ».

Ik ken het woord « chaise longue ».

marchand

handelaar
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marchand ».

Ik ken het woord « marchand ».

doubler

verdubbelen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux doubler.

Ik wil verdubbelen.

autorisation

toestemming
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « autorisation ».

Ik ken het woord « autorisation ».

distant

afstandelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est distant.

Het is afstandelijk.

scolaire

school-
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est scolaire.

Het is school-.

reconnaître

herkennen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux reconnaître.

Ik wil herkennen.

voyage organisé

georganiseerde reis
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voyage organisé ».

Ik ken het woord « voyage organisé ».

accessibilité

toegankelijkheid
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accessibilité ».

Ik ken het woord « accessibilité ».

rayon

schap; afdeling
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rayon ».

Ik ken het woord « rayon ».

limiter

beperken
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux limiter.

Ik wil beperken.

révéler

onthullen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux révéler.

Ik wil onthullen.

explorer

verkennen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux explorer.

Ik wil verkennen.

exposer

uiteenzetten
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux exposer.

Ik wil uiteenzetten.

tendre

teder
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est tendre.

Het is teder.

administration

administratie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « administration ».

Ik ken het woord « administration ».

assaisonnement

kruiding
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assaisonnement ».

Ik ken het woord « assaisonnement ».

soustraire

aftrekken
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux soustraire.

Ik wil aftrekken.

souhaiter

wensen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux souhaiter.

Ik wil wensen.

voyager

reizen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux voyager.

Ik wil reizen.

boîte de réception

inbox
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boîte de réception ».

Ik ken het woord « boîte de réception ».

solidarité

solidariteit
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « solidarité ».

Ik ken het woord « solidarité ».

secteur

sector
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « secteur ».

Ik ken het woord « secteur ».

cuisson

bereiding; kooktijd
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cuisson ».

Ik ken het woord « cuisson ».

heure d'arrivée

aankomsttijd
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « heure d'arrivée ».

Ik ken het woord « heure d'arrivée ».

adresser

adresseren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux adresser.

Ik wil adresseren.

ferroviaire

spoorweg-
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est ferroviaire.

Het is spoorweg-.

page d'accueil

startpagina
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « page d'accueil ».

Ik ken het woord « page d'accueil ».

se méfier

wantrouwen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se méfier.

Ik wil wantrouwen.

concevoir

ontwerpen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux concevoir.

Ik wil ontwerpen.

plat du jour

gerecht van de dag
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plat du jour ».

Ik ken het woord « plat du jour ».

temps libre

vrije tijd
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « temps libre ».

Ik ken het woord « temps libre ».

commencer

beginnen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux commencer.

Ik wil beginnen.

public

openbaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est public.

Het is openbaar.

message vocal

spraakbericht
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « message vocal ».

Ik ken het woord « message vocal ».

impliquer

betrekken
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux impliquer.

Ik wil betrekken.

semestre

semester
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « semestre ».

Ik ken het woord « semestre ».

spécialité

specialiteit
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « spécialité ».

Ik ken het woord « spécialité ».

courte durée

korte duur
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « courte durée ».

Ik ken het woord « courte durée ».

délicat

delicaat
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est délicat.

Het is delicaat.

grande quantité

grote hoeveelheid
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grande quantité ».

Ik ken het woord « grande quantité ».

nourrissant

voedzaam
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est nourrissant.

Het is voedzaam.

petite quantité

kleine hoeveelheid
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « petite quantité ».

Ik ken het woord « petite quantité ».

rassis

oud; oudbakken
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est rassis.

Het is oud; oudbakken.

même quantité

dezelfde hoeveelheid
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « même quantité ».

Ik ken het woord « même quantité ».

transformé

bewerkt
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est transformé.

Het is bewerkt.

durablement

duurzaam; langdurig
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait durablement.

Hij doet het duurzaam; langdurig.

proportion

verhouding
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « proportion ».

Ik ken het woord « proportion ».

travail en groupe

groepswerk
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « travail en groupe ».

Ik ken het woord « travail en groupe ».

récompenser

belonen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux récompenser.

Ik wil belonen.

évaluer

beoordelen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux évaluer.

Ik wil beoordelen.

progresser

vooruitgaan
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux progresser.

Ik wil vooruitgaan.

nourrir

voeden
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux nourrir.

Ik wil voeden.

contrôle écrit

schriftelijke toets
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « contrôle écrit ».

Ik ken het woord « contrôle écrit ».

filleule

petekind
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « filleule ».

Ik ken het woord « filleule ».

rechercher

zoeken naar
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux rechercher.

Ik wil zoeken naar.

évacuer

ontruimen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux évacuer.

Ik wil ontruimen.

juteux

sappig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est juteux.

Het is sappig.

ponctualité

stiptheid
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ponctualité ».

Ik ken het woord « ponctualité ».

méfier

wantrouwen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux méfier.

Ik wil wantrouwen.

faire cuire

bakken; koken
B1uitdrukking
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

On dit « faire cuire ».

Je zegt « bakken; koken ».

acquérir

verwerven
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux acquérir.

Ik wil verwerven.

orientation

oriëntatie
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « orientation ».

Ik ken het woord « orientation ».

famille monoparentale

eenoudergezin
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « famille monoparentale ».

Ik ken het woord « famille monoparentale ».

égaler

evenaren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux égaler.

Ik wil evenaren.

générer

genereren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux générer.

Ik wil genereren.

volant

stuur
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « volant ».

Ik ken het woord « volant ».

meilleur ami

beste vriend
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « meilleur ami ».

Ik ken het woord « meilleur ami ».

stocker

opslaan
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux stocker.

Ik wil opslaan.

ailleurs

elders
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait ailleurs.

Hij doet het elders.

billet aller-retour

retourticket
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « billet aller-retour ».

Ik ken het woord « billet aller-retour ».

complicité

goede verstandhouding
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « complicité ».

Ik ken het woord « complicité ».

texture

textuur
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « texture ».

Ik ken het woord « texture ».

clairement

duidelijk
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait clairement.

Hij doet het duidelijk.

complètement

volledig
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait complètement.

Hij doet het volledig.

directement

direct
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait directement.

Hij doet het direct.

également

eveneens
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait également.

Hij doet het eveneens.

probablement

waarschijnlijk
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait probablement.

Hij doet het waarschijnlijk.

simplement

eenvoudig; gewoon
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait simplement.

Hij doet het eenvoudig; gewoon.

totalement

volledig
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait totalement.

Hij doet het volledig.

volontairement

vrijwillig
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait volontairement.

Hij doet het vrijwillig.

jus de fruit

vruchtensap
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jus de fruit ».

Ik ken het woord « jus de fruit ».

semblable

vergelijkbaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est semblable.

Het is vergelijkbaar.

fraîcheur

versheid
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fraîcheur ».

Ik ken het woord « fraîcheur ».

accéder

toegang krijgen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux accéder.

Ik wil toegang krijgen.

dérouler

verlopen; uitrollen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux dérouler.

Ik wil verlopen; uitrollen.

imposer

opleggen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux imposer.

Ik wil opleggen.

garantie

garantie
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garantie ».

Ik ken het woord « garantie ».

acquisition

verwerving
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « acquisition ».

Ik ken het woord « acquisition ».

gestion

beheer
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gestion ».

Ik ken het woord « gestion ».

utilisateur

gebruiker
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « utilisateur ».

Ik ken het woord « utilisateur ».

télécommande

afstandsbediening
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « télécommande ».

Ik ken het woord « télécommande ».

sac poubelle

vuilniszak
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sac poubelle ».

Ik ken het woord « sac poubelle ».

table de nuit

nachtkastje
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « table de nuit ».

Ik ken het woord « table de nuit ».

pâtes

pasta
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pâtes ».

Ik ken het woord « pâtes ».

soleil

zon
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soleil ».

Ik ken het woord « soleil ».

leçon

les
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « leçon ».

Ik ken het woord « leçon ».

fermer

sluiten
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux fermer.

Ik wil sluiten.

jeune

jong
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est jeune.

Het is jong.

mois

maand
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mois ».

Ik ken het woord « mois ».

téléphone

telefoon
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « téléphone ».

Ik ken het woord « téléphone ».

bébé

baby
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bébé ».

Ik ken het woord « bébé ».

voyage

reis
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voyage ».

Ik ken het woord « voyage ».

salon

woonkamer
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salon ».

Ik ken het woord « salon ».

biscuit

koekje
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « biscuit ».

Ik ken het woord « biscuit ».

ciel

lucht; hemel
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ciel ».

Ik ken het woord « ciel ».

question

vraag
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « question ».

Ik ken het woord « question ».

laver

wassen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux laver.

Ik wil wassen.

nerveux

nerveus
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est nerveux.

Het is nerveus.

demain

morgen
A1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait demain.

Hij doet het morgen.

ordinateur

computer
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ordinateur ».

Ik ken het woord « ordinateur ».

invitation

uitnodiging
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « invitation ».

Ik ken het woord « invitation ».

arrivée

aankomst
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrivée ».

Ik ken het woord « arrivée ».

porte

deur
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « porte ».

Ik ken het woord « porte ».

plat

gerecht
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plat ».

Ik ken het woord « plat ».

rivière

rivier
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rivière ».

Ik ken het woord « rivière ».

devoirs

huiswerk
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « devoirs ».

Ik ken het woord « devoirs ».

garder

bewaren; houden
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux garder.

Ik wil bewaren; houden.

paresseux

lui
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est paresseux.

Het is lui.

soir

avond
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soir ».

Ik ken het woord « soir ».

message

bericht
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « message ».

Ik ken het woord « message ».

voisinage

buurt; omgeving
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voisinage ».

Ik ken het woord « voisinage ».

avion

vliegtuig
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avion ».

Ik ken het woord « avion ».

fleur

bloem
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fleur ».

Ik ken het woord « fleur ».

boucher

slager
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boucher ».

Ik ken het woord « boucher ».

animal

dier
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « animal ».

Ik ken het woord « animal ».

emploi

baan; werk
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « emploi ».

Ik ken het woord « emploi ».

allumer

aanzetten
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux allumer.

Ik wil aanzetten.

attentionné

attent
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est attentionné.

Het is attent.

retard

vertraging
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « retard ».

Ik ken het woord « retard ».

exemple

voorbeeld
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « exemple ».

Ik ken het woord « exemple ».

se disputer

ruzie maken
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se disputer.

Ik wil ruzie maken.

vol

vlucht; diefstal
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vol ».

Ik ken het woord « vol ».

rideau

gordijn
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rideau ».

Ik ken het woord « rideau ».

mélanger

mengen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux mélanger.

Ik wil mengen.

printemps

lente
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « printemps ».

Ik ken het woord « printemps ».

salaire

salaris
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salaire ».

Ik ken het woord « salaire ».

réparer

repareren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réparer.

Ik wil repareren.

satisfait

tevreden
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est satisfait.

Het is tevreden.

dernier

laatste; vorig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est dernier.

Het is laatste; vorig.

expérience

ervaring
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « expérience ».

Ik ken het woord « expérience ».

respecter

respecteren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux respecter.

Ik wil respecteren.

hôtel

hotel
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hôtel ».

Ik ken het woord « hôtel ».

loyer

huur
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « loyer ».

Ik ken het woord « loyer ».

cuire

koken; bakken
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux cuire.

Ik wil koken; bakken.

corps

lichaam
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « corps ».

Ik ken het woord « corps ».

recrutement

werving
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « recrutement ».

Ik ken het woord « recrutement ».

essayer

proberen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux essayer.

Ik wil proberen.

furieux

woedend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est furieux.

Het is woedend.

bientôt

binnenkort
A2bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait bientôt.

Hij doet het binnenkort.

raison

reden
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « raison ».

Ik ken het woord « raison ».

s'occuper

zich bezighouden; zorgen voor
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'occuper.

Ik wil zich bezighouden; zorgen voor.

clé

sleutel
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « clé ».

Ik ken het woord « clé ».

décorer

versieren
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux décorer.

Ik wil versieren.

salé

zout; gezouten
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est salé.

Het is zout; gezouten.

toux

hoest
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « toux ».

Ik ken het woord « toux ».

collaboration

samenwerking
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « collaboration ».

Ik ken het woord « collaboration ».

recommencer

opnieuw beginnen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux recommencer.

Ik wil opnieuw beginnen.

craindre

vrezen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux craindre.

Ik wil vrezen.

actuellement

momenteel
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait actuellement.

Hij doet het momenteel.

situation

situatie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « situation ».

Ik ken het woord « situation ».

se séparer

uit elkaar gaan
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se séparer.

Ik wil uit elkaar gaan.

monter

instappen; omhooggaan
A2werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux monter.

Ik wil instappen; omhooggaan.

réduire

verminderen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réduire.

Ik wil verminderen.

thon

tonijn
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « thon ».

Ik ken het woord « thon ».

pharmacie

apotheek
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pharmacie ».

Ik ken het woord « pharmacie ».

préparer

voorbereiden
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux préparer.

Ik wil voorbereiden.

affaire

zaak; spullen
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « affaire ».

Ik ken het woord « affaire ».

espérer

hopen
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux espérer.

Ik wil hopen.

mardi

dinsdag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mardi ».

Ik ken het woord « mardi ».

informer

informeren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux informer.

Ik wil informeren.

petite amie

vriendin; vriendinnetje
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « petite amie ».

Ik ken het woord « petite amie ».

embarquement

inscheping
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « embarquement ».

Ik ken het woord « embarquement ».

chaise

stoel
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chaise ».

Ik ken het woord « chaise ».

pastèque

watermeloen
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pastèque ».

Ik ken het woord « pastèque ».

respirer

ademen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux respirer.

Ik wil ademen.

directeur

directeur
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « directeur ».

Ik ken het woord « directeur ».

adapter

aanpassen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux adapter.

Ik wil aanpassen.

connaître

kennen
A1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux connaître.

Ik wil kennen.

vendredi

vrijdag
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vendredi ».

Ik ken het woord « vendredi ».

bonjour

hallo
A1uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On dit « bonjour ».

Je zegt « hallo ».

adolescence

adolescentie
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « adolescence ».

Ik ken het woord « adolescence ».

stationner

parkeren
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux stationner.

Ik wil parkeren.

miroir

spiegel
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « miroir ».

Ik ken het woord « miroir ».

amande

amandel
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amande ».

Ik ken het woord « amande ».

pluie

regen
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pluie ».

Ik ken het woord « pluie ».

vendeur

verkoper
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vendeur ».

Ik ken het woord « vendeur ».

vendre

verkopen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux vendre.

Ik wil verkopen.

patience

geduld
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patience ».

Ik ken het woord « patience ».

janvier

januari
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « janvier ».

Ik ken het woord « janvier ».

excusez-moi

pardon; excuseer me
A1uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On dit « excusez-moi ».

Je zegt « pardon; excuseer me ».

ami

vriend
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ami ».

Ik ken het woord « ami ».

reporter

uitstellen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux reporter.

Ik wil uitstellen.

ville

stad
A1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ville ».

Ik ken het woord « ville ».

baguette

stokbrood
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « baguette ».

Ik ken het woord « baguette ».

chat

kat
A1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chat ».

Ik ken het woord « chat ».

artiste

kunstenaar
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « artiste ».

Ik ken het woord « artiste ».

répondre

antwoorden
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux répondre.

Ik wil antwoorden.

personnalité

persoonlijkheid
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « personnalité ».

Ik ken het woord « personnalité ».

avril

april
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avril ».

Ik ken het woord « avril ».

vraiment

echt
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait vraiment.

Hij doet het echt.

marié

getrouwd
A2bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est marié.

Het is getrouwd.

se déplacer

zich verplaatsen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se déplacer.

Ik wil zich verplaatsen.

fontaine

fontein
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fontaine ».

Ik ken het woord « fontaine ».

crêpe

pannenkoek
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « crêpe ».

Ik ken het woord « crêpe ».

recyclage

recycling
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « recyclage ».

Ik ken het woord « recyclage ».

auteur

schrijver
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « auteur ».

Ik ken het woord « auteur ».

apporter

brengen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apporter.

Ik wil brengen.

défaut

gebrek; slechte eigenschap
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « défaut ».

Ik ken het woord « défaut ».

juillet

juli
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « juillet ».

Ik ken het woord « juillet ».

lentement

langzaam
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait lentement.

Hij doet het langzaam.

naître

geboren worden
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux naître.

Ik wil geboren worden.

camion

vrachtwagen
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « camion ».

Ik ken het woord « camion ».

banque

bank
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « banque ».

Ik ken het woord « banque ».

maïs

maïs
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maïs ».

Ik ken het woord « maïs ».

visage

gezicht
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « visage ».

Ik ken het woord « visage ».

service

afdeling; dienst
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « service ».

Ik ken het woord « service ».

aller

gaan
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux aller.

Ik wil gaan.

sentiment

gevoel
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sentiment ».

Ik ken het woord « sentiment ».

octobre

oktober
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « octobre ».

Ik ken het woord « octobre ».

quand

wanneer
A1bijwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait quand.

Hij doet het wanneer.

s'occuper de

zorgen voor
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux s'occuper de.

Ik wil zorgen voor.

pont

brug
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pont ».

Ik ken het woord « pont ».

boulangerie

bakkerij
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boulangerie ».

Ik ken het woord « boulangerie ».

mayonnaise

mayonaise
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mayonnaise ».

Ik ken het woord « mayonnaise ».

médicament

medicijn
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « médicament ».

Ik ken het woord « médicament ».

prix

prijs
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « prix ».

Ik ken het woord « prix ».

entrer

binnenkomen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux entrer.

Ik wil binnenkomen.

motivation

motivatie
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « motivation ».

Ik ken het woord « motivation ».

heure

uur
A1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « heure ».

Ik ken het woord « heure ».

groupe

groep
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « groupe ».

Ik ken het woord « groupe ».

soutenir

steunen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux soutenir.

Ik wil steunen.

nord

noorden
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nord ».

Ik ken het woord « nord ».

boucherie

slagerij
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boucherie ».

Ik ken het woord « boucherie ».

fourchette

vork
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fourchette ».

Ik ken het woord « fourchette ».

diagnostic

diagnose
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « diagnostic ».

Ik ken het woord « diagnostic ».

école

school
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « école ».

Ik ken het woord « école ».

danser

dansen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux danser.

Ik wil dansen.

satisfaire

tevredenstellen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux satisfaire.

Ik wil tevredenstellen.

ce matin

vanochtend
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « ce matin ».

Je zegt « vanochtend ».

façon

manier
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « façon ».

Ik ken het woord « façon ».

se réconcilier

zich verzoenen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se réconcilier.

Ik wil zich verzoenen.

ouest

westen
A1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ouest ».

Ik ken het woord « ouest ».

restaurant

restaurant
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « restaurant ».

Ik ken het woord « restaurant ».

nappe

tafelkleed
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nappe ».

Ik ken het woord « nappe ».

planter

planten
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux planter.

Ik wil planten.

embauche

aanwerving
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « embauche ».

Ik ken het woord « embauche ».

cuisiner

koken
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux cuisiner.

Ik wil koken.

fatigué

moe
A1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est fatigué.

Het is moe.

la prochaine fois

de volgende keer
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « la prochaine fois ».

Je zegt « de volgende keer ».

président

president
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « président ».

Ik ken het woord « président ».

se comporter

zich gedragen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se comporter.

Ik wil zich gedragen.

permis de conduire

rijbewijs
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « permis de conduire ».

Ik ken het woord « permis de conduire ».

piscine

zwembad
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « piscine ».

Ik ken het woord « piscine ».

aliment

voedingsmiddel
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aliment ».

Ik ken het woord « aliment ».

eau potable

drinkwater
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « eau potable ».

Ik ken het woord « eau potable ».

augmentation

loonsverhoging
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « augmentation ».

Ik ken het woord « augmentation ».

se laver

zich wassen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se laver.

Ik wil zich wassen.

humeur

humeur
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « humeur ».

Ik ken het woord « humeur ».

tous les jours

elke dag
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « tous les jours ».

Je zegt « elke dag ».

sécurité

veiligheid
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sécurité ».

Ik ken het woord « sécurité ».

respectueux

respectvol
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est respectueux.

Het is respectvol.

tente

tent
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tente ».

Ik ken het woord « tente ».

canapé-lit

slaapbank
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « canapé-lit ».

Ik ken het woord « canapé-lit ».

végétalien

veganistisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est végétalien.

Het is veganistisch.

tremblement de terre

aardbeving
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tremblement de terre ».

Ik ken het woord « tremblement de terre ».

syndicat

vakbond
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « syndicat ».

Ik ken het woord « syndicat ».

accrocher

ophangen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux accrocher.

Ik wil ophangen.

anxieux

angstig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est anxieux.

Het is angstig.

une fois

een keer
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « une fois ».

Je zegt « een keer ».

possibilité

mogelijkheid
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « possibilité ».

Ik ken het woord « possibilité ».

solidaire

solidair
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est solidaire.

Het is solidair.

village

dorp
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « village ».

Ik ken het woord « village ».

urbanisme

stedenbouw
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « urbanisme ».

Ik ken het woord « urbanisme ».

amer

bitter
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est amer.

Het is bitter.

réchauffement

opwarming
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réchauffement ».

Ik ken het woord « réchauffement ».

délai

termijn
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « délai ».

Ik ken het woord « délai ».

décoller

losmaken; opstijgen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux décoller.

Ik wil losmaken; opstijgen.

intelligent

intelligent
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est intelligent.

Het is intelligent.

plus tôt

eerder
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « plus tôt ».

Je zegt « eerder ».

publier

publiceren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux publier.

Ik wil publiceren.

soutien

steun
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soutien ».

Ik ken het woord « soutien ».

musée

museum
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « musée ».

Ik ken het woord « musée ».

environnement

omgeving; milieu
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « environnement ».

Ik ken het woord « environnement ».

croquant

knapperig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est croquant.

Het is knapperig.

énergie renouvelable

hernieuwbare energie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « énergie renouvelable ».

Ik ken het woord « énergie renouvelable ».

ponctuel

stipt
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est ponctuel.

Het is stipt.

glisser

glijden
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux glisser.

Ik wil glijden.

violent

gewelddadig
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est violent.

Het is gewelddadig.

à temps

op tijd
A2uitdrukking
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On dit « à temps ».

Je zegt « op tijd ».

parole

spraak; woord
A1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parole ».

Ik ken het woord « parole ».

réconciliation

verzoening
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réconciliation ».

Ik ken het woord « réconciliation ».

place touristique

toeristische plek
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « place touristique ».

Ik ken het woord « place touristique ».

rénovation

renovatie
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rénovation ».

Ik ken het woord « rénovation ».

décongeler

ontdooien
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux décongeler.

Ik wil ontdooien.

mal de gorge

keelpijn
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mal de gorge ».

Ik ken het woord « mal de gorge ».

cahier

schrift
A1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cahier ».

Ik ken het woord « cahier ».

calmer

kalmeren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux calmer.

Ik wil kalmeren.

conscience

bewustzijn
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conscience ».

Ik ken het woord « conscience ».

auparavant

eerder; voorheen
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait auparavant.

Hij doet het eerder; voorheen.

application

app
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « application ».

Ik ken het woord « application ».

chef

baas
A1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chef ».

Ik ken het woord « chef ».

voyageur

reiziger
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voyageur ».

Ik ken het woord « voyageur ».

résidence

wooncomplex
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « résidence ».

Ik ken het woord « résidence ».

banane

banaan
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « banane ».

Ik ken het woord « banane ».

chirurg

chirurg
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chirurg ».

Ik ken het woord « chirurg ».

réceptionniste

receptionist
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réceptionniste ».

Ik ken het woord « réceptionniste ».

retirer

verwijderen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux retirer.

Ik wil verwijderen.

désir

verlangen
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « désir ».

Ik ken het woord « désir ».

fréquemment

vaak
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait fréquemment.

Hij doet het vaak.

journal télévisé

journaal
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « journal télévisé ».

Ik ken het woord « journal télévisé ».

compagnon

metgezel
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « compagnon ».

Ik ken het woord « compagnon ».

péage

tol
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « péage ».

Ik ken het woord « péage ».

étroit

smal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est étroit.

Het is smal.

fromage

kaas
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fromage ».

Ik ken het woord « fromage ».

maladie chronique

chronische ziekte
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maladie chronique ».

Ik ken het woord « maladie chronique ».

travail

werk
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « travail ».

Ik ken het woord « travail ».

appuyer

drukken
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux appuyer.

Ik wil drukken.

indifférence

onverschilligheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « indifférence ».

Ik ken het woord « indifférence ».

annuellement

jaarlijks
B1bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait annuellement.

Hij doet het jaarlijks.

lecteur

lezer
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lecteur ».

Ik ken het woord « lecteur ».

réunion de famille

familiebijeenkomst
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réunion de famille ».

Ik ken het woord « réunion de famille ».

ralentir

vertragen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux ralentir.

Ik wil vertragen.

éponge

spons
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « éponge ».

Ik ken het woord « éponge ».

café

koffie
A1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « café ».

Ik ken het woord « café ».

ressource

hulpbron
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ressource ».

Ik ken het woord « ressource ».

apprentissage en ligne

online leren
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « apprentissage en ligne ».

Ik ken het woord « apprentissage en ligne ».

prévoir

voorzien; plannen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux prévoir.

Ik wil voorzien; plannen.

optimisme

optimisme
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « optimisme ».

Ik ken het woord « optimisme ».

mensuel

maandelijks
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est mensuel.

Het is maandelijks.

interview

interview
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « interview ».

Ik ken het woord « interview ».

attachement

gehechtheid
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « attachement ».

Ik ken het woord « attachement ».

croiser

kruisen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux croiser.

Ik wil kruisen.

ménage

huishouden
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ménage ».

Ik ken het woord « ménage ».

sac

zak
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sac ».

Ik ken het woord « sac ».

santé publique

volksgezondheid
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « santé publique ».

Ik ken het woord « santé publique ».

évaluation

beoordeling
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « évaluation ».

Ik ken het woord « évaluation ».

permettre

toestaan; mogelijk maken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux permettre.

Ik wil toestaan; mogelijk maken.

satisfaction

tevredenheid
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « satisfaction ».

Ik ken het woord « satisfaction ».

mesure

maat; meting
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mesure ».

Ik ken het woord « mesure ».

plainte

klacht
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plainte ».

Ik ken het woord « plainte ».

blague

grap
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « blague ».

Ik ken het woord « blague ».

atteindre

bereiken
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux atteindre.

Ik wil bereiken.

drap

laken
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « drap ».

Ik ken het woord « drap ».

tremper

weken; dippen
A2werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux tremper.

Ik wil weken; dippen.

agriculture

landbouw
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agriculture ».

Ik ken het woord « agriculture ».

bourse

beurs; studiebeurs
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bourse ».

Ik ken het woord « bourse ».

gérer

beheren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux gérer.

Ik wil beheren.

ambitieux

ambitieus
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est ambitieux.

Het is ambitieus.

trimestre

kwartaal
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « trimestre ».

Ik ken het woord « trimestre ».

fait

feit
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fait ».

Ik ken het woord « fait ».

fêter

vieren
A2werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux fêter.

Ik wil vieren.

arrêt de bus

bushalte
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrêt de bus ».

Ik ken het woord « arrêt de bus ».

plafond

plafond
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plafond ».

Ik ken het woord « plafond ».

canard

eend
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « canard ».

Ik ken het woord « canard ».

écologie

ecologie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écologie ».

Ik ken het woord « écologie ».

absent

afwezig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est absent.

Het is afwezig.

augmenter

verhogen; toenemen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux augmenter.

Ik wil verhogen; toenemen.

attentif

attent
A2bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est attentif.

Het is attent.

distance

afstand
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « distance ».

Ik ken het woord « distance ».

avis personnel

persoonlijke mening
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avis personnel ».

Ik ken het woord « avis personnel ».

accuser

beschuldigen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux accuser.

Ik wil beschuldigen.

bagage

bagage
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bagage ».

Ik ken het woord « bagage ».

architecture

architectuur
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « architecture ».

Ik ken het woord « architecture ».

coquillage

schelpdier
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coquillage ».

Ik ken het woord « coquillage ».

flore

flora
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « flore ».

Ik ken het woord « flore ».

expérimenté

ervaren
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est expérimenté.

Het is ervaren.

expliquer

uitleggen
A1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux expliquer.

Ik wil uitleggen.

hésitation

aarzeling
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hésitation ».

Ik ken het woord « hésitation ».

longueur

lengte
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « longueur ».

Ik ken het woord « longueur ».

langage

taalgebruik
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « langage ».

Ik ken het woord « langage ».

confronter

confronteren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux confronter.

Ik wil confronteren.

piste cyclable

fietspad
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « piste cyclable ».

Ik ken het woord « piste cyclable ».

chantier

bouwplaats
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chantier ».

Ik ken het woord « chantier ».

navet

raap
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « navet ».

Ik ken het woord « navet ».

végétation

vegetatie
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « végétation ».

Ik ken het woord « végétation ».

conduire

leiden; besturen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux conduire.

Ik wil leiden; besturen.

emporter

meenemen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux emporter.

Ik wil meenemen.

se sentir

zich voelen
B1werkwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux se sentir.

Ik wil zich voelen.

moyenne

gemiddelde
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moyenne ».

Ik ken het woord « moyenne ».

grammaire

grammatica
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grammaire ».

Ik ken het woord « grammaire ».

éloigner

verwijderen; op afstand brengen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux éloigner.

Ik wil verwijderen; op afstand brengen.

sens interdit

verboden richting
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sens interdit ».

Ik ken het woord « sens interdit ».

bois

hout
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bois ».

Ik ken het woord « bois ».

prune

pruim
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « prune ».

Ik ken het woord « prune ».

assurance maladie

ziekteverzekering
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assurance maladie ».

Ik ken het woord « assurance maladie ».

distribuer

verdelen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux distribuer.

Ik wil verdelen.

marquer

markeren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux marquer.

Ik wil markeren.

sympathie

sympathie
B1zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sympathie ».

Ik ken het woord « sympathie ».

majorité

meerderheid
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « majorité ».

Ik ken het woord « majorité ».

signification

betekenis
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « signification ».

Ik ken het woord « signification ».

fidèle

trouw
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est fidèle.

Het is trouw.

roue

wiel
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « roue ».

Ik ken het woord « roue ».

électricité

elektriciteit
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « électricité ».

Ik ken het woord « électricité ».

eau minérale

mineraalwater
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « eau minérale ».

Ik ken het woord « eau minérale ».

exercice physique

lichamelijke oefening
B1zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « exercice physique ».

Ik ken het woord « exercice physique ».

interroger

ondervragen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux interroger.

Ik wil ondervragen.

avertir

waarschuwen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux avertir.

Ik wil waarschuwen.

reconnaissant

dankbaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est reconnaissant.

Het is dankbaar.

temporaire

tijdelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est temporaire.

Het is tijdelijk.

prononcer

uitspreken
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux prononcer.

Ik wil uitspreken.

loyal

loyaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est loyal.

Het is loyaal.

huile moteur

motorolie
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « huile moteur ».

Ik ken het woord « huile moteur ».

canalisation

leidingnet
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « canalisation ».

Ik ken het woord « canalisation ».

assiette creuse

diep bord
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assiette creuse ».

Ik ken het woord « assiette creuse ».

infecter

besmetten
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux infecter.

Ik wil besmetten.

programmer

programmeren; plannen
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux programmer.

Ik wil programmeren; plannen.

garer

parkeren
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux garer.

Ik wil parkeren.

bon caractère

goed karakter
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bon caractère ».

Ik ken het woord « bon caractère ».

provisoire

voorlopig
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est provisoire.

Het is voorlopig.

citer

citeren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux citer.

Ik wil citeren.

ouvert

open; ruimdenkend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est ouvert.

Het is open; ruimdenkend.

itinéraire bis

alternatieve route
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « itinéraire bis ».

Ik ken het woord « itinéraire bis ».

déménagement

verhuizing
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déménagement ».

Ik ken het woord « déménagement ».

casserole

pan
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « casserole ».

Ik ken het woord « casserole ».

récupérer

herstellen
B1werkwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux récupérer.

Ik wil herstellen.

valider

goedkeuren; valideren
B1werkwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je veux valider.

Ik wil goedkeuren; valideren.

sec

droog
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est sec.

Het is droog.

faible confiance

weinig vertrouwen
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « faible confiance ».

Ik ken het woord « faible confiance ».

passé

verleden
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est passé.

Het is verleden.

violence

geweld
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « violence ».

Ik ken het woord « violence ».

transporteur

vervoerder
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « transporteur ».

Ik ken het woord « transporteur ».

oreiller

hoofdkussen
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « oreiller ».

Ik ken het woord « oreiller ».

consommer

consumeren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux consommer.

Ik wil consumeren.

eau de mer

zeewater
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « eau de mer ».

Ik ken het woord « eau de mer ».

dossier

dossier
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dossier ».

Ik ken het woord « dossier ».

léger

licht
A2bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est léger.

Het is licht.

grande joie

grote vreugde
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grande joie ».

Ik ken het woord « grande joie ».

global

globaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est global.

Het is globaal.

accusation

beschuldiging
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accusation ».

Ik ken het woord « accusation ».

conjoint

echtgenoot; partner
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conjoint ».

Ik ken het woord « conjoint ».

passage

doorgang
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « passage ».

Ik ken het woord « passage ».

démolir

slopen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux démolir.

Ik wil slopen.

égoutter

laten uitlekken
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux égoutter.

Ik wil laten uitlekken.

animal sauvage

wild dier
A2zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « animal sauvage ».

Ik ken het woord « animal sauvage ».

programme

programma
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « programme ».

Ik ken het woord « programme ».

admettre

toegeven
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux admettre.

Ik wil toegeven.

mauvaise nouvelle

slecht nieuws
A2zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mauvaise nouvelle ».

Ik ken het woord « mauvaise nouvelle ».

évolution

ontwikkeling
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « évolution ».

Ik ken het woord « évolution ».

déclaration

verklaring
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déclaration ».

Ik ken het woord « déclaration ».

rendez-vous

afspraak
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rendez-vous ».

Ik ken het woord « rendez-vous ».

arrêté

besluit; verordening
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrêté ».

Ik ken het woord « arrêté ».

sécuriser

beveiligen
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux sécuriser.

Ik wil beveiligen.

mijoter

laten sudderen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux mijoter.

Ik wil laten sudderen.

retourner

terugkeren
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux retourner.

Ik wil terugkeren.

accessible

toegankelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est accessible.

Het is toegankelijk.

moudre

malen
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux moudre.

Ik wil malen.

détourner

omleiden
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux détourner.

Ik wil omleiden.

central

centraal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est central.

Het is centraal.

pétrir

kneden
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux pétrir.

Ik wil kneden.

niveau

niveau
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « niveau ».

Ik ken het woord « niveau ».

référence

referentie
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « référence ».

Ik ken het woord « référence ».

apaiser

kalmeren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apaiser.

Ik wil kalmeren.

appréciation

beoordeling
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appréciation ».

Ik ken het woord « appréciation ».

contribuer

bijdragen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux contribuer.

Ik wil bijdragen.

atterrir

landen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux atterrir.

Ik wil landen.

dense

dichtbevolkt
B1bijvoeglijk-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

C'est dense.

Het is dichtbevolkt.

savourer

genieten van
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux savourer.

Ik wil genieten van.

statistique

statistiek
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « statistique ».

Ik ken het woord « statistique ».

diffuser

uitzenden; verspreiden
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux diffuser.

Ik wil uitzenden; verspreiden.

consoler

troosten
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux consoler.

Ik wil troosten.

charge

belasting; taak
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « charge ».

Ik ken het woord « charge ».

démontrer

aantonen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux démontrer.

Ik wil aantonen.

retardataire

laatkomer
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « retardataire ».

Ik ken het woord « retardataire ».

résident

inwoner
B1zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « résident ».

Ik ken het woord « résident ».

acidité

zuurgraad
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « acidité ».

Ik ken het woord « acidité ».

baisse

daling
B1zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « baisse ».

Ik ken het woord « baisse ».

audience

publiek; kijkcijfers
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « audience ».

Ik ken het woord « audience ».

insulter

beledigen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux insulter.

Ik wil beledigen.

entretien

gesprek; sollicitatiegesprek
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « entretien ».

Ik ken het woord « entretien ».

éliminer

verwijderen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux éliminer.

Ik wil verwijderen.

autobus

bus
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « autobus ».

Ik ken het woord « autobus ».

moderniser

moderniseren
B1werkwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux moderniser.

Ik wil moderniseren.

rassasié

verzadigd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est rassasié.

Het is verzadigd.

progressif

geleidelijk
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est progressif.

Het is geleidelijk.

collectivité

gemeenschap
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « collectivité ».

Ik ken het woord « collectivité ».

persuader

overtuigen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux persuader.

Ik wil overtuigen.

formation professionnelle

beroepsopleiding
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « formation professionnelle ».

Ik ken het woord « formation professionnelle ».

exprimer

uitdrukken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux exprimer.

Ik wil uitdrukken.

croisement

kruising
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « croisement ».

Ik ken het woord « croisement ».

salle à manger

eetkamer
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salle à manger ».

Ik ken het woord « salle à manger ».

local

lokaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est local.

Het is lokaal.

constant

constant
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est constant.

Het is constant.

éducation

onderwijs
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « éducation ».

Ik ken het woord « éducation ».

trahir

verraden
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux trahir.

Ik wil verraden.

productivité

productiviteit
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « productivité ».

Ik ken het woord « productivité ».

interrompre

onderbreken
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux interrompre.

Ik wil onderbreken.

tram

tram
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tram ».

Ik ken het woord « tram ».

porte d'entrée

voordeur
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « porte d'entrée ».

Ik ken het woord « porte d'entrée ».

barquette

bakje; schaaltje
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « barquette ».

Ik ken het woord « barquette ».

approximatif

bij benadering
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est approximatif.

Het is bij benadering.

électeur

kiezer
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « électeur ».

Ik ken het woord « électeur ».

vexer

beledigen; kwetsen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux vexer.

Ik wil beledigen; kwetsen.

administratif

administratief
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est administratif.

Het is administratief.

maintenir

behouden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux maintenir.

Ik wil behouden.

conduite

rijgedrag; besturing
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conduite ».

Ik ken het woord « conduite ».

table de cuisine

keukentafel
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « table de cuisine ».

Ik ken het woord « table de cuisine ».

étiquette

etiket
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étiquette ».

Ik ken het woord « étiquette ».

trimestriel

driemaandelijks
B1bijvoeglijk-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C'est trimestriel.

Het is driemaandelijks.

interdiction

verbod
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « interdiction ».

Ik ken het woord « interdiction ».

autoritaire

autoritair
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est autoritaire.

Het is autoritair.

professionnel

professioneel
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est professionnel.

Het is professioneel.

proposer

voorstellen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux proposer.

Ik wil voorstellen.

transport

vervoer
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « transport ».

Ik ken het woord « transport ».

armoire à vêtements

kledingkast
A2zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « armoire à vêtements ».

Ik ken het woord « armoire à vêtements ».

panier

mand
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « panier ».

Ik ken het woord « panier ».

équivaloir

gelijkstaan aan
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux équivaloir.

Ik wil gelijkstaan aan.

argumenter

argumenteren
B1werkwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux argumenter.

Ik wil argumenteren.

indulgent

vergevingsgezind
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est indulgent.

Het is vergevingsgezind.

théorique

theoretisch
B1bijvoeglijk-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

C'est théorique.

Het is theoretisch.

sachet

zakje
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sachet ».

Ik ken het woord « sachet ».

répartir

verdelen
B1werkwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je veux répartir.

Ik wil verdelen.

signifier

betekenen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux signifier.

Ik wil betekenen.

profiter

genieten
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux profiter.

Ik wil genieten.

messagerie instantanée

chatdienst
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « messagerie instantanée ».

Ik ken het woord « messagerie instantanée ».

entente

verstandhouding
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « entente ».

Ik ken het woord « entente ».

organisation

organisatie
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « organisation ».

Ik ken het woord « organisation ».

consommation

consumptie
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « consommation ».

Ik ken het woord « consommation ».

heure exacte

exacte tijd
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « heure exacte ».

Ik ken het woord « heure exacte ».

transporter

vervoeren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux transporter.

Ik wil vervoeren.

aérien

lucht-; luchtvaart
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est aérien.

Het is lucht-; luchtvaart.

pièce jointe

bijlage
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pièce jointe ».

Ik ken het woord « pièce jointe ».

réconcilier

verzoenen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réconcilier.

Ik wil verzoenen.

structure

structuur
B1zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « structure ».

Ik ken het woord « structure ».

gaspillage

verspilling
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gaspillage ».

Ik ken het woord « gaspillage ».

date limite

deadline
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « date limite ».

Ik ken het woord « date limite ».

avancer

vooruitgaan
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux avancer.

Ik wil vooruitgaan.

international

internationaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est international.

Het is internationaal.

moteur de recherche

zoekmachine
A2zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moteur de recherche ».

Ik ken het woord « moteur de recherche ».

désapprouver

afkeuren
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux désapprouver.

Ik wil afkeuren.

casier

kluisje
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « casier ».

Ik ken het woord « casier ».

régime

dieet
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « régime ».

Ik ken het woord « régime ».

temps nécessaire

benodigde tijd
A2zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « temps nécessaire ».

Ik ken het woord « temps nécessaire ».

louper

missen
A2werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux louper.

Ik wil missen.

routier

weg-; over de weg
B1bijvoeglijk-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

C'est routier.

Het is weg-; over de weg.

débat public

publiek debat
B1zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « débat public ».

Ik ken het woord « débat public ».

sacrifier

opofferen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux sacrifier.

Ik wil opofferen.

année scolaire

schooljaar
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « année scolaire ».

Ik ken het woord « année scolaire ».

tromper

bedriegen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux tromper.

Ik wil bedriegen.

année universitaire

academisch jaar
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « année universitaire ».

Ik ken het woord « année universitaire ».

solitaire

eenzaam; alleenstaand
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est solitaire.

Het is eenzaam; alleenstaand.

salle informatique

computerlokaal
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salle informatique ».

Ik ken het woord « salle informatique ».

uni

verenigd
B1bijvoeglijk-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

C'est uni.

Het is verenigd.

professeur de français

docent Frans
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « professeur de français ».

Ik ken het woord « professeur de français ».

mériter

verdienen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux mériter.

Ik wil verdienen.

cours de langue

taalcursus
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cours de langue ».

Ik ken het woord « cours de langue ».

préserver

behouden; beschermen
B1werkwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je veux préserver.

Ik wil behouden; beschermen.

encadrer

begeleiden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux encadrer.

Ik wil begeleiden.

orienter

oriënteren
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux orienter.

Ik wil oriënteren.

griller

grillen; roosteren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux griller.

Ik wil grillen; roosteren.

examen final

eindexamen
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « examen final ».

Ik ken het woord « examen final ».

filleul

petekind
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « filleul ».

Ik ken het woord « filleul ».

identifier

identificeren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux identifier.

Ik wil identificeren.

survoler

overvliegen
B1werkwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je veux survoler.

Ik wil overvliegen.

cuit

gaar
B1bijvoeglijk-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

C'est cuit.

Het is gaar.

projet scolaire

schoolproject
A2zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « projet scolaire ».

Ik ken het woord « projet scolaire ».

marraine

peettante
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marraine ».

Ik ken het woord « marraine ».

trier

sorteren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux trier.

Ik wil sorteren.

itinérance

rondtrekken
B1zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « itinérance ».

Ik ken het woord « itinérance ».

enfant unique

enig kind
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « enfant unique ».

Ik ken het woord « enfant unique ».

trancher

snijden
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux trancher.

Ik wil snijden.

transmettre

doorgeven
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux transmettre.

Ik wil doorgeven.

barrage

stuwdam
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « barrage ».

Ik ken het woord « barrage ».

mère célibataire

alleenstaande moeder
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mère célibataire ».

Ik ken het woord « mère célibataire ».

garnir

vullen; garneren
B1werkwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je veux garnir.

Ik wil vullen; garneren.

réaliser

uitvoeren; realiseren
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux réaliser.

Ik wil uitvoeren; realiseren.

gare centrale

centraal station
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gare centrale ».

Ik ken het woord « gare centrale ».

meilleure amie

beste vriendin
A2zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « meilleure amie ».

Ik ken het woord « meilleure amie ».

rassasiement

verzadiging
B1zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rassasiement ».

Ik ken het woord « rassasiement ».

autrement

anders
B1bijwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Il le fait autrement.

Hij doet het anders.

carte d'embarquement

boardingpass
A2zelfstandig-naamwoord
Reizen & vervoer
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carte d'embarquement ».

Ik ken het woord « carte d'embarquement ».

proximité

nabijheid
B1zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « proximité ».

Ik ken het woord « proximité ».

repas complet

volledige maaltijd
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « repas complet ».

Ik ken het woord « repas complet ».

petit déjeuner

ontbijt
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « petit déjeuner ».

Ik ken het woord « petit déjeuner ».

déjeuner rapide

snelle lunch
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déjeuner rapide ».

Ik ken het woord « déjeuner rapide ».

dîner léger

lichte avondmaaltijd
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dîner léger ».

Ik ken het woord « dîner léger ».

plat principal

hoofdgerecht
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plat principal ».

Ik ken het woord « plat principal ».

plat végétarien

vegetarisch gerecht
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plat végétarien ».

Ik ken het woord « plat végétarien ».

salade verte

groene salade
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salade verte ».

Ik ken het woord « salade verte ».

soupe de légumes

groentesoep
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soupe de légumes ».

Ik ken het woord « soupe de légumes ».

différent

verschillend
B1bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est différent.

Het is verschillend.

vin rouge

rode wijn
A2zelfstandig-naamwoord
Eten & drinken
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vin rouge ».

Ik ken het woord « vin rouge ».

normal

normaal
B1bijvoeglijk-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

C'est normal.

Het is normaal.

approcher

naderen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux approcher.

Ik wil naderen.

étendre

uitspreiden
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux étendre.

Ik wil uitspreiden.

intervenir

ingrijpen
B1werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux intervenir.

Ik wil ingrijpen.

livraison

bezorging
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « livraison ».

Ik ken het woord « livraison ».

démarche

stap; procedure
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « démarche ».

Ik ken het woord « démarche ».

installation

installatie
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « installation ».

Ik ken het woord « installation ».

carte de crédit

creditcard
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carte de crédit ».

Ik ken het woord « carte de crédit ».

appareil photo

fototoestel
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appareil photo ».

Ik ken het woord « appareil photo ».

produit de nettoyage

schoonmaakmiddel
A2zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « produit de nettoyage ».

Ik ken het woord « produit de nettoyage ».

fonctionnalité

functionaliteit
B1zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fonctionnalité ».

Ik ken het woord « fonctionnalité ».

alarme

alarm
A2 zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La alarme joue un rôle important ici.

De alarm speelt hier een belangrijke rol.

analyse

analyse
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La analyse joue un rôle important ici.

De analyse speelt hier een belangrijke rol.

anxiété

angst;onrust
B1 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La anxiété joue un rôle important ici.

De angst;onrust speelt hier een belangrijke rol.

apparence

uiterlijk;schijn
B1 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La apparence joue un rôle important ici.

De uiterlijk;schijn speelt hier een belangrijke rol.

autorité

autoriteit
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La autorité joue un rôle important ici.

De autoriteit speelt hier een belangrijke rol.

capacité

vermogen;capaciteit
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La capacité joue un rôle important ici.

De vermogen;capaciteit speelt hier een belangrijke rol.

célébration

viering
B1 zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

La célébration joue un rôle important ici.

De viering speelt hier een belangrijke rol.

cérémonie

ceremonie
B1 zelfstandig-naamwoord
Familie & relaties
Voorbeeldzin bekijken

La cérémonie joue un rôle important ici.

De ceremonie speelt hier een belangrijke rol.

certitude

zekerheid
B2 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La certitude joue un rôle important ici.

De zekerheid speelt hier een belangrijke rol.

concentration

concentratie
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La concentration joue un rôle important ici.

De concentratie speelt hier een belangrijke rol.

contexte

context
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le contexte joue un rôle important ici.

De context speelt hier een belangrijke rol.

contribution

bijdrage
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La contribution joue un rôle important ici.

De bijdrage speelt hier een belangrijke rol.

conviction

overtuiging
B2 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La conviction joue un rôle important ici.

De overtuiging speelt hier een belangrijke rol.

coopération

samenwerking
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La coopération joue un rôle important ici.

De samenwerking speelt hier een belangrijke rol.

croissance

groei
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La croissance joue un rôle important ici.

De groei speelt hier een belangrijke rol.

curiosité

nieuwsgierigheid
B1 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La curiosité joue un rôle important ici.

De nieuwsgierigheid speelt hier een belangrijke rol.

description

beschrijving
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La description joue un rôle important ici.

De beschrijving speelt hier een belangrijke rol.

détente

ontspanning
B1 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La détente joue un rôle important ici.

De ontspanning speelt hier een belangrijke rol.

dimension

afmeting;dimensie
B1 zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La dimension joue un rôle important ici.

De afmeting;dimensie speelt hier een belangrijke rol.

discrimination

discriminatie
B2 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La discrimination joue un rôle important ici.

De discriminatie speelt hier een belangrijke rol.

élément

element
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le élément joue un rôle important ici.

De element speelt hier een belangrijke rol.

encouragement

aanmoediging
B1 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le encouragement joue un rôle important ici.

De aanmoediging speelt hier een belangrijke rol.

enseignement

onderwijs
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le enseignement joue un rôle important ici.

De onderwijs speelt hier een belangrijke rol.

exigence

eis
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La exigence joue un rôle important ici.

De eis speelt hier een belangrijke rol.

facteur

factor
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le facteur joue un rôle important ici.

De factor speelt hier een belangrijke rol.

fonction

functie
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La fonction joue un rôle important ici.

De functie speelt hier een belangrijke rol.

grossesse

zwangerschap
B1 zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La grossesse joue un rôle important ici.

De zwangerschap speelt hier een belangrijke rol.

hypothèse

hypothese
B2 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La hypothèse joue un rôle important ici.

De hypothese speelt hier een belangrijke rol.

importance

belang
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La importance joue un rôle important ici.

De belang speelt hier een belangrijke rol.

initiative

initiatief
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La initiative joue un rôle important ici.

De initiatief speelt hier een belangrijke rol.

innovation

innovatie
B2 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La innovation joue un rôle important ici.

De innovatie speelt hier een belangrijke rol.

intention

bedoeling
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La intention joue un rôle important ici.

De bedoeling speelt hier een belangrijke rol.

intervention

ingreep;interventie
B2 zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

La intervention joue un rôle important ici.

De ingreep;interventie speelt hier een belangrijke rol.

jugement

oordeel
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le jugement joue un rôle important ici.

De oordeel speelt hier een belangrijke rol.

libération

bevrijding
B2 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La libération joue un rôle important ici.

De bevrijding speelt hier een belangrijke rol.

menace

bedreiging
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La menace joue un rôle important ici.

De bedreiging speelt hier een belangrijke rol.

mission

opdracht;missie
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La mission joue un rôle important ici.

De opdracht;missie speelt hier een belangrijke rol.

négociation

onderhandeling
B2 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La négociation joue un rôle important ici.

De onderhandeling speelt hier een belangrijke rol.

opportunité

kans;mogelijkheid
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La opportunité joue un rôle important ici.

De kans;mogelijkheid speelt hier een belangrijke rol.

participation

deelname
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La participation joue un rôle important ici.

De deelname speelt hier een belangrijke rol.

pauvreté

armoede
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La pauvreté joue un rôle important ici.

De armoede speelt hier een belangrijke rol.

performance

prestatie
B2 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La performance joue un rôle important ici.

De prestatie speelt hier een belangrijke rol.

perception

waarneming;perceptie
B2 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La perception joue un rôle important ici.

De waarneming;perceptie speelt hier een belangrijke rol.

permission

toestemming
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La permission joue un rôle important ici.

De toestemming speelt hier een belangrijke rol.

phénomène

verschijnsel
B2 zelfstandig-naamwoord
Natuur, weer & gezondheid
Voorbeeldzin bekijken

Le phénomène joue un rôle important ici.

De verschijnsel speelt hier een belangrijke rol.

priorité

prioriteit
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La priorité joue un rôle important ici.

De prioriteit speelt hier een belangrijke rol.

procédure

procedure
B2 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La procédure joue un rôle important ici.

De procedure speelt hier een belangrijke rol.

réflexion

reflectie;overweging
B2 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La réflexion joue un rôle important ici.

De reflectie;overweging speelt hier een belangrijke rol.

remarque

opmerking
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La remarque joue un rôle important ici.

De opmerking speelt hier een belangrijke rol.

renouvellement

vernieuwing
B2 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le renouvellement joue un rôle important ici.

De vernieuwing speelt hier een belangrijke rol.

représentation

vertegenwoordiging;voorstelling
B2 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La représentation joue un rôle important ici.

De vertegenwoordiging;voorstelling speelt hier een belangrijke rol.

restriction

beperking
B2 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La restriction joue un rôle important ici.

De beperking speelt hier een belangrijke rol.

sélection

selectie
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La sélection joue un rôle important ici.

De selectie speelt hier een belangrijke rol.

sensibilité

gevoeligheid
B2 zelfstandig-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

La sensibilité joue un rôle important ici.

De gevoeligheid speelt hier een belangrijke rol.

stratégie

strategie
B1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La stratégie joue un rôle important ici.

De strategie speelt hier een belangrijke rol.

transition

overgang
B2 zelfstandig-naamwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La transition joue un rôle important ici.

De overgang speelt hier een belangrijke rol.

utilisation

gebruik
B1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La utilisation joue un rôle important ici.

De gebruik speelt hier een belangrijke rol.

variété

variatie
B1 zelfstandig-naamwoord
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La variété joue un rôle important ici.

De variatie speelt hier een belangrijke rol.

album

album
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « album ».

Ik ken het woord « album ».

art

kunst
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « art ».

Ik ken het woord « art ».

aventure

avontuur
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aventure ».

Ik ken het woord « aventure ».

bar

bar
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bar ».

Ik ken het woord « bar ».

bos

bos
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bos ».

Ik ken het woord « bos ».

cabine

cabine
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cabine ».

Ik ken het woord « cabine ».

cas

geval
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cas ».

Ik ken het woord « cas ».

concert

concert
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « concert ».

Ik ken het woord « concert ».

culture

cultuur
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « culture ».

Ik ken het woord « culture ».

description

beschrijving
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « description ».

Ik ken het woord « description ».

dialogue

gesprek
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dialogue ».

Ik ken het woord « dialogue ».

dictionnaire

woordenboek
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dictionnaire ».

Ik ken het woord « dictionnaire ».

différence

verschil
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « différence ».

Ik ken het woord « différence ».

étage

verdieping
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étage ».

Ik ken het woord « étage ».

fortune

fortuin
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fortune ».

Ik ken het woord « fortune ».

front

voorkant
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « front ».

Ik ken het woord « front ».

geste

gebaar
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « geste ».

Ik ken het woord « geste ».

goût

smaak
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « goût ».

Ik ken het woord « goût ».

journée

dag
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « journée ».

Ik ken het woord « journée ».

liste

lijst
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « liste ».

Ik ken het woord « liste ».

loisir

vrije tijd
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « loisir ».

Ik ken het woord « loisir ».

mode

mode
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mode ».

Ik ken het woord « mode ».

monde

wereld
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « monde ».

Ik ken het woord « monde ».

office

kantoor
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « office ».

Ik ken het woord « office ».

origine

oorsprong
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « origine ».

Ik ken het woord « origine ».

partie

deel
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « partie ».

Ik ken het woord « partie ».

point

punt
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « point ».

Ik ken het woord « point ».

police

politie
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « police ».

Ik ken het woord « police ».

sorte

soort
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sorte ».

Ik ken het woord « sorte ».

spectacle

voorstelling
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « spectacle ».

Ik ken het woord « spectacle ».

style

stijl
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « style ».

Ik ken het woord « style ».

activité

activiteit
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « activité ».

Ik ken het woord « activité ».

alarme

alarm
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « alarme ».

Ik ken het woord « alarme ».

allée

pad
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « allée ».

Ik ken het woord « allée ».

amende

boete
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amende ».

Ik ken het woord « amende ».

arrière

achterkant
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrière ».

Ik ken het woord « arrière ».

barrière

hek
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « barrière ».

Ik ken het woord « barrière ».

borne

paal
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « borne ».

Ik ken het woord « borne ».

bougie

kaars
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bougie ».

Ik ken het woord « bougie ».

casque

helm
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « casque ».

Ik ken het woord « casque ».

collation

tussendoortje
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « collation ».

Ik ken het woord « collation ».

coupe

snit
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coupe ».

Ik ken het woord « coupe ».

coût

kosten
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coût ».

Ik ken het woord « coût ».

décoration

versiering
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « décoration ».

Ik ken het woord « décoration ».

épaule

schouder
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « épaule ».

Ik ken het woord « épaule ».

filmage

filmopname
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « filmage ».

Ik ken het woord « filmage ».

garde

bewaking
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garde ».

Ik ken het woord « garde ».

genou

knie
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « genou ».

Ik ken het woord « genou ».

goutte

druppel
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « goutte ».

Ik ken het woord « goutte ».

grille

rooster
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grille ».

Ik ken het woord « grille ».

marche

wandeling
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marche ».

Ik ken het woord « marche ».

pied

voet
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pied ».

Ik ken het woord « pied ».

poitrine

borst
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poitrine ».

Ik ken het woord « poitrine ».

sandale

sandaal
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sandale ».

Ik ken het woord « sandale ».

siège

stoel
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « siège ».

Ik ken het woord « siège ».

sport

sport
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sport ».

Ik ken het woord « sport ».

week-end

weekend
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « week-end ».

Ik ken het woord « week-end ».

barbe

baard
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « barbe ».

Ik ken het woord « barbe ».

bijou

sieraad
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bijou ».

Ik ken het woord « bijou ».

caisse

kassa
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « caisse ».

Ik ken het woord « caisse ».

capacité

capaciteit
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « capacité ».

Ik ken het woord « capacité ».

cerveau

hersenen
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cerveau ».

Ik ken het woord « cerveau ».

champion

kampioen
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « champion ».

Ik ken het woord « champion ».

cheveu

haar
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cheveu ».

Ik ken het woord « cheveu ».

chevreuil

ree
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chevreuil ».

Ik ken het woord « chevreuil ».

coffre

kofferbak
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coffre ».

Ik ken het woord « coffre ».

cordon

koord
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cordon ».

Ik ken het woord « cordon ».

costume

pak
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « costume ».

Ik ken het woord « costume ».

coude

elleboog
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coude ».

Ik ken het woord « coude ».

couette

dekbed
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couette ».

Ik ken het woord « couette ».

cravate

stropdas
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cravate ».

Ik ken het woord « cravate ».

écrivain

schrijver
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écrivain ».

Ik ken het woord « écrivain ».

fiche

kaartje
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fiche ».

Ik ken het woord « fiche ».

flacon

flesje
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « flacon ».

Ik ken het woord « flacon ».

garde-robe

kledingkast
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garde-robe ».

Ik ken het woord « garde-robe ».

gomme

gum
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gomme ».

Ik ken het woord « gomme ».

grippe

griep
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grippe ».

Ik ken het woord « grippe ».

guitare

gitaar
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « guitare ».

Ik ken het woord « guitare ».

lunette

bril/toiletbril
A2 zelfstandig-naamwoord
Wonen & omgeving
Voorbeeldzin bekijken

La lunette des toilettes est cassée.

De toiletbril is kapot.

magazine

tijdschrift
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « magazine ».

Ik ken het woord « magazine ».

maître

meester
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maître ».

Ik ken het woord « maître ».

mémoire

geheugen
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mémoire ».

Ik ken het woord « mémoire ».

montre

horloge
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « montre ».

Ik ken het woord « montre ».

moyen

middel
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moyen ».

Ik ken het woord « moyen ».

numéro

nummer
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « numéro ».

Ik ken het woord « numéro ».

parfum

parfum
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parfum ».

Ik ken het woord « parfum ».

patinoire

ijsbaan
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patinoire ».

Ik ken het woord « patinoire ».

peinture

schilderij
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « peinture ».

Ik ken het woord « peinture ».

personnage

personage
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « personnage ».

Ik ken het woord « personnage ».

politesse

beleefdheid
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « politesse ».

Ik ken het woord « politesse ».

porte-monnaie

portemonnee
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « porte-monnaie ».

Ik ken het woord « porte-monnaie ».

prénom

voornaam
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « prénom ».

Ik ken het woord « prénom ».

promenade

wandeling
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « promenade ».

Ik ken het woord « promenade ».

questionnaire

vragenlijst
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « questionnaire ».

Ik ken het woord « questionnaire ».

rocher

rots
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rocher ».

Ik ken het woord « rocher ».

tondeuse

grasmaaier
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tondeuse ».

Ik ken het woord « tondeuse ».

trousse

etui
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « trousse ».

Ik ken het woord « trousse ».

vitrine

etalage
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vitrine ».

Ik ken het woord « vitrine ».

ambiance

sfeer
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ambiance ».

Ik ken het woord « ambiance ».

amusement

vermaak
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amusement ».

Ik ken het woord « amusement ».

avocat

advocaat
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avocat ».

Ik ken het woord « avocat ».

balade

wandeling
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « balade ».

Ik ken het woord « balade ».

corbeille

mand
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « corbeille ».

Ik ken het woord « corbeille ».

cornichon

augurk
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cornichon ».

Ik ken het woord « cornichon ».

cuir

leer
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cuir ».

Ik ken het woord « cuir ».

dentiste

tandarts
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dentiste ».

Ik ken het woord « dentiste ».

drapeau

vlag
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « drapeau ».

Ik ken het woord « drapeau ».

enquête

onderzoek
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « enquête ».

Ik ken het woord « enquête ».

équilibre

evenwicht
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « équilibre ».

Ik ken het woord « équilibre ».

essai

proef
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « essai ».

Ik ken het woord « essai ».

feuillage

bladeren
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « feuillage ».

Ik ken het woord « feuillage ».

finances

financiën
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « finances ».

Ik ken het woord « finances ».

foire

beurs
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « foire ».

Ik ken het woord « foire ».

fromagerie

kaaswinkel
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fromagerie ».

Ik ken het woord « fromagerie ».

gilet

vest
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gilet ».

Ik ken het woord « gilet ».

grandeur

grootte
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grandeur ».

Ik ken het woord « grandeur ».

grappe

bosje
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grappe ».

Ik ken het woord « grappe ».

griffe

klauw
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « griffe ».

Ik ken het woord « griffe ».

horizon

horizon
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « horizon ».

Ik ken het woord « horizon ».

ingénieur

ingenieur
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ingénieur ».

Ik ken het woord « ingénieur ».

laine

wol
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « laine ».

Ik ken het woord « laine ».

manche

mouw
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « manche ».

Ik ken het woord « manche ».

manège

kermisattractie
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « manège ».

Ik ken het woord « manège ».

masque

masker
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « masque ».

Ik ken het woord « masque ».

ongle

vingernagel
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ongle ».

Ik ken het woord « ongle ».

opportunité

kans
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « opportunité ».

Ik ken het woord « opportunité ».

partenaire

partner
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « partenaire ».

Ik ken het woord « partenaire ».

patin

ijsschaats
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patin ».

Ik ken het woord « patin ».

patte

poot
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patte ».

Ik ken het woord « patte ».

personnel

personeel
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « personnel ».

Ik ken het woord « personnel ».

piano

piano
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « piano ».

Ik ken het woord « piano ».

poignet

pols
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poignet ».

Ik ken het woord « poignet ».

pointure

schoenmaat
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pointure ».

Ik ken het woord « pointure ».

pompe

pomp
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pompe ».

Ik ken het woord « pompe ».

porc

varken
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « porc ».

Ik ken het woord « porc ».

présent

cadeau
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « présent ».

Ik ken het woord « présent ».

randonnée

wandeltocht
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « randonnée ».

Ik ken het woord « randonnée ».

réflexion

overweging
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réflexion ».

Ik ken het woord « réflexion ».

roman

roman
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « roman ».

Ik ken het woord « roman ».

rose

roos
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rose ».

Ik ken het woord « rose ».

signal

signaal
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « signal ».

Ik ken het woord « signal ».

skateboard

skateboard
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « skateboard ».

Ik ken het woord « skateboard ».

sonnette

bel
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sonnette ».

Ik ken het woord « sonnette ».

sportif

sporter
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sportif ».

Ik ken het woord « sportif ».

talent

talent
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « talent ».

Ik ken het woord « talent ».

taureau

stier
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « taureau ».

Ik ken het woord « taureau ».

tranche

plak
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tranche ».

Ik ken het woord « tranche ».

truc

truc
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « truc ».

Ik ken het woord « truc ».

univers

heelal
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « univers ».

Ik ken het woord « univers ».

volonté

wil
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « volonté ».

Ik ken het woord « volonté ».

vraie

waarheid
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vraie ».

Ik ken het woord « vraie ».

zèbre

zebra
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « zèbre ».

Ik ken het woord « zèbre ».

avoir

hebben
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à avoir.

Ik wil hebben leren.

être

zijn
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à être.

Ik wil zijn leren.

faire

doen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à faire.

Ik wil doen leren.

loger

verblijven
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à loger.

Ik wil verblijven leren.

poser

leggen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à poser.

Ik wil leggen leren.

rouler

rijden
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à rouler.

Ik wil rijden leren.

agacer

irriteren
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à agacer.

Ik wil irriteren leren.

alerter

waarschuwen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à alerter.

Ik wil waarschuwen leren.

alimenter

voeden
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à alimenter.

Ik wil voeden leren.

apercevoir

opmerken
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à apercevoir.

Ik wil opmerken leren.

aspirer

streven
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à aspirer.

Ik wil streven leren.

bloquer

blokkeren
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à bloquer.

Ik wil blokkeren leren.

classer

ordenen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à classer.

Ik wil ordenen leren.

combattre

vechten
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à combattre.

Ik wil vechten leren.

concentrer

concentreren
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à concentrer.

Ik wil concentreren leren.

concerner

betreffen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à concerner.

Ik wil betreffen leren.

libérer

bevrijden
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à libérer.

Ik wil bevrijden leren.

oser

durven
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à oser.

Ik wil durven leren.

reposer

rusten
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à reposer.

Ik wil rusten leren.

risquer

riskeren
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à risquer.

Ik wil riskeren leren.

spécifier

specificeren
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à spécifier.

Ik wil specificeren leren.

supprimer

verwijderen
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à supprimer.

Ik wil verwijderen leren.

valoir

waard zijn
A1 werkwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je veux apprendre à valoir.

Ik wil waard zijn leren.

actuelle

actueel
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « actuelle » décrit quelque chose.

Het woord « actuelle » beschrijft iets.

âgé

oud
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « âgé » décrit quelque chose.

Het woord « âgé » beschrijft iets.

agité

onrustig
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « agité » décrit quelque chose.

Het woord « agité » beschrijft iets.

aimable

vriendelijk
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aimable » décrit quelque chose.

Het woord « aimable » beschrijft iets.

appliqué

zorgvuldig
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « appliqué » décrit quelque chose.

Het woord « appliqué » beschrijft iets.

arrondi

afgerond
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « arrondi » décrit quelque chose.

Het woord « arrondi » beschrijft iets.

artistique

artistiek
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « artistique » décrit quelque chose.

Het woord « artistique » beschrijft iets.

automatique

automatisch
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « automatique » décrit quelque chose.

Het woord « automatique » beschrijft iets.

autorisé

toegestaan
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « autorisé » décrit quelque chose.

Het woord « autorisé » beschrijft iets.

avare

gierig
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « avare » décrit quelque chose.

Het woord « avare » beschrijft iets.

aveugle

blind
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aveugle » décrit quelque chose.

Het woord « aveugle » beschrijft iets.

bénéfique

gunstig
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bénéfique » décrit quelque chose.

Het woord « bénéfique » beschrijft iets.

bon

goed
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bon » décrit quelque chose.

Het woord « bon » beschrijft iets.

brillant

briljant
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « brillant » décrit quelque chose.

Het woord « brillant » beschrijft iets.

cher

duur
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cher » décrit quelque chose.

Het woord « cher » beschrijft iets.

chic

chique
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « chic » décrit quelque chose.

Het woord « chic » beschrijft iets.

classique

klassiek
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « classique » décrit quelque chose.

Het woord « classique » beschrijft iets.

court

kort
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « court » décrit quelque chose.

Het woord « court » beschrijft iets.

cruel

wreed
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cruel » décrit quelque chose.

Het woord « cruel » beschrijft iets.

économique

zuinig
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « économique » décrit quelque chose.

Het woord « économique » beschrijft iets.

électrique

elektrisch
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « électrique » décrit quelque chose.

Het woord « électrique » beschrijft iets.

élégant

elegant
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « élégant » décrit quelque chose.

Het woord « élégant » beschrijft iets.

entier

heel
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « entier » décrit quelque chose.

Het woord « entier » beschrijft iets.

excellent

uitstekend
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « excellent » décrit quelque chose.

Het woord « excellent » beschrijft iets.

faux

vals
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « faux » décrit quelque chose.

Het woord « faux » beschrijft iets.

français

Frans
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « français » décrit quelque chose.

Het woord « français » beschrijft iets.

grave

ernstig
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « grave » décrit quelque chose.

Het woord « grave » beschrijft iets.

gris

grijs
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « gris » décrit quelque chose.

Het woord « gris » beschrijft iets.

impossible

onmogelijk
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « impossible » décrit quelque chose.

Het woord « impossible » beschrijft iets.

inconnu

onbekend
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « inconnu » décrit quelque chose.

Het woord « inconnu » beschrijft iets.

long

lang
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « long » décrit quelque chose.

Het woord « long » beschrijft iets.

lumineux

licht
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lumineux » décrit quelque chose.

Het woord « lumineux » beschrijft iets.

multiple

meervoudig
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « multiple » décrit quelque chose.

Het woord « multiple » beschrijft iets.

nouveau

nieuw
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « nouveau » décrit quelque chose.

Het woord « nouveau » beschrijft iets.

occupé

bezet
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « occupé » décrit quelque chose.

Het woord « occupé » beschrijft iets.

officiel

officieel
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « officiel » décrit quelque chose.

Het woord « officiel » beschrijft iets.

précis

precies
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « précis » décrit quelque chose.

Het woord « précis » beschrijft iets.

réel

echt
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réel » décrit quelque chose.

Het woord « réel » beschrijft iets.

rond

rond
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « rond » décrit quelque chose.

Het woord « rond » beschrijft iets.

solide

stevig
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « solide » décrit quelque chose.

Het woord « solide » beschrijft iets.

sombre

donker
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sombre » décrit quelque chose.

Het woord « sombre » beschrijft iets.

superbe

prachtig
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « superbe » décrit quelque chose.

Het woord « superbe » beschrijft iets.

sûr

veilig
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sûr » décrit quelque chose.

Het woord « sûr » beschrijft iets.

sympa

aardig
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sympa » décrit quelque chose.

Het woord « sympa » beschrijft iets.

visible

zichtbaar
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « visible » décrit quelque chose.

Het woord « visible » beschrijft iets.

vulgaire

ordinair
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vulgaire » décrit quelque chose.

Het woord « vulgaire » beschrijft iets.

dessus

erboven
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « dessus » dans une phrase.

Je kunt « dessus » in een zin gebruiken.

dessous

eronder
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « dessous » dans une phrase.

Je kunt « dessous » in een zin gebruiken.

facilement

makkelijk
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « facilement » dans une phrase.

Je kunt « facilement » in een zin gebruiken.

fortement

sterk
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « fortement » dans une phrase.

Je kunt « fortement » in een zin gebruiken.

partout

overal
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « partout » dans une phrase.

Je kunt « partout » in een zin gebruiken.

à-côté

ernaast
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « à-côté » dans une phrase.

Je kunt « à-côté » in een zin gebruiken.

autour

rondom
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « autour » dans une phrase.

Je kunt « autour » in een zin gebruiken.

hors

buiten
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « hors » dans une phrase.

Je kunt « hors » in een zin gebruiken.

sauf

behalve
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « sauf » dans une phrase.

Je kunt « sauf » in een zin gebruiken.

près

dichtbij
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « près » dans une phrase.

Je kunt « près » in een zin gebruiken.

abonnements

abonnement (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « abonnements ».

Ik ken het woord « abonnements ».

accidents

ongeluk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accidents ».

Ik ken het woord « accidents ».

adresses

adres (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « adresses ».

Ik ken het woord « adresses ».

affaires

zaak (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « affaires ».

Ik ken het woord « affaires ».

âges

leeftijd (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « âges ».

Ik ken het woord « âges ».

agences

agentschap (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agences ».

Ik ken het woord « agences ».

agendas

agenda (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agendas ».

Ik ken het woord « agendas ».

airs

lucht (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « airs ».

Ik ken het woord « airs ».

albums

album (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « albums ».

Ik ken het woord « albums ».

alimentations

voeding (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « alimentations ».

Ik ken het woord « alimentations ».

ambulances

ambulance (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ambulances ».

Ik ken het woord « ambulances ».

amitiés

vriendschap (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amitiés ».

Ik ken het woord « amitiés ».

amours

liefde (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amours ».

Ik ken het woord « amours ».

animaux

dier (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « animaux ».

Ik ken het woord « animaux ».

anniversaires

verjaardag (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « anniversaires ».

Ik ken het woord « anniversaires ».

appartements

appartement (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appartements ».

Ik ken het woord « appartements ».

arbres

boom (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arbres ».

Ik ken het woord « arbres ».

argents

geld (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « argents ».

Ik ken het woord « argents ».

arrivées

aankomst (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrivées ».

Ik ken het woord « arrivées ».

arts

kunst (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arts ».

Ik ken het woord « arts ».

articles

artikel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « articles ».

Ik ken het woord « articles ».

avantages

voordeel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avantages ».

Ik ken het woord « avantages ».

aventures

avontuur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aventures ».

Ik ken het woord « aventures ».

avions

vliegtuig (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avions ».

Ik ken het woord « avions ».

bagages

bagage (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bagages ».

Ik ken het woord « bagages ».

banques

bank (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « banques ».

Ik ken het woord « banques ».

bars

bar (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bars ».

Ik ken het woord « bars ».

bâtiments

gebouw (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bâtiments ».

Ik ken het woord « bâtiments ».

beautés

schoonheid (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « beautés ».

Ik ken het woord « beautés ».

besoins

behoefte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « besoins ».

Ik ken het woord « besoins ».

boîtes

doos (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boîtes ».

Ik ken het woord « boîtes ».

bords

rand (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bords ».

Ik ken het woord « bords ».

bouteilles

fles (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bouteilles ».

Ik ken het woord « bouteilles ».

boutiques

winkel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boutiques ».

Ik ken het woord « boutiques ».

bureaux

kantoor (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bureaux ».

Ik ken het woord « bureaux ».

cabines

cabine (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cabines ».

Ik ken het woord « cabines ».

cadeaux

cadeau (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cadeaux ».

Ik ken het woord « cadeaux ».

cahiers

schrift (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cahiers ».

Ik ken het woord « cahiers ».

calendriers

kalender (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « calendriers ».

Ik ken het woord « calendriers ».

campagnes

platteland (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « campagnes ».

Ik ken het woord « campagnes ».

canapés

bank (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « canapés ».

Ik ken het woord « canapés ».

cartes

kaart (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cartes ».

Ik ken het woord « cartes ».

causes

oorzaak (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « causes ».

Ik ken het woord « causes ».

centres

centrum (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « centres ».

Ik ken het woord « centres ».

chaînes

ketting (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chaînes ».

Ik ken het woord « chaînes ».

chances

geluk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chances ».

Ik ken het woord « chances ».

chansons

lied (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chansons ».

Ik ken het woord « chansons ».

chapeaux

hoed (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chapeaux ».

Ik ken het woord « chapeaux ».

chemins

weg (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chemins ».

Ik ken het woord « chemins ».

cinémas

bioscoop (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cinémas ».

Ik ken het woord « cinémas ».

classes

klas (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « classes ».

Ik ken het woord « classes ».

clients

klant (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « clients ».

Ik ken het woord « clients ».

clés

sleutel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « clés ».

Ik ken het woord « clés ».

climats

klimaat (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « climats ».

Ik ken het woord « climats ».

collèges

middelbare school (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « collèges ».

Ik ken het woord « collèges ».

commandes

bestelling (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « commandes ».

Ik ken het woord « commandes ».

compagnies

gezelschap (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « compagnies ».

Ik ken het woord « compagnies ».

comptes

rekening (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « comptes ».

Ik ken het woord « comptes ».

concerts

concert (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « concerts ».

Ik ken het woord « concerts ».

conditions

voorwaarde (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conditions ».

Ik ken het woord « conditions ».

conseils

advies (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conseils ».

Ik ken het woord « conseils ».

contacts

contact (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « contacts ».

Ik ken het woord « contacts ».

contrôles

controle (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « contrôles ».

Ik ken het woord « contrôles ».

copains

vriend (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « copains ».

Ik ken het woord « copains ».

couloirs

gang (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couloirs ».

Ik ken het woord « couloirs ».

couvertures

deken (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couvertures ».

Ik ken het woord « couvertures ».

crèmes

crème (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « crèmes ».

Ik ken het woord « crèmes ».

cultures

cultuur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cultures ».

Ik ken het woord « cultures ».

débuts

begin (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « débuts ».

Ik ken het woord « débuts ».

décisions

beslissing (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « décisions ».

Ik ken het woord « décisions ».

départs

vertrek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « départs ».

Ik ken het woord « départs ».

descriptions

beschrijving (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « descriptions ».

Ik ken het woord « descriptions ».

détails

detail (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « détails ».

Ik ken het woord « détails ».

dialogues

gesprek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dialogues ».

Ik ken het woord « dialogues ».

dictionnaires

woordenboek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dictionnaires ».

Ik ken het woord « dictionnaires ».

différences

verschil (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « différences ».

Ik ken het woord « différences ».

dîners

diner (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dîners ».

Ik ken het woord « dîners ».

directions

richting (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « directions ».

Ik ken het woord « directions ».

documents

document (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « documents ».

Ik ken het woord « documents ».

doutes

twijfel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « doutes ».

Ik ken het woord « doutes ».

écoles

school (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écoles ».

Ik ken het woord « écoles ».

économies

economie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « économies ».

Ik ken het woord « économies ».

écrans

scherm (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écrans ».

Ik ken het woord « écrans ».

églises

kerk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « églises ».

Ik ken het woord « églises ».

emplois

werkgelegenheid (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « emplois ».

Ik ken het woord « emplois ».

endroits

plek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « endroits ».

Ik ken het woord « endroits ».

énergies

energie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « énergies ».

Ik ken het woord « énergies ».

enfants

kind (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « enfants ».

Ik ken het woord « enfants ».

entrées

ingang (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « entrées ».

Ik ken het woord « entrées ».

erreurs

fout (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « erreurs ».

Ik ken het woord « erreurs ».

espaces

ruimte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « espaces ».

Ik ken het woord « espaces ».

esprits

geest (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « esprits ».

Ik ken het woord « esprits ».

étages

verdieping (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étages ».

Ik ken het woord « étages ».

étés

zomer (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étés ».

Ik ken het woord « étés ».

événements

evenement (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « événements ».

Ik ken het woord « événements ».

exemples

voorbeeld (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « exemples ».

Ik ken het woord « exemples ».

expériences

ervaring (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « expériences ».

Ik ken het woord « expériences ».

explications

uitleg (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « explications ».

Ik ken het woord « explications ».

familles

familie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « familles ».

Ik ken het woord « familles ».

fautes

fout (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fautes ».

Ik ken het woord « fautes ».

fêtes

feest (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fêtes ».

Ik ken het woord « fêtes ».

films

film (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « films ».

Ik ken het woord « films ».

fins

einde (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fins ».

Ik ken het woord « fins ».

fleurs

bloem (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fleurs ».

Ik ken het woord « fleurs ».

forêts

bos (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « forêts ».

Ik ken het woord « forêts ».

formes

vorm (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « formes ».

Ik ken het woord « formes ».

formations

opleiding (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « formations ».

Ik ken het woord « formations ».

fortunes

fortuin (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fortunes ».

Ik ken het woord « fortunes ».

foules

menigte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « foules ».

Ik ken het woord « foules ».

fronts

voorkant (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fronts ».

Ik ken het woord « fronts ».

gares

station (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gares ».

Ik ken het woord « gares ».

gâteaux

taart (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gâteaux ».

Ik ken het woord « gâteaux ».

générations

generatie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « générations ».

Ik ken het woord « générations ».

gestes

gebaar (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gestes ».

Ik ken het woord « gestes ».

glaces

ijs (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « glaces ».

Ik ken het woord « glaces ».

goûts

smaak (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « goûts ».

Ik ken het woord « goûts ».

groupes

groep (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « groupes ».

Ik ken het woord « groupes ».

guerres

oorlog (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « guerres ».

Ik ken het woord « guerres ».

habitudes

gewoonte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « habitudes ».

Ik ken het woord « habitudes ».

histoires

verhaal (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « histoires ».

Ik ken het woord « histoires ».

hôtels

hotel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hôtels ».

Ik ken het woord « hôtels ».

idées

idee (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « idées ».

Ik ken het woord « idées ».

images

afbeelding (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « images ».

Ik ken het woord « images ».

impressions

indruk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « impressions ».

Ik ken het woord « impressions ».

informations

informatie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « informations ».

Ik ken het woord « informations ».

invitations

uitnodiging (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « invitations ».

Ik ken het woord « invitations ».

jardins

tuin (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jardins ».

Ik ken het woord « jardins ».

jeux

spel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jeux ».

Ik ken het woord « jeux ».

journées

dag (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « journées ».

Ik ken het woord « journées ».

journaux

krant (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « journaux ».

Ik ken het woord « journaux ».

langues

taal (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « langues ».

Ik ken het woord « langues ».

lettres

brief (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lettres ».

Ik ken het woord « lettres ».

lignes

lijn (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lignes ».

Ik ken het woord « lignes ».

listes

lijst (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « listes ».

Ik ken het woord « listes ».

livraisons

levering (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « livraisons ».

Ik ken het woord « livraisons ».

logements

woonruimte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « logements ».

Ik ken het woord « logements ».

loisirs

vrije tijd (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « loisirs ».

Ik ken het woord « loisirs ».

magasins

winkel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « magasins ».

Ik ken het woord « magasins ».

manières

manier (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « manières ».

Ik ken het woord « manières ».

marchés

markt (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marchés ».

Ik ken het woord « marchés ».

messages

bericht (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « messages ».

Ik ken het woord « messages ».

métiers

beroep (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « métiers ».

Ik ken het woord « métiers ».

minutes

minuut (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « minutes ».

Ik ken het woord « minutes ».

modes

mode (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « modes ».

Ik ken het woord « modes ».

mondes

wereld (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mondes ».

Ik ken het woord « mondes ».

montagnes

berg (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « montagnes ».

Ik ken het woord « montagnes ».

mots

woord (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mots ».

Ik ken het woord « mots ».

musées

museum (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « musées ».

Ik ken het woord « musées ».

musiques

muziek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « musiques ».

Ik ken het woord « musiques ».

natures

natuur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « natures ».

Ik ken het woord « natures ».

niveaux

niveau (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « niveaux ».

Ik ken het woord « niveaux ».

noms

naam (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « noms ».

Ik ken het woord « noms ».

nombres

getal (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nombres ».

Ik ken het woord « nombres ».

occasions

gelegenheid (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « occasions ».

Ik ken het woord « occasions ».

offices

kantoor (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « offices ».

Ik ken het woord « offices ».

opinions

mening (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « opinions ».

Ik ken het woord « opinions ».

ordres

volgorde (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ordres ».

Ik ken het woord « ordres ».

origines

oorsprong (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « origines ».

Ik ken het woord « origines ».

pages

pagina (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pages ».

Ik ken het woord « pages ».

parcs

park (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parcs ».

Ik ken het woord « parcs ».

parties

deel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parties ».

Ik ken het woord « parties ».

passages

doorgang (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « passages ».

Ik ken het woord « passages ».

patrons

baas (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patrons ».

Ik ken het woord « patrons ».

pauses

pauze (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pauses ».

Ik ken het woord « pauses ».

peines

moeite (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « peines ».

Ik ken het woord « peines ».

personnes

persoon (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « personnes ».

Ik ken het woord « personnes ».

photos

foto (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « photos ».

Ik ken het woord « photos ».

pièces

kamer (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pièces ».

Ik ken het woord « pièces ».

places

plaats (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « places ».

Ik ken het woord « places ».

plaisirs

plezier (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plaisirs ».

Ik ken het woord « plaisirs ».

plans

plan (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plans ».

Ik ken het woord « plans ».

plantes

plant (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plantes ».

Ik ken het woord « plantes ».

plats

gerecht (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plats ».

Ik ken het woord « plats ».

points

punt (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « points ».

Ik ken het woord « points ».

polices

politie (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « polices ».

Ik ken het woord « polices ».

portes

deur (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « portes ».

Ik ken het woord « portes ».

postes

post (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « postes ».

Ik ken het woord « postes ».

problèmes

probleem (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « problèmes ».

Ik ken het woord « problèmes ».

produits

product (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « produits ».

Ik ken het woord « produits ».

professeurs

leraar (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « professeurs ».

Ik ken het woord « professeurs ».

programmes

programma (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « programmes ».

Ik ken het woord « programmes ».

projets

project (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « projets ».

Ik ken het woord « projets ».

quartiers

wijk (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « quartiers ».

Ik ken het woord « quartiers ».

questions

vraag (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « questions ».

Ik ken het woord « questions ».

raisons

reden (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « raisons ».

Ik ken het woord « raisons ».

régions

regio (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « régions ».

Ik ken het woord « régions ».

relations

relatie (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « relations ».

Ik ken het woord « relations ».

réponses

antwoord (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réponses ».

Ik ken het woord « réponses ».

restaurants

restaurant (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « restaurants ».

Ik ken het woord « restaurants ».

rêves

droom (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rêves ».

Ik ken het woord « rêves ».

routes

weg (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « routes ».

Ik ken het woord « routes ».

rues

straat (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rues ».

Ik ken het woord « rues ».

saisons

seizoen (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « saisons ».

Ik ken het woord « saisons ».

salles

zaal (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salles ».

Ik ken het woord « salles ».

salons

woonkamer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salons ».

Ik ken het woord « salons ».

santés

gezondheid (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « santés ».

Ik ken het woord « santés ».

semaines

week (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « semaines ».

Ik ken het woord « semaines ».

services

dienst (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « services ».

Ik ken het woord « services ».

soirées

avond (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soirées ».

Ik ken het woord « soirées ».

solutions

oplossing (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « solutions ».

Ik ken het woord « solutions ».

sortes

soort (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sortes ».

Ik ken het woord « sortes ».

spectacles

voorstelling (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « spectacles ».

Ik ken het woord « spectacles ».

stations

station (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « stations ».

Ik ken het woord « stations ».

styles

stijl (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « styles ».

Ik ken het woord « styles ».

tables

tafel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tables ».

Ik ken het woord « tables ».

terres

aarde (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « terres ».

Ik ken het woord « terres ».

tickets

ticket (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tickets ».

Ik ken het woord « tickets ».

travails

werk (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « travails ».

Ik ken het woord « travails ».

villes

stad (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « villes ».

Ik ken het woord « villes ».

visites

bezoek (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « visites ».

Ik ken het woord « visites ».

voitures

auto (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voitures ».

Ik ken het woord « voitures ».

voyages

reis (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voyages ».

Ik ken het woord « voyages ».

voyageurs

reiziger (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voyageurs ».

Ik ken het woord « voyageurs ».

zones

gebied (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « zones ».

Ik ken het woord « zones ».

activités

activiteit (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « activités ».

Ik ken het woord « activités ».

affiches

poster (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « affiches ».

Ik ken het woord « affiches ».

alarmes

alarm (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « alarmes ».

Ik ken het woord « alarmes ».

allées

pad (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « allées ».

Ik ken het woord « allées ».

amendes

boete (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amendes ».

Ik ken het woord « amendes ».

appareils

apparaat (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appareils ».

Ik ken het woord « appareils ».

applications

app (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « applications ».

Ik ken het woord « applications ».

arrières

achterkant (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrières ».

Ik ken het woord « arrières ».

assiettes

bord (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assiettes ».

Ik ken het woord « assiettes ».

assurances

verzekering (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « assurances ».

Ik ken het woord « assurances ».

ateliers

werkplaats (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ateliers ».

Ik ken het woord « ateliers ».

attentions

aandacht (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « attentions ».

Ik ken het woord « attentions ».

autoroutes

snelweg (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « autoroutes ».

Ik ken het woord « autoroutes ».

barrières

hek (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « barrières ».

Ik ken het woord « barrières ».

bateaux

boot (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bateaux ».

Ik ken het woord « bateaux ».

batteries

batterij (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « batteries ».

Ik ken het woord « batteries ».

beurres

boter (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « beurres ».

Ik ken het woord « beurres ».

billets

kaartje (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « billets ».

Ik ken het woord « billets ».

boissons

drank (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boissons ».

Ik ken het woord « boissons ».

bonheurs

geluk (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bonheurs ».

Ik ken het woord « bonheurs ».

bornes

paal (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bornes ».

Ik ken het woord « bornes ».

bougies

kaars (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bougies ».

Ik ken het woord « bougies ».

branches

tak (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « branches ».

Ik ken het woord « branches ».

brosses

borstel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « brosses ».

Ik ken het woord « brosses ».

caméras

camera (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « caméras ».

Ik ken het woord « caméras ».

casques

helm (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « casques ».

Ik ken het woord « casques ».

chaises

stoel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chaises ».

Ik ken het woord « chaises ».

chambres

slaapkamer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chambres ».

Ik ken het woord « chambres ».

champs

veld (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « champs ».

Ik ken het woord « champs ».

charges

lading (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « charges ».

Ik ken het woord « charges ».

chauffages

verwarming (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chauffages ».

Ik ken het woord « chauffages ».

chemises

overhemd (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chemises ».

Ik ken het woord « chemises ».

chevilles

enkels (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chevilles ».

Ik ken het woord « chevilles ».

chocolats

chocolade (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chocolats ».

Ik ken het woord « chocolats ».

choses

ding (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « choses ».

Ik ken het woord « choses ».

circulations

verkeer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « circulations ».

Ik ken het woord « circulations ».

citoyens

burger (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « citoyens ».

Ik ken het woord « citoyens ».

collations

tussendoortje (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « collations ».

Ik ken het woord « collations ».

couleurs

kleur (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couleurs ».

Ik ken het woord « couleurs ».

coupes

snit (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coupes ».

Ik ken het woord « coupes ».

boulangeries

bakkerij (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boulangeries ».

Ik ken het woord « boulangeries ».

coûts

kosten (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coûts ».

Ik ken het woord « coûts ».

crayons

potlood (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « crayons ».

Ik ken het woord « crayons ».

cuillères

lepel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cuillères ».

Ik ken het woord « cuillères ».

cuisines

keuken (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cuisines ».

Ik ken het woord « cuisines ».

dangers

gevaar (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dangers ».

Ik ken het woord « dangers ».

dates

datum (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dates ».

Ik ken het woord « dates ».

décorations

versiering (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « décorations ».

Ik ken het woord « décorations ».

dents

tand (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dents ».

Ik ken het woord « dents ».

desserts

toetje (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « desserts ».

Ik ken het woord « desserts ».

dossiers

dossier (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dossiers ».

Ik ken het woord « dossiers ».

douches

douche (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « douches ».

Ik ken het woord « douches ».

écharpes

sjaal (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écharpes ».

Ik ken het woord « écharpes ».

électricités

elektriciteit (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « électricités ».

Ik ken het woord « électricités ».

épaules

schouder (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « épaules ».

Ik ken het woord « épaules ».

équipements

uitrusting (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « équipements ».

Ik ken het woord « équipements ».

escaliers

trap (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « escaliers ».

Ik ken het woord « escaliers ».

essences

benzine (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « essences ».

Ik ken het woord « essences ».

façons

manier (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « façons ».

Ik ken het woord « façons ».

fers

ijzer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fers ».

Ik ken het woord « fers ».

feux

vuur (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « feux ».

Ik ken het woord « feux ».

feuilles

blad (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « feuilles ».

Ik ken het woord « feuilles ».

fichiers

bestand (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fichiers ».

Ik ken het woord « fichiers ».

filmages

filmopname (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « filmages ».

Ik ken het woord « filmages ».

frères

broer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « frères ».

Ik ken het woord « frères ».

fruits

fruit (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fruits ».

Ik ken het woord « fruits ».

garages

garage (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garages ».

Ik ken het woord « garages ».

gardes

bewaking (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gardes ».

Ik ken het woord « gardes ».

genous

knie (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « genous ».

Ik ken het woord « genous ».

gouttes

druppel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gouttes ».

Ik ken het woord « gouttes ».

grilles

rooster (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grilles ».

Ik ken het woord « grilles ».

habitants

inwoner (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « habitants ».

Ik ken het woord « habitants ».

heures

uur (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « heures ».

Ik ken het woord « heures ».

huiles

olie (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « huiles ».

Ik ken het woord « huiles ».

immeubles

flatgebouw (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « immeubles ».

Ik ken het woord « immeubles ».

internets

internet (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « internets ».

Ik ken het woord « internets ».

invités

uitgenodigde (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « invités ».

Ik ken het woord « invités ».

lampes

lamp (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lampes ».

Ik ken het woord « lampes ».

lecteurs

lezer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lecteurs ».

Ik ken het woord « lecteurs ».

machines

machine (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « machines ».

Ik ken het woord « machines ».

maisons

huis (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maisons ».

Ik ken het woord « maisons ».

maladies

ziekte (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maladies ».

Ik ken het woord « maladies ».

marches

wandeling (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marches ».

Ik ken het woord « marches ».

matins

ochtend (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « matins ».

Ik ken het woord « matins ».

médecins

arts (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « médecins ».

Ik ken het woord « médecins ».

membres

lid (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « membres ».

Ik ken het woord « membres ».

menus

menu (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « menus ».

Ik ken het woord « menus ».

métros

metro (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « métros ».

Ik ken het woord « métros ».

miroirs

spiegel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « miroirs ».

Ik ken het woord « miroirs ».

monnaies

kleingeld (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « monnaies ».

Ik ken het woord « monnaies ».

murs

muur (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « murs ».

Ik ken het woord « murs ».

neiges

sneeuw (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « neiges ».

Ik ken het woord « neiges ».

objets

voorwerp (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « objets ».

Ik ken het woord « objets ».

ordinateurs

computer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ordinateurs ».

Ik ken het woord « ordinateurs ».

oreilles

oor (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « oreilles ».

Ik ken het woord « oreilles ».

outils

gereedschap (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « outils ».

Ik ken het woord « outils ».

pains

brood (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pains ».

Ik ken het woord « pains ».

papiers

papier (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « papiers ».

Ik ken het woord « papiers ».

parapluies

paraplu (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parapluies ».

Ik ken het woord « parapluies ».

peaux

huid (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « peaux ».

Ik ken het woord « peaux ».

pieds

voet (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pieds ».

Ik ken het woord « pieds ».

poches

zak (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poches ».

Ik ken het woord « poches ».

poissons

vis (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poissons ».

Ik ken het woord « poissons ».

poitrines

borst (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poitrines ».

Ik ken het woord « poitrines ».

radios

radio (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « radios ».

Ik ken het woord « radios ».

réveils

wekker (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réveils ».

Ik ken het woord « réveils ».

rideaux

gordijn (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rideaux ».

Ik ken het woord « rideaux ».

robes

jurk (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « robes ».

Ik ken het woord « robes ».

sacs

tas (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sacs ».

Ik ken het woord « sacs ».

sandales

sandaal (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sandales ».

Ik ken het woord « sandales ».

serviettes

handdoek (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « serviettes ».

Ik ken het woord « serviettes ».

sièges

stoel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sièges ».

Ik ken het woord « sièges ».

soleils

zon (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soleils ».

Ik ken het woord « soleils ».

sommeils

slaap (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sommeils ».

Ik ken het woord « sommeils ».

sports

sport (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sports ».

Ik ken het woord « sports ».

sucres

suiker (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sucres ».

Ik ken het woord « sucres ».

supermarchés

supermarkt (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « supermarchés ».

Ik ken het woord « supermarchés ».

téléphones

telefoon (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « téléphones ».

Ik ken het woord « téléphones ».

télévisions

televisie (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « télévisions ».

Ik ken het woord « télévisions ».

têtes

hoofd (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « têtes ».

Ik ken het woord « têtes ».

trains

trein (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « trains ».

Ik ken het woord « trains ».

valises

koffer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « valises ».

Ik ken het woord « valises ».

vélos

fiets (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vélos ».

Ik ken het woord « vélos ».

vents

wind (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vents ».

Ik ken het woord « vents ».

verres

glas (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « verres ».

Ik ken het woord « verres ».

vêtements

kleding (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vêtements ».

Ik ken het woord « vêtements ».

visages

gezicht (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « visages ».

Ik ken het woord « visages ».

voisins

buurman (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voisins ».

Ik ken het woord « voisins ».

vols

vlucht (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vols ».

Ik ken het woord « vols ».

week-ends

weekend (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « week-ends ».

Ik ken het woord « week-ends ».

aéroports

luchthaven (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « aéroports ».

Ik ken het woord « aéroports ».

barbes

baard (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « barbes ».

Ik ken het woord « barbes ».

bijous

sieraad (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bijous ».

Ik ken het woord « bijous ».

bibliothèques

bibliotheek (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bibliothèques ».

Ik ken het woord « bibliothèques ».

boutons

knop (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boutons ».

Ik ken het woord « boutons ».

cabinets

praktijk (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cabinets ».

Ik ken het woord « cabinets ».

caisses

kassa (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « caisses ».

Ik ken het woord « caisses ».

capacités

capaciteit (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « capacités ».

Ik ken het woord « capacités ».

céréales

graan (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « céréales ».

Ik ken het woord « céréales ».

cerveaux

hersenen (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cerveaux ».

Ik ken het woord « cerveaux ».

chaleurs

warmte (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chaleurs ».

Ik ken het woord « chaleurs ».

champions

kampioen (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « champions ».

Ik ken het woord « champions ».

châteaux

kasteel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « châteaux ».

Ik ken het woord « châteaux ».

cheveux

haar (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cheveux ».

Ik ken het woord « cheveux ».

chevreuils

ree (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chevreuils ».

Ik ken het woord « chevreuils ».

classements

rangschikking (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « classements ».

Ik ken het woord « classements ».

cloches

bel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cloches ».

Ik ken het woord « cloches ».

coiffeurs

kapper (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coiffeurs ».

Ik ken het woord « coiffeurs ».

coffres

kofferbak (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coffres ».

Ik ken het woord « coffres ».

coquillages

schelp (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coquillages ».

Ik ken het woord « coquillages ».

cordons

koord (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cordons ».

Ik ken het woord « cordons ».

costumes

pak (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « costumes ».

Ik ken het woord « costumes ».

coudes

elleboog (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « coudes ».

Ik ken het woord « coudes ».

couettes

dekbed (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « couettes ».

Ik ken het woord « couettes ».

courriers

post (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « courriers ».

Ik ken het woord « courriers ».

cravates

stropdas (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cravates ».

Ik ken het woord « cravates ».

draps

laken (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « draps ».

Ik ken het woord « draps ».

échelles

ladder (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « échelles ».

Ik ken het woord « échelles ».

écrivains

schrijver (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « écrivains ».

Ik ken het woord « écrivains ».

élèves

leerling (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « élèves ».

Ik ken het woord « élèves ».

enveloppes

envelop (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « enveloppes ».

Ik ken het woord « enveloppes ».

épiceries

supermarkt (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « épiceries ».

Ik ken het woord « épiceries ».

équipes

team (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « équipes ».

Ik ken het woord « équipes ».

études

studie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « études ».

Ik ken het woord « études ».

examens

examen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « examens ».

Ik ken het woord « examens ».

faims

honger (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « faims ».

Ik ken het woord « faims ».

fiches

kaartje (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fiches ».

Ik ken het woord « fiches ».

flacons

flesje (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « flacons ».

Ik ken het woord « flacons ».

fromages

kaas (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fromages ».

Ik ken het woord « fromages ».

garde-robes

kledingkast (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garde-robes ».

Ik ken het woord « garde-robes ».

gommes

gum (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gommes ».

Ik ken het woord « gommes ».

gorges

keel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gorges ».

Ik ken het woord « gorges ».

grippes

griep (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grippes ».

Ik ken het woord « grippes ».

guitares

gitaar (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « guitares ».

Ik ken het woord « guitares ».

hôpitaux

ziekenhuis (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hôpitaux ».

Ik ken het woord « hôpitaux ».

îles

eiland (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « îles ».

Ik ken het woord « îles ».

inscriptions

inschrijving (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « inscriptions ».

Ik ken het woord « inscriptions ».

interviews

interview (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « interviews ».

Ik ken het woord « interviews ».

journalistes

journalist (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « journalistes ».

Ik ken het woord « journalistes ».

livres

boek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « livres ».

Ik ken het woord « livres ».

loyers

huur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « loyers ».

Ik ken het woord « loyers ».

lunettes

toiletbril (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lunettes ».

Ik ken het woord « lunettes ».

magazines

tijdschrift (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « magazines ».

Ik ken het woord « magazines ».

maîtres

meester (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maîtres ».

Ik ken het woord « maîtres ».

malheurs

ongeluk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « malheurs ».

Ik ken het woord « malheurs ».

manteaux

jas (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « manteaux ».

Ik ken het woord « manteaux ».

mémoires

geheugen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mémoires ».

Ik ken het woord « mémoires ».

montres

horloge (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « montres ».

Ik ken het woord « montres ».

moteurs

motor (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moteurs ».

Ik ken het woord « moteurs ».

moyens

middel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moyens ».

Ik ken het woord « moyens ».

nuages

wolk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nuages ».

Ik ken het woord « nuages ».

numéros

nummer (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « numéros ».

Ik ken het woord « numéros ».

odeurs

geur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « odeurs ».

Ik ken het woord « odeurs ».

oreillers

kussen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « oreillers ».

Ik ken het woord « oreillers ».

parfums

parfum (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « parfums ».

Ik ken het woord « parfums ».

passagers

passagier (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « passagers ».

Ik ken het woord « passagers ».

patinoires

ijsbaan (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patinoires ».

Ik ken het woord « patinoires ».

peintures

schilderij (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « peintures ».

Ik ken het woord « peintures ».

personnages

personage (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « personnages ».

Ik ken het woord « personnages ».

pharmacies

apotheek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pharmacies ».

Ik ken het woord « pharmacies ».

plages

strand (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plages ».

Ik ken het woord « plages ».

plafonds

plafond (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « plafonds ».

Ik ken het woord « plafonds ».

pluies

regen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pluies ».

Ik ken het woord « pluies ».

ponts

brug (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ponts ».

Ik ken het woord « ponts ».

politesses

beleefdheid (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « politesses ».

Ik ken het woord « politesses ».

porte-monnaies

portemonnee (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « porte-monnaies ».

Ik ken het woord « porte-monnaies ».

poubelles

vuilnisbak (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poubelles ».

Ik ken het woord « poubelles ».

prénoms

voornaam (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « prénoms ».

Ik ken het woord « prénoms ».

promenades

wandeling (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « promenades ».

Ik ken het woord « promenades ».

propriétaires

eigenaar (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « propriétaires ».

Ik ken het woord « propriétaires ».

questionnaires

vragenlijst (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « questionnaires ».

Ik ken het woord « questionnaires ».

recherches

onderzoek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « recherches ».

Ik ken het woord « recherches ».

réunions

vergadering (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réunions ».

Ik ken het woord « réunions ».

rochers

rots (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « rochers ».

Ik ken het woord « rochers ».

roues

wiel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « roues ».

Ik ken het woord « roues ».

ruisseaux

beek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ruisseaux ».

Ik ken het woord « ruisseaux ».

salades

salade (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « salades ».

Ik ken het woord « salades ».

serveurs

ober (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « serveurs ».

Ik ken het woord « serveurs ».

signatures

handtekening (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « signatures ».

Ik ken het woord « signatures ».

silences

stilte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « silences ».

Ik ken het woord « silences ».

soirs

avond (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soirs ».

Ik ken het woord « soirs ».

sources

bron (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sources ».

Ik ken het woord « sources ».

stylos

pen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « stylos ».

Ik ken het woord « stylos ».

tailles

maat (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tailles ».

Ik ken het woord « tailles ».

tasses

kopje (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tasses ».

Ik ken het woord « tasses ».

températures

temperatuur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « températures ».

Ik ken het woord « températures ».

thés

thee (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « thés ».

Ik ken het woord « thés ».

tondeuses

grasmaaier (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tondeuses ».

Ik ken het woord « tondeuses ».

tours

tour (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tours ».

Ik ken het woord « tours ».

trousses

etui (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « trousses ».

Ik ken het woord « trousses ».

universités

universiteit (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « universités ».

Ik ken het woord « universités ».

usines

fabriek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « usines ».

Ik ken het woord « usines ».

villages

dorp (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « villages ».

Ik ken het woord « villages ».

vitrines

etalage (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vitrines ».

Ik ken het woord « vitrines ».

accompagnements

begeleiding (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accompagnements ».

Ik ken het woord « accompagnements ».

accueils

ontvangst (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « accueils ».

Ik ken het woord « accueils ».

additions

rekening (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « additions ».

Ik ken het woord « additions ».

adultes

volwassene (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « adultes ».

Ik ken het woord « adultes ».

allergies

allergie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « allergies ».

Ik ken het woord « allergies ».

ambiances

sfeer (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ambiances ».

Ik ken het woord « ambiances ».

amusements

vermaak (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « amusements ».

Ik ken het woord « amusements ».

arrêts

halte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrêts ».

Ik ken het woord « arrêts ».

artistes

kunstenaar (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « artistes ».

Ik ken het woord « artistes ».

ascenseurs

lิft (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ascenseurs ».

Ik ken het woord « ascenseurs ».

associations

vereniging (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « associations ».

Ik ken het woord « associations ».

automnes

herfst (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « automnes ».

Ik ken het woord « automnes ».

avocats

advocaat (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « avocats ».

Ik ken het woord « avocats ».

balades

wandeling (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « balades ».

Ik ken het woord « balades ».

balcons

balkon (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « balcons ».

Ik ken het woord « balcons ».

blagues

grap (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « blagues ».

Ik ken het woord « blagues ».

blessures

wond (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « blessures ».

Ik ken het woord « blessures ».

bonbons

snoepje (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bonbons ».

Ik ken het woord « bonbons ».

boulangers

bakker (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « boulangers ».

Ik ken het woord « boulangers ».

camions

vrachtwagen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « camions ».

Ik ken het woord « camions ».

carrefours

kruispunt (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « carrefours ».

Ik ken het woord « carrefours ».

casquettes

pet (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « casquettes ».

Ik ken het woord « casquettes ».

cerises

kers (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cerises ».

Ik ken het woord « cerises ».

chevaux

paard (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chevaux ».

Ik ken het woord « chevaux ».

chiffres

cijfer (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chiffres ».

Ik ken het woord « chiffres ».

chous

kool (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chous ».

Ik ken het woord « chous ».

citrons

citroen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « citrons ».

Ik ken het woord « citrons ».

claviers

toetsenbord (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « claviers ».

Ik ken het woord « claviers ».

cochons

varken (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cochons ».

Ik ken het woord « cochons ».

collines

heuvel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « collines ».

Ik ken het woord « collines ».

confitures

jam (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « confitures ».

Ik ken het woord « confitures ».

connaissances

kennis (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « connaissances ».

Ik ken het woord « connaissances ».

conseillers

adviseur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « conseillers ».

Ik ken het woord « conseillers ».

constructions

bouw (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « constructions ».

Ik ken het woord « constructions ».

copies

kopie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « copies ».

Ik ken het woord « copies ».

corbeilles

mand (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « corbeilles ».

Ik ken het woord « corbeilles ».

cornichons

augurk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cornichons ».

Ik ken het woord « cornichons ».

courses

wedstrijd (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « courses ».

Ik ken het woord « courses ».

courgettes

courgette (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « courgettes ».

Ik ken het woord « courgettes ».

cuirs

leer (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cuirs ».

Ik ken het woord « cuirs ».

déjeuners

lunch (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déjeuners ».

Ik ken het woord « déjeuners ».

dentistes

tandarts (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dentistes ».

Ik ken het woord « dentistes ».

déserts

woestijn (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « déserts ».

Ik ken het woord « déserts ».

drapeaux

vlag (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « drapeaux ».

Ik ken het woord « drapeaux ».

éducations

onderwijs (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « éducations ».

Ik ken het woord « éducations ».

élections

verkiezing (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « élections ».

Ik ken het woord « élections ».

éléphants

olifant (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « éléphants ».

Ik ken het woord « éléphants ».

émissions

uitzending (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « émissions ».

Ik ken het woord « émissions ».

enfances

jeugd (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « enfances ».

Ik ken het woord « enfances ».

enquêtes

onderzoek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « enquêtes ».

Ik ken het woord « enquêtes ».

entretiens

gesprek (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « entretiens ».

Ik ken het woord « entretiens ».

époques

tijdperk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « époques ».

Ik ken het woord « époques ».

équilibres

evenwicht (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « équilibres ».

Ik ken het woord « équilibres ».

escales

tussenstop (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « escales ».

Ik ken het woord « escales ».

essais

proef (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « essais ».

Ik ken het woord « essais ».

étoiles

ster (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « étoiles ».

Ik ken het woord « étoiles ».

exercices

oefening (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « exercices ».

Ik ken het woord « exercices ».

facilités

gemak (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « facilités ».

Ik ken het woord « facilités ».

femmes

vrouw (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « femmes ».

Ik ken het woord « femmes ».

fermes

boerderij (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fermes ».

Ik ken het woord « fermes ».

feuillages

bladeren (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « feuillages ».

Ik ken het woord « feuillages ».

fièvres

koorts (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fièvres ».

Ik ken het woord « fièvres ».

figues

fig (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « figues ».

Ik ken het woord « figues ».

filles

meisje (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « filles ».

Ik ken het woord « filles ».

foires

beurs (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « foires ».

Ik ken het woord « foires ».

fromageries

kaaswinkel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fromageries ».

Ik ken het woord « fromageries ».

garçons

jongen (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « garçons ».

Ik ken het woord « garçons ».

gilets

vest (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gilets ».

Ik ken het woord « gilets ».

gouts

smaak (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gouts ».

Ik ken het woord « gouts ».

grandeurs

grootte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grandeurs ».

Ik ken het woord « grandeurs ».

grappes

bosje (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grappes ».

Ik ken het woord « grappes ».

griffes

klauw (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « griffes ».

Ik ken het woord « griffes ».

grenouilles

kikker (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grenouilles ».

Ik ken het woord « grenouilles ».

habitations

woning (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « habitations ».

Ik ken het woord « habitations ».

haricots

boon (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « haricots ».

Ik ken het woord « haricots ».

herbes

gras (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « herbes ».

Ik ken het woord « herbes ».

hivers

winter (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « hivers ».

Ik ken het woord « hivers ».

horizons

horizon (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « horizons ».

Ik ken het woord « horizons ».

humeurs

humeur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « humeurs ».

Ik ken het woord « humeurs ».

infirmiers

verpleegkundige (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « infirmiers ».

Ik ken het woord « infirmiers ».

ingénieurs

ingenieur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ingénieurs ».

Ik ken het woord « ingénieurs ».

insectes

insect (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « insectes ».

Ik ken het woord « insectes ».

jambes

been (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jambes ».

Ik ken het woord « jambes ».

jambons

ham (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jambons ».

Ik ken het woord « jambons ».

jupes

rok (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jupes ».

Ik ken het woord « jupes ».

lacs

meer (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lacs ».

Ik ken het woord « lacs ».

laines

wol (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « laines ».

Ik ken het woord « laines ».

langages

taal (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « langages ».

Ik ken het woord « langages ».

lavabos

wastafel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lavabos ».

Ik ken het woord « lavabos ».

légumes

groente (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « légumes ».

Ik ken het woord « légumes ».

libertés

vrijheid (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « libertés ».

Ik ken het woord « libertés ».

limonades

limonade (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « limonades ».

Ik ken het woord « limonades ».

lits

bed (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lits ».

Ik ken het woord « lits ».

locations

verhuur (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « locations ».

Ik ken het woord « locations ».

mairies

stadhuis (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mairies ».

Ik ken het woord « mairies ».

maux

kwaal (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « maux ».

Ik ken het woord « maux ».

manches

mouw (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « manches ».

Ik ken het woord « manches ».

manèges

kermisattractie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « manèges ».

Ik ken het woord « manèges ».

marchands

handelaar (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marchands ».

Ik ken het woord « marchands ».

marques

merk (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « marques ».

Ik ken het woord « marques ».

masques

masker (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « masques ».

Ik ken het woord « masques ».

matériels

materiaal (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « matériels ».

Ik ken het woord « matériels ».

méthodes

methode (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « méthodes ».

Ik ken het woord « méthodes ».

modèles

model (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « modèles ».

Ik ken het woord « modèles ».

monuments

monument (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « monuments ».

Ik ken het woord « monuments ».

moustiques

mug (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moustiques ».

Ik ken het woord « moustiques ».

moutons

schaap (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moutons ».

Ik ken het woord « moutons ».

moyennes

gemiddelde (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « moyennes ».

Ik ken het woord « moyennes ».

naissances

geboorte (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « naissances ».

Ik ken het woord « naissances ».

navires

schip (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « navires ».

Ik ken het woord « navires ».

océans

oceaan (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « océans ».

Ik ken het woord « océans ».

oiseaux

vogel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « oiseaux ».

Ik ken het woord « oiseaux ».

ongles

vingernagel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ongles ».

Ik ken het woord « ongles ».

opérations

operatie (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « opérations ».

Ik ken het woord « opérations ».

opportunités

kans (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « opportunités ».

Ik ken het woord « opportunités ».

pannes

storing (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pannes ».

Ik ken het woord « pannes ».

paniers

mandje (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « paniers ».

Ik ken het woord « paniers ».

partenaires

partner (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « partenaires ».

Ik ken het woord « partenaires ».

patins

ijsschaats (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patins ».

Ik ken het woord « patins ».

pattes

poot (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pattes ».

Ik ken het woord « pattes ».

personnels

personeel (meervoud)
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « personnels ».

Ik ken het woord « personnels ».

pianos

piano (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pianos ».

Ik ken het woord « pianos ».

piscines

zwembad (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « piscines ».

Ik ken het woord « piscines ».

poires

peer (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poires ».

Ik ken het woord « poires ».

poivres

peper (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poivres ».

Ik ken het woord « poivres ».

pommes

appel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pommes ».

Ik ken het woord « pommes ».

poêles

pan (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poêles ».

Ik ken het woord « poêles ».

poignets

pols (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poignets ».

Ik ken het woord « poignets ».

pointures

schoenmaat (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pointures ».

Ik ken het woord « pointures ».

poireaux

prei (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « poireaux ».

Ik ken het woord « poireaux ».

pompes

pomp (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pompes ».

Ik ken het woord « pompes ».

porcs

varken (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « porcs ».

Ik ken het woord « porcs ».

pratiques

praktijk (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pratiques ».

Ik ken het woord « pratiques ».

présents

cadeau (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « présents ».

Ik ken het woord « présents ».

publics

publiek (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « publics ».

Ik ken het woord « publics ».

raisins

druif (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « raisins ».

Ik ken het woord « raisins ».

randonnées

wandeltocht (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « randonnées ».

Ik ken het woord « randonnées ».

récréations

schoolpauze (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « récréations ».

Ik ken het woord « récréations ».

réflexions

overweging (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réflexions ».

Ik ken het woord « réflexions ».

réfrigérateurs

koelkast (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réfrigérateurs ».

Ik ken het woord « réfrigérateurs ».

retards

vertraging (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « retards ».

Ik ken het woord « retards ».

retraites

pensioen (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « retraites ».

Ik ken het woord « retraites ».

romans

roman (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « romans ».

Ik ken het woord « romans ».

roses

roos (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « roses ».

Ik ken het woord « roses ».

saucisses

worst (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « saucisses ».

Ik ken het woord « saucisses ».

sécurités

veiligheid (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sécurités ».

Ik ken het woord « sécurités ».

semences

zaad (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « semences ».

Ik ken het woord « semences ».

sentiments

gevoel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sentiments ».

Ik ken het woord « sentiments ».

serpents

slang (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « serpents ».

Ik ken het woord « serpents ».

siècles

eeuw (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « siècles ».

Ik ken het woord « siècles ».

signaux

signaal (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « signaux ».

Ik ken het woord « signaux ».

singes

aap (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « singes ».

Ik ken het woord « singes ».

situations

situatie (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « situations ».

Ik ken het woord « situations ».

skateboards

skateboard (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « skateboards ».

Ik ken het woord « skateboards ».

sonnettes

bel (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sonnettes ».

Ik ken het woord « sonnettes ».

soupes

soep (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « soupes ».

Ik ken het woord « soupes ».

spécialités

specialiteit (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « spécialités ».

Ik ken het woord « spécialités ».

sportifs

sporter (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sportifs ».

Ik ken het woord « sportifs ».

stades

stadion (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « stades ».

Ik ken het woord « stades ».

suivants

volgende (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « suivants ».

Ik ken het woord « suivants ».

tableaux

schilderij (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tableaux ».

Ik ken het woord « tableaux ».

talents

talent (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « talents ».

Ik ken het woord « talents ».

tantes

tante (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tantes ».

Ik ken het woord « tantes ».

taureaux

stier (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « taureaux ».

Ik ken het woord « taureaux ».

tempêtes

storm (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tempêtes ».

Ik ken het woord « tempêtes ».

théâtres

theater (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « théâtres ».

Ik ken het woord « théâtres ».

tomates

tomaat (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tomates ».

Ik ken het woord « tomates ».

touristes

toerist (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « touristes ».

Ik ken het woord « touristes ».

tranches

plak (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « tranches ».

Ik ken het woord « tranches ».

trimestres

trimester (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « trimestres ».

Ik ken het woord « trimestres ».

trucs

truc (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « trucs ».

Ik ken het woord « trucs ».

urgences

spoed (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « urgences ».

Ik ken het woord « urgences ».

utilisateurs

gebruiker (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « utilisateurs ».

Ik ken het woord « utilisateurs ».

valeurs

waarde (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « valeurs ».

Ik ken het woord « valeurs ».

vérités

waarheid (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vérités ».

Ik ken het woord « vérités ».

vitesses

snelheid (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vitesses ».

Ik ken het woord « vitesses ».

voisinages

buurt (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « voisinages ».

Ik ken het woord « voisinages ».

volontés

wil (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « volontés ».

Ik ken het woord « volontés ».

vraies

waarheid (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vraies ».

Ik ken het woord « vraies ».

zèbres

zebra (meervoud)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « zèbres ».

Ik ken het woord « zèbres ».

absente

afwezig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « absente ».

Ik ken het woord « absente ».

active

actief (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « active ».

Ik ken het woord « active ».

âgée

oud (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « âgée ».

Ik ken het woord « âgée ».

agitée

onrustig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « agitée ».

Ik ken het woord « agitée ».

ancienne

oud (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ancienne ».

Ik ken het woord « ancienne ».

annuele

jaarlijks (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « annuele ».

Ik ken het woord « annuele ».

apparente

zichtbaar (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « apparente ».

Ik ken het woord « apparente ».

appliquée

zorgvuldig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « appliquée ».

Ik ken het woord « appliquée ».

arrondie

afgerond (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « arrondie ».

Ik ken het woord « arrondie ».

attentive

oplettend (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « attentive ».

Ik ken het woord « attentive ».

autorisée

toegestaan (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « autorisée ».

Ik ken het woord « autorisée ».

base

laag (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « base ».

Ik ken het woord « base ».

beaue

mooi (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « beaue ».

Ik ken het woord « beaue ».

blance

wit (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « blance ».

Ik ken het woord « blance ».

bleue

blauw (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bleue ».

Ik ken het woord « bleue ».

bonne

goed (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bonne ».

Ik ken het woord « bonne ».

brillante

briljant (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « brillante ».

Ik ken het woord « brillante ».

bruyante

luidruchtig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « bruyante ».

Ik ken het woord « bruyante ».

centrale

centraal (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « centrale ».

Ik ken het woord « centrale ».

certaine

zeker (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « certaine ».

Ik ken het woord « certaine ».

chere

duur (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chere ».

Ik ken het woord « chere ».

chice

chique (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « chice ».

Ik ken het woord « chice ».

claire

duidelijk (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « claire ».

Ik ken het woord « claire ».

complete

volledig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « complete ».

Ik ken het woord « complete ».

compliquée

ingewikkeld (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « compliquée ».

Ik ken het woord « compliquée ».

contente

tevreden (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « contente ».

Ik ken het woord « contente ».

correcte

correct (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « correcte ».

Ik ken het woord « correcte ».

courte

kort (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « courte ».

Ik ken het woord « courte ».

cruele

wreed (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « cruele ».

Ik ken het woord « cruele ».

curieuse

nieuwsgierig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « curieuse ».

Ik ken het woord « curieuse ».

dangereuse

gevaarlijk (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dangereuse ».

Ik ken het woord « dangereuse ».

derniere

laatste (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « derniere ».

Ik ken het woord « derniere ».

différente

anders (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « différente ».

Ik ken het woord « différente ».

directe

direct (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « directe ».

Ik ken het woord « directe ».

douxe

zacht (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « douxe ».

Ik ken het woord « douxe ».

dure

hard (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « dure ».

Ik ken het woord « dure ».

égale

gelijk (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « égale ».

Ik ken het woord « égale ».

élégante

elegant (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « élégante ».

Ik ken het woord « élégante ».

entiere

heel (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « entiere ».

Ik ken het woord « entiere ».

essentiele

essentieel (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « essentiele ».

Ik ken het woord « essentiele ».

exacte

precies (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « exacte ».

Ik ken het woord « exacte ».

excellente

uitstekend (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « excellente ».

Ik ken het woord « excellente ».

fauxe

vals (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fauxe ».

Ik ken het woord « fauxe ».

fiere

trots (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fiere ».

Ik ken het woord « fiere ».

finale

eind (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « finale ».

Ik ken het woord « finale ».

forte

sterk (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « forte ».

Ik ken het woord « forte ».

française

Frans (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « française ».

Ik ken het woord « française ».

fréquente

frequent (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « fréquente ».

Ik ken het woord « fréquente ».

froide

koud (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « froide ».

Ik ken het woord « froide ».

générale

algemeen (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « générale ».

Ik ken het woord « générale ».

gentile

aardig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « gentile ».

Ik ken het woord « gentile ».

grande

groot (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grande ».

Ik ken het woord « grande ».

grise

grijs (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « grise ».

Ik ken het woord « grise ».

heureuse

gelukkig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « heureuse ».

Ik ken het woord « heureuse ».

importante

belangrijk (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « importante ».

Ik ken het woord « importante ».

inconnue

onbekend (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « inconnue ».

Ik ken het woord « inconnue ».

indépendante

onafhankelijk (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « indépendante ».

Ik ken het woord « indépendante ».

intéressante

interessant (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « intéressante ».

Ik ken het woord « intéressante ».

internationale

internationaal (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « internationale ».

Ik ken het woord « internationale ».

jolie

mooi (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « jolie ».

Ik ken het woord « jolie ».

légere

licht (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « légere ».

Ik ken het woord « légere ».

locale

lokaal (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « locale ».

Ik ken het woord « locale ».

longe

lang (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « longe ».

Ik ken het woord « longe ».

lumineuse

licht (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « lumineuse ».

Ik ken het woord « lumineuse ».

mauvaise

slecht (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « mauvaise ».

Ik ken het woord « mauvaise ».

meilleure

beter (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « meilleure ».

Ik ken het woord « meilleure ».

noire

zwart (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « noire ».

Ik ken het woord « noire ».

nouveaue

nieuw (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « nouveaue ».

Ik ken het woord « nouveaue ».

occupée

bezet (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « occupée ».

Ik ken het woord « occupée ».

officiele

officieel (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « officiele ».

Ik ken het woord « officiele ».

ouverte

open (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ouverte ».

Ik ken het woord « ouverte ».

pareile

hetzelfde (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « pareile ».

Ik ken het woord « pareile ».

particuliere

privé (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « particuliere ».

Ik ken het woord « particuliere ».

patiente

geduldig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « patiente ».

Ik ken het woord « patiente ».

petite

klein (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « petite ».

Ik ken het woord « petite ».

précise

precies (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « précise ».

Ik ken het woord « précise ».

premiere

eerste (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « premiere ».

Ik ken het woord « premiere ».

publice

openbaar (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « publice ».

Ik ken het woord « publice ».

récente

recent (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « récente ».

Ik ken het woord « récente ».

réele

echt (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « réele ».

Ik ken het woord « réele ».

ronde

rond (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « ronde ».

Ik ken het woord « ronde ».

sérieuse

serieus (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sérieuse ».

Ik ken het woord « sérieuse ».

seule

alleen (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « seule ».

Ik ken het woord « seule ».

silencieuse

stil (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « silencieuse ».

Ik ken het woord « silencieuse ».

spéciale

speciaal (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « spéciale ».

Ik ken het woord « spéciale ».

sûre

veilig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sûre ».

Ik ken het woord « sûre ».

sympae

aardig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « sympae ».

Ik ken het woord « sympae ».

verte

groen (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « verte ».

Ik ken het woord « verte ».

violente

gewelddadig (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « violente ».

Ik ken het woord « violente ».

vivante

levend (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vivante ».

Ik ken het woord « vivante ».

vieuse

oud (vrouwelijke vorm)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je connais le mot « vieuse ».

Ik ken het woord « vieuse ».

se accepter

accepteren (zich accepteren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se accepter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se accepter », is nuttig in een gesprek.

se accompagner

begeleiden (zich begeleiden)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se accompagner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se accompagner », is nuttig in een gesprek.

se acheter

kopen (zich kopen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se acheter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se acheter », is nuttig in een gesprek.

se admirer

bewonderen (zich bewonderen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se admirer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se admirer », is nuttig in een gesprek.

se adorer

aanbidden (zich aanbidden)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se adorer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se adorer », is nuttig in een gesprek.

se ajouter

toevoegen (zich toevoegen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se ajouter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se ajouter », is nuttig in een gesprek.

se allumer

aandoen (zich aandoen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se allumer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se allumer », is nuttig in een gesprek.

se amener

brengen (zich brengen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se amener », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se amener », is nuttig in een gesprek.

se améliorer

verbeteren (zich verbeteren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se améliorer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se améliorer », is nuttig in een gesprek.

se annoncer

aankondigen (zich aankondigen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se annoncer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se annoncer », is nuttig in een gesprek.

se apparaître

verschijnen (zich verschijnen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se apparaître », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se apparaître », is nuttig in een gesprek.

se apporter

brengen (zich brengen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se apporter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se apporter », is nuttig in een gesprek.

se apprendre

leren (zich leren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se apprendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se apprendre », is nuttig in een gesprek.

se arrêter

stoppen (zich stoppen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se arrêter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se arrêter », is nuttig in een gesprek.

se arriver

aankomen (zich aankomen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se arriver », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se arriver », is nuttig in een gesprek.

se asseoir

gaan zitten (zich gaan zitten)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se asseoir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se asseoir », is nuttig in een gesprek.

se assister

bijwonen (zich bijwonen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se assister », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se assister », is nuttig in een gesprek.

se attacher

vastmaken (zich vastmaken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se attacher », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se attacher », is nuttig in een gesprek.

se atteindre

bereiken (zich bereiken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se atteindre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se atteindre », is nuttig in een gesprek.

se attendre

wachten (zich wachten)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se attendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se attendre », is nuttig in een gesprek.

se avancer

vooruitgaan (zich vooruitgaan)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se avancer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se avancer », is nuttig in een gesprek.

se avoir

hebben (zich hebben)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se avoir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se avoir », is nuttig in een gesprek.

se boire

drinken (zich drinken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se boire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se boire », is nuttig in een gesprek.

se bouger

bewegen (zich bewegen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se bouger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se bouger », is nuttig in een gesprek.

se brancher

aansluiten (zich aansluiten)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se brancher », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se brancher », is nuttig in een gesprek.

se brûler

branden (zich branden)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se brûler », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se brûler », is nuttig in een gesprek.

se calculer

rekenen (zich rekenen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se calculer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se calculer », is nuttig in een gesprek.

se changer

veranderen (zich veranderen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se changer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se changer », is nuttig in een gesprek.

se chanter

zingen (zich zingen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se chanter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se chanter », is nuttig in een gesprek.

se chercher

zoeken (zich zoeken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se chercher », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se chercher », is nuttig in een gesprek.

se choisir

kiezen (zich kiezen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se choisir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se choisir », is nuttig in een gesprek.

se commencer

beginnen (zich beginnen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se commencer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se commencer », is nuttig in een gesprek.

se comprendre

begrijpen (zich begrijpen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se comprendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se comprendre », is nuttig in een gesprek.

se compter

tellen (zich tellen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se compter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se compter », is nuttig in een gesprek.

se conduire

rijden (zich rijden)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se conduire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se conduire », is nuttig in een gesprek.

se connaître

kennen (zich kennen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se connaître », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se connaître », is nuttig in een gesprek.

se construire

bouwen (zich bouwen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se construire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se construire », is nuttig in een gesprek.

se continuer

doorgaan (zich doorgaan)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se continuer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se continuer », is nuttig in een gesprek.

se copier

kopiëren (zich kopiëren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se copier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se copier », is nuttig in een gesprek.

se couper

snijden (zich snijden)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se couper », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se couper », is nuttig in een gesprek.

se courir

rennen (zich rennen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se courir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se courir », is nuttig in een gesprek.

se coûter

kosten (zich kosten)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se coûter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se coûter », is nuttig in een gesprek.

se couvrir

bedekken (zich bedekken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se couvrir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se couvrir », is nuttig in een gesprek.

se crier

schreeuwen (zich schreeuwen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se crier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se crier », is nuttig in een gesprek.

se danser

dansen (zich dansen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se danser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se danser », is nuttig in een gesprek.

se décider

besluiten (zich besluiten)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se décider », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se décider », is nuttig in een gesprek.

se décrire

beschrijven (zich beschrijven)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se décrire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se décrire », is nuttig in een gesprek.

se déjeuner

lunchen (zich lunchen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se déjeuner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se déjeuner », is nuttig in een gesprek.

se demander

vragen (zich vragen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se demander », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se demander », is nuttig in een gesprek.

se descendre

afdalen (zich afdalen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se descendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se descendre », is nuttig in een gesprek.

se dessiner

tekenen (zich tekenen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se dessiner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se dessiner », is nuttig in een gesprek.

se devenir

worden (zich worden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se devenir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se devenir », is nuttig in een gesprek.

se devoir

moeten (zich moeten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se devoir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se devoir », is nuttig in een gesprek.

se dire

zeggen (zich zeggen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se dire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se dire », is nuttig in een gesprek.

se discuter

bespreken (zich bespreken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se discuter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se discuter », is nuttig in een gesprek.

se donner

geven (zich geven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se donner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se donner », is nuttig in een gesprek.

se dormir

slapen (zich slapen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se dormir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se dormir », is nuttig in een gesprek.

se écouter

luisteren (zich luisteren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se écouter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se écouter », is nuttig in een gesprek.

se écrire

schrijven (zich schrijven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se écrire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se écrire », is nuttig in een gesprek.

se emmener

meenemen (zich meenemen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se emmener », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se emmener », is nuttig in een gesprek.

se emprunter

lenen (zich lenen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se emprunter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se emprunter », is nuttig in een gesprek.

se enseigner

lesgeven (zich lesgeven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se enseigner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se enseigner », is nuttig in een gesprek.

se entrer

binnengaan (zich binnengaan)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se entrer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se entrer », is nuttig in een gesprek.

se envoyer

sturen (zich sturen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se envoyer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se envoyer », is nuttig in een gesprek.

se essayer

proberen (zich proberen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se essayer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se essayer », is nuttig in een gesprek.

se être

zijn (zich zijn)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se être », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se être », is nuttig in een gesprek.

se étudier

studeren (zich studeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se étudier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se étudier », is nuttig in een gesprek.

se éviter

vermijden (zich vermijden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se éviter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se éviter », is nuttig in een gesprek.

se expliquer

uitleggen (zich uitleggen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se expliquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se expliquer », is nuttig in een gesprek.

se faire

doen (zich doen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se faire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se faire », is nuttig in een gesprek.

se fermer

sluiten (zich sluiten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se fermer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se fermer », is nuttig in een gesprek.

se finir

beëindigen (zich beëindigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se finir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se finir », is nuttig in een gesprek.

se gagner

winnen (zich winnen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se gagner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se gagner », is nuttig in een gesprek.

se garder

bewaren (zich bewaren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se garder », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se garder », is nuttig in een gesprek.

se goûter

proeven (zich proeven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se goûter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se goûter », is nuttig in een gesprek.

se habiter

wonen (zich wonen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se habiter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se habiter », is nuttig in een gesprek.

se inviter

uitnodigen (zich uitnodigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se inviter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se inviter », is nuttig in een gesprek.

se jouer

spelen (zich spelen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se jouer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se jouer », is nuttig in een gesprek.

se lancer

gooien (zich gooien)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se lancer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se lancer », is nuttig in een gesprek.

se laisser

achterlaten (zich achterlaten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se laisser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se laisser », is nuttig in een gesprek.

se lire

lezen (zich lezen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se lire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se lire », is nuttig in een gesprek.

se loger

verblijven (zich verblijven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se loger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se loger », is nuttig in een gesprek.

se manger

eten (zich eten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se manger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se manger », is nuttig in een gesprek.

se manquer

missen (zich missen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se manquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se manquer », is nuttig in een gesprek.

se marcher

lopen (zich lopen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se marcher », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se marcher », is nuttig in een gesprek.

se mettre

zetten (zich zetten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se mettre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se mettre », is nuttig in een gesprek.

se monter

stijgen (zich stijgen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se monter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se monter », is nuttig in een gesprek.

se montrer

laten zien (zich laten zien)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se montrer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se montrer », is nuttig in een gesprek.

se mourir

sterven (zich sterven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se mourir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se mourir », is nuttig in een gesprek.

se nager

zwemmen (zich zwemmen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se nager », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se nager », is nuttig in een gesprek.

se naître

geboren worden (zich geboren worden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se naître », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se naître », is nuttig in een gesprek.

se nettoyer

schoonmaken (zich schoonmaken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se nettoyer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se nettoyer », is nuttig in een gesprek.

se offrir

aanbieden (zich aanbieden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se offrir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se offrir », is nuttig in een gesprek.

se ouvrir

openen (zich openen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se ouvrir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se ouvrir », is nuttig in een gesprek.

se parler

spreken (zich spreken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se parler », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se parler », is nuttig in een gesprek.

se partager

delen (zich delen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se partager », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se partager », is nuttig in een gesprek.

se partir

vertrekken (zich vertrekken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se partir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se partir », is nuttig in een gesprek.

se passer

passeren (zich passeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se passer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se passer », is nuttig in een gesprek.

se penser

denken (zich denken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se penser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se penser », is nuttig in een gesprek.

se porter

dragen (zich dragen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se porter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se porter », is nuttig in een gesprek.

se poser

leggen (zich leggen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se poser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se poser », is nuttig in een gesprek.

se prendre

nemen (zich nemen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se prendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se prendre », is nuttig in een gesprek.

se préparer

voorbereiden (zich voorbereiden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se préparer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se préparer », is nuttig in een gesprek.

se présenter

voorstellen (zich voorstellen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se présenter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se présenter », is nuttig in een gesprek.

se prêter

lenen (zich lenen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se prêter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se prêter », is nuttig in een gesprek.

se profiter

genieten (zich genieten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se profiter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se profiter », is nuttig in een gesprek.

se promettre

beloven (zich beloven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se promettre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se promettre », is nuttig in een gesprek.

se proposer

voorstellen (zich voorstellen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se proposer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se proposer », is nuttig in een gesprek.

se quitter

verlaten (zich verlaten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se quitter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se quitter », is nuttig in een gesprek.

se raconter

vertellen (zich vertellen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se raconter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se raconter », is nuttig in een gesprek.

se recevoir

ontvangen (zich ontvangen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se recevoir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se recevoir », is nuttig in een gesprek.

se regarder

kijken (zich kijken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se regarder », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se regarder », is nuttig in een gesprek.

se rester

blijven (zich blijven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se rester », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se rester », is nuttig in een gesprek.

se retourner

terugkeren (zich terugkeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se retourner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se retourner », is nuttig in een gesprek.

se réussir

slagen (zich slagen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se réussir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se réussir », is nuttig in een gesprek.

se réveiller

wakker maken (zich wakker maken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se réveiller », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se réveiller », is nuttig in een gesprek.

se rire

lachen (zich lachen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se rire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se rire », is nuttig in een gesprek.

se rouler

rijden (zich rijden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se rouler », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se rouler », is nuttig in een gesprek.

se saluer

groeten (zich groeten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se saluer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se saluer », is nuttig in een gesprek.

se sauter

springen (zich springen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se sauter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se sauter », is nuttig in een gesprek.

se savoir

weten (zich weten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se savoir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se savoir », is nuttig in een gesprek.

se sembler

lijken (zich lijken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se sembler », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se sembler », is nuttig in een gesprek.

se servir

serveren (zich serveren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se servir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se servir », is nuttig in een gesprek.

se sortir

uitgaan (zich uitgaan)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se sortir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se sortir », is nuttig in een gesprek.

se suivre

volgen (zich volgen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se suivre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se suivre », is nuttig in een gesprek.

se tenir

houden (zich houden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se tenir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se tenir », is nuttig in een gesprek.

se tirer

trekken (zich trekken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se tirer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se tirer », is nuttig in een gesprek.

se tomber

vallen (zich vallen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se tomber », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se tomber », is nuttig in een gesprek.

se travailler

werken (zich werken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se travailler », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se travailler », is nuttig in een gesprek.

se trouver

vinden (zich vinden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se trouver », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se trouver », is nuttig in een gesprek.

se utiliser

gebruiken (zich gebruiken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se utiliser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se utiliser », is nuttig in een gesprek.

se venir

komen (zich komen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se venir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se venir », is nuttig in een gesprek.

se vendre

verkopen (zich verkopen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se vendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se vendre », is nuttig in een gesprek.

se vivre

leven (zich leven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se vivre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se vivre », is nuttig in een gesprek.

se voir

zien (zich zien)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se voir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se voir », is nuttig in een gesprek.

se voler

vliegen (zich vliegen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se voler », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se voler », is nuttig in een gesprek.

se vouloir

willen (zich willen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se vouloir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se vouloir », is nuttig in een gesprek.

se abandonner

opgeven (zich opgeven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se abandonner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se abandonner », is nuttig in een gesprek.

se abolir

afschaffen (zich afschaffen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se abolir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se abolir », is nuttig in een gesprek.

se accrocher

ophangen (zich ophangen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se accrocher », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se accrocher », is nuttig in een gesprek.

se accuser

beschuldigen (zich beschuldigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se accuser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se accuser », is nuttig in een gesprek.

se adapter

aanpassen (zich aanpassen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se adapter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se adapter », is nuttig in een gesprek.

se adresser

adresseren (zich adresseren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se adresser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se adresser », is nuttig in een gesprek.

se affirmer

beweren (zich beweren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se affirmer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se affirmer », is nuttig in een gesprek.

se agacer

irriteren (zich irriteren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se agacer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se agacer », is nuttig in een gesprek.

se agir

handelen (zich handelen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se agir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se agir », is nuttig in een gesprek.

se ajuster

afstellen (zich afstellen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se ajuster », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se ajuster », is nuttig in een gesprek.

se alerter

waarschuwen (zich waarschuwen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se alerter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se alerter », is nuttig in een gesprek.

se alimenter

voeden (zich voeden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se alimenter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se alimenter », is nuttig in een gesprek.

se analyser

analyseren (zich analyseren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se analyser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se analyser », is nuttig in een gesprek.

se apercevoir

opmerken (zich opmerken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se apercevoir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se apercevoir », is nuttig in een gesprek.

se appliquer

toepassen (zich toepassen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se appliquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se appliquer », is nuttig in een gesprek.

se approcher

benaderen (zich benaderen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se approcher », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se approcher », is nuttig in een gesprek.

se arranger

regelen (zich regelen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se arranger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se arranger », is nuttig in een gesprek.

se aspirer

streven (zich streven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se aspirer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se aspirer », is nuttig in een gesprek.

se assurer

verzekeren (zich verzekeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se assurer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se assurer », is nuttig in een gesprek.

se augmenter

verhogen (zich verhogen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se augmenter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se augmenter », is nuttig in een gesprek.

se avertir

waarschuwen (zich waarschuwen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se avertir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se avertir », is nuttig in een gesprek.

se baisser

verlagen (zich verlagen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se baisser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se baisser », is nuttig in een gesprek.

se battre

verslaan (zich verslaan)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se battre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se battre », is nuttig in een gesprek.

se bénéficier

profiteren (zich profiteren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se bénéficier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se bénéficier », is nuttig in een gesprek.

se blesser

verwonden (zich verwonden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se blesser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se blesser », is nuttig in een gesprek.

se bloquer

blokkeren (zich blokkeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se bloquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se bloquer », is nuttig in een gesprek.

se bouillir

koken (zich koken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se bouillir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se bouillir », is nuttig in een gesprek.

se briser

breken (zich breken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se briser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se briser », is nuttig in een gesprek.

se calmer

kalmeren (zich kalmeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se calmer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se calmer », is nuttig in een gesprek.

se casser

breken (zich breken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se casser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se casser », is nuttig in een gesprek.

se cesser

stoppen (zich stoppen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se cesser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se cesser », is nuttig in een gesprek.

se classer

ordenen (zich ordenen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se classer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se classer », is nuttig in een gesprek.

se cliquer

klikken (zich klikken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se cliquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se cliquer », is nuttig in een gesprek.

se coller

plakken (zich plakken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se coller », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se coller », is nuttig in een gesprek.

se combattre

vechten (zich vechten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se combattre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se combattre », is nuttig in een gesprek.

se commander

bestellen (zich bestellen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se commander », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se commander », is nuttig in een gesprek.

se communiquer

communiceren (zich communiceren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se communiquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se communiquer », is nuttig in een gesprek.

se comparer

vergelijken (zich vergelijken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se comparer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se comparer », is nuttig in een gesprek.

se compléter

aanvullen (zich aanvullen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se compléter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se compléter », is nuttig in een gesprek.

se concentrer

concentreren (zich concentreren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se concentrer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se concentrer », is nuttig in een gesprek.

se concerner

betreffen (zich betreffen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se concerner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se concerner », is nuttig in een gesprek.

se confirmer

bevestigen (zich bevestigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se confirmer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se confirmer », is nuttig in een gesprek.

se conseiller

adviseren (zich adviseren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se conseiller », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se conseiller », is nuttig in een gesprek.

se consommer

consumeren (zich consumeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se consommer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se consommer », is nuttig in een gesprek.

se contenir

bevatten (zich bevatten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se contenir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se contenir », is nuttig in een gesprek.

se convaincre

overtuigen (zich overtuigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se convaincre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se convaincre », is nuttig in een gesprek.

se correspondre

overeenkomen (zich overeenkomen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se correspondre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se correspondre », is nuttig in een gesprek.

se corriger

verbeteren (zich verbeteren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se corriger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se corriger », is nuttig in een gesprek.

se créer

creëren (zich creëren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se créer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se créer », is nuttig in een gesprek.

se croire

geloven (zich geloven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se croire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se croire », is nuttig in een gesprek.

se défendre

verdedigen (zich verdedigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se défendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se défendre », is nuttig in een gesprek.

se déposer

neerleggen (zich neerleggen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se déposer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se déposer », is nuttig in een gesprek.

se déranger

storen (zich storen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se déranger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se déranger », is nuttig in een gesprek.

se détester

haten (zich haten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se détester », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se détester », is nuttig in een gesprek.

se développer

ontwikkelen (zich ontwikkelen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se développer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se développer », is nuttig in een gesprek.

se diffuser

uitzenden (zich uitzenden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se diffuser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se diffuser », is nuttig in een gesprek.

se diminuer

verminderen (zich verminderen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se diminuer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se diminuer », is nuttig in een gesprek.

se disparaître

verdwijnen (zich verdwijnen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se disparaître », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se disparaître », is nuttig in een gesprek.

se disposer

beschikken (zich beschikken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se disposer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se disposer », is nuttig in een gesprek.

se distinguer

onderscheiden (zich onderscheiden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se distinguer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se distinguer », is nuttig in een gesprek.

se douter

twijfelen (zich twijfelen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se douter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se douter », is nuttig in een gesprek.

se échanger

uitwisselen (zich uitwisselen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se échanger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se échanger », is nuttig in een gesprek.

se économiser

besparen (zich besparen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se économiser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se économiser », is nuttig in een gesprek.

se élever

opvoeden (zich opvoeden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se élever », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se élever », is nuttig in een gesprek.

se employer

gebruiken (zich gebruiken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se employer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se employer », is nuttig in een gesprek.

se encourager

aanmoedigen (zich aanmoedigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se encourager », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se encourager », is nuttig in een gesprek.

se enregistrer

opnemen (zich opnemen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se enregistrer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se enregistrer », is nuttig in een gesprek.

se entretenir

onderhouden (zich onderhouden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se entretenir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se entretenir », is nuttig in een gesprek.

se établir

vaststellen (zich vaststellen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se établir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se établir », is nuttig in een gesprek.

se étendre

uitspreiden (zich uitspreiden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se étendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se étendre », is nuttig in een gesprek.

se examiner

onderzoeken (zich onderzoeken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se examiner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se examiner », is nuttig in een gesprek.

se exister

bestaan (zich bestaan)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se exister », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se exister », is nuttig in een gesprek.

se exprimer

uitdrukken (zich uitdrukken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se exprimer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se exprimer », is nuttig in een gesprek.

se fabriquer

maken (zich maken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se fabriquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se fabriquer », is nuttig in een gesprek.

se favoriser

bevorderen (zich bevorderen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se favoriser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se favoriser », is nuttig in een gesprek.

se fonctionner

werken (zich werken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se fonctionner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se fonctionner », is nuttig in een gesprek.

se fournir

leveren (zich leveren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se fournir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se fournir », is nuttig in een gesprek.

se frapper

slaan (zich slaan)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se frapper », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se frapper », is nuttig in een gesprek.

se gérer

beheren (zich beheren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se gérer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se gérer », is nuttig in een gesprek.

se glisser

glijden (zich glijden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se glisser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se glisser », is nuttig in een gesprek.

se identifier

identificeren (zich identificeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se identifier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se identifier », is nuttig in een gesprek.

se ignorer

negeren (zich negeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se ignorer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se ignorer », is nuttig in een gesprek.

se imaginer

verbeelden (zich verbeelden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se imaginer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se imaginer », is nuttig in een gesprek.

se indiquer

aangeven (zich aangeven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se indiquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se indiquer », is nuttig in een gesprek.

se informer

informeren (zich informeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se informer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se informer », is nuttig in een gesprek.

se installer

installeren (zich installeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se installer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se installer », is nuttig in een gesprek.

se interdire

verbieden (zich verbieden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se interdire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se interdire », is nuttig in een gesprek.

se interrompre

onderbreken (zich onderbreken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se interrompre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se interrompre », is nuttig in een gesprek.

se introduire

introduceren (zich introduceren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se introduire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se introduire », is nuttig in een gesprek.

se juger

oordeel vellen (zich oordeel vellen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se juger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se juger », is nuttig in een gesprek.

se justifier

rechtvaardigen (zich rechtvaardigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se justifier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se justifier », is nuttig in een gesprek.

se libérer

bevrijden (zich bevrijden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se libérer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se libérer », is nuttig in een gesprek.

se limiter

beperken (zich beperken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se limiter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se limiter », is nuttig in een gesprek.

se maintenir

behouden (zich behouden)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se maintenir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se maintenir », is nuttig in een gesprek.

se mériter

verdienen (zich verdienen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se mériter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se mériter », is nuttig in een gesprek.

se mesurer

meten (zich meten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se mesurer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se mesurer », is nuttig in een gesprek.

se modifier

wijzigen (zich wijzigen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se modifier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se modifier », is nuttig in een gesprek.

se obéir

gehoorzamen (zich gehoorzamen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se obéir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se obéir », is nuttig in een gesprek.

se observer

observeren (zich observeren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se observer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se observer », is nuttig in een gesprek.

se occuper

bezetten (zich bezetten)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se occuper », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se occuper », is nuttig in een gesprek.

se organiser

organiseren (zich organiseren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se organiser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se organiser », is nuttig in een gesprek.

se oser

durven (zich durven)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se oser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se oser », is nuttig in een gesprek.

se participer

deelnemen (zich deelnemen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se participer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se participer », is nuttig in een gesprek.

se permettre

toestaan (zich toestaan)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se permettre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se permettre », is nuttig in een gesprek.

se plaire

bevallen (zich bevallen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se plaire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se plaire », is nuttig in een gesprek.

se plonger

duiken (zich duiken)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se plonger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se plonger », is nuttig in een gesprek.

se préciser

preciseren (zich preciseren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se préciser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se préciser », is nuttig in een gesprek.

se préférer

verkiezen (zich verkiezen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se préférer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se préférer », is nuttig in een gesprek.

se prévenir

waarschuwen (zich waarschuwen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se prévenir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se prévenir », is nuttig in een gesprek.

se produire

produceren (zich produceren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se produire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se produire », is nuttig in een gesprek.

se promener

wandelen (zich wandelen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se promener », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se promener », is nuttig in een gesprek.

se protéger

beschermen (zich beschermen)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se protéger », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se protéger », is nuttig in een gesprek.

se publier

publiceren (zich publiceren)
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se publier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se publier », is nuttig in een gesprek.

se réagir

reageren (zich reageren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se réagir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se réagir », is nuttig in een gesprek.

se réaliser

verwezenlijken (zich verwezenlijken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se réaliser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se réaliser », is nuttig in een gesprek.

se reconnaître

herkennen (zich herkennen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se reconnaître », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se reconnaître », is nuttig in een gesprek.

se réduire

verminderen (zich verminderen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se réduire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se réduire », is nuttig in een gesprek.

se refuser

weigeren (zich weigeren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se refuser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se refuser », is nuttig in een gesprek.

se remarquer

opmerken (zich opmerken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se remarquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se remarquer », is nuttig in een gesprek.

se remplacer

vervangen (zich vervangen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se remplacer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se remplacer », is nuttig in een gesprek.

se rencontrer

ontmoeten (zich ontmoeten)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se rencontrer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se rencontrer », is nuttig in een gesprek.

se rendre

teruggeven (zich teruggeven)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se rendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se rendre », is nuttig in een gesprek.

se répéter

herhalen (zich herhalen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se répéter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se répéter », is nuttig in een gesprek.

se répondre

antwoorden (zich antwoorden)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se répondre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se répondre », is nuttig in een gesprek.

se reposer

rusten (zich rusten)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se reposer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se reposer », is nuttig in een gesprek.

se représenter

vertegenwoordigen (zich vertegenwoordigen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se représenter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se représenter », is nuttig in een gesprek.

se réserver

reserveren (zich reserveren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se réserver », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se réserver », is nuttig in een gesprek.

se respecter

respecteren (zich respecteren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se respecter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se respecter », is nuttig in een gesprek.

se risquer

riskeren (zich riskeren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se risquer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se risquer », is nuttig in een gesprek.

se signer

ondertekenen (zich ondertekenen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se signer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se signer », is nuttig in een gesprek.

se soigner

verzorgen (zich verzorgen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se soigner », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se soigner », is nuttig in een gesprek.

se souhaiter

wensen (zich wensen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se souhaiter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se souhaiter », is nuttig in een gesprek.

se souffrir

lijden (zich lijden)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se souffrir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se souffrir », is nuttig in een gesprek.

se soutenir

steunen (zich steunen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se soutenir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se soutenir », is nuttig in een gesprek.

se spécifier

specificeren (zich specificeren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se spécifier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se spécifier », is nuttig in een gesprek.

se subir

ondergaan (zich ondergaan)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se subir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se subir », is nuttig in een gesprek.

se supprimer

verwijderen (zich verwijderen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se supprimer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se supprimer », is nuttig in een gesprek.

se supporter

verdragen (zich verdragen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se supporter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se supporter », is nuttig in een gesprek.

se surprendre

verrassen (zich verrassen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se surprendre », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se surprendre », is nuttig in een gesprek.

se terminer

beëindigen (zich beëindigen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se terminer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se terminer », is nuttig in een gesprek.

se toucher

aanraken (zich aanraken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se toucher », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se toucher », is nuttig in een gesprek.

se traduire

vertalen (zich vertalen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se traduire », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se traduire », is nuttig in een gesprek.

se transformer

veranderen (zich veranderen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se transformer », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se transformer », is nuttig in een gesprek.

se traverser

oversteken (zich oversteken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se traverser », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se traverser », is nuttig in een gesprek.

se unir

verenigen (zich verenigen)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se unir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se unir », is nuttig in een gesprek.

se valoir

waard zijn (zich waard zijn)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se valoir », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se valoir », is nuttig in een gesprek.

se vérifier

controleren (zich controleren)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se vérifier », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se vérifier », is nuttig in een gesprek.

se visiter

bezoeken (zich bezoeken)
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette expression, « se visiter », est utile dans une conversation.

Deze uitdrukking, « se visiter », is nuttig in een gesprek.

accepté

accepteren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « accepté » décrit quelque chose.

Het woord « accepté » beschrijft iets.

acheté

kopen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « acheté » décrit quelque chose.

Het woord « acheté » beschrijft iets.

admiré

bewonderen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « admiré » décrit quelque chose.

Het woord « admiré » beschrijft iets.

adoré

aanbidden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « adoré » décrit quelque chose.

Het woord « adoré » beschrijft iets.

ajouté

toevoegen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ajouté » décrit quelque chose.

Het woord « ajouté » beschrijft iets.

allumé

aandoen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « allumé » décrit quelque chose.

Het woord « allumé » beschrijft iets.

amené

brengen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « amené » décrit quelque chose.

Het woord « amené » beschrijft iets.

amélioré

verbeteren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « amélioré » décrit quelque chose.

Het woord « amélioré » beschrijft iets.

annoncé

aankondigen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « annoncé » décrit quelque chose.

Het woord « annoncé » beschrijft iets.

apparaîtu

verschijnen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « apparaîtu » décrit quelque chose.

Het woord « apparaîtu » beschrijft iets.

apporté

brengen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « apporté » décrit quelque chose.

Het woord « apporté » beschrijft iets.

apprendu

leren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « apprendu » décrit quelque chose.

Het woord « apprendu » beschrijft iets.

arrivé

aankomen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « arrivé » décrit quelque chose.

Het woord « arrivé » beschrijft iets.

asseoi

gaan zitten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « asseoi » décrit quelque chose.

Het woord « asseoi » beschrijft iets.

assisté

bijwonen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « assisté » décrit quelque chose.

Het woord « assisté » beschrijft iets.

attaché

vastmaken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « attaché » décrit quelque chose.

Het woord « attaché » beschrijft iets.

atteindu

bereiken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « atteindu » décrit quelque chose.

Het woord « atteindu » beschrijft iets.

attendu

wachten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « attendu » décrit quelque chose.

Het woord « attendu » beschrijft iets.

avancé

vooruitgaan (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « avancé » décrit quelque chose.

Het woord « avancé » beschrijft iets.

avoi

hebben (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « avoi » décrit quelque chose.

Het woord « avoi » beschrijft iets.

boiu

drinken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « boiu » décrit quelque chose.

Het woord « boiu » beschrijft iets.

bougé

bewegen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bougé » décrit quelque chose.

Het woord « bougé » beschrijft iets.

branché

aansluiten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « branché » décrit quelque chose.

Het woord « branché » beschrijft iets.

brûlé

branden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « brûlé » décrit quelque chose.

Het woord « brûlé » beschrijft iets.

calculé

rekenen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « calculé » décrit quelque chose.

Het woord « calculé » beschrijft iets.

changé

veranderen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « changé » décrit quelque chose.

Het woord « changé » beschrijft iets.

chanté

zingen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « chanté » décrit quelque chose.

Het woord « chanté » beschrijft iets.

cherché

zoeken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cherché » décrit quelque chose.

Het woord « cherché » beschrijft iets.

choisi

kiezen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « choisi » décrit quelque chose.

Het woord « choisi » beschrijft iets.

commencé

beginnen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « commencé » décrit quelque chose.

Het woord « commencé » beschrijft iets.

comprendu

begrijpen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « comprendu » décrit quelque chose.

Het woord « comprendu » beschrijft iets.

compté

tellen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « compté » décrit quelque chose.

Het woord « compté » beschrijft iets.

conduiu

rijden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « conduiu » décrit quelque chose.

Het woord « conduiu » beschrijft iets.

connaîtu

kennen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « connaîtu » décrit quelque chose.

Het woord « connaîtu » beschrijft iets.

construiu

bouwen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « construiu » décrit quelque chose.

Het woord « construiu » beschrijft iets.

continué

doorgaan (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « continué » décrit quelque chose.

Het woord « continué » beschrijft iets.

copié

kopiëren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « copié » décrit quelque chose.

Het woord « copié » beschrijft iets.

coupé

snijden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « coupé » décrit quelque chose.

Het woord « coupé » beschrijft iets.

couri

rennen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « couri » décrit quelque chose.

Het woord « couri » beschrijft iets.

coûté

kosten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « coûté » décrit quelque chose.

Het woord « coûté » beschrijft iets.

couvri

bedekken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « couvri » décrit quelque chose.

Het woord « couvri » beschrijft iets.

crié

schreeuwen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « crié » décrit quelque chose.

Het woord « crié » beschrijft iets.

dansé

dansen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dansé » décrit quelque chose.

Het woord « dansé » beschrijft iets.

décidé

besluiten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « décidé » décrit quelque chose.

Het woord « décidé » beschrijft iets.

décriu

beschrijven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « décriu » décrit quelque chose.

Het woord « décriu » beschrijft iets.

déjeuné

lunchen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « déjeuné » décrit quelque chose.

Het woord « déjeuné » beschrijft iets.

demandé

vragen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « demandé » décrit quelque chose.

Het woord « demandé » beschrijft iets.

descendu

afdalen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « descendu » décrit quelque chose.

Het woord « descendu » beschrijft iets.

dessiné

tekenen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dessiné » décrit quelque chose.

Het woord « dessiné » beschrijft iets.

deveni

worden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « deveni » décrit quelque chose.

Het woord « deveni » beschrijft iets.

devoi

moeten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « devoi » décrit quelque chose.

Het woord « devoi » beschrijft iets.

diu

zeggen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « diu » décrit quelque chose.

Het woord « diu » beschrijft iets.

discuté

bespreken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « discuté » décrit quelque chose.

Het woord « discuté » beschrijft iets.

donné

geven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « donné » décrit quelque chose.

Het woord « donné » beschrijft iets.

dormi

slapen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dormi » décrit quelque chose.

Het woord « dormi » beschrijft iets.

écouté

luisteren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « écouté » décrit quelque chose.

Het woord « écouté » beschrijft iets.

écriu

schrijven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « écriu » décrit quelque chose.

Het woord « écriu » beschrijft iets.

emmené

meenemen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « emmené » décrit quelque chose.

Het woord « emmené » beschrijft iets.

emprunté

lenen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « emprunté » décrit quelque chose.

Het woord « emprunté » beschrijft iets.

enseigné

lesgeven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « enseigné » décrit quelque chose.

Het woord « enseigné » beschrijft iets.

entré

binnengaan (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « entré » décrit quelque chose.

Het woord « entré » beschrijft iets.

envoyé

sturen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « envoyé » décrit quelque chose.

Het woord « envoyé » beschrijft iets.

essayé

proberen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « essayé » décrit quelque chose.

Het woord « essayé » beschrijft iets.

êtu

zijn (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « êtu » décrit quelque chose.

Het woord « êtu » beschrijft iets.

étudié

studeren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « étudié » décrit quelque chose.

Het woord « étudié » beschrijft iets.

évité

vermijden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « évité » décrit quelque chose.

Het woord « évité » beschrijft iets.

expliqué

uitleggen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « expliqué » décrit quelque chose.

Het woord « expliqué » beschrijft iets.

faiu

doen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « faiu » décrit quelque chose.

Het woord « faiu » beschrijft iets.

fini

beëindigen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fini » décrit quelque chose.

Het woord « fini » beschrijft iets.

gagné

winnen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « gagné » décrit quelque chose.

Het woord « gagné » beschrijft iets.

gardé

bewaren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « gardé » décrit quelque chose.

Het woord « gardé » beschrijft iets.

goûté

proeven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « goûté » décrit quelque chose.

Het woord « goûté » beschrijft iets.

habité

wonen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « habité » décrit quelque chose.

Het woord « habité » beschrijft iets.

joué

spelen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « joué » décrit quelque chose.

Het woord « joué » beschrijft iets.

lancé

gooien (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « lancé » décrit quelque chose.

Het woord « lancé » beschrijft iets.

laissé

achterlaten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « laissé » décrit quelque chose.

Het woord « laissé » beschrijft iets.

levé

optillen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « levé » décrit quelque chose.

Het woord « levé » beschrijft iets.

liu

lezen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « liu » décrit quelque chose.

Het woord « liu » beschrijft iets.

logé

verblijven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « logé » décrit quelque chose.

Het woord « logé » beschrijft iets.

mangé

eten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mangé » décrit quelque chose.

Het woord « mangé » beschrijft iets.

manqué

missen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « manqué » décrit quelque chose.

Het woord « manqué » beschrijft iets.

mettu

zetten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mettu » décrit quelque chose.

Het woord « mettu » beschrijft iets.

monté

stijgen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « monté » décrit quelque chose.

Het woord « monté » beschrijft iets.

montré

laten zien (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « montré » décrit quelque chose.

Het woord « montré » beschrijft iets.

mouri

sterven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mouri » décrit quelque chose.

Het woord « mouri » beschrijft iets.

nagé

zwemmen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « nagé » décrit quelque chose.

Het woord « nagé » beschrijft iets.

naîtu

geboren worden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « naîtu » décrit quelque chose.

Het woord « naîtu » beschrijft iets.

nettoyé

schoonmaken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « nettoyé » décrit quelque chose.

Het woord « nettoyé » beschrijft iets.

offri

aanbieden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « offri » décrit quelque chose.

Het woord « offri » beschrijft iets.

ouvri

openen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ouvri » décrit quelque chose.

Het woord « ouvri » beschrijft iets.

parlé

spreken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « parlé » décrit quelque chose.

Het woord « parlé » beschrijft iets.

partagé

delen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « partagé » décrit quelque chose.

Het woord « partagé » beschrijft iets.

parti

vertrekken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « parti » décrit quelque chose.

Het woord « parti » beschrijft iets.

pensé

denken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « pensé » décrit quelque chose.

Het woord « pensé » beschrijft iets.

perdu

verliezen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « perdu » décrit quelque chose.

Het woord « perdu » beschrijft iets.

porté

dragen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « porté » décrit quelque chose.

Het woord « porté » beschrijft iets.

posé

leggen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « posé » décrit quelque chose.

Het woord « posé » beschrijft iets.

prendu

nemen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « prendu » décrit quelque chose.

Het woord « prendu » beschrijft iets.

préparé

voorbereiden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « préparé » décrit quelque chose.

Het woord « préparé » beschrijft iets.

présenté

voorstellen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « présenté » décrit quelque chose.

Het woord « présenté » beschrijft iets.

prêté

lenen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « prêté » décrit quelque chose.

Het woord « prêté » beschrijft iets.

profité

genieten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « profité » décrit quelque chose.

Het woord « profité » beschrijft iets.

promettu

beloven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « promettu » décrit quelque chose.

Het woord « promettu » beschrijft iets.

proposé

voorstellen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « proposé » décrit quelque chose.

Het woord « proposé » beschrijft iets.

quitté

verlaten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « quitté » décrit quelque chose.

Het woord « quitté » beschrijft iets.

raconté

vertellen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « raconté » décrit quelque chose.

Het woord « raconté » beschrijft iets.

recevoi

ontvangen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « recevoi » décrit quelque chose.

Het woord « recevoi » beschrijft iets.

regardé

kijken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « regardé » décrit quelque chose.

Het woord « regardé » beschrijft iets.

resté

blijven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « resté » décrit quelque chose.

Het woord « resté » beschrijft iets.

retourné

terugkeren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « retourné » décrit quelque chose.

Het woord « retourné » beschrijft iets.

réussi

slagen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réussi » décrit quelque chose.

Het woord « réussi » beschrijft iets.

réveillé

wakker maken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réveillé » décrit quelque chose.

Het woord « réveillé » beschrijft iets.

riu

lachen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « riu » décrit quelque chose.

Het woord « riu » beschrijft iets.

roulé

rijden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « roulé » décrit quelque chose.

Het woord « roulé » beschrijft iets.

salué

groeten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « salué » décrit quelque chose.

Het woord « salué » beschrijft iets.

sauté

springen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sauté » décrit quelque chose.

Het woord « sauté » beschrijft iets.

savoi

weten (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « savoi » décrit quelque chose.

Het woord « savoi » beschrijft iets.

semblé

lijken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « semblé » décrit quelque chose.

Het woord « semblé » beschrijft iets.

senti

voelen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « senti » décrit quelque chose.

Het woord « senti » beschrijft iets.

servi

serveren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « servi » décrit quelque chose.

Het woord « servi » beschrijft iets.

sorti

uitgaan (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « sorti » décrit quelque chose.

Het woord « sorti » beschrijft iets.

suivu

volgen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « suivu » décrit quelque chose.

Het woord « suivu » beschrijft iets.

teni

houden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « teni » décrit quelque chose.

Het woord « teni » beschrijft iets.

tiré

trekken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tiré » décrit quelque chose.

Het woord « tiré » beschrijft iets.

tombé

vallen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « tombé » décrit quelque chose.

Het woord « tombé » beschrijft iets.

travaillé

werken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « travaillé » décrit quelque chose.

Het woord « travaillé » beschrijft iets.

trouvé

vinden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « trouvé » décrit quelque chose.

Het woord « trouvé » beschrijft iets.

utilisé

gebruiken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « utilisé » décrit quelque chose.

Het woord « utilisé » beschrijft iets.

veni

komen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « veni » décrit quelque chose.

Het woord « veni » beschrijft iets.

vendu

verkopen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vendu » décrit quelque chose.

Het woord « vendu » beschrijft iets.

vivu

leven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vivu » décrit quelque chose.

Het woord « vivu » beschrijft iets.

voi

zien (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « voi » décrit quelque chose.

Het woord « voi » beschrijft iets.

volé

vliegen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « volé » décrit quelque chose.

Het woord « volé » beschrijft iets.

vouloi

willen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vouloi » décrit quelque chose.

Het woord « vouloi » beschrijft iets.

abandonné

opgeven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « abandonné » décrit quelque chose.

Het woord « abandonné » beschrijft iets.

aboli

afschaffen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aboli » décrit quelque chose.

Het woord « aboli » beschrijft iets.

accroché

ophangen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « accroché » décrit quelque chose.

Het woord « accroché » beschrijft iets.

accusé

beschuldigen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « accusé » décrit quelque chose.

Het woord « accusé » beschrijft iets.

adapté

aanpassen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « adapté » décrit quelque chose.

Het woord « adapté » beschrijft iets.

adressé

adresseren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « adressé » décrit quelque chose.

Het woord « adressé » beschrijft iets.

affirmé

beweren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « affirmé » décrit quelque chose.

Het woord « affirmé » beschrijft iets.

agi

handelen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « agi » décrit quelque chose.

Het woord « agi » beschrijft iets.

ajusté

afstellen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ajusté » décrit quelque chose.

Het woord « ajusté » beschrijft iets.

alerté

waarschuwen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « alerté » décrit quelque chose.

Het woord « alerté » beschrijft iets.

alimenté

voeden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « alimenté » décrit quelque chose.

Het woord « alimenté » beschrijft iets.

analysé

analyseren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « analysé » décrit quelque chose.

Het woord « analysé » beschrijft iets.

apercevoi

opmerken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « apercevoi » décrit quelque chose.

Het woord « apercevoi » beschrijft iets.

approché

benaderen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « approché » décrit quelque chose.

Het woord « approché » beschrijft iets.

arrangé

regelen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « arrangé » décrit quelque chose.

Het woord « arrangé » beschrijft iets.

aspiré

streven (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « aspiré » décrit quelque chose.

Het woord « aspiré » beschrijft iets.

assuré

verzekeren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « assuré » décrit quelque chose.

Het woord « assuré » beschrijft iets.

augmenté

verhogen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « augmenté » décrit quelque chose.

Het woord « augmenté » beschrijft iets.

averti

waarschuwen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « averti » décrit quelque chose.

Het woord « averti » beschrijft iets.

baissé

verlagen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « baissé » décrit quelque chose.

Het woord « baissé » beschrijft iets.

battu

verslaan (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « battu » décrit quelque chose.

Het woord « battu » beschrijft iets.

bénéficié

profiteren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bénéficié » décrit quelque chose.

Het woord « bénéficié » beschrijft iets.

blessé

verwonden (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « blessé » décrit quelque chose.

Het woord « blessé » beschrijft iets.

bloqué

blokkeren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bloqué » décrit quelque chose.

Het woord « bloqué » beschrijft iets.

bouilli

koken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « bouilli » décrit quelque chose.

Het woord « bouilli » beschrijft iets.

brisé

breken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « brisé » décrit quelque chose.

Het woord « brisé » beschrijft iets.

calmé

kalmeren (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « calmé » décrit quelque chose.

Het woord « calmé » beschrijft iets.

cassé

breken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cassé » décrit quelque chose.

Het woord « cassé » beschrijft iets.

cessé

stoppen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cessé » décrit quelque chose.

Het woord « cessé » beschrijft iets.

classé

ordenen (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « classé » décrit quelque chose.

Het woord « classé » beschrijft iets.

cliqué

klikken (voltooid deelwoord)
A1 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « cliqué » décrit quelque chose.

Het woord « cliqué » beschrijft iets.

collé

plakken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « collé » décrit quelque chose.

Het woord « collé » beschrijft iets.

combattu

vechten (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « combattu » décrit quelque chose.

Het woord « combattu » beschrijft iets.

commandé

bestellen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « commandé » décrit quelque chose.

Het woord « commandé » beschrijft iets.

communiqué

communiceren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « communiqué » décrit quelque chose.

Het woord « communiqué » beschrijft iets.

comparé

vergelijken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « comparé » décrit quelque chose.

Het woord « comparé » beschrijft iets.

complété

aanvullen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « complété » décrit quelque chose.

Het woord « complété » beschrijft iets.

concentré

concentreren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « concentré » décrit quelque chose.

Het woord « concentré » beschrijft iets.

concerné

betreffen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « concerné » décrit quelque chose.

Het woord « concerné » beschrijft iets.

confirmé

bevestigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « confirmé » décrit quelque chose.

Het woord « confirmé » beschrijft iets.

conseillé

adviseren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « conseillé » décrit quelque chose.

Het woord « conseillé » beschrijft iets.

consommé

consumeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « consommé » décrit quelque chose.

Het woord « consommé » beschrijft iets.

conteni

bevatten (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « conteni » décrit quelque chose.

Het woord « conteni » beschrijft iets.

convaincu

overtuigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « convaincu » décrit quelque chose.

Het woord « convaincu » beschrijft iets.

correspondu

overeenkomen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « correspondu » décrit quelque chose.

Het woord « correspondu » beschrijft iets.

corrigé

verbeteren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « corrigé » décrit quelque chose.

Het woord « corrigé » beschrijft iets.

créé

creëren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « créé » décrit quelque chose.

Het woord « créé » beschrijft iets.

croiu

geloven (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « croiu » décrit quelque chose.

Het woord « croiu » beschrijft iets.

défendu

verdedigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « défendu » décrit quelque chose.

Het woord « défendu » beschrijft iets.

déplacé

verplaatsen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « déplacé » décrit quelque chose.

Het woord « déplacé » beschrijft iets.

déposé

neerleggen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « déposé » décrit quelque chose.

Het woord « déposé » beschrijft iets.

dérangé

storen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « dérangé » décrit quelque chose.

Het woord « dérangé » beschrijft iets.

détesté

haten (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « détesté » décrit quelque chose.

Het woord « détesté » beschrijft iets.

développé

ontwikkelen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « développé » décrit quelque chose.

Het woord « développé » beschrijft iets.

diffusé

uitzenden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « diffusé » décrit quelque chose.

Het woord « diffusé » beschrijft iets.

diminué

verminderen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « diminué » décrit quelque chose.

Het woord « diminué » beschrijft iets.

disparaîtu

verdwijnen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « disparaîtu » décrit quelque chose.

Het woord « disparaîtu » beschrijft iets.

disposé

beschikken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « disposé » décrit quelque chose.

Het woord « disposé » beschrijft iets.

distingué

onderscheiden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « distingué » décrit quelque chose.

Het woord « distingué » beschrijft iets.

douté

twijfelen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « douté » décrit quelque chose.

Het woord « douté » beschrijft iets.

échangé

uitwisselen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « échangé » décrit quelque chose.

Het woord « échangé » beschrijft iets.

économisé

besparen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « économisé » décrit quelque chose.

Het woord « économisé » beschrijft iets.

élevé

opvoeden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « élevé » décrit quelque chose.

Het woord « élevé » beschrijft iets.

encouragé

aanmoedigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « encouragé » décrit quelque chose.

Het woord « encouragé » beschrijft iets.

enregistré

opnemen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « enregistré » décrit quelque chose.

Het woord « enregistré » beschrijft iets.

entreteni

onderhouden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « entreteni » décrit quelque chose.

Het woord « entreteni » beschrijft iets.

établi

vaststellen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « établi » décrit quelque chose.

Het woord « établi » beschrijft iets.

étendu

uitspreiden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « étendu » décrit quelque chose.

Het woord « étendu » beschrijft iets.

examiné

onderzoeken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « examiné » décrit quelque chose.

Het woord « examiné » beschrijft iets.

existé

bestaan (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « existé » décrit quelque chose.

Het woord « existé » beschrijft iets.

exprimé

uitdrukken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « exprimé » décrit quelque chose.

Het woord « exprimé » beschrijft iets.

fabriqué

maken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fabriqué » décrit quelque chose.

Het woord « fabriqué » beschrijft iets.

favorisé

bevorderen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « favorisé » décrit quelque chose.

Het woord « favorisé » beschrijft iets.

fonctionné

werken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fonctionné » décrit quelque chose.

Het woord « fonctionné » beschrijft iets.

fourni

leveren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « fourni » décrit quelque chose.

Het woord « fourni » beschrijft iets.

frappé

slaan (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « frappé » décrit quelque chose.

Het woord « frappé » beschrijft iets.

géré

beheren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « géré » décrit quelque chose.

Het woord « géré » beschrijft iets.

glissé

glijden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « glissé » décrit quelque chose.

Het woord « glissé » beschrijft iets.

identifié

identificeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « identifié » décrit quelque chose.

Het woord « identifié » beschrijft iets.

ignoré

negeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « ignoré » décrit quelque chose.

Het woord « ignoré » beschrijft iets.

imaginé

verbeelden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « imaginé » décrit quelque chose.

Het woord « imaginé » beschrijft iets.

indiqué

aangeven (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « indiqué » décrit quelque chose.

Het woord « indiqué » beschrijft iets.

informé

informeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « informé » décrit quelque chose.

Het woord « informé » beschrijft iets.

installé

installeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « installé » décrit quelque chose.

Het woord « installé » beschrijft iets.

interdiu

verbieden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « interdiu » décrit quelque chose.

Het woord « interdiu » beschrijft iets.

interrompu

onderbreken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « interrompu » décrit quelque chose.

Het woord « interrompu » beschrijft iets.

introduiu

introduceren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « introduiu » décrit quelque chose.

Het woord « introduiu » beschrijft iets.

jugé

oordeel vellen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « jugé » décrit quelque chose.

Het woord « jugé » beschrijft iets.

justifié

rechtvaardigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « justifié » décrit quelque chose.

Het woord « justifié » beschrijft iets.

libéré

bevrijden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « libéré » décrit quelque chose.

Het woord « libéré » beschrijft iets.

limité

beperken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « limité » décrit quelque chose.

Het woord « limité » beschrijft iets.

mainteni

behouden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mainteni » décrit quelque chose.

Het woord « mainteni » beschrijft iets.

mérité

verdienen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mérité » décrit quelque chose.

Het woord « mérité » beschrijft iets.

mesuré

meten (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « mesuré » décrit quelque chose.

Het woord « mesuré » beschrijft iets.

modifié

wijzigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « modifié » décrit quelque chose.

Het woord « modifié » beschrijft iets.

obéi

gehoorzamen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « obéi » décrit quelque chose.

Het woord « obéi » beschrijft iets.

observé

observeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « observé » décrit quelque chose.

Het woord « observé » beschrijft iets.

organisé

organiseren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « organisé » décrit quelque chose.

Het woord « organisé » beschrijft iets.

osé

durven (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « osé » décrit quelque chose.

Het woord « osé » beschrijft iets.

participé

deelnemen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « participé » décrit quelque chose.

Het woord « participé » beschrijft iets.

permettu

toestaan (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « permettu » décrit quelque chose.

Het woord « permettu » beschrijft iets.

plaiu

bevallen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « plaiu » décrit quelque chose.

Het woord « plaiu » beschrijft iets.

plongé

duiken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « plongé » décrit quelque chose.

Het woord « plongé » beschrijft iets.

précisé

preciseren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « précisé » décrit quelque chose.

Het woord « précisé » beschrijft iets.

préféré

verkiezen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « préféré » décrit quelque chose.

Het woord « préféré » beschrijft iets.

préveni

waarschuwen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « préveni » décrit quelque chose.

Het woord « préveni » beschrijft iets.

produiu

produceren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « produiu » décrit quelque chose.

Het woord « produiu » beschrijft iets.

promené

wandelen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « promené » décrit quelque chose.

Het woord « promené » beschrijft iets.

protégé

beschermen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « protégé » décrit quelque chose.

Het woord « protégé » beschrijft iets.

publié

publiceren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « publié » décrit quelque chose.

Het woord « publié » beschrijft iets.

réagi

reageren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réagi » décrit quelque chose.

Het woord « réagi » beschrijft iets.

réalisé

verwezenlijken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réalisé » décrit quelque chose.

Het woord « réalisé » beschrijft iets.

reconnaîtu

herkennen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « reconnaîtu » décrit quelque chose.

Het woord « reconnaîtu » beschrijft iets.

réduiu

verminderen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réduiu » décrit quelque chose.

Het woord « réduiu » beschrijft iets.

refusé

weigeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « refusé » décrit quelque chose.

Het woord « refusé » beschrijft iets.

remarqué

opmerken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « remarqué » décrit quelque chose.

Het woord « remarqué » beschrijft iets.

remplacé

vervangen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « remplacé » décrit quelque chose.

Het woord « remplacé » beschrijft iets.

rencontré

ontmoeten (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « rencontré » décrit quelque chose.

Het woord « rencontré » beschrijft iets.

rendu

teruggeven (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « rendu » décrit quelque chose.

Het woord « rendu » beschrijft iets.

répété

herhalen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « répété » décrit quelque chose.

Het woord « répété » beschrijft iets.

répondu

antwoorden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « répondu » décrit quelque chose.

Het woord « répondu » beschrijft iets.

reposé

rusten (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « reposé » décrit quelque chose.

Het woord « reposé » beschrijft iets.

représenté

vertegenwoordigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « représenté » décrit quelque chose.

Het woord « représenté » beschrijft iets.

réservé

reserveren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « réservé » décrit quelque chose.

Het woord « réservé » beschrijft iets.

respecté

respecteren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « respecté » décrit quelque chose.

Het woord « respecté » beschrijft iets.

risqué

riskeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « risqué » décrit quelque chose.

Het woord « risqué » beschrijft iets.

signé

ondertekenen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « signé » décrit quelque chose.

Het woord « signé » beschrijft iets.

soigné

verzorgen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « soigné » décrit quelque chose.

Het woord « soigné » beschrijft iets.

souhaité

wensen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « souhaité » décrit quelque chose.

Het woord « souhaité » beschrijft iets.

souffri

lijden (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « souffri » décrit quelque chose.

Het woord « souffri » beschrijft iets.

souteni

steunen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « souteni » décrit quelque chose.

Het woord « souteni » beschrijft iets.

spécifié

specificeren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « spécifié » décrit quelque chose.

Het woord « spécifié » beschrijft iets.

subi

ondergaan (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « subi » décrit quelque chose.

Het woord « subi » beschrijft iets.

supprimé

verwijderen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « supprimé » décrit quelque chose.

Het woord « supprimé » beschrijft iets.

supporté

verdragen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « supporté » décrit quelque chose.

Het woord « supporté » beschrijft iets.

surprendu

verrassen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « surprendu » décrit quelque chose.

Het woord « surprendu » beschrijft iets.

terminé

beëindigen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « terminé » décrit quelque chose.

Het woord « terminé » beschrijft iets.

touché

aanraken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « touché » décrit quelque chose.

Het woord « touché » beschrijft iets.

traduiu

vertalen (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « traduiu » décrit quelque chose.

Het woord « traduiu » beschrijft iets.

traversé

oversteken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « traversé » décrit quelque chose.

Het woord « traversé » beschrijft iets.

valoi

waard zijn (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « valoi » décrit quelque chose.

Het woord « valoi » beschrijft iets.

vérifié

controleren (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « vérifié » décrit quelque chose.

Het woord « vérifié » beschrijft iets.

visité

bezoeken (voltooid deelwoord)
A2 bijvoeglijk-naamwoord
Gevoelens & persoonlijkheid
Voorbeeldzin bekijken

Le mot « visité » décrit quelque chose.

Het woord « visité » beschrijft iets.

abordablement

betaalbaar (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « abordablement » dans une phrase.

Je kunt « abordablement » in een zin gebruiken.

absemment

afwezig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « absemment » dans une phrase.

Je kunt « absemment » in een zin gebruiken.

actifment

actief (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « actifment » dans une phrase.

Je kunt « actifment » in een zin gebruiken.

adultement

volwassen (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « adultement » dans une phrase.

Je kunt « adultement » in een zin gebruiken.

agréablement

aangenaam (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « agréablement » dans une phrase.

Je kunt « agréablement » in een zin gebruiken.

âgément

oud (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « âgément » dans une phrase.

Je kunt « âgément » in een zin gebruiken.

agitément

onrustig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « agitément » dans une phrase.

Je kunt « agitément » in een zin gebruiken.

aimablement

vriendelijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « aimablement » dans une phrase.

Je kunt « aimablement » in een zin gebruiken.

ancienment

oud (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « ancienment » dans une phrase.

Je kunt « ancienment » in een zin gebruiken.

annuelment

jaarlijks (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « annuelment » dans une phrase.

Je kunt « annuelment » in een zin gebruiken.

apparemment

zichtbaar (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « apparemment » dans une phrase.

Je kunt « apparemment » in een zin gebruiken.

appliquément

zorgvuldig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « appliquément » dans une phrase.

Je kunt « appliquément » in een zin gebruiken.

arrondiment

afgerond (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « arrondiment » dans une phrase.

Je kunt « arrondiment » in een zin gebruiken.

artistiquement

artistiek (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « artistiquement » dans une phrase.

Je kunt « artistiquement » in een zin gebruiken.

attentifment

oplettend (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « attentifment » dans une phrase.

Je kunt « attentifment » in een zin gebruiken.

automatiquement

automatisch (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « automatiquement » dans une phrase.

Je kunt « automatiquement » in een zin gebruiken.

autorisément

toegestaan (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « autorisément » dans une phrase.

Je kunt « autorisément » in een zin gebruiken.

avarement

gierig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « avarement » dans une phrase.

Je kunt « avarement » in een zin gebruiken.

aveuglement

blind (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « aveuglement » dans une phrase.

Je kunt « aveuglement » in een zin gebruiken.

basment

laag (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « basment » dans une phrase.

Je kunt « basment » in een zin gebruiken.

beaument

mooi (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « beaument » dans une phrase.

Je kunt « beaument » in een zin gebruiken.

bénéfiquement

gunstig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « bénéfiquement » dans une phrase.

Je kunt « bénéfiquement » in een zin gebruiken.

blancment

wit (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « blancment » dans une phrase.

Je kunt « blancment » in een zin gebruiken.

bleument

blauw (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « bleument » dans une phrase.

Je kunt « bleument » in een zin gebruiken.

bonment

goed (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « bonment » dans une phrase.

Je kunt « bonment » in een zin gebruiken.

brillantment

briljant (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « brillantment » dans une phrase.

Je kunt « brillantment » in een zin gebruiken.

bruyantment

luidruchtig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « bruyantment » dans une phrase.

Je kunt « bruyantment » in een zin gebruiken.

calmement

rustig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « calmement » dans une phrase.

Je kunt « calmement » in een zin gebruiken.

capablement

bekwaam (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « capablement » dans une phrase.

Je kunt « capablement » in een zin gebruiken.

célèbrement

beroemd (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « célèbrement » dans une phrase.

Je kunt « célèbrement » in een zin gebruiken.

centralment

centraal (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « centralment » dans une phrase.

Je kunt « centralment » in een zin gebruiken.

certainment

zeker (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « certainment » dans une phrase.

Je kunt « certainment » in een zin gebruiken.

cherment

duur (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « cherment » dans une phrase.

Je kunt « cherment » in een zin gebruiken.

chicment

chique (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « chicment » dans une phrase.

Je kunt « chicment » in een zin gebruiken.

clairment

duidelijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « clairment » dans une phrase.

Je kunt « clairment » in een zin gebruiken.

classiquement

klassiek (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « classiquement » dans une phrase.

Je kunt « classiquement » in een zin gebruiken.

completment

volledig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « completment » dans une phrase.

Je kunt « completment » in een zin gebruiken.

compliquément

ingewikkeld (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « compliquément » dans une phrase.

Je kunt « compliquément » in een zin gebruiken.

confortablement

comfortabel (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « confortablement » dans une phrase.

Je kunt « confortablement » in een zin gebruiken.

contemment

tevreden (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « contemment » dans une phrase.

Je kunt « contemment » in een zin gebruiken.

correctment

correct (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « correctment » dans une phrase.

Je kunt « correctment » in een zin gebruiken.

courtment

kort (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « courtment » dans une phrase.

Je kunt « courtment » in een zin gebruiken.

cruelment

wreed (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « cruelment » dans une phrase.

Je kunt « cruelment » in een zin gebruiken.

curieuxment

nieuwsgierig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « curieuxment » dans une phrase.

Je kunt « curieuxment » in een zin gebruiken.

dangereuxment

gevaarlijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « dangereuxment » dans une phrase.

Je kunt « dangereuxment » in een zin gebruiken.

dernierment

laatste (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « dernierment » dans une phrase.

Je kunt « dernierment » in een zin gebruiken.

différemment

anders (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « différemment » dans une phrase.

Je kunt « différemment » in een zin gebruiken.

difficilement

moeilijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « difficilement » dans une phrase.

Je kunt « difficilement » in een zin gebruiken.

directment

direct (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « directment » dans une phrase.

Je kunt « directment » in een zin gebruiken.

disponiblement

beschikbaar (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « disponiblement » dans une phrase.

Je kunt « disponiblement » in een zin gebruiken.

douxment

zacht (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « douxment » dans une phrase.

Je kunt « douxment » in een zin gebruiken.

drôlement

grappig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « drôlement » dans une phrase.

Je kunt « drôlement » in een zin gebruiken.

durment

hard (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « durment » dans une phrase.

Je kunt « durment » in een zin gebruiken.

économiquement

zuinig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « économiquement » dans une phrase.

Je kunt « économiquement » in een zin gebruiken.

efficacement

efficiënt (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « efficacement » dans une phrase.

Je kunt « efficacement » in een zin gebruiken.

égalment

gelijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « égalment » dans une phrase.

Je kunt « égalment » in een zin gebruiken.

électriquement

elektrisch (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « électriquement » dans une phrase.

Je kunt « électriquement » in een zin gebruiken.

élégantment

elegant (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « élégantment » dans une phrase.

Je kunt « élégantment » in een zin gebruiken.

énormement

enorm (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « énormement » dans une phrase.

Je kunt « énormement » in een zin gebruiken.

entierment

heel (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « entierment » dans une phrase.

Je kunt « entierment » in een zin gebruiken.

essentielment

essentieel (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « essentielment » dans une phrase.

Je kunt « essentielment » in een zin gebruiken.

étrangement

vreemd (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « étrangement » dans une phrase.

Je kunt « étrangement » in een zin gebruiken.

exactment

precies (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « exactment » dans une phrase.

Je kunt « exactment » in een zin gebruiken.

excellemment

uitstekend (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « excellemment » dans une phrase.

Je kunt « excellemment » in een zin gebruiken.

fauxment

vals (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « fauxment » dans une phrase.

Je kunt « fauxment » in een zin gebruiken.

faiblement

zwak (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « faiblement » dans une phrase.

Je kunt « faiblement » in een zin gebruiken.

favorablement

gunstig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « favorablement » dans une phrase.

Je kunt « favorablement » in een zin gebruiken.

fierment

trots (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « fierment » dans une phrase.

Je kunt « fierment » in een zin gebruiken.

finalment

eind (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « finalment » dans une phrase.

Je kunt « finalment » in een zin gebruiken.

fortment

sterk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « fortment » dans une phrase.

Je kunt « fortment » in een zin gebruiken.

fraisment

vers (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « fraisment » dans une phrase.

Je kunt « fraisment » in een zin gebruiken.

françaisment

Frans (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « françaisment » dans une phrase.

Je kunt « françaisment » in een zin gebruiken.

froidment

koud (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « froidment » dans une phrase.

Je kunt « froidment » in een zin gebruiken.

généralment

algemeen (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « généralment » dans une phrase.

Je kunt « généralment » in een zin gebruiken.

gentilment

aardig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « gentilment » dans une phrase.

Je kunt « gentilment » in een zin gebruiken.

grandment

groot (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « grandment » dans une phrase.

Je kunt « grandment » in een zin gebruiken.

gravement

ernstig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « gravement » dans une phrase.

Je kunt « gravement » in een zin gebruiken.

grisment

grijs (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « grisment » dans une phrase.

Je kunt « grisment » in een zin gebruiken.

heureuxment

gelukkig (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « heureuxment » dans une phrase.

Je kunt « heureuxment » in een zin gebruiken.

honnêtement

eerlijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « honnêtement » dans une phrase.

Je kunt « honnêtement » in een zin gebruiken.

importantment

belangrijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « importantment » dans une phrase.

Je kunt « importantment » in een zin gebruiken.

impossiblement

onmogelijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « impossiblement » dans une phrase.

Je kunt « impossiblement » in een zin gebruiken.

inconnument

onbekend (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « inconnument » dans une phrase.

Je kunt « inconnument » in een zin gebruiken.

indépendantment

onafhankelijk (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « indépendantment » dans une phrase.

Je kunt « indépendantment » in een zin gebruiken.

intéressantment

interessant (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « intéressantment » dans une phrase.

Je kunt « intéressantment » in een zin gebruiken.

internationalment

internationaal (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « internationalment » dans une phrase.

Je kunt « internationalment » in een zin gebruiken.

jeunement

jong (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « jeunement » dans une phrase.

Je kunt « jeunement » in een zin gebruiken.

joliment

mooi (bijwoordelijk)
A2 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

On peut utiliser « joliment » dans une phrase.

Je kunt « joliment » in een zin gebruiken.

largement

breed (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette région est largement connue pour ses plages.

Deze regio staat vooral bekend om haar stranden.

légerment

licht (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La porte est légèrement ouverte.

De deur staat een beetje open.

librement

vrij (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants peuvent jouer librement dans le jardin.

De kinderen kunnen vrij in de tuin spelen.

localment

lokaal (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le magasin vend ses produits localement.

De winkel verkoopt zijn producten lokaal.

longment

lang (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons attendu longtemps devant la gare.

We hebben lang voor het station gewacht.

lumineuxment

licht (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La salle est lumineuse grâce aux grandes fenêtres.

De kamer is licht dankzij de grote ramen.

maladement

ziek (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a répondu maladroitement à la question.

Hij antwoordde onhandig op de vraag.

mauvaisment

slecht (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le temps est mauvais aujourd’hui.

Het weer is vandaag slecht.

meilleurment

beter (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette solution est meilleure que l’ancienne.

Deze oplossing is beter dan de vorige.

modernement

modern (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le musée présente une exposition moderne.

Het museum toont een moderne tentoonstelling.

multiplement

meervoudig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le site propose plusieurs options pour les visiteurs.

De website biedt bezoekers verschillende opties.

nécessairement

noodzakelijk (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il faut nécessairement présenter une pièce d’identité.

Je moet noodzakelijkerwijs een identiteitsbewijs tonen.

noirment

zwart (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le chat noir dort sur le canapé.

De zwarte kat slaapt op de bank.

nouveaument

nieuw (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le magasin a récemment ouvert ses portes.

De winkel heeft onlangs zijn deuren geopend.

occupément

bezet (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le bureau est occupé toute la matinée.

Het kantoor is de hele ochtend bezet.

officielment

officieel (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le directeur a officiellement annoncé la décision.

De directeur heeft de beslissing officieel aangekondigd.

ouvertment

open (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La fenêtre est restée ouverte toute la nuit.

Het raam is de hele nacht open gebleven.

pareilment

hetzelfde (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les deux sacs sont presque pareils.

De twee tassen zijn bijna hetzelfde.

particulierment

privé (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle s’intéresse particulièrement à l’histoire de France.

Ze is bijzonder geïnteresseerd in de geschiedenis van Frankrijk.

patiemment

geduldig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a patiemment expliqué les règles aux enfants.

Hij legde de regels geduldig uit aan de kinderen.

pauvrement

arm (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La famille vit pauvrement malgré son travail.

Het gezin leeft in armoede ondanks het werk.

petitment

klein (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le petit garçon porte un manteau rouge.

De kleine jongen draagt een rode jas.

possiblement

mogelijk (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

C’est possiblement la meilleure solution, mais vérifions.

Dit is mogelijk de beste oplossing, maar laten we het controleren.

pratiquement

praktisch (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous pouvons pratiquement tout faire en ligne.

We kunnen vrijwel alles online doen.

précisment

precies (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a expliqué précisément où se trouve la gare.

Ze legde precies uit waar het station is.

premierment

eerste (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Premièrement, lisez les instructions.

Lees eerst de instructies.

prochement

dichtbij (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La pharmacie est proche de la gare.

De apotheek ligt dicht bij het station.

publicment

openbaar (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le parc public ferme à vingt heures.

Het openbare park sluit om acht uur ’s avonds.

réelment

echt (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

En réalité, le train arrive à l’heure.

In werkelijkheid komt de trein op tijd aan.

responsablement

verantwoordelijk (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a agi de manière responsable.

Ze heeft verantwoordelijk gehandeld.

richement

rijk (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a acheté une montre chère.

Hij heeft een duur horloge gekocht.

rougement

rood (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle porte une robe rouge.

Ze draagt een rode jurk.

rondment

rond (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La table ronde se trouve près de la fenêtre.

De ronde tafel staat bij het raam.

sérieuxment

serieus (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin a donné une réponse sérieuse.

De arts gaf een serieus antwoord.

seulment

alleen (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il travaille seulement le matin.

Hij werkt alleen ’s ochtends.

silencieuxment

stil (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les élèves ont travaillé silencieusement à la bibliothèque.

De leerlingen werkten stil in de bibliotheek.

solidement

stevig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette chaise est solide et confortable.

Deze stoel is stevig en comfortabel.

sombrement

donker (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le ciel est sombre avant l’orage.

De lucht is donker vóór de storm.

spécialment

speciaal (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il s’agit spécialement d’un cours pour débutants.

Het gaat specifiek om een cursus voor beginners.

stablement

stabiel (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

La situation reste stable depuis plusieurs jours.

De situatie blijft al enkele dagen stabiel.

superbement

prachtig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle a superbement joué du piano.

Ze speelde fantastisch piano.

sûrment

veilig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il est sûrement déjà à la maison.

Hij is vast al thuis.

sympament

aardig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Notre nouvelle voisine est très sympathique.

Onze nieuwe buurvrouw is erg aardig.

techniquement

technisch (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Techniquement, cet appareil peut fonctionner sans câble.

Technisch gezien kan dit apparaat zonder kabel werken.

tranquillement

rustig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons tranquillement pris un café sur la terrasse.

We hebben rustig koffie gedronken op het terras.

utilement

nuttig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Cette application permet d’organiser utilement son temps.

Met deze app kun je je tijd nuttig indelen.

vertment

groen (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le feu vert indique que nous pouvons passer.

Het groene licht geeft aan dat we mogen oversteken.

videment

leeg (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Évidemment, il faut vérifier l’adresse avant de partir.

Natuurlijk moet je het adres controleren voordat je vertrekt.

violemment

gewelddadig (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Le vent soufflait violemment pendant la tempête.

Tijdens de storm waaide de wind hevig.

visiblement

zichtbaar (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Elle semble visiblement fatiguée après le voyage.

Ze lijkt na de reis duidelijk moe.

vivantment

levend (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Les animaux vivent librement dans cette réserve.

De dieren leven vrij in dit reservaat.

vieuxment

oud (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Mon grand-père est vieux, mais il marche encore chaque jour.

Mijn grootvader is oud, maar hij wandelt nog elke dag.

vulgairement

ordinair (bijwoordelijk)
A1 bijwoord
Tijd & hoeveelheid
Voorbeeldzin bekijken

Il a parlé vulgairement et a offensé ses collègues.

Hij sprak grof en beledigde zijn collega’s.

préparation

voorbereiden (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La préparation du repas prend une demi-heure.

De voorbereiding van de maaltijd duurt een halfuur.

présentation

voorstellen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La présentation du projet commence à neuf heures.

De presentatie van het project begint om negen uur.

production

produceren (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La production de fromage est importante dans cette région.

De kaasproductie is belangrijk in deze regio.

utilisation

gebruiken (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L’utilisation de cette machine est très simple.

Het gebruik van deze machine is heel eenvoudig.

participation

deelnemen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La participation des élèves est essentielle.

De deelname van de leerlingen is essentieel.

comparaison

vergelijken (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La comparaison des deux prix montre une grande différence.

De vergelijking van de twee prijzen laat een groot verschil zien.

concentration

concentreren (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La concentration est difficile quand il y a du bruit.

Concentreren is moeilijk wanneer er lawaai is.

confirmation

bevestigen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

J’attends la confirmation de ma réservation.

Ik wacht op de bevestiging van mijn reservering.

transformation

veranderen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La transformation de cette pièce a pris deux jours.

De verbouwing van deze kamer heeft twee dagen geduurd.

réalisation

verwezenlijken (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La réalisation de ce projet demande du temps.

De verwezenlijking van dit project kost tijd.

remplacement

vervangen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le remplacement du vieux téléphone coûte cher.

Het vervangen van de oude telefoon is duur.

commencement

beginnen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le commencement du film est très drôle.

Het begin van de film is erg grappig.

continuation

doorgaan (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La continuation du voyage dépend de la météo.

Het vervolg van de reis hangt af van het weer.

fonctionnement

werken (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le fonctionnement de l’ascenseur est expliqué dans le manuel.

De werking van de lift wordt uitgelegd in de handleiding.

développement

ontwikkelen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le développement de cette application a pris un an.

De ontwikkeling van deze app heeft een jaar geduurd.

gain

winnen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette équipe a réalisé un gain de temps important.

Dit team heeft veel tijd gewonnen.

permission

toestaan (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Il faut une permission écrite pour entrer dans cette salle.

Je hebt schriftelijke toestemming nodig om deze zaal binnen te gaan.

préférence

verkiezen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Ma préférence va au train plutôt qu’à la voiture.

Mijn voorkeur gaat uit naar de trein in plaats van de auto.

refus

weigeren (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Son refus de participer nous a surpris.

Zijn weigering om mee te doen verraste ons.

touche

aanraken (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La touche rouge permet d’arrêter la machine.

Met de rode knop kun je de machine stoppen.

mort

sterven (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La mort du personnage principal surprend le lecteur.

De dood van het hoofdpersonage verrast de lezer.

ouverture

openen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L’ouverture du magasin est prévue à huit heures.

De opening van de winkel staat gepland om acht uur.

fermeture

sluiten (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La fermeture du musée est annoncée par un signal.

De sluiting van het museum wordt met een signaal aangekondigd.

achat

kopen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L’achat des billets en ligne est plus pratique.

Kaartjes online kopen is handiger.

don

geven (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le don de vêtements aide les familles du quartier.

Het doneren van kleding helpt gezinnen in de buurt.

envoi

sturen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L’envoi du colis est prévu pour demain.

Het versturen van het pakket staat gepland voor morgen.

trouvaille

vinden (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Cette trouvaille nous a permis de résoudre le problème.

Deze vondst hielp ons het probleem op te lossen.

laisse

achterlaten (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

La laisse du chien est accrochée près de la porte.

De hondenriem hangt bij de deur.

monstration

laten zien (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La démonstration montre comment utiliser l’appareil.

De demonstratie laat zien hoe je het apparaat gebruikt.

récit

vertellen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le récit de son voyage était passionnant.

Het verhaal over zijn reis was boeiend.

pensée

denken (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Cette pensée m’a accompagné toute la journée.

Deze gedachte hield me de hele dag bezig.

croyance

geloven (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Sa croyance lui donne de l’espoir.

Zijn geloof geeft hem hoop.

enseignement

lesgeven (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L’enseignement du français demande de la patience.

Frans lesgeven vraagt geduld.

lecture

lezen (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

La lecture avant de dormir me détend.

Lezen voor het slapengaan ontspant me.

écriture

schrijven (zelfstandig naamwoord)
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

L’écriture de cette lettre m’a pris vingt minutes.

Het schrijven van deze brief kostte me twintig minuten.

paiement

betaling
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le paiement par carte est accepté ici.

Betalen met kaart wordt hier geaccepteerd.

changement

verandering
A1 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Le changement d’horaire sera annoncé demain.

De wijziging van het rooster wordt morgen bekendgemaakt.

à bientôt

tot snel
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À bientôt, Paul ! Je dois rentrer chez moi.

Tot snel, Paul! Ik moet naar huis.

à demain

tot morgen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À demain, nous reprendrons la leçon.

Tot morgen, dan gaan we verder met de les.

à gauche

naar links
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tournez à gauche au prochain carrefour.

Sla bij het volgende kruispunt linksaf.

à droite

naar rechts
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La boulangerie se trouve à droite de la banque.

De bakker ligt rechts van de bank.

à l'avance

van tevoren
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il vaut mieux réserver les billets à l’avance.

Je kunt de kaartjes het beste van tevoren reserveren.

à l'intérieur

binnen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent à l’intérieur quand il pleut.

De kinderen spelen binnen als het regent.

à l'extérieur

buiten
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons mangé à l’extérieur, dans le jardin.

We hebben buiten in de tuin gegeten.

à pied

te voet
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais au travail à pied quand il fait beau.

Ik ga te voet naar mijn werk als het mooi weer is.

à vélo

met de fiets
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle se rend à l’école à vélo.

Ze gaat met de fiets naar school.

à table

aan tafel
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tout le monde est déjà à table.

Iedereen zit al aan tafel.

à côté

ernaast
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La pharmacie est juste à côté de la gare.

De apotheek is vlak naast het station.

à cause de

vanwege
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le match est annulé à cause de la pluie.

De wedstrijd is afgelast vanwege de regen.

à partir de

vanaf
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le nouveau tarif s’applique à partir de lundi.

Het nieuwe tarief geldt vanaf maandag.

à propos

trouwens
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À propos, as-tu appelé ta mère ?

Trouwens, heb je je moeder gebeld?

au bord

aan de rand
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous nous promenons au bord du lac.

We wandelen langs de oever van het meer.

au centre

in het centrum
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le café se trouve au centre de la ville.

Het café ligt in het centrum van de stad.

au contraire

integendeel
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je pensais qu’il serait absent ; au contraire, il est déjà là.

Ik dacht dat hij afwezig zou zijn; integendeel, hij is er al.

au début

in het begin
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Au début du cours, le professeur explique le programme.

Aan het begin van de les legt de docent het programma uit.

au fond

onderaan
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Au fond, je crois que tu as raison.

Uiteindelijk denk ik dat je gelijk hebt.

au milieu

in het midden
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le banc est au milieu du parc.

De bank staat midden in het park.

au moins

ten minste
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut au moins huit personnes pour former une équipe.

Je hebt minstens acht mensen nodig om een team te vormen.

au revoir

tot ziens
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Au revoir, et merci pour votre aide !

Tot ziens en bedankt voor uw hulp!

au-dessous

eronder
A1 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Le niveau de l’eau est au-dessous de la marque rouge.

Het waterniveau staat onder de rode markering.

aujourd'hui même

vandaag nog
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je veux terminer ce travail aujourd’hui même.

Ik wil dit werk nog vandaag afronden.

avec plaisir

met plezier
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

— Tu peux m’aider ? — Avec plaisir !

— Kun je me helpen? — Graag!

avoir besoin

nodig hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai besoin d’un billet pour Paris.

Ik heb een kaartje naar Parijs nodig.

avoir faim

honger hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Après la randonnée, nous avons faim.

Na de wandeling hebben we honger.

avoir froid

het koud hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai froid ; peux-tu fermer la fenêtre ?

Ik heb het koud; kun je het raam dichtdoen?

avoir chaud

het warm hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En été, nous avons souvent chaud dans cette pièce.

In de zomer hebben we het vaak warm in deze kamer.

avoir peur

bang zijn
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le petit garçon a peur du chien.

De kleine jongen is bang voor de hond.

avoir raison

gelijk hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu as raison : le magasin ferme à six heures.

Je hebt gelijk: de winkel sluit om zes uur.

avoir tort

ongelijk hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai tort, et je te présente mes excuses.

Ik heb het mis en bied je mijn excuses aan.

avoir envie

zin hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai envie d’un café après le déjeuner.

Ik heb na de lunch zin in koffie.

avoir lieu

plaatsvinden
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La réunion aura lieu demain matin.

De vergadering vindt morgenochtend plaats.

avoir l'air

eruitzien
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle a l’air fatiguée après sa journée de travail.

Ze ziet er moe uit na haar werkdag.

avoir mal

pijn hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai mal au dos après avoir porté cette boîte.

Ik heb rugpijn nadat ik deze doos heb gedragen.

avoir sommeil

slaperig zijn
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants ont sommeil après le long voyage.

De kinderen zijn slaperig na de lange reis.

avoir soif

dorst hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Après le sport, j’ai très soif.

Na het sporten heb ik erg veel dorst.

beaucoup de

veel
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a beaucoup de monde au marché ce matin.

Er zijn vanochtend veel mensen op de markt.

beaucoup moins

veel minder
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette année, nous avons beaucoup moins de temps libre.

Dit jaar hebben we veel minder vrije tijd.

bien sûr

natuurlijk
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Bien sûr, tu peux utiliser mon vélo.

Natuurlijk mag je mijn fiets gebruiken.

de nouveau

opnieuw
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le train est en retard, alors nous essaierons de nouveau demain.

De trein heeft vertraging, dus proberen we het morgen opnieuw.

de plus

bovendien
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

De plus, le petit-déjeuner est compris dans le prix.

Bovendien is het ontbijt bij de prijs inbegrepen.

de suite

meteen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le médecin va vous recevoir de suite.

De arts zal u meteen ontvangen.

dès maintenant

vanaf nu
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À partir de maintenant, veuillez éteindre votre téléphone.

Vanaf nu verzoeken we u uw telefoon uit te zetten.

en avance

te vroeg
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes arrivés en avance à la gare.

We zijn vroeg op het station aangekomen.

en arrière

achteruit
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Reculez un peu : vous marchez en arrière.

Doe een stapje terug: u loopt achteruit.

en bas

beneden
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les toilettes sont en bas, près de l’entrée.

Het toilet is beneden, bij de ingang.

en dehors

buiten
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est interdit de fumer en dehors du bâtiment.

Buiten het gebouw is roken verboden.

en face

tegenover
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La pharmacie est en face de la poste.

De apotheek ligt tegenover het postkantoor.

en haut

boven
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Mon appartement se trouve en haut de l’escalier.

Mijn appartement bevindt zich bovenaan de trap.

en ligne

online
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je travaille en ligne trois jours par semaine.

Ik werk drie dagen per week online.

en route

onderweg
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes en route pour l’aéroport.

We zijn onderweg naar het vliegveld.

en train

met de trein
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est en train de préparer le dîner.

Hij is het avondeten aan het klaarmaken.

en voiture

met de auto
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes partis en voiture très tôt ce matin.

We zijn vanochtend heel vroeg met de auto vertrokken.

en vacances

op vakantie
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons en vacances au Portugal cet été.

We gaan deze zomer op vakantie naar Portugal.

faire attention

opletten
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Fais attention en traversant la rue.

Let op wanneer je de straat oversteekt.

faire connaissance

kennismaken
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai fait connaissance avec mes nouveaux voisins hier.

Ik heb gisteren kennisgemaakt met mijn nieuwe buren.

faire partie

deel uitmaken
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle fait partie de l’équipe de football.

Ze maakt deel uit van het voetbalteam.

faire plaisir

plezier doen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ton message m’a fait plaisir.

Je bericht deed me goed.

faire semblant

doen alsof
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il fait semblant de dormir pour éviter les tâches ménagères.

Hij doet alsof hij slaapt om huishoudelijke klusjes te vermijden.

faire un choix

een keuze maken
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous devons faire un choix avant vendredi.

We moeten vóór vrijdag een keuze maken.

faire un effort

een inspanning doen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut faire un effort pour apprendre une langue.

Je moet moeite doen om een taal te leren.

faire un voyage

een reis maken
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ils veulent faire un voyage en France cet été.

Ze willen deze zomer een reis naar Frankrijk maken.

faire la cuisine

koken
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’aime faire la cuisine pour mes amis.

Ik kook graag voor mijn vrienden.

faire du sport

sporten
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je fais du sport trois fois par semaine.

Ik sport drie keer per week.

faire les courses

boodschappen doen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous faisons les courses le samedi matin.

We doen zaterdagochtend boodschappen.

faire une pause

pauze nemen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Après deux heures de travail, faisons une pause.

Laten we na twee uur werken even pauzeren.

faire une erreur

een fout maken
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai fait une erreur dans le formulaire.

Ik heb een fout gemaakt op het formulier.

il faut

men moet
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut réserver une place avant d’arriver.

Je moet een plek reserveren voordat je aankomt.

il y a

er is
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un petit café près de la gare.

Er is een klein café bij het station.

il est temps

het is tijd
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est temps de partir si nous voulons arriver à l’heure.

Het is tijd om te vertrekken als we op tijd willen aankomen.

je pense que

ik denk dat
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je pense que ce film est très intéressant.

Ik denk dat deze film erg interessant is.

je crois que

ik geloof dat
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je crois que le train arrivera bientôt.

Ik denk dat de trein binnenkort aankomt.

je voudrais

ik zou willen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais un verre d’eau, s’il vous plaît.

Ik zou graag een glas water willen, alstublieft.

je préfère

ik verkies
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je préfère le thé au café.

Ik heb liever thee dan koffie.

je suis d'accord

ik ben het eens
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je suis d’accord avec toi sur ce point.

Ik ben het op dit punt met je eens.

je suis désolé

het spijt me
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je suis désolé d’être arrivé en retard.

Het spijt me dat ik te laat ben gekomen.

je ne sais pas

ik weet het niet
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je ne sais pas où se trouve la sortie.

Ik weet niet waar de uitgang is.

je ne comprends pas

ik begrijp het niet
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je ne comprends pas cette question.

Ik begrijp deze vraag niet.

je t'en prie

graag gedaan
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Merci pour ton aide ; je t’en prie !

Bedankt voor je hulp; graag gedaan!

jusqu'à maintenant

tot nu toe
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Jusqu’à maintenant, personne n’a trouvé la réponse.

Tot nu toe heeft niemand het antwoord gevonden.

le matin

de ochtend
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le matin, je prends un café avant de partir.

’s Ochtends drink ik koffie voordat ik vertrek.

le soir

de avond
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le soir, nous regardons souvent un film.

’s Avonds kijken we vaak een film.

le week-end

het weekend
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le week-end, je rends visite à mes grands-parents.

In het weekend bezoek ik mijn grootouders.

pas du tout

helemaal niet
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je n’aime pas du tout ce bruit.

Ik vind dit lawaai helemaal niet prettig.

pas encore

nog niet
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le bus n’est pas encore arrivé.

De bus is nog niet aangekomen.

pas mal

niet slecht
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le restaurant est petit, mais la nourriture n’est pas mal.

Het restaurant is klein, maar het eten is best goed.

peu à peu

beetje bij beetje
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Peu à peu, elle a appris à parler français.

Beetje bij beetje heeft ze Frans leren spreken.

pour toujours

voor altijd
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ils veulent rester amis pour toujours.

Ze willen voor altijd vrienden blijven.

presque toujours

bijna altijd
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il prend presque toujours le même bus.

Hij neemt bijna altijd dezelfde bus.

quand même

toch
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il pleut, mais nous allons quand même nous promener.

Het regent, maar toch gaan we wandelen.

quelque chose

iets
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’aimerais te demander quelque chose.

Ik zou je iets willen vragen.

sans doute

waarschijnlijk
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle arrivera sans doute avant midi.

Ze komt waarschijnlijk vóór het middaguur aan.

sous la pluie

in de regen
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons attendu sous la pluie pendant vingt minutes.

We hebben twintig minuten in de regen gewacht.

sur place

ter plaatse
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons déjeuné sur place après la visite.

We hebben na het bezoek ter plekke geluncht.

tout à fait

helemaal
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu as tout à fait raison.

Je hebt helemaal gelijk.

un peu

een beetje
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je voudrais un peu de lait dans mon café.

Ik wil een beetje melk in mijn koffie.

une autre fois

een andere keer
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous irons au restaurant une autre fois.

We gaan een andere keer naar het restaurant.

une partie

een deel
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Une partie du jardin est réservée aux enfants.

Een deel van de tuin is gereserveerd voor kinderen.

venir de

net hebben
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je viens de terminer mes devoirs.

Ik heb net mijn huiswerk afgemaakt.

près de

dicht bij
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La gare est près de l’hôtel.

Het station ligt dicht bij het hotel.

loin de

ver van
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le village est loin de la mer.

Het dorp ligt ver van de zee.

par exemple

bijvoorbeeld
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Par exemple, tu peux prendre le train ou le bus.

Je kunt bijvoorbeeld de trein of de bus nemen.

par hasard

toevallig
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai rencontré mon ancien professeur par hasard.

Ik kwam mijn oude docent toevallig tegen.

selon moi

volgens mij
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Selon moi, cette solution est la plus simple.

Volgens mij is dit de eenvoudigste oplossing.

sur le chemin

onderweg
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Sur le chemin, nous avons acheté du pain.

Onderweg hebben we brood gekocht.

dans la rue

op straat
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a beaucoup de circulation dans la rue.

Er is veel verkeer in de straat.

dans le centre

in het centrum
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a un grand musée dans le centre.

Er is een groot museum in het centrum.

dans le jardin

in de tuin
A1 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent dans le jardin après l’école.

De kinderen spelen na school in de tuin.

dans le train

in de trein
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je lis souvent dans le train.

Ik lees vaak in de trein.

dans le bus

in de bus
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a encore deux places libres dans le bus.

Er zijn nog twee vrije plaatsen in de bus.

dans la voiture

in de auto
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les clés sont restées dans la voiture.

De sleutels zijn in de auto blijven liggen.

devant la porte

voor de deur
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Quelqu’un attend devant la porte.

Er wacht iemand voor de deur.

derrière la maison

achter het huis
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le chien dort derrière la maison.

De hond slaapt achter het huis.

entre les deux

ertussen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a deux chemins entre les deux villages.

Er zijn twee wegen tussen de twee dorpen.

près de chez moi

dicht bij mijn huis
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a une boulangerie près de chez moi.

Er is een bakker bij mij in de buurt.

chez moi

bij mij thuis
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je reste chez moi ce soir.

Ik blijf vanavond thuis.

chez toi

bij jou thuis
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je passerai chez toi après le travail.

Ik kom na het werk bij jou langs.

chez nous

bij ons thuis
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous dînons chez nous ce soir.

We eten vanavond thuis.

chez vous

bij u thuis
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Vous pouvez attendre chez vous jusqu’à notre appel.

U kunt thuis wachten tot we bellen.

au travail

op het werk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Au travail, je bois un café à dix heures.

Op het werk drink ik om tien uur koffie.

à l'école

op school
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants apprennent à lire à l’école.

De kinderen leren lezen op school.

à la maison

thuis
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À la maison, nous mangeons ensemble tous les soirs.

Thuis eten we elke avond samen.

à l'hôtel

in het hotel
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons réservé une chambre à l’hôtel.

We hebben een kamer in het hotel gereserveerd.

à la gare

op het station
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je t’attendrai à la gare à dix heures.

Ik wacht om tien uur op je op het station.

à l'aéroport

op de luchthaven
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Notre avion arrive à l’aéroport à midi.

Ons vliegtuig komt om twaalf uur aan op het vliegveld.

au marché

op de markt
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’achète des légumes frais au marché.

Ik koop verse groenten op de markt.

au restaurant

in het restaurant
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons réservé une table au restaurant.

We hebben een tafel in het restaurant gereserveerd.

au bureau

op kantoor
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Mon collègue travaille au bureau aujourd’hui.

Mijn collega werkt vandaag op kantoor.

au téléphone

aan de telefoon
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je t’expliquerai tout au téléphone.

Ik zal je alles telefonisch uitleggen.

sur Internet

op internet
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai trouvé les horaires sur Internet.

Ik heb de dienstregeling op internet gevonden.

sur la table

op de tafel
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le livre est sur la table.

Het boek ligt op de tafel.

sous la table

onder de tafel
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le chat s’est caché sous la table.

De kat heeft zich onder de tafel verstopt.

dans la chambre

in de slaapkamer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le bébé dort dans la chambre.

De baby slaapt in de slaapkamer.

dans la cuisine

in de keuken
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La casserole est dans la cuisine.

De pan staat in de keuken.

dans le salon

in de woonkamer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous regardons la télévision dans le salon.

We kijken televisie in de woonkamer.

dans la salle de bain

in de badkamer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a une serviette propre dans la salle de bain.

Er ligt een schone handdoek in de badkamer.

sur la plage

op het strand
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants jouent sur la plage.

De kinderen spelen op het strand.

à la plage

naar het strand
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous allons à la plage après le déjeuner.

We gaan na de lunch naar het strand.

en ville

in de stad
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a beaucoup de cafés en ville.

Er zijn veel cafés in de stad.

à la campagne

op het platteland
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Mes grands-parents vivent à la campagne.

Mijn grootouders wonen op het platteland.

en France

in Frankrijk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous passons nos vacances en France.

We brengen onze vakantie door in Frankrijk.

en Europe

in Europa
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle étudie dans une université en Europe.

Ze studeert aan een universiteit in Europa.

dans le monde

in de wereld
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette tradition existe dans le monde entier.

Deze traditie bestaat overal ter wereld.

au nord

naar het noorden
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Lille se trouve au nord de Paris.

Rijsel ligt ten noorden van Parijs.

au sud

naar het zuiden
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Marseille se trouve au sud de Lyon.

Marseille ligt ten zuiden van Lyon.

à l'est

naar het oosten
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La Belgique se trouve à l’est de la France.

België ligt ten oosten van Frankrijk.

à l'ouest

naar het westen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La Bretagne se trouve à l’ouest de Paris.

Bretagne ligt ten westen van Parijs.

le lendemain

de volgende dag
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le lendemain, nous avons visité le musée.

De volgende dag bezochten we het museum.

la veille

de vorige dag
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La veille, elle avait préparé tous les documents.

De dag ervoor had ze alle documenten voorbereid.

le mois prochain

volgende maand
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mois prochain, nous déménageons à Nantes.

Volgende maand verhuizen we naar Nantes.

le mois dernier

vorige maand
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le mois dernier, j’ai commencé un nouveau travail.

Vorige maand ben ik met een nieuwe baan begonnen.

l'année prochaine

volgend jaar
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L’année prochaine, je vais apprendre l’italien.

Volgend jaar ga ik Italiaans leren.

l'année dernière

vorig jaar
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L’année dernière, nous avons visité le Canada.

Vorig jaar hebben we Canada bezocht.

la semaine dernière

vorige week
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La semaine dernière, il a réussi son examen.

Vorige week is hij geslaagd voor zijn examen.

demain matin

morgenochtend
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Demain matin, nous prendrons le premier train.

Morgenochtend nemen we de eerste trein.

demain soir

morgenavond
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Demain soir, je dîne avec des amis.

Morgenavond eet ik met vrienden.

hier matin

gisterochtend
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Hier matin, j’ai oublié mon parapluie.

Gisterochtend ben ik mijn paraplu vergeten.

hier soir

gisteravond
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Hier soir, nous avons regardé un documentaire.

Gisteravond hebben we een documentaire gekeken.

un jour

op een dag
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Un jour, j’aimerais visiter le Japon.

Op een dag zou ik Japan graag bezoeken.

un jour ou l'autre

vroeg of laat
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Un jour ou l’autre, il faudra prendre une décision.

Vroeg of laat zullen we een beslissing moeten nemen.

de bonne heure

vroeg
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes partis de bonne heure pour éviter les embouteillages.

We zijn vroeg vertrokken om files te vermijden.

en même temps

tegelijk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle écoute de la musique en même temps qu’elle cuisine.

Ze luistert naar muziek terwijl ze kookt.

de la même manière

op dezelfde manier
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Procédez de la même manière pour les autres exercices.

Ga bij de andere oefeningen op dezelfde manier te werk.

en général

over het algemeen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En général, le magasin ferme à dix-huit heures.

Over het algemeen sluit de winkel om zes uur ’s avonds.

en particulier

in het bijzonder
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En particulier, je voudrais remercier toute l’équipe.

In het bijzonder wil ik het hele team bedanken.

en réalité

in werkelijkheid
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En réalité, le trajet est beaucoup plus court.

In werkelijkheid is de reis veel korter.

en effet

inderdaad
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est en retard ; en effet, son train a été annulé.

Hij is te laat; zijn trein is namelijk geannuleerd.

en fait

eigenlijk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En fait, je préfère rester à la maison.

Eigenlijk blijf ik liever thuis.

en principe

in principe
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En principe, le musée est ouvert le lundi.

In principe is het museum op maandag open.

en tout cas

in elk geval
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En tout cas, appelle-moi dès ton arrivée.

Bel me in ieder geval zodra je aankomt.

en plus

bovendien
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En plus, le billet comprend le petit-déjeuner.

Bovendien is het ontbijt bij het kaartje inbegrepen.

en moins

minder
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette année, il y a deux élèves en moins dans la classe.

Dit jaar zijn er twee leerlingen minder in de klas.

de plus en plus

steeds meer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il fait de plus en plus froid le soir.

Het wordt ’s avonds steeds kouder.

de moins en moins

steeds minder
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons de moins en moins de temps pour nous voir.

We hebben steeds minder tijd om elkaar te zien.

plus ou moins

min of meer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le trajet dure plus ou moins une heure.

De reis duurt ongeveer een uur.

de temps à autre

van tijd tot tijd
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais au cinéma de temps à autre.

Ik ga af en toe naar de bioscoop.

à peu près

ongeveer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut à peu près vingt minutes pour arriver.

Het duurt ongeveer twintig minuten om aan te komen.

à nouveau

opnieuw
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le système fonctionne à nouveau après la réparation.

Het systeem werkt weer na de reparatie.

à la fin

aan het einde
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À la fin du livre, le héros rentre chez lui.

Aan het einde van het boek gaat de hoofdpersoon naar huis.

à la fois

tegelijk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle travaille à la fois le jour et le soir.

Ze werkt zowel overdag als ’s avonds.

à l'occasion

bij gelegenheid
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À l’occasion de son anniversaire, nous avons organisé une fête.

Ter gelegenheid van haar verjaardag hebben we een feest georganiseerd.

à la place

plaats daarvan
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je prendrai un thé à la place d’un café.

Ik neem thee in plaats van koffie.

à l'aide

met hulp
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il a réparé le vélo à l’aide d’un outil spécial.

Hij heeft de fiets met behulp van speciaal gereedschap gerepareerd.

à l'abri

in veiligheid
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous nous sommes mis à l’abri pendant l’orage.

We hebben tijdens de storm beschutting gezocht.

à l'étranger

in het buitenland
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle travaille à l’étranger depuis deux ans.

Ze werkt al twee jaar in het buitenland.

à l'avenir

in de toekomst
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À l’avenir, je ferai plus attention à mes dépenses.

In de toekomst zal ik beter op mijn uitgaven letten.

à l'époque

in die tijd
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À l’époque, il n’y avait pas encore de téléphones portables.

In die tijd waren er nog geen mobiele telefoons.

au passage

onderweg
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Au passage, peux-tu acheter du pain ?

Kun je trouwens brood kopen?

au sujet de

over
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons discuté au sujet du nouveau projet.

We hebben over het nieuwe project gesproken.

à condition de

op voorwaarde dat
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu peux sortir à condition de rentrer avant dix heures.

Je mag uitgaan op voorwaarde dat je vóór tien uur thuiskomt.

à moins de

tenzij
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il faut au moins deux heures pour terminer, à moins de travailler ensemble.

Je hebt minstens twee uur nodig om het af te maken, tenzij we samenwerken.

à force de

door steeds
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À force de pratiquer, elle a progressé en français.

Door veel te oefenen is haar Frans vooruitgegaan.

avant de

voordat
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Lave-toi les mains avant de passer à table.

Was je handen voordat je aan tafel gaat.

après avoir

nadat men heeft
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Après avoir mangé, nous sommes allés nous promener.

Nadat we hadden gegeten, zijn we gaan wandelen.

avant tout

vooral
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Avant tout, il faut assurer la sécurité des enfants.

Voor alles moet de veiligheid van de kinderen worden gewaarborgd.

après tout

per slot van rekening
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Après tout, nous avons encore le temps de réfléchir.

Per slot van rekening hebben we nog tijd om na te denken.

premièrement

ten eerste
A2 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Premièrement, lisez le texte ; deuxièmement, répondez aux questions.

Lees ten eerste de tekst en beantwoord ten tweede de vragen.

deuxièmement

ten tweede
A2 zelfstandig-naamwoord
Werk & onderwijs
Voorbeeldzin bekijken

Deuxièmement, vérifiez vos réponses avant de rendre la copie.

Ten tweede controleer je je antwoorden voordat je het werk inlevert.

par conséquent

daarom
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il a raté le bus ; par conséquent, il est arrivé en retard.

Hij heeft de bus gemist; daardoor kwam hij te laat.

par contre

daarentegen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je préfère le train ; par contre, mon frère préfère la voiture.

Ik geef de voorkeur aan de trein; mijn broer daarentegen aan de auto.

par ailleurs

bovendien
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le logement est cher ; par ailleurs, il est loin du centre.

De accommodatie is duur en ligt bovendien ver van het centrum.

en revanche

daarentegen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le trajet est long ; en revanche, le paysage est magnifique.

De reis is lang, maar het landschap is prachtig.

ainsi que

evenals
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle a acheté du pain ainsi que du fromage.

Ze heeft brood en kaas gekocht.

plutôt que

liever dan
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je préfère marcher plutôt que de prendre le bus.

Ik loop liever dan dat ik de bus neem.

en face de

tegenover
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La banque se trouve en face de la mairie.

De bank ligt tegenover het gemeentehuis.

au-dessus de

boven
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

L’horloge est au-dessus de la porte.

De klok hangt boven de deur.

au-dessous de

onder
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le garage se trouve au-dessous de l’appartement.

De garage bevindt zich onder het appartement.

à l'intérieur de

binnen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les enfants sont à l’intérieur de la maison.

De kinderen zijn binnen in het huis.

à l'extérieur de

buiten
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons installé une table à l’extérieur de la maison.

We hebben een tafel buiten het huis neergezet.

autour de

rond
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il y a des arbres autour de la maison.

Er staan bomen rondom het huis.

en dehors de

buiten
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le parking se trouve en dehors de la ville.

De parkeerplaats ligt buiten de stad.

avec

met
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Je viens avec ma sœur au marché.

Ik kom met mijn zus naar de markt.

pour

voor
A2 zelfstandig-naamwoord
Dagelijks leven
Voorbeeldzin bekijken

Ce cadeau est pour toi.

Dit cadeau is voor jou.

pendant que

terwijl
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pendant que tu cuisines, je vais mettre la table.

Terwijl jij kookt, dek ik de tafel.

pour que

zodat
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je parle lentement pour que tout le monde comprenne.

Ik spreek langzaam zodat iedereen het begrijpt.

comme si

alsof
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il me regarde comme si j’avais dit quelque chose d’étrange.

Hij kijkt me aan alsof ik iets vreemds heb gezegd.

si possible

indien mogelijk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Si possible, envoyez le formulaire avant vendredi.

Stuur het formulier indien mogelijk vóór vrijdag op.

si nécessaire

indien nodig
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Appelez un médecin si nécessaire.

Bel indien nodig een arts.

en cas de

in geval van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En cas de problème, contactez la réception.

Neem bij problemen contact op met de receptie.

en raison de

wegens
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le match a été reporté en raison de la neige.

De wedstrijd is uitgesteld vanwege de sneeuw.

à partir de maintenant

vanaf nu
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À partir de maintenant, nous commencerons les réunions à neuf heures.

Vanaf nu beginnen we de vergaderingen om negen uur.

jusqu'à demain

tot morgen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu peux garder ce livre jusqu’à demain.

Je kunt dit boek tot morgen houden.

pour le moment

voorlopig
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pour le moment, nous attendons une réponse.

Op dit moment wachten we op een antwoord.

pour l'instant

op dit moment
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pour l’instant, le magasin est fermé.

Voorlopig is de winkel gesloten.

pour la première fois

voor de eerste keer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C’est la première fois que je prends l’avion.

Het is de eerste keer dat ik het vliegtuig neem.

pour la dernière fois

voor de laatste keer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je te le demande pour la dernière fois : range ta chambre.

Ik vraag het je voor de laatste keer: ruim je kamer op.

de mieux en mieux

steeds beter
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Mon français va de mieux en mieux.

Mijn Frans gaat steeds beter.

de pire en pire

steeds erger
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Depuis son arrivée, la situation devient de pire en pire.

Sinds zijn aankomst wordt de situatie steeds slechter.

un peu plus

een beetje meer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Peux-tu parler un peu plus lentement ?

Kun je iets langzamer praten?

un peu moins

een beetje minder
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ajoutez un peu moins de sel à la soupe.

Voeg iets minder zout aan de soep toe.

beaucoup plus

veel meer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette année, nous avons beaucoup plus de visiteurs.

Dit jaar hebben we veel meer bezoekers.

pas assez

niet genoeg
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il n’y a pas assez de chaises pour tout le monde.

Er zijn niet genoeg stoelen voor iedereen.

pas trop

niet te veel
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ne mange pas trop de bonbons avant le dîner.

Eet niet te veel snoep vóór het avondeten.

très bien

heel goed
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Tu as très bien répondu à toutes les questions.

Je hebt alle vragen heel goed beantwoord.

très vite

heel snel
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le taxi est arrivé très vite.

De taxi kwam heel snel aan.

très souvent

heel vaak
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle téléphone très souvent à sa grand-mère.

Ze belt haar oma heel vaak.

très tard

heel laat
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes rentrés très tard après le concert.

We kwamen na het concert heel laat thuis.

très tôt

heel vroeg
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il se lève très tôt pour aller courir.

Hij staat heel vroeg op om te gaan hardlopen.

à côté du

naast de
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le café est à côté du cinéma.

Het café ligt naast de bioscoop.

à côté des

naast de
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La voiture est garée à côté des arbres.

De auto staat naast de bomen geparkeerd.

au fond de

achterin
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le jouet est au fond de l’armoire.

Het speelgoed ligt achter in de kast.

au bout de

aan het einde van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Au bout de la rue, tournez à droite.

Aan het einde van de straat sla je rechtsaf.

au début de

aan het begin van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Au début de la réunion, chacun s’est présenté.

Aan het begin van de vergadering stelde iedereen zich voor.

à l'entrée de

bij de ingang van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous nous retrouvons à l’entrée de la gare.

We spreken af bij de ingang van het station.

à la sortie de

bij de uitgang van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le taxi attend à la sortie de l’aéroport.

De taxi wacht bij de uitgang van het vliegveld.

à proximité de

in de buurt van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il habite à proximité de son lieu de travail.

Hij woont in de buurt van zijn werkplek.

à destination de

met bestemming
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ce train est à destination de Bordeaux.

Deze trein heeft Bordeaux als bestemming.

à bord de

aan boord van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Les passagers sont déjà à bord de l’avion.

De passagiers zitten al aan boord van het vliegtuig.

à propos de

over
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai une question à propos de tes vacances.

Ik heb een vraag over je vakantie.

à la suite de

naar aanleiding van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À la suite de l’accident, la route a été fermée.

Na het ongeluk werd de weg afgesloten.

à l'aide de

met behulp van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle a ouvert la boîte à l’aide d’un couteau.

Ze heeft de doos met behulp van een mes geopend.

au nord de

ten noorden van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Lille se trouve au nord de Paris.

Rijsel ligt ten noorden van Parijs.

au sud de

ten zuiden van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Toulon se trouve au sud de Lyon.

Toulon ligt ten zuiden van Lyon.

à l'est de

ten oosten van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Strasbourg se trouve à l’est de Paris.

Straatsburg ligt ten oosten van Parijs.

à l'ouest de

ten westen van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Brest se trouve à l’ouest de Rennes.

Brest ligt ten westen van Rennes.

à droite de

rechts van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La poste est à droite de la boulangerie.

Het postkantoor ligt rechts van de bakker.

à gauche de

links van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le parc est à gauche de l’école.

Het park ligt links van de school.

en dessous

eronder
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le chat est en dessous de la table.

De kat zit onder de tafel.

en dessus

erboven
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

On lit parfois « en dessus », mais « au-dessus » est plus courant.

Soms leest men « en dessus », maar « au-dessus » komt vaker voor.

en direction de

in de richting van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le train roule en direction de Marseille.

De trein rijdt in de richting van Marseille.

en provenance de

afkomstig uit
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Ce colis est en provenance de Belgique.

Dit pakket komt uit België.

en compagnie de

in gezelschap van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle est venue en compagnie de ses amis.

Ze kwam samen met haar vrienden.

en présence de

in aanwezigheid van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

La décision a été prise en présence de témoins.

De beslissing werd genomen in aanwezigheid van getuigen.

en fonction de

afhankelijk van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le prix varie en fonction de la saison.

De prijs varieert afhankelijk van het seizoen.

en matière de

op het gebied van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En matière de protection de l’environnement, cette association est très active.

Op het gebied van milieubescherming is deze vereniging erg actief.

en termes de

wat betreft
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En termes de qualité, ce produit est excellent.

Wat kwaliteit betreft, is dit product uitstekend.

en plus de

naast
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En plus de son travail, elle suit des cours du soir.

Naast haar werk volgt ze avondlessen.

en échange de

in ruil voor
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il m’a donné son vieux vélo en échange de mon ordinateur.

Hij gaf me zijn oude fiets in ruil voor mijn computer.

en faveur de

ten gunste van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette association agit en faveur des familles modestes.

Deze vereniging zet zich in voor gezinnen met weinig geld.

en attente de

in afwachting van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous sommes en attente de votre réponse.

We wachten op uw antwoord.

en vue de

met het oog op
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

En vue de l’examen, elle révise chaque soir.

Met het oog op het examen studeert ze elke avond.

à défaut de

bij gebrek aan
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À défaut de voiture, nous prendrons le train.

Bij gebrek aan een auto nemen we de trein.

à l'occasion de

ter gelegenheid van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À l’occasion de la fête, le village organise un concert.

Ter gelegenheid van het feest organiseert het dorp een concert.

à la différence de

in tegenstelling tot
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À la différence de son frère, elle adore se lever tôt.

In tegenstelling tot haar broer staat ze graag vroeg op.

à la place de

in plaats van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai pris le bus à la place de la voiture.

Ik heb de bus genomen in plaats van de auto.

à l'égard de

ten opzichte van
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il s’est montré poli à l’égard de tous les invités.

Hij was beleefd tegenover alle gasten.

à partir d'aujourd'hui

vanaf vandaag
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À partir d’aujourd’hui, je vais marcher chaque matin.

Vanaf vandaag ga ik elke ochtend wandelen.

à partir de demain

vanaf morgen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À partir de demain, le magasin ouvrira à neuf heures.

Vanaf morgen opent de winkel om negen uur.

à partir de lundi

vanaf maandag
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

À partir de lundi, les cours commenceront à huit heures.

Vanaf maandag beginnen de lessen om acht uur.

jusqu'à présent

tot nu toe
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Jusqu’à présent, tout se passe bien.

Tot nu toe verloopt alles goed.

jusqu'à la fin

tot het einde
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous resterons ici jusqu’à la fin du spectacle.

We blijven hier tot het einde van de voorstelling.

jusqu'au soir

tot de avond
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le magasin reste ouvert jusqu’au soir.

De winkel blijft open tot de avond.

depuis longtemps

al lang
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je connais cette ville depuis longtemps.

Ik ken deze stad al lang.

depuis peu

sinds kort
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle habite ici depuis peu.

Ze woont hier pas sinds kort.

depuis toujours

altijd al
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il aime la musique classique depuis toujours.

Hij houdt al zijn hele leven van klassieke muziek.

pendant longtemps

langdurig
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons attendu pendant longtemps devant le théâtre.

We hebben lang voor het theater gewacht.

pendant quelques jours

gedurende enkele dagen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle sera absente pendant quelques jours.

Ze zal een paar dagen afwezig zijn.

pour longtemps

voor lange tijd
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons loué cette maison pour longtemps.

We hebben dit huis voor lange tijd gehuurd.

pour cette raison

om deze reden
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pour cette raison, le train partira plus tard.

Om deze reden vertrekt de trein later.

pour cette fois

voor deze keer
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pour cette fois, je vais accepter ton invitation.

Voor deze keer zal ik je uitnodiging accepteren.

pour ainsi dire

om zo te zeggen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

C’est pour ainsi dire devenu une tradition familiale.

Het is als het ware een familietraditie geworden.

pour commencer

om te beginnen
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pour commencer, lisons les consignes.

Om te beginnen lezen we de instructies.

pour finir

om af te sluiten
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Pour finir, je voudrais remercier toute l’équipe.

Tot slot wil ik het hele team bedanken.

pour de bon

definitief
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Cette fois, je veux arrêter de fumer pour de bon.

Deze keer wil ik definitief stoppen met roken.

pour rien

voor niets
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il a travaillé toute la journée pour rien : le magasin était fermé.

Hij heeft de hele dag voor niets gewerkt: de winkel was dicht.

pour autant

desondanks
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Il est fatigué, mais cela ne signifie pas pour autant qu’il veut partir.

Hij is moe, maar dat betekent niet dat hij daarom weg wil.

par erreur

per ongeluk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

J’ai envoyé le mauvais document par erreur.

Ik heb per ongeluk het verkeerde document verstuurd.

par ici

hierlangs
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le meilleur restaurant se trouve par ici.

Het beste restaurant is hier in de buurt.

par là

daarlangs
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Passe par là pour rejoindre la gare.

Ga daar langs om bij het station te komen.

par terre

op de grond
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le verre est tombé par terre.

Het glas is op de grond gevallen.

par cœur

uit het hoofd
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Elle connaît cette chanson par cœur.

Ze kent dit lied uit haar hoofd.

par écrit

schriftelijk
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Veuillez confirmer votre réservation par écrit.

Bevestig uw reservering schriftelijk.

par téléphone

telefonisch
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais prévenir le médecin par téléphone.

Ik zal de arts telefonisch waarschuwen.

par mail

per e-mail
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Envoyez-moi le document par mail, s’il vous plaît.

Stuur me het document alstublieft per e-mail.

par jour

per dag
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le parking coûte cinq euros par jour.

De parkeerplaats kost vijf euro per dag.

par semaine

per week
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Nous avons deux cours de français par semaine.

We hebben twee lessen Frans per week.

par mois

per maand
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Le loyer est de huit cents euros par mois.

De huur bedraagt achthonderd euro per maand.

par an

per jaar
A2 uitdrukking
Communicatie & samenleving
Voorbeeldzin bekijken

Je vais chez mes parents trois fois par an.

Ik ga drie keer per jaar naar mijn ouders.